Peter Van den Begin en Stany Crets in True West © Layla Cuypers

Leestijd 7 — 10 minuten

True West – Elisabeth NV (Stanny Crets en Peter Van Den Begin)

Twee broers, een keuken, een hoop servies, een afwezige moeder en een haast onzichtbaar nevenpersonage: meer had de Amerikaanse auteur Sam Shepard niet van doen voor zijn stuk True West (1980). In opdracht van het Fakkeltheater maakten Stany Crets en Peter Van den Begin, de glimmer twins van de Vlaamse showbizz, een scherpe, geestige en intelligente voorstelling op basis van deze tekst.

Beide heren – en dan vooral een briljant acterende Van den Begin – laten via de vet aangezette dialogen van Shepard zien dat ze vintage theater vakmensen zijn. Tegelijk slagen ze er in om de zinderende diepte achter de tekst erg aanschouwelijk te maken. En dat is niet niks.

‘Dus: ons ma is naar Alaska?’ Met die ietwat banale, vreemde vraag begint het stuk. Crets en Van den Begin zitten al die tijd al op scène. De eerste zit achter de keukentafel van zijn moeder en slaat verveeld op een tikmachine, de tweede hangt, zit en geeuwt aan het keukenaanrecht, terwijl het publiek druppelsgewijs binnensijpelt. Crets is Lee, een keurige zoon en echtgenoot die let op het huis van zijn moeder (Greta Van Langendonck), terwijl zij haar gevierde leeftijd gaat vergeten op een cruiseschip. Hij maakt van de rust en de eenzaamheid gebruik om aan een scenario te werken. Op het eerste gezicht heeft Lee alles netjes voor elkaar: een veelbelovende carrière moet en zal zijn deel worden. Tot zijn broer Austin komt binnengewaaid, een ietwat verfomfaaide bajesklant die de eindjes aan elkaar probeert te knopen door allerhande huisraad te stelen. Austin maakt dan ook zijn entree met een televisie onder de arm. Een groot deel van zijn leven spendeerde hij in de woestijn. Die fantasmatische plek zal voortdurend in het stuk opduiken, eerst als symbool van Austins onaangepastheid, daarna als een utopische plek waarheen ook Lee wil vluchten. De verhouding tussen de twee broers wordt door Shepard omgekeerd met de komst van Saul, een wufte Hollywoodproducer (overigens in een erg eenzijdige en krampachtige interpretatie van Eddy Van den Abbeele) die in elk vaag idee een ‘project’ ziet. De handige Austin slaagt erin Saul tijdens een partijtje golf (‘en daarna kunnen we onder de douche en met natte handdoeken op elkaars edele delen slaan’) te overtuigen van zijn krakkemikkige ‘uit het leven gegrepen’ scenario. Meer nog: Saul is bereid het project van Lee te laten vallen en geeft die laatste de opdracht om zijn broer te helpen bij de ontwikkeling van zijn scenario. Lee weet niet wat hij hoort en ziet zijn professionele droom aan gruzelementen vallen. De discussie tussen de twee broers ontaardt in een wilde dronkemansnacht: Crets trekt op dievenronde en komt plots de scène op met een twintigtal broodroosters (ja, broer, ook ik ben streetwise!); liters bier moeten er aan geloven en metalen golfsticks zwaaien vervaarlijk in het rond. En zoals elke alcoholisch bacchanaal die naam waardig brengt de ochtendstond liefde, verdriet en melancholie, ook al staat de een op het punt de ander met het snoer van een broodrooster te wurgen.

Shepard schreef met True West een prachtig en simpel verhaal over twee broers die elkaar liefhebben maar niet weten hoe ze die liefde moeten verwoorden. En dus kunnen ze alleen maar op elkaar slaan of elkaar voor de voeten fietsen. De narratieve truc die Shepard in dat verband gebruikt is simple comme bonjour: halfweg het stuk draait hij de boel om en wordt de controlefreak (Lee) de losbol terwijl de praatjesmaker (Austin) om hulp smeekt. Crets en Van den Begin nemen dat simpele uitgangspunt als trampoline voor een consequente spelersvoorstelling waarin de alchemie tussen de twee broers – aantrekken, afstoten en elkaar vervolgens huilend en briesend in de armen vallen – hen dicht op de huid gaat zitten, als speler en als mens. En precies die dubbelheid, waarbij personage en persoon zo kernachtig tegen elkaar aan schurken, vormt de prachtige essentie van deze voorstelling. True West door Crets en Van den Begin is misschien in de eerste plaats een voorstelling over, voor en door spelers. En dat betekent veel meer dan de kolder waarop deze voorstelling op het eerste gezicht lijkt te drijven. True West is een erg slimme commentaar op het spelersambacht, op het spelen in het hier en nu, op het belang van impact. ‘Spelen’, zo vertelde Peter Gorissen in een van de monologen uit Kermis in de hel, ‘is doen alsof je iets voor de eerste keer doet’. En precies die ongedwongenheid, dat instant-karakter zoeken Crets en Van den Begin op met hun versie van True West. Vanuit een consequent uitgewerkte spelersdramaturgie laten ze zien dat spelen altijd concreet is, live, hier en nu, dat techniciteit en metier enkel relevant zijn als ze ook daadwerkelijk tot leven komen, daar en dan op de scène. Virtuositeit, zo laten ze zien, is maar een saaie bedoening, als je er niet in slaagt om ‘iets’ te laten ontstaan, ‘iets’ dat een acteur live kan delen met een publiek. Controle en instante impact zijn tweelingbroers, de een kan niet zonder de ander. True West is een mooie illustratie van Diderots paradox: wie de suggestie wil wekken dat een situatie zich in het moment zelf ontvouwt, moet de boel onder controle hebben, ook al lijkt alles te ontsporen. Vooral Peter Van den Begins prestatie is een virtuoze, uitzonderlijke illustratie van die schijnbare tegenstelling: alles in zijn spelen lijkt instant. Deze versie van True West speelt ook erg expliciet met die gespletenheid en zet de kijker meerdere malen bewust op het verkeerde been: is de dronkenschap gespeeld of echt, is de ontspoorde slappe lach een afgesproken code of ontstaat die ter plekke? (Ik zag de voorstelling twee keer en stelde vast hoe datzelfde mechanisme twee maal opdook.)

Maar misschien nog meer dan over spelen gaat True West over het culturele fantasma dat Amerika heet. Misschien is het echte hoofdpersonage in dit stuk wel de Mojave Desert waar Austin vandaan komt en waar hij vermoedelijk altijd opnieuw zal terecht komen: een weidse, onherbergzame ruimte waar de mens veilig en tegelijkertijd nietig is, waar het wolkendek ’s avonds bloedmooi en tegelijkertijd angstaanjagend en onheilspellend is. In de woestijn ben je alleen en op jezelf aangewezen. Daar openbaart zich het echte leven, in die mythische vlakte die tegelijkertijd idylle en vagevuur is, enkel daar bestaat echte puurheid. En dat verlangen naar puurheid zindert voortdurend tussen de regels van True West. Ook al is de levenswandel van Austin allesbehalve fraai, toch lijkt hij, in tegenstelling tot zijn broer Lee, minder gevangen te zitten in het sociale karkas van zijn leven. ‘Niks is hier echt, en ik al helemaal niet’, zucht het personage van Crets ergens in het stuk. De confrontatie met zijn broer brengt Lee tot het inzicht dat hij zijn authenticiteit ergens op de weg van het leven is kwijtgeraakt. En dus wil ook hij naar de woestijn, al durft hij dat pas onder ogen zien na de wilde roetsjbaan van hun gezamenlijke dronkemansnacht. In de interpretatie van Crets en Van den Begin is de woestijn voortdurend aanwezig. Zonder er ook maar één seconde moeite voor te doen, slagen ze er in om de haast kosmische dimensie van het stuk, waarin beide broers slechts een symptoom zijn van een bredere Amerikaanse identiteitscrisis, voelbaar te maken in tekst en spel. Precies daarom is deze True West veel meer dan de realistische, tragikomische kolder die slechts aan de oppervlakte de essentie van de tekst vormt. Op een ongedwongen, haast kinderlijke manier slagen beide acteurs er in de ware grond van het stuk bloot te leggen. Dat is een grote verdienste. True West van Crets en Van den Begin is een grappige en ontroerende gebeurtenis die de grote existentiële vragen niet uit de weg gaat. Beide heren hebben daarvoor geen ingewikkelde dramaturgie nodig. Misschien slagen ze er net om die reden in zich dicht tegen de originele tekst aan te schurken en het theater terug tot zijn essentie te brengen. En dat zonder ook maar een seconde oubollig te zijn.

True West door Elisabeth NV (Stany Crets en Peter Van den Begin). Spel: Stany Crets als Austin, Peter Van den Begin als Lee, Eddy Van den Abbeele als Saul en Greta Van Langendonck als moeder. Licht: David Liekens. Styling: Joëlle Meerbergen. Decor: Kurt Loyens. Productiemedewerking: Layla Cuypers.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#123

01.12.2010

—

28.02.2011

Karel Vanhaesebrouck

Karel Vanhaesebrouck doceert theater- en cultuurstudies aan de ULB en het RITCS in Brussel. Hij is tevens gastdocent aan het ESACT in Luik. Hij is actief als essayist en dramaturg.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!