De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
Shakespeare’s Globe © John Tramper
Is de reconstructie van Shakespeares Globe Theatre aan de oever van de Thames in Londen een plek voor museaal theater? Wie er al eens was, weet beter. Johan Thielemans legt uit waarom. Hij zag er de beide delen van Henry IV in een regie van Dominic Dromgoole, die sinds 2006 artistiek leider van The Globe is.
Toen de Amerikaanse regisseur Sam Wanamaker alles op alles zette om in Londen het theater na te bouwen waarin Shakespeare zelf had opgetreden, leek het initiatief een wat uit de hand gelopen vorm van theaterhistorische nostalgie. Archeologie zou wel eens kunnen haaks staan op levendig, relevant toneel. In 1997 stond het gebouw er, en Wanamaker was ondertussen reeds overleden. De vrees dat deze schouwburg alleen nostalgici zou bekoren, is volledig ongegrond gebleken. Het publiek kan aan den lijve ondervinden welk een bijzonder werkinstrument een elizabethaanse schouwburg is. Sommige kwaliteiten van een opvoering hangen samen met de theaterarchitectuur, wars van het stuk dat men opvoert. Er is het gevoel van compact samenzijn, met een spontaan contact tussen spelers en toeschouwers. Het feit dat je vlakbij het podium kan staan, zorgt ervoor dat de tekst en de handeling op een zeldzaam directe manier de omstaanders meeslepen. Het is een klein wonder op zich: je hebt de indruk dat je in een kleine schouwburg hebt plaatsgenomen, maar je deelt de toneelavond met ongeveer tweeduizend mensen.
Deze fysieke aspecten van het theater hebben een rechtstreekse invloed op het gedrag van de acteurs. Ze staan heel dicht bij het publiek, en buiten die nabijheid ook uit. Zo worden monologen makkelijk een uitwisseling van ideeën met het publiek. Dat effect ontstaat vanzelf want de toeschouwers reageren ook makkelijker, en op elke reactie reageert de acteur op een natuurlijke manier.
Om een voorstelling te laten uitstijgen boven een historische les, heeft men een interessante regisseur nodig. Die heeft de Globe op dit ogenblik zeker in huis met artistiek leider Dominic Dromgoole.
In zijn boek Will and Me: How Shakespeare Took Over My Life vertelt Dominic Dromgoole over de rol die Shakespeare in zijn leven heeft gespeeld. Het is een soort autobiografie die zich toespitst op de vele keren dat Shakespeare zijn pad heeft gekruist. Dat gebeurt al erg vroeg in zijn leven, zoals dat voor vele kinderen uit de Engelse middenklasse het geval is. Daarbij stamt Dromgoole uit een acteursfamilie. Stap voor stap beschrijft hij hoe zijn beeld van Shakespeare wijzigde. De centrale stelling is dat Shakespeare de Engelse maatschappij doordrongen heeft, ondermeer omdat hij de Engelse taal immens verrijkt heeft. Maar ook op familiaal vlak speelde Shakespeare een belangrijke rol. Zijn grootouders ontmoetten elkaar toen ze naar een voorstelling gingen kijken. Later speelden ze bij het amateurtoneel en werden lid van een Shakespeare Society. Zijn ouders waren dol op de bard uit Stratford. Dromgoole zegt dat Shakespeare op een grote belangstelling kon rekenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het Engeland dat zelf veel te lijden had onder bombardementen, was cultuur erg belangrijk. Ze was een van de redenen om tegen Hitler te vechten. Wie ‘cultuur’ zei dacht aan Shakespeare, of sterker nog: Engelse cultuur en Shakespeare waren synoniemen. Acteurs zoals Laurence Olivier of Ralph Richardson werden niet opgeroepen om te gaan vechten. Ze moesten optreden voor de troepen, en ze moesten Shakespeare spelen. Churchill zelf vond dat de beste manier om het patriottisme aan te wakkeren.
Na de oorlog bleef Shakespeare belangrijk als deel van de Engelse identiteit. Dromgooles vader werd regisseur, en dat zorgde ervoor dat Dominic thuis omringd werd door acteurs die op bezoek kwamen. Ze citeerden voortdurend Shakespeare, schrijft hij, en zo werd Shakespeare een centrale aanwezigheid tijdens zijn kindertijd.
Wanneer hij tien jaar oud is, gaat hij met zijn moeder naar Stratford. Ze wonen een opvoering van Romeo and Juliet bij. Dromgoole beleeft een ervaring die hem voor de rest van zijn leven zal tekenen. Hij kijkt naar het toneel maar begrijpt niet wat er gezegd wordt. Het Engels van Shakespeare ontgaat hem.
Natuurlijk zal Dromgoole erachter komen wat de woorden van Shakespeare betekenen. Hij gaat naar de universiteit, waar Shakespeare behoort tot het pakket Engelse literatuur. De academici beschouwen Shakespeare nog als een dichter en staan ver van de theaterpraktijk. Maar aan de universiteiten van Oxford en Cambridge gaan jonge mensen zelf aan de slag. Het is typisch voor Engeland: Peter Brook, Trevor Nunn en zoveel anderen hebben hun sporen verdiend bij het universitair studententoneel.
Als regisseur ensceneert Dromgoole eerst veel hedendaagse stukken, maar in 2006 neemt hij van Mark Rylance de leiding over van The Globe. Hij maakt er een reeks voorstellingen waarin hij zijn inzichten over Shakespeare in realiteit kan omzetten. Zijn basisattutude omschrijft hij als volgt: ‘Een hele tijd lang hebben we het geduld van de toeschouwer op de proef gesteld door onze wens om interessant te zijn. We zijn het centrale contract vergeten: een acteur vormt zich een beeld van wat zijn personage is, komt op het juiste ogenblik op, zegt duidelijk zijn tekst. Een magisch moment.’ Hij houdt niet van wat hij ‘neurotische regisseurs’ noemt die aan de tekst moeten sleutelen. In zijn eigen theaterpraktijk ziet men dat hij zich stevig vasthoudt aan dat eerste principe.
Dat belet niet dat hij toch een persoonlijke visie heeft. Ik denk dat die veel te maken heeft met de specifieke locatie, alsof het gebouw zelf zijn grootste bron van inspiratie vormt. Want daar staat het dan: een theater dat een reconstructie is. Aanvankelijk dacht men dat dit nooit zou werken. Vooral het idee om een deel van het publiek te laten rechtstaan (de ‘groundlings’) leek te gek voor woorden. Maar de critici hebben zich vergist: het theater loopt vol. Een noodzaak trouwens, want The Globe krijgt geen subsidies. Het wonderlijke is dat het bijwonen van een voorstelling weinig van doen heeft met ‘museumtheater’. In de zomer van 2010 zag ik er een marathonvoorstelling van de beide delen van Henry IV. Daar kon ik niet alleen zien wat zulk een elizabethaans theatergebouw betekent, maar ook wat Dromgooles streven is.
Er steekt een persoonlijke agenda achter zijn theatermaken. Hij wil Shakespeare op de eenvoudigste en meest directe manier bij het publiek brengen. Hij brengt daarmee een opvatting in praktijk die zegt dat Shakespeare een breed palet aan publiek bespeelde. Dat palet ging in de jaren 1600 van ongeletterde mensen tot universitairen en edellieden. Wat Dromgoole vooral interesseert is de aanwezigheid van de ‘gewone’ man. Hij gaat dan ook op zoek naar de volkse elementen in de teksten van Shakespeare. Voor hem bestaat er nog een verband met een theaterpraktijk uit de middeleeuwen. Zo laat hij de voorstelling aanvangen met een kort optreden voor de poorten van het theater. Daar worden op een komische manier delen van het verhaal gespeeld met elementen die men uit de rijke Engelse folklore kent, vermengd met elementen van de commedia dell’arte. Na dit volkse spektakel, dat in zijn eenvoud haaks staat op Shakespeare, gaan spelers en publiek de theaterruimte binnen en kan het stuk beginnen.

Henry IV part 1 © John Haynes
Dat volks en Shakespeare elkaar niet hoeven uit te sluiten, blijkt natuurlijk uit Henry IV. Hier zijn wel degelijk twee werelden aanwezig: er is het hof waar koning Hendrik IV politieke discussies voert en hij een opstand van de edelen moet afslaan. Daarnaast is er prins Hal, zijn zoon, die in een herberg rondhangt met een aantal dubieuze vrienden. Het moet gezegd dat de formele scenes in het paleis bij Dromgoole wat stroefjes en traditioneel zijn. Maar telkens de voorstelling overschakelt naar de herberg, kan het spelplezier niet op.
Het is dan ook in deze parallelle wereld dat de regisseur triomfeert. Voor Engeland is Falstaff een mythische figuur. Shakespeare creëerde een personage dat ijdel, opschepperig en laf is. Toch vinden de Engelsen dat hij een essentiële Britse kwaliteit heeft. Ze kunnen zich vinden in dit personage dat sluw en subversief is. Falstaff is een tovenaar met woorden en kan zich uit elke situatie praten. Hij kan liegen met een grote virtuositeit. Al is hij een beetje een schurk, toch schuilt er geen echte slechtheid in hem. Alles wat hij doet, is een strategie om te overleven. Voor de prins betekent hij het tegenovergestelde van het hof. Bij Falstaff leert de prins het leven kennen. Hij aanvaardt hem als een tweede vader, een rol die Falstaff maar al te graag speelt. In het eerste deel van Henry IV draait het om poetsen bakken. In deel twee verandert de sfeer, want Falstaff wordt oud en verliest vele vrienden. Tenslotte eist de politiek de prins op: zijn vader sterft en hij moet de troon bestijgen. Het leidt tot een pijnlijke climax. Falstaff, zo laat Shakespeare zien, heeft zich de hele tijd vergist. Hij denkt nu dat hij een belangrijke rol aan het hof van zijn vriend zal spelen, maar prins Hal, nu Hendrik de Vijfde, weet precies waar het op staat. Als koning heeft hij begrepen dat hij niets van doen heeft met de ‘liederlijke’ vrienden van zijn jeugd. Wanneer Falstaff op hem toestapt, is zijn reactie: ‘ik ken u niet.’ Falstaff moet ontgoocheld afdruipen. De speeltijd is voorbij.
De rol van Falstaff heeft voor Engeland iconische waarde en geeft zoveel speelkansen dat elke acteur hem graag aanpakt. Bij deze opvoering koos Dromgoole voor Roger Allam. Hij is grappig, subtiel en grof tegelijkertijd. Zijn kostuum is een samenraapsel, zodat hij er veeleer uitziet als een soort Don Quichot dan als een edele krijger. Allam wint zonder veel moeite de gunst van het publiek. Hij is immers de man die voortdurend verliest, al denkt hij dat hij iedereen te slim af is. Deze vergissing is voor het publiek bijzonder komisch en een bron van theaterplezier.
Hier toont de ruimte van het elizabethaans theater zijn kwaliteiten. De acteur staat op een podium te midden van het publiek. Het contact ontstaat spontaan door de nabijheid. Zonder enige moeite kan de acteur de toeschouwer niet alleen deelgenoot maar ook medeplichtige maken. Na het eerste deel heeft Allam ieders sympathie gewonnen. Wanneer hij in deel twee op de planken verschijnt, barst er een spontaan applaus los. Het publiek is blij hem weer te zien, want hij is ieders vriend geworden. Dat is natuurlijk een goed uitgangspunt om op het einde van het stuk de afwijzing door de prins des te schrijnender te maken. Het bewijst ook dat Roger Allam een van de grote Falstaffs van dit ogenblik is – in Britse termen grote lof, want Allam mag de rij van vele beroemde voorgangers vervoegen.
De architectuur van deze speelplek creëert een grote intimiteit tussen speler en toeschouwer – al staat en zit men met tweeduizend naar de voorstelling te kijken. Dit heeft tot gevolg dat er een warme band ontstaat tussen podium en zaal. Die band krijgt helemaal zijn beslag tijdens de laatste momenten van de voorstelling. Het gaat in wezen om een historisch citaat: we weten dat bij Shakespeare alles (zowel komedie als tragedie) werd afgesloten met zang en dans. Deze gewoonte wordt hier alle eer aangedaan: de hele cast zingt en danst en groet. Het doet een storm aan applaus losbarsten. Het is een reactie die je in een ander theatergebouw nooit meemaakt. Het publiek gaat uit de bol, en dit na een voorstelling die als enige ambitie heeft het stuk van Shakespeare zo duidelijk en vitaal mogelijk op de planken te brengen. Het toont zo overduidelijk aan welke invloed architectuur – de ruimte waarin gespeeld wordt – kan hebben op het uiteindelijke effect van een voorstelling.
Nadat ik deze Henry IV gezien had, ging ik naar het National Theatre. Daar werd Dantons Dood van Büchner gespeeld. Je zou kunnen zeggen dat de vergelijking niet opgaat, want het is een heel ander stuk, maar toch viel me op hoe weerbarstig de grote zaal is, hoe ver de acteurs staan – en dit in de Olivier-zaal waar evenveel toeschouwers zitten als in The Globe. Wat een mooi instrument hebben de elizabethaanse theaterondernemers ontworpen,besef je dan.
De aparte sfeer in The Globe kan je nu ook opsnuiven dankzij de dvd van Romeo and Juliet, de productie die Dromgoole in 2009 regisseerde. De twee hoofdrollen worden gespeeld door erg jonge acteurs. Voor Romeo koos Dromgoole Adetomiwa Edun, een Brit met een West-Afrikaanse achtergrond. (Hij is geboren in Nigeria en spreekt Frans en Yoruba, vermeldt zijn profiel.) Hij is zeer dynamisch en wat springerig, alsof hij bang is dat hij de brede scene niet onder controle zal krijgen. Naast hem staat Ellie Kendrick, die hier op haar achttiende Juliet speelt. Ze heeft een innemende frisheid, is een en al charme en weet in het tweede deel sterk te ontroeren met eenvoudige middelen: de manier waarop ze kijkt en de tekst laat klinken, vol gevoel en zonder pathos, getuigt van grote klasse. Ook hier kan men zien dat Dromgoole het centrale tragische gegeven omringt met kleine rollen waarbij hij geen enkele gelegenheid laat voorbijgaan om een komisch moment in te bouwen. Je kan zeggen dat Dromgoole erop gebrand is om een hand naar het publiek uit te steken. Dankzij de dvd-opname krijgt de kijker een zeer goed idee van de algehele sfeer waarbij de reacties van het publiek, vooral van zij die groundlings’ zijn, een belangrijke rol spelen. Ook hier wordt de voorstelling afgesloten met een dansje, en worden de spelers beloond met golven uitbundig applaus. Zo geeft deze opname uitstekend de aparte ervaring in The Globe weer.
Afsluitend moet ik nog iets persoonlijks kwijt. Toen ik Henry IV zag, was het weer boven Londen bijzonder wisselvallig. Meer dan eens werden we op een wolkbreuk getrakteerd. Vanop het tweede balkon keek ik door een waar watergordijn op de acteurs neer. En wat deden zij? Ze speelden gewoon verder, ook al had de regie hen op een onbeschermd voorplan geplaatst waar de regen onbarmhartig neerstortte. Dat ook, zo besefte ik, was een les over een toneelopvoering bij Shakespeare. In een land waar regen zo vaak op het programma staat heeft dit elizabethaanse theater met zijn open dak natuurlijk iets onwaarschijnlijks. Maar hier kon ik zien dat dit het acteer-plezier niet in de weg stond. Integendeel, de heftige regen en de niet verpinkende spelers verleenden iets heroïsch aan de hele voorstelling. De regen zorgde voor een uniek moment dat, zo hoop ik althans, zich in diezelfde zomer niet te veel heeft herhaald. ©
Dominic Dromgoole, Will and Me: How Shakespeare Took Over My Life, Penguin, 2007
William Shakespeare, Romeo and Juliet (dvd), registratie van een opvoering in The Globe in augustus 2009 door Opus Arte, filmregie Kris Russman
www.shakespeares-globe.org
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.