© Koen Broos

Evelyne Coussens

Leestijd 7 — 10 minuten

ACHTER/AF – de KOE

Subjectieve chronologie van het KOE-kijken

Mijn kijkervaring haakt in ergens midden de jaren 2000, misschien wel met De Wet van Engel (2004); toch een van de eerste KOE-voorstellingen die ik me herinner. Ik weet nog dat ik van het vrolijke gepalaver van Bas Teeken, Bruno Van den Broecke & co volstrekt niets begreep, maar dat ik dat wel chic vond. Een beetje zoals wanneer je heel gedistingeerd champagne drinkt terwijl je eigenlijk geen champagne lust – het thema van het intellectuele en culturele snobisme loopt als een running gag door ACHTER/AF, de jubileumvoorstelling voor dertig jaar de KOE die begin mei in première ging.  

Het is de eerste van vele KOE-paradoxen: rond het gezelschap hangt nog steeds de ijdele geur van de connoisseurs, van zij-die-het-begrijpen, terwijl hetgeen de KOE doet in wezen uiterst simpel is. Al dertig jaar schept het gezelschap een ruimte waarin de mens kan struikelen, waarin hij naakt staat – een herkenbare ervaring waarvoor je heus geen Sloterdijk moet gelezen hebben. Dat het theater van de KOE toch soms als ‘elitair’ wordt ervaren heeft te maken met de manier waarop de KOE om dit feit heendraait. De KOE zegt nooit dat de keizer geen kleren aanheeft – het gaat er juist om de omtrekkende beweging te maken, als indianen te sluipen rond die voor het grijpen liggende waarheid. De filosofische inslag is bij de KOE geen onderwerp, maar poëtica. Een poëtica die door de jaren heen een herkenbare vorm heeft aangenomen: het opzetten van een spiegelpaleis waarin de spanning tussen spelen en niet-spelen, tussen waarheid en leugen centraal staat. Dat spel wordt vandaag, een tijd waarin inhoudelijke stellingname en morele boodschapperigheid gelden als hoogste vorm van ‘relevantie’, nogal eens verward met elitarisme.

Maar ik moet eerlijk zijn. In de vanzelfsprekend subjectieve en fragmentarische beleving van mijn KOE-kijken rest uit die eerste jaren toch een oerbeeld van theateravonden waarop mannen (altijd weer mannen!) vanuit een grote intellectuele bewijsdrang eindeloos tegen elkaar op staan lullen. De gebiologeerden, de voorstelling waarmee Peter Van den Eede en Bas Teeken in 1989 hun debuut maakten als de KOE, ken ik enkel uit de overlevering. Ook My Dinner with André (1998), misschien wel het meest iconisch voor dit type ‘lullende mannen’-voorstelling, zag ik pas twintig jaar na de première – wat het, met een Peter Van den Eede en een Damiaan De Schrijver van twee decennia ouder, tot een radicaal andere voorstelling maakt. In mijn beleving zijn het vooral de jaren waarin Bruno Van den Broecke en Stefaan Van Brabandt mee de dienst uitmaken bij de KOE dat de (vaak zeer tragische) ‘haantjesgevechten’ rond het wetenschappelijke, het intellectuele, het filosofische de bovenhand nemen: De Wet van Engel (2004), Utopie van het Atoom (2006), …. De polycoproductie Onomatopee (2008) brengt uitsluitend mannelijke leden samen van de KOE, tg STAN, Maatschappij Discordia en Dood Paard. Op de website van de KOE vermeldt de tijdslijn en passant dat het clubje zich informeel ‘de Jongens’ laat noemen.

Kom kom, niet overdrijven. Zoals wetenschapper Douwe Draaisma zou zeggen: de herinnering is een hond die gaat liggen waar hij wil. Feitelijk nazicht in de bewuste tijdslijn geeft duidelijk aan dat in diezelfde jaren vrouwen als Katelijne Damen, Sien Eggers, Clara van den Broek en vanaf 2002 ook Natali Broods het podium delen met ‘de Jongens’. Vooral de intrede van Broods als kernlid van de KOE zorgt voor een belangrijke nieuwe stem. (Hoe kan het ook anders: in een gezelschap dat zozeer de menselijke verhouding thematiseert schudt de komst van een nieuwe partner in crime vanzelf de boel op.) Dat Broods een vrouw is maakt wel degelijk verschil, maar niet op de clichématige manier – god verhoede dat ze een soort ‘zachtheid’ of ‘charme’ zou binnenbrengen. Integendeel: wat Broods voortaan vooral doet in de voorstellingen van de KOE is keihard de blik van de mannen op haar terugkaatsen. Nu weer viel het me op, bij ACHTER/AF, hoezeer ze zichzelf buiten haar collega’s plaatst en over hen spreekt als over ‘ze’. Hoe slim ze anticipeert op hun vermeende minachting voor haar intellectuele capaciteiten. (Tot De Wolf: “ja Willem, ik heb ook Hannah Arendt gelezen”). Op die manier thematiseert Natali Broods binnen de KOE al twintig jaar de mannelijke dominantie, en al doende schoffelt ze die glansrijk onderuit.

© Koen Broos

Misschien bestaat het grootste talent van Peter Van den Eede er wel in dat hij, naast een grote aanleg voor zelfreflectie, een neus heeft voor de juiste mensen. Telkens wanneer zich een dipje aandient in het parcours van de KOE doet Van den Eede het enige wat heilzaam is voor een gezelschap dat van de observatie van menselijk gedrag zijn core business heeft gemaakt: een nieuw studie-object introduceren. Ergens rond het eind van het eerste decennium viert de KOE zijn twintigjarig bestaan maar je voelt – overigens ook bij de andere collectieven die hun ontstaan kennen in de jaren 1990 – dat het zoeken is naar een nieuwe adem. Waar de KOE in zijn beste dagen louter met zijn vormspel existentieel-menselijke thema’s weet te raken, vervalt het in zijn mindere periodes tot lege, ijdele vormen, zoals dat gebeurt in Een gelukkige verjaardag (2009), KOE’s bewerking van de beroemde documentaire Grey Gardens. Van den Eede vraagt in hetzelfde jaar aan de Nederlandse schrijver en acteur Willem de Wolf om kernlid te worden van de KOE. De uitwerking daarvan is vanaf 2010 duidelijk voelbaar in de producties.

De Wolf brengt niet alleen een nieuwe speeldrive in het gezelschap maar vooral: een nieuw politiek elan. Dat behoeft misschien wat toelichting. De KOE was natuurlijk altijd al politiek, alleen niet op een letterlijk-pamflettaire manier, maar als basishouding. Het politieke van de KOE schuilt in het omarmen van het concept ‘beginnen’ als fundament van de praktijk (ik heb geteld: in het jubileumboek KOE DOET BOEK komen de woorden ‘begin’ of ‘beginnen’ maar liefst 87 keer voor). Veel voorstellingen van de KOE bestaan louter daaruit: een poging om met iets te beginnen – met opkomen, met afgaan, met iets vertellen, met zich tot elkaar te verhouden. Waar het gezelschap nogal vaak en te makkelijk als een typisch product van het postmodernisme wordt naar voren geschoven spoort dat etiket niet met deze attitude. Weliswaar omarmt de KOE de superieure ironie, de twijfel en de deconstructie als haar voornaamste tools, maar van cynisme of nihilisme is geen sprake. De hoop van de KOE en daarmee haar politieke potentieel schuilt in het feit dat er na elke mislukking steevast en onvermoeibaar wordt herbegonnen – een basisvoorwaarde voor maatschappelijke verandering, aldus filosofe Hannah Arendt.

Met De Wolf, die zijn wortels heeft in de DDR (zie daarvoor zijn onvolprezen monoloog Krenz, de gedoodverfde opvolger(2011)) doet echter een radicale antikapitalist zijn intrede, die de voorstellingen van de KOE op een meer uitdrukkelijk niveau politiek maakt, zij het nog steeds met respect voor de omtrekkende beweging. De sluipweg is die van de familie-anekdotiek, zoals in The Marx Sisters (2014), of van de parallel met de kunstgeschiedenis, zoals in De Wederopbouw van het Westen (2010-2012), een magistrale trilogie die in zijn geheel niet minder is dan een vlijmscherpe stavaza van het kapitalistische Westen. Mét hoopvolle doorstart aan het eind, want wederopbouwen (re-construeren) is niet enkel wat de spelers drie voorstellingen lang doen in woord en beeld; het is vooral een utopisch verlangen, gericht op de toekomst. Opnieuw te beginnen, zoals dat opnieuw volgens Arendt an sich al een politieke daad is.

Inmiddels is de KOE dertig – vanuit sociologisch oogpunt een volwaardige generatie. Met de ensemblevoorstelling Olga (2013) werd zes jaar geleden al the next generation geïntroduceerd; het was de eerste voorstelling waarin Van den Eede samen met zijn dochter Ans de bühne deelde. Wat doet dat met een mens: kinderen krijgen, en die kinderen samen met jou het podium zien opgaan? Ik veroorloof mezelf een portie huis-, tuin-, en keukenfilosofie wanneer ik uit de meest recente voorstellingen van de KOE meen af te leiden dat het een nog scherpere bevraging oplevert van de eigen praktijk. Net zoals dat met een mens gaat, lijkt de KOE zichzelf in de loop der jaren steeds beknopter te definiëren. Ik miste de voorstelling HelloGoodbye (2017), maar las dat die enkel bestaat uit scènes rond aankomen en weggaan – dat vind ik op zich bijzonder grappig, want bondiger kan de KOE zijn eigen poëtica niet samenvatten.

Ik stel me tegelijkertijd voor dat er weemoed binnensluipt. Ze was voelbaar in ACHTER/AF, waarin de gimmick van de champagne – is dat nu nog branché of juist erg passé? – trachtte te verhullen dat de tijd zijn tol eist: heeft de KOE nog reden van bestaan, staat er nog wel een muur om tegenaan te schoppen, of is het gewoon tijd om stilletjes af te gaan? ACHTER/AF, de jubileumvoorstelling waarmee de KOE haar drie decennia viert, is een boek-voorstelling: het is een voorstelling over KOE DOET BOEK (uitgeverij Hannibal) en over het ontstaan van dat boek dat inkijk biedt op het ontstaan van de voorstellingen van de KOE – een typisch koeiaans metaconcept, kortom. De setting is die van een kekke talkshow: rode zeteltjes, discobol en ridicuul grote reportermicrofoons (overbodig, want de drie dagen een headset) creëren de jolige sfeer waarin het tot ‘totale transparantie’ moet komen. De drie hebben immers beloofd zich ‘echt’ te laten zien. Iets wat uiteraard onmogelijk blijkt voor een gezelschap dat van het spiegelpaleis van waarheid en leugen zijn handelsmerk heeft gemaakt.

ACHTER/AF start vanuit een brede adem, door het ontstaan van de KOE al in het eerste kwartier te kaderen in zijn historische en kunsthistorische context: in 1989 viel de Berlijnse muur én Peter Van den Eede viel van zijn geloof omtrent het creëren van kunst binnen de grote theaterinstituten. In het amalgaam van terzijdes, uitweidingen, anekdotes, kleine frustraties en inside-grapjes dat de voorstelling vervolgens uitmaakt vindt ACHTER/AF echter nog zelden dat groter elan terug: de voorstelling blijft te veel steken in incrowdy zelfreferentialiteit en plooit te weinig open naar zijn publiek. Wie het oeuvre van de KOE kent weet dat onder de uitweidingen over het te laat komen van Natali of de droevige uitstraling van Willem steeds de poging broeit om het over iets anders te hebben, misschien wel over de poging zelf, alleen: het blijft bij een vermoeden, de diepere tragiek wordt nergens voelbaar. Er schuilt wel degelijk kwetsbaarheid in de manier waarop de drie zichzelf bevragen, maar het blijft te veel de kwetsbaarheid de KOE, te weinig die van ons.

Hoe onvolmaakt echter ook als publieksvoorstelling, toch past de ‘mislukking’ van ACHTER/AF op een merkwaardige manier goed in het historische moment. Ze illustreert precies wat dat slappe koord is waarop de KOE al dertig jaar durft balanceren: de dunne scheidslijn tussen het vormgeven van schijnbare banaliteit en banale vormpjes. Dat ACHTER/AF aan de verkeerde zijde valt doet niets af aan mijn respect voor die ongoing zoektocht van de KOE. Want uiteindelijk is zo’n KOE ook maar een mens. Toch?

 

ACHTER/AF speelt nog op 24 & 25 mei in Nona (Mechelen), en op 31 mei, 1 & 2 juni in de Brakke Grond (Amsterdam). 

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#157

15.05.2019

14.09.2019

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie