Rik Hancké

Leestijd 2 — 5 minuten

Aan de deelnemers aan het debat Theater en Persvrijheid

Beste vrienden,

Het initiatief van Oud Huis Stekelbees om de bekende advertentie in De Morgen te plaatsen was niet alleen moedig en intelligent, maar het schept ook een zeldzame kans om tot een openbare dialoog te komen tussen twee partners, de critici en de toneelmakers, die elkaar meestal benaderen op de manier van de twee bekende egels. Oud Huis Stekelbees doet zijn naam dus eer aan.

Van deze gelegendheid wil ik gebruik maken om een voorstel te lanceren waardoor het debat van vandaag op wat permanentere basis voortgang kan vinden : de instelling van een jaarlijkse Prijs Voor De Toneelkritiek uitgereikt door een representatieve jury van theatermakers.

Waarom ?

Om te beginnen : waar staan de toneelcritici eigenlijk ? Ik vind ronduit dat zij horen bij het theater, zij zijn onze collega’s in het vak. Zij zijn de eerste toeschouwer, ook de meest gepriviligeerde – zij zien alles gratis, toch ? – en zij bepalen vele opinies : die van zovele lezers, de huidige en nog belangrijker, de toekomstige, want scripta manent. De meest serieuze gedragen zich ook zo : zij zijn verliefd op het theater en leveren kritisch onderzoek en achtergrondinformatie en doen niet louter aan het spuien van snel geredigeerde meningen.

Echter, critici, worden betaald – vaak ook slecht – door hun krant of zender. Bij de opmaak zijn hun produkten vaak een wankele sluitpost, want de cultuurpolitiek van de media, nu ja, als we het daarover zouden gaan hebben… Toneelcritici staan dus aan twee kanten : enerzijds afhankelijk van opdrachtgever, de krant, en anderzijds aangetrokken door het theater, hun liefde of interesse. Zijn het nu perslui die de toneelkritiek als een opstapje naar een perscarrière beschouwen of theatermensen die in de krant schrijven ? Zijn het studenten die wat bijverdienen of vaklui die het belang van hun positie beseffen ?

Dit dilemma is in de praktijk niet volledig te elimineren, dat weet ik en dat is ook niet de bedoeling. Wel vind ik dat wij theatermensen er alles moeten aan doen om hen zo dicht mogelijk bij het theatervak te houden. Critici zijn voor ons van inhoudelijk belang want een kwalitatief interessante recensie is een stap voorwaarts voor de produktie. En ze zijn artistiek en economisch van belang want een publieke toeloop kan door hen geremd maar ook gericht en gestimuleerd worden.

Als zij zo bekeken tot het theatervak behoren moeten zij pok net als iedereen op hun verantwoordelijkheid kunnen gewezen worden. Zij hoeven hun kritische stelling geenszins te verlaten of af te zwakken maar moeten zich wel, als een biezonder soort medewerkers, net zo kwetsbaar durven opstellen als wij – m.a.w. er zich bewust zijn dat zij niet alleen kijken maar ook bekeken worden. En gewaardeerd of bekritiseerd worden.

Zo’n Prijs Voor De Toneelkritiek kan hiertoe bijdragen door het publiceren van een evaluatie door theatervaklui van de toneelpers van het afgelopen jaar.

Over de modaliteiten van zo’n opzet moet gepraat worden maar ik kan me voorstellen dat het VTI (eventueel ook het NThl) hier ondersteunend kan werken als knipseldienst en secretariaat, dat Etcetera het kan publiceren en dat het jaarlijkse theaterfestival een goede gelegenheid is om de prijs voor zowel de interessantste als voor de banaalste kritiek uit te reiken ? Wie ziet er wat in ?

Met vriendelijke groet,

Rik Hancké

open brief
Leestijd 2 — 5 minuten

Rik Hancké

open brief