Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Stef Stessel
Theatercollectief De Roovers brengt in zijn nieuwste productie een actuele versie van Iphigenia in Aulis van Grieks tragediedichter Euripides. In de bewerking van Portugees schrijver en theatermaker Tiago Rodrigues weigert de koningsdochter zich te onderwerpen aan goddelijke willekeur of beslissingen van mannen die zo graag oorlog willen voeren. De voorstelling toont een intrigerende inkijk als je ze gaat lezen als een heuse familieopstelling – de ongemakkelijke relationele dynamieken lichten op. Alleen komt voor mij de figuur van Klytamnestra er veel sterker uit dan die van Iphigenia. Komt dat door mijn persoonlijke feministische visie?
Op het hoge podium staat een vol decor van spots, TL-lampen en onzorgvuldig opgehangen doeken, met ergens verstopt tegen de achterwand een grote windmachine. Bij aanvang liggen de spots omgekeerd op de grond; hun lange driepikkels steken naar boven. Chaos. Linksachter staan de negen acteurs klaar in gewone kledij. Niks koninklijks of feestelijk, behalve Iphigenia die een zacht lichtblauw jurkje aanheeft. De ster van de avond. Bij de start zetten de spelers de spots weer recht op hun hoge poten, schuiven de gordijnen opzij, en laten even de windturbine draaien. Die wind hebben de krijgslui nodig om naar Troje te zeilen en daar de oorlog te beginnen. Maar de machine valt weer stil, en toont zo het simpele motief van de tragedie.
“Het daagt me dat de verschillende scènes en houdingen van de acteurs alles weghebben van familieopstellingen.”
De Griekse mythes kennen we, met hun koningen en koninginnen, nazaten en aanverwanten die vreemdgaan, oorlog voeren, moorden en bedriegen. “En jullie weten dat de tragedie altijd slecht afloopt,” verkondigt Sara De Bosschere – als een van de twee koorleden. Ze somt op wat het publiek zich zelf nog moet voor de geest halen: de haven van Aulis met de Griekse eilanden in de verte, de aangemeerde schepen in de haven, de windstilte, een leger dat al weken wacht.
Dan begint het stuk echt. Koning Agamemnon (vertolkt door Michael Vergauwen) moet zijn dochter Iphigenia (Lilith Pas) offeren om de goden te paaien zodat ze de wind laten opsteken en de Griekse vloot eindelijk kan uitvaren. Met een officiële brief naar zijn vrouw Klytamnestra (Eliza Stuyck) wil Agamemnon hun dochter naar de havenstad lokken. Hij jokt dat krijgsheer Achilles (Mil Seynaeve) met Iphigenia zal huwen in Aulis. In werkelijkheid wacht haar de dood. Maar de koning bedenkt zich, en stuurt de bode (Sofie Sente) op pad met een tweede, geheime brief om de reis af te blazen. Zijn broer Menelaos (Luc Nuyens) onderschept de nieuwe boodschap; hij wil helemaal niks afzeggen – die oorlog in Troye moet immers zijn vrouw Helena terugbrengen.
Twee babbelgrage vrouwen (het tweede koorlid is Amélie Luykx) vervangen het traditionele Griekse vrouwenkoor, en dat werkt perfect. Ze doen het verhaal uit de doeken en geven commentaar. Dat ze woest zijn, herhalen ze de hele tijd. Woest voor wat er gebeurt, omwille het beraamde plan. Tussen hun uiteenzettingen door spelen de verschillende protagonisten hun rol. Ze vatten dialogen aan, gaan met elkaar in de clinch. Maar terwijl ze dat doen blijven ze de zaal inkijken. Iedereen spreekt frontaal behalve Sara De Bosschere die zich diagonaal opstelt, of hurkt. Wie niet spreekt of speelt stapt ook weer uit zijn rol, en staat gewoon stil, vooraan of achteraan op het podium. Het hele stuk krijgt daardoor iets zeer statisch. Metatheater. Ook worden stukken van het relaas, dialogen en ruzies telkens weer ingeluid met de woorden: “Ik herinner me dat…” Wel honderd keer. En regelmatig onderbreekt een acteur de andere acteur: “Nee, ìk herinner me dat het zo was…” Met die ontdubbeling bouwt elke speler nog een extra emotionele afstand in tegenover wat hij of zij vertelt. Het voelt ongemakkelijk afstandelijk.
“Ieder, kortom, wordt psychologisch ontmaskerd. Wankele individuen zijn het met herkenbare, kleinmenselijke trekken.”
Tot het me daagt dat de verschillende scènes en houdingen van de acteurs alles weghebben van familieopstellingen. In therapeutische sessies worden daarbij gezinsleden – of individuen – behoedzaam teruggevoerd naar psychisch lastige episodes uit hun verleden. Bedoeling is om pijnlijke herinneringen op te halen en de traumatische ervaring te verwerken.
Opeens zie ik in Agamemnon een aarzelende man die iedereen wil tevreden houden, terwijl zijn broer Menelaos als etterbak van de familie alleen aan zichzelf denkt. Onder hun liefde voor elkaar koesteren ze diepe afgunst en haat. Ook Odysseus, de demagoog die de list verzon en het leger manipuleert om het offer alsnog te laten doorgaan als het hele koninghuis ervan af ziet, gaat even emotioneel onderuit. Je ziet het als toeschouwer gebeuren, maar je merkt ook hoe hij zich herpakt en blijft bij zijn officieel discours. Iedereen staat erbij, kijkt ernaar, en geeft geen kick. De oude bode die zich de brief liet ontfutselen wast zijn handen in onschuld, de kwekende vrouwen van het koor zeggen wel dat ze zeer kwaad zijn, maar ondernemen niks om het drama te stoppen. Ieder, kortom, wordt psychologisch ontmaskerd. Wankele individuen zijn het met herkenbare, kleinmenselijke trekken.
“Mil Seynaeve speelt Achilles met zoveel panache dat je voor hem wel meteen sympathie opvat. Als personage, maar ook als acteur. Wat een schalksheid.”
Als Klytamnestra en Iphiginia in Aulis aankomen spreken ook zij in “Ik herinner me”. Ook zij geven daarmee hun versie van het verhaal. Het hele stuk schippert tussen herinnering en interpretatie van de feiten. Zelfs de ontmoeting met de toekomstige bruidegom gebeurt in indirecte bewoordingen. Achilles valt meteen voor de schone prinses, maar weet niks van het complot. Elke acteur geeft zijn eigen duiding van de feiten, en die komen niet persé overeen. Het stuk speelt zo met de verschillende mogelijke versies.
Mil Seynaeve speelt Achilles met zoveel panache dat je voor hem wel meteen sympathie opvat. Als personage, maar ook als acteur. Wat een schalksheid. Hij heeft in het stuk ook niks gluiperigs of nors. Ook Eliza Stuyck als Klytamnestra is straf in de felheid waarmee ze argumenteert dat Agamemnon ook kan anders beslissen. Hij kan toch weigeren zijn rol als koning te vervullen, en als vader zijn dochter sparen? “Wat als je alles zou opgeven? Ik ben bereid om alles op te geven!”
“Hier komt voor mij de zin van Tiago Rodrigues’ bewerking aan het licht. Hij neemt de klassieke versie(s) van het verhaal op de korrel door alsmaar vragen te stellen: wat weten we eigenlijk nog zeker? Had het ook anders gekund? Wie is verantwoordelijk?”
Hier komt voor mij de zin van Tiago Rodrigues’ bewerking aan het licht. Hij neemt de klassieke versie(s) van het verhaal op de korrel door alsmaar vragen te stellen: wat weten we eigenlijk nog zeker? Had het ook anders gekund? Wie is verantwoordelijk? Als Klytamnestra ingaat tegen de zeden van de Griekse samenleving en hun koningshuis, spreekt er een verzet uit dat verdomd hedendaags klinkt: waarom ageren ze volgens de voorgeschreven – patriarchale – wetten en gebruiken? Ze kunnen weigeren!
Eliza Stuyck neemt die verdediging vol overtuiging op zich. Maar misschien is het ook mijn persoonlijke feministische visie die me voor haar wint. “Mooi boos” zijn staat gekrijt op het schoolbord in mijn keuken. Rebecca Solnit is mijn boegbeeld, de schrijfster van het essay Men explain things to me. Over hoe mannen (ons) vrouwen met enige dedain altijd weer willen uitleggen wat we al lang zelf weten. Solnit komt op voor wie geen stem heeft. Ze leert je hoe je mag/moet/kan in vraag stellen wat fout zit.
“In de slotscène van Rodrigues versie beslist Iphigenia echter zelf dat ze wil geofferd worden. Haar beslissing leunt voor mij aan bij de tradwifes (om maar één voorbeeld te geven): die kiezen ook zelf voor huishouden en onderdanigheid. Wat voor een zinloze zelfopoffering is dat?”
Daarbij vergeleken valt de inbreng van Iphigenia slapjes uit. Haar prinsessenjurkje geeft haar iets al te lieftaligs. Waarom geen stoere Goth meid: weerbarstig en new generation? In de slotscène van Rodrigues versie beslist Iphigenia echter zelf dat ze wil geofferd worden. Ze betoogt dat niet elk leven maakbaar is, en als haar tragisch lot niet kan vermeden worden, wil ze er zélf voor kiezen. Een zelfgekozen dood! Is dat een sterke figuur? Ik volg Tia Rodrigues niet. Iphigenia’s beslissing leunt voor mij aan bij de tradwifes (om maar één voorbeeld te geven): die kiezen ook zelf voor huishouden en onderdanigheid. Wat voor een zinloze zelfopoffering is dat?
Na het offer (voor de tere zieltjes: Iphigenia wordt alsnog vervangen door een hinde) staan de acht overgebleven spelers verdwaasd naast elkaar op het podium. Je leest de ontsteltenis op hun gezicht. Hoe het zover is kunnen komen…? Het resoneert met de familiedrama’s die deze dagen in de pers verschenen. Maar evengoed herken je hun laffe distantiëring in de politiek manoeuvres op dit ogenblik in de wereld. Corrupte leiders waar amper verzet tegen komt. Nee, geef mij maar Klytamnestra.
De speellijst van deze voorstelling vind je hier.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.