Network (naar Sidney Lumet) (2017) © Jan Versweyveld

Leestijd 5 — 8 minuten

All About Theatre About Film – Ivo van Hove en Jan Versweyfeld / Eye

Ruimtelijke stillevens die nasidderen

De tentoonstelling ‘All About Theatre About Film’ is een gigantisch ruimtelijk parcours: regisseur Ivo van Hove en scenograaf Jan Versweyfeld deconstrueren hun ‘vertoneelingen’ van filmscripts en trekken tijd en ruimte van de filmische en de theatrale ruimte uiteen.

De sleutel van de tentoonstelling die theatermakers Ivo van Hove en Jan Versweyfeld samen maakten voor het Eye Filmmuseum in Amsterdam steekt opzichtig in de titel: ‘All About Theatre About Film’. Die is niet alleen een verwijzing naar All About Eve (1950, Joseph L. Mankiewicz), een van de films die het duo inspireerde en die ze voor het contextprogramma uitkozen, maar ook de crux van hun werk. Maar wat betekent dat echt, ‘alles over theater over film’, anders dan een woordspel? Maken ze eigenlijk wel theater over film? Bevat de tentoonstelling ‘alles’ wat er over hun theater te zeggen (of vooral te zien, te horen en via andere sensorische ervaringen als tast en geur te beleven) valt? Bestaat hun werk uit alles wat zij over film kunnen uitdrukken? En kijken we daar dan met een theatrale, een filmische of een heel andere blik naar?

‘All About Theare About Film’ is geen gewone tentoonstelling. Het is een gigantisch ruimtelijk parcours dat door Van Hove en Versweyfeld zelf werd bedacht en ingericht. In die zin doet het denken aan de ‘carte blanche’ die het Parijse Palais de Tokyo regelmatig aan kunstenaars geeft die zich dan vervolgens de ruimte toe-eigenen. De Duitse beeldend kunstenaar, choreograaf en performance artiest Anne Imhof deed dat bijvoorbeeld onlangs in ‘Natures mortes’ met eigen werk en kunst van anderen in een gedeconstrueerd decor waarin op gezette tijdens performances en interventies plaatsvinden. Een levend kunstwerk dat elke dag anders kan zijn, een voorstelling voor de duur van de tentoonstelling. Een stilleven dat op gezette tijden wordt ge(re)animeerd.

Zo ver gingen Van Hove en Versweyfeld niet. ‘All About Theatre About Film’ is een retrospectieve, een terugblik op hun werk, een verzameling Wunderkammers vol remixes, loops en samples, die je maar in één richting kunt doorlopen. Een radicale kakofonie. Elke deur die opengaat brengt herrie binnen, maar echte interactie is er niet. Ze noemen het zelf een verhaal met een begin, midden en eind, misschien niet chronologisch, maar dan toch dwingend. Die volgorde blijkt belangrijker dan de ruimtelijkheid. Maar wat is het verhaal dat we daaruit reconstrueren?

All About Eve is een van de eerste grote films die een kijkje achter de schermen van het theater neemt, en hij geeft daarvan ‘niet zo’n florissant beeld’, aldus de regisseur en de scenograaf tijdens een openbaar interview in Eye voorafgaande aan de vertoning van de film deze herfst. De film gaat over de ontmoeting tussen de jonge theaterliefhebster Eve Harrington (Anne Baxter) en de gevierde Broadwayactrice Margo Channing (Bette Davis). Een klassieke geschiedenis over de fan die het leven van de ster binnendringt. Het grenst aan stalking, maar Davis is ook gefascineerd door de jonge vrouw in wie ze de passie en de vastberadenheid herkent die ze misschien zelf langzaamaan verloren is. Voor we het weten is Eve Margo’s understudy en wankelt de status quo. Een verhaal – naast vele andere thema’s – over de voortdurende machtswisseling tussen kunstenaar en publiek. Over identificatie en toe-eigening. Over hoe kunst het leven kan overnemen, op het gevaarlijke af.

Het is een thema dat ook terugkeert in John Cassavetes Opening Night (1977), een vergelijkbaar backstageverhaal waarin de  actrice Myrtle Gordon (gespeeld door Gena Rowlands) nadat ze per ongeluk een jonge fan heeft aangereden, achtervolgd wordt door de geest van het meisje. Opening Night werd in 2006 door Van Hove en Versweyfeld bij Toneelgroep Amsterdam voor theater bewerkt. Het is een van de tientallen filmscripts die ze in de loop der tijd ‘vertoneelden’. Op de tentoonstelling in Eye staat het werk centraal dat ze maakten op basis van het werk van – in de volgorde van de tentoonstelling: Marguerite Duras (India Song, 1975/1985); Michelangelo Antonioni (voor het Antonioni Project uit 2009 smeedden ze diens trilogie L’avventura (1960), La notte (1961) en L’eclisse (1962) tot een geheel); Pier Paolo Pasolini (Teorema, 1968/2009); Ingmar Bergman (Scènes uit een huwelijk, 1973/2005; Kreten en gefluister, 1972/2009; Na de repetitie, 1984/2012; Persona, 1966/2012); John Cassavetes (Faces/Koppen, 1968/1997; Opening Night, 1977/2012; Husbands, 1970/2012); Luchino Vistconti (Rocco en zijn broers, 1960/2008; Ossesione, 1943/2017; Ludwig/Ludwig II, 1972/2011; De verdoemden/Les damnés, 1969/2016); Sidney Lumet (Network, 1976/2017).

Dat overzicht van titels is belangrijk, want centraal staan dus vooral de grote Europese auteursfilmers van de jaren zestig en zeventig. Het moment dat het onderscheid tussen artfilm en mainstreamcinema nog niet zo groot was als nu. En tegelijkertijd een periode waarin de film zich los begon te maken van het talige en het narratieve, en steeds beeldender en tijdruimtelijker werd. De filosoof Gilles Deleuze beschreef dat als het punt waarop het filmbeeld niet langer een movement-image was, dat tijd als een aaneenschakeling van acties, handelingen en bewegingen weergeeft (via montage), maar een time-image werd, een beeld dat de tijd zelf in al z’n verschijningsvormen omvat. ‘All About Theatre About Film’ is een mix tussen zo’n bewegingsbeeld (door de route die je als bezoeker/toeschouwer gedwongen wordt te volgen) en zo’n tijdsbeeld (in elk zaaltje gebeuren tegelijkertijd verschillende dingen: muziek, decorstukken, maquettes, foto’s, filmbeelden, registraties, kunststukken). Een overkoepelend tijdsbeeld is er niet, de eenheid ontstaat door de aaneenschakeling, niet door de ruimtelijkheid.

Je zou kunnen zeggen dat Van Hove en Versweyfeld als theatermakers en filmfans op dezelfde manier als in All About Eve en Opening Night de relatief jonge kunst van de cinema in het theater hebben laten ‘infiltreren’. Zo agendeert hun werk noties over de klassieke eenheid van tijd, plaats en handeling door te zoeken naar een vorm van ‘gelijktijdigheid’. Natuurlijk waren ze niet de eersten die met filmschermen en live-opnames de theatrale ruimte openbraken, maar de schaal waarop ze dat doen en blijven doen is opmerkelijk. Des te meer omdat ze daarvoor teruggrepen op de scenario’s van de filmmakers die de klassieke cinema deconstrueerden. Die scenario’s zijn namelijk doorgaans geen talige of literaire hoogstandjes, zo geeft het duo zelf ook toe. In tegendeel: ze zijn zonder de audiovisuele ‘taal’ zelfs tamelijk soapy en banaal. Wie de voorstellingen bezocht weet dat veel daarvan wordt opgelost door iets wat film niet heeft: de live performance. De registraties die in Eye te zien zijn kunnen dat slechts in beperkte mate reproduceren. Het zijn geen films en pretenderen dat ook niet. Door het wegvallen van het live-element worden de ruimtes in Eye, met een referentie naar Anne Imhofs tentoonstelling, stillevens die nasidderen.

De komst van film wordt weleens beschreven als een verlangen naar iets wat theater en de andere destijds bestaande kunstvormen niet konden: Geen optelsom, maar een andere reflectie op en representatie van de werkelijkheden die we om ons heen zien en kunnen verbeelden. Inmiddels is onze ervaring van de werkelijkheid en de verbeelding ervan voornamelijk ‘filmisch’. Zo dominant heeft film zich als kunstvorm, massamedium en technologie in het hart van ons wereldbeeld gevestigd. We ervaren de realiteit vaak eerst als gemedieerd, moeten we de Franse filosoof Baudrillard nazeggen, of op z’n minst als een gelijktijdigheid van simulatie en werkelijkheid.

Het verhaal van ‘All About Theatre About Film’ is de zoektocht naar het verlangen wat theater niet kan, maar wat film voor Van Hove en Versweyfeld ook niet kan betekenen. Want anders waren ze wel filmmakers geworden. Ze baseren zich daarvoor op de halffabrikaten die filmscripts zijn en proberen die in een theatrale vorm met filmische middelen te reconstrueren. Het is een zoektocht naar een onmogelijkheid, een onbeantwoorde liefde. Ontdaan van de blik van de camera krijgen de scènes van Antonioni en Bergman (die toch ook theatermaker was, maar de twee kunstvormen nooit mengde) een onthutsende platheid. Maar ook een essentiële platheid. Spraken we in het echte leven maar zoals in theatrale teksten. Helaas spreken we in de shortcuts van film- en televisiepersonages.

Het lijkt bijna alsof de tentoonstelling je wil laten concluderen dat alle kunst gedoemd is te falen. Maar gelukkig zijn er, als je alweer bijna de deur uit bent, twee postscriptums die je aansporen om deze Sisyfusarbeid weer op te pakken. Het ene is een scène uit ‘Kreten en gefluister’ met Chris Nietveld als de stervende kunstenares Agnès op een aantal kleine tv-schermpjes tegen de grote glazen wand die vanuit de gang achter de tentoonstellingsruimte zicht biedt op het water van het IJ. We horen: ‘Al mijn artistieke pogingen zijn een wanhopig protest tegen de dood.’ Dat zou je als een coda voor het werk van Van Hove en Versweyfeld kunnen zien. Net als het citaat van Pasolini dat groot op de tegenoverliggende wand geschilderd is: ‘Waarom een kunstwerk maken van iets waarvan het zo mooi is om te dromen?’ Film is de belichaming van die droom. Of die nachtmerrie. Film is onze werkelijkheid geworden. ‘All About Theatre About Cinema’ reikt naar die droom.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#165

03.09.2021

30.11.2021

Dana Linssen

Dana Linssen is schrijver en filmcriticus voor NRC Handelsblad en de Filmkrant uit Nederland. Ze groeide op in de coulissen van het theater, en leeft sindsdien in het donker van de cinema.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!