Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
Reggie Watts © Reinout Hiel
Als hij inderdaad zoals Samson zijn kracht uitzijn haar haalt, dan is het fenomeen Reggie Watts goed op weg om de wereld te veroveren. Maar meer dan uit zijn enorme haarbos alleen put deze nieuwste New Yorkse comedy-hype zijn kracht uiteen ongeziene mix van disciplines: stand-up comedy en improvisa-tiehumor in combinatie met beatbox, samples en een bijzonder zangtalent. Muzikant Brian Eno – zelf niet vies van enig experiment – is een notoir fan en ook bij het publiek van het ‘The game is up!’-festival in de Gentse Vooruit viel Watts duidelijk in de smaak.
Dat is niet verwonderlijk. Het cliché klopt: New Yorkers zijn geen Amerikanen. Dat geldt zeker voor hun humor. Scherper, politiek en maatschappijkritischer, edgy (al moet je de juiste comedyclubs vinden en buiten het grote commerciële circuit zoeken), doen de New Yorkse komieken Europeser aan dan hun fellows in andere contreien van de VS. Maar in het geval van Watts is het iets anders, iets uitzonderlijkers dat deze man bindt aan Europa en meer specifiek aan de Belgische bodem.
Watts betreedt het podium van Vooruit, sprekend in allerlei tongen, talen en accenten – geboren in Duitsland uit een Franse moeder en Afro-Amerikaanse vader spreekt Watts naast Engels immers ook vloeiend Frans en Duits. Uit zijn woordenbrij kunnen we weinig meer afleiden dan dat ‘manger des casse-croûtes’ (lichte maaltijden) goed is voor de gezondheid. Maar het levert meteen de gulle lach en het applaus op van de zaal. Zijn absurdisme is gesneden koek voor het Belgische publiek dat zich zowel op het vlak van comedy, kunsten als beleids-structuren in die stijl heeft bekwaamd.
Die Belgische situatie wordt door Watts meteen ook op de korrel genomen. Voor een New Yorker – gewoon aan dambordstraatpatronen – zijn kronkelend Gent alsook de vele overheden van The United States of Belgium een labyrint. Watts lanceert zijn kritiek weliswaar niet zo scherp als andere komieken (zoals de Australiër Steve Hughes) dat kunnen, maar dat is natuurlijk altijd het gevaar van het genre van improcomedy. Vaak is het flauw, maar heel af en toe licht uit de stream-of-consciousness aan gedachten en associaties een glimp op van genialiteit. Daarvoor doen artiesten als Watts wat ze doen, en daarvoor moetje het als publiek ook doen. In een interview stelde Watts dat hij improvisatiehumor brengt omdat hij te lui is om teksten uit het hoofd te leren, maar de grap is dat net vaste teksten een teken van luiheid zijn in de improvisatiebusiness. Echt flauw wordt improcomedy immers pas wanneer de artiest voor enkele vaste trucs gaat: dan wordt de show veiliger dan hij eigenlijk leuk is en op die routine betrappen we Watts toch enkele malen.
Improvisatiehumor is een kunde waarbij het er op aankomt nieuwe informatie zo ongedwongen mogelijk in te zetten binnen een raamwerk van vaste structuren en lijnen, zodat het pure improvisatie lijkt. Het Nederlandse gezelschap Op sterk water is er een kei in, en ook de bil (Belgische Improvisatie Liga) heeft met haar 22-jarige bestaan een reputatie hoog te houden. Niet toevallig startten veel stand-uppers en cabaretiers (Henk Rijckaert of Jonas Geirnaert en Lieven Scheire van Neveneffecten) hun podiumcarrière bij het een of ander improgezelschap. Nergens leer je immers beter het klappen van de comedyzweep wat betreft inspelen op de reacties van het publiek en andere ‘onvoorziene omstandigheden’ – zoals destijds de titel van het tv-programma luidde dat improcomedy in de kijker zette en gepresenteerd werd door Mare Uytterhoeven.
Ook Reggie Watts benut dankbaar de omstandigheden van het moment, door de arty fartyness van performance-festivals te hekelen (‘performance = de kunst van als het maar beweegt’). Het getuigt meteen ook van enige zelfrelativering, aangezien Watts zelf eveneens actief is in het New Yorkse perfor-mancemilieu: hij maakte multime-diaperformances met toneelschrijver Tommy Smith en voormalig Wooster Group-videokuns tenaar Jobby Emmons. Daarvoor verdiende hij in de alternatieve muziekscène van Seattle zijn sporen als zanger van de hiphopsoul-groep Maktub. Watts’ sterkte ligt dan ook, meer dan in zijn verbale humor, vooral in zijn muzikaliteit. Geef de man een loop pedal machine, enkele micro’s en een keyboard en met de live opnames die hij maakt van zijn eigen stem (en van het publiek) creëert hij ter plekke laag-over-laag composities waarop hij bizarre teksten improviseert.
Heerlijk die avond in Gent is zijn stocipocsnummcr à la R. Kelly waarbij hij zichzelf en de geluidsboxen streelt. Met zijn popballade getiteld ‘Appelsap’ zet hij alle clichés van het genre en het Amerikaanse sterrendom een halt én toont hij en passant ook nog cens zijn uitzonderlijk stembereik. Beginnend met een hoog Michael Jackson-stemmetje (‘If you want to be happy, j ust believe in who you aren’t’) daalt Watts af naar de dieptes waar alleen Barry White vertoeft om uit te monden in een reeks befgeluiden die zijn internethitje ‘What About Blowjobs’ nog even in herinnering brengen.
Wat Watts onderscheidt van veel komieken is het feit dat zijn parodieën op muziekgenres en artiesten geen slechte varianten van het origineel zijn. Wie wil kan ze louter zien als ‘lachen met’, maar wij zien bij het publiek in Vooruit ook iets anders. De onbedwingbare drang van mensen om mee te wiegen bij een ballade, bijvoorbeeld. Watts slaagt erin om aan te tonen waarom bepaalde genres werken, hoe dwaas de tekst ook moge zijn (‘The do-the-dishes-song’).
Ook zijn ervaring binnen de performancekunsten zet Watts sterk in.
Altijd het gevoel gehad dat een artiest exclusief voor jou speelt? Hij zweept het publiek op om mee te zingen, maakt er een opname van en voert vervolgens met die opname een privé-telefoongesprek waarbij hij het aanwezige publiek links laat liggen. Een clever staaltje groeps-demagogie dat omslaat in isolement.
Is Reggie Watts de scherpste comedian, de beste beatboxer of zanger? Nee, maar door zijn slimme mix en zijn lef om in deze tijden van vastgeroeste ideeën gedachten de vrije loop te laten, zorgt Watts vooreen unieke ervaring. Of zoals hij, een bekakte Weense perfor-mance-artiest nabootsend, die avond op het ‘The game is up!-festival zei: ‘This is an arts experience!’
Gezien op 24 maart 2011 in Vooruit in Gent.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.