Traum – Roeshoofd
Het zwijgen lijkt doorbroken, maar toch niet helemaal
Klaas Tindemans
Three Times Left is Right, Studio Julian Hetzel © Nurith Wagner
Terwijl extreemrechts aan een angstaanjagende opmars bezig is, zet de halve Vlaamse theaterwereld fascisten op het toneel, zo lijkt het wel. Wat er te zien is, loopt uiteen: van onberispelijke nazi’s en franquisten met glimmende laarzen tot apocalyptische clowns of zelfs een rechtse tante die (letterlijk) gehakt maakt van links. Jens Dewulf analyseert de verschillende strategieën, artistieke keuzes en blinde vlekken van al dat Blut und Boden op de vaderlandse bühne.
“What is fascism?” In zijn voorstelling KIDNAPPED: A Training Ground for the Brutality that is Coming duwt Rodrigo Batista zijn publiek een microfoon onder de neus om die vraag te beantwoorden. Met verstomming geslagen moeten we hem het antwoord schuldig blijven.
“Dit is fascisme”, lees ik achteraf. Zo onomwonden staat het er. Het is de titel van een recent essay van Rosan Smits, adjunct-hoofdredacteur van De Correspondent. In onder meer Donald Trump ziet ze de (on)weerstaanbare opkomst van een rasechte fascist, en toch is dat f-woord volgens haar nog taboe. Bovendien heeft het hedendaagse fascisme er volgens Smits alle baat bij om niet zo benoemd te worden. Als we onze vrijheid en democratie willen beschermen, moeten we volgens haar een kat een kat durven te noemen.
Sinds zijn opmars is het fascisme altijd een thema op de planken geweest, maar de laatste tijd zijn er opvallend veel theatermakers in Vlaanderen die in hun werk zingen als kanaries in de koolmijn. Hoe ziet dat fascisme op het toneel eruit en welke veronderstellingen schuilen erachter?
Ik begin bij Olympique Dramatique, dat onder leiding van regisseur Tom Dewispelaere koos voor een heropvoering van Thomas Bernhards Voor het pensioen. We bevinden ons enkele decennia na de Tweede Wereldoorlog in het salon van de familie Höller. Achter gesloten deuren viert voormalig kampcommandant Rudolf (Pierre Bokma) met zijn zussen Vera (Katelijne Damen) en Clara (Tiny Bertels) de verjaardag van SS-kopstuk Heinrich Himmler. Na de oorlog leefde Rudolf tien jaar lang ondergedoken, tot de goegemeente zijn misdaden vergeten was. Zo kon het dat hij—o, ironie—voorzitter werd van een rechtbank en tot op vandaag, vlak voor zijn pensioen, oordeelt over goed en kwaad.
Zonder enig schuldbesef hijst deze valse moraalridder zich binnenskamers in zijn oude SS-uniform, vervuld van hoop op een fascistische wederopstanding. Hoe beschonkener deze verstokte nazi wordt, hoe meer Bernhard hem antisemitische en antidemocratische opmerkingen laat spuwen, daarin ondersteund en nagepraat door zuster-lief Vera (incest is nooit veraf in de antifascistische fascismefictie). Alleen Clara biedt als linkse lettervreter enig weerwerk, maar ze is niet opgewassen tegen hun grootheidswaan en slachtoffercomplex.
Bernhard schreef Voor het pensioen in 1979 als niet mis te verstane waarschuwing: het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende niet het einde van het fascistische kwaad. In de schaduw sluimerde het nog steeds, klaar om op een dag weer tot volle wasdom te komen. Dat was ongetwijfeld een provocatief statement aan het einde van de jaren 1970, maar wat wil Olympique Dramatique ons met deze heropvoering vandaag vertellen? “De concrete aanleiding”, zo staat het in de programmatekst, “is de verontrustende normalisering van een woordenschat en een gedachtegoed dat de directe erfgenaam is van het rechts-extremisme van de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw.”

KIDNAPPED: A Training Ground for the Brutality that is Coming, Rodrigo Batista & Mariana Senne © Victoriano Moreno
Precies: normalisering. Van sluimeren is dus niet langer sprake. De ramen en deuren van het salon van de Höllers staan vandaag wagenwijd open. Een tekstgetrouwe heropvoering van Voor het pensioen in een uitbeeldende regie (in plaats van bijvoorbeeld een becommentariërende) smaakt dan als mosterd na de maaltijd—hoe vakkundig de tekstbehandeling van dit acteurstrio ook is. Bernhards alarmsignaal is in ons huidige tijdsgewricht bijna een wensdroom geworden, een verlangen naar een tijd waarin ’s werelds machtigste ondernemers niet zomaar en plein public een nazigroet konden brengen en genocides nog niet gelivestreamd werden. Als ik überhaupt al moest lachen met deze ‘komedie van de Duitse ziel’, zoals Bernhard zijn stuk destijds noemde, lachte ik groen.
“Het hedendaags fascisme moet niet vergeleken worden met waar het twintigste-eeuwse fascisme op is uitgelopen, maar met hoe het begon.” Dat stelt filosoof Rob Riemen voor in zijn traktaat De eeuwige terugkeer van het fascisme, en dat is precies wat Stijn Devillé en Het nieuwstedelijk zo inzichtelijk doen in Orde van de dag. Aan de hand van een minimale tekstbewerking van de gelijknamige roman van Eric Vuillard vragen zij zich af hoe het zover is kunnen komen met het nazisme in de jaren 1930. Ze brengen daarom twee ruggengraatloze groepen voor het voetlicht: de Duitse industriëlen die op 20 februari 1933 financiële steun toezegden aan de nazi’s, en de internationale politici die Hitler en de zijnen vervolgens te weinig weerwerk boden. Met vleierij, intimidatie en bluf kregen de nazi’s deze slappe poppen aan het dansen, zo leert Orde van de dag ons.
In ware nieuwstedelijk-stijl is het moralisme wederom onversneden, maar de verwijzingen naar het hedendaagse fascisme blijven opvallend genoeg beperkt. Het gaat er, bijna terloops, alleen om dat de economische grootmachten die Hitler en co. zo gewillig steunden vandaag nog steeds aan de top staan. Denk aan bedrijven als BMW, Opel, Siemens of Bayer. “Ons dagelijks leven behoort hen toe”, klinkt het cynisch.
Verder beroept het gezelschap zich op de kritische geest van zijn publiek om zelf de verbanden met hedendaagse fascistoïde tendensen te zien. Zo twijfelen Vuillard, en daarmee ook Het nieuwstedelijk, aan de al te vaak geclaimde onwetendheid in de jaren 1930: had men het toen echt niet gewußt? Zowel de bedrijfsleiders als de buitenlandse politici wisten al te goed wat de intenties van de nazi’s waren. Alleen gaven ze aan andere belangen de overmacht. Je hoeft geen groot politiek analist te zijn om die bereidwillig-geveinsde onwetendheid vandaag te herkennen. In vergelijking met Voor het pensioen slaagt Orde van de dag er dus beter in om het historische fascisme te koppelen aan de orde van vandaag, al heeft de voorstelling toch vooral iets weg van een al te keurige geschiedenisles.
“Bernhards alarmsignaal is in ons huidige tijdsgewricht bijna een wensdroom geworden, een verlangen naar een tijd waarin ’s werelds machtigste ondernemers niet zomaar en plein public een nazigroet konden brengen.”
Dat een lesje in de leer van het fascisme ook opruiend kan zijn, bewijzen Rodrigo Batista en Mariana Senne in KIDNAPPED: A Training Ground for the Brutality that is Coming. Hun uitgangspunt: de wereld gaat naar de knoppen en daar kun je je maar beter goed op voorbereiden. In creepy, uitgesmeerde make-up spelen Batista en Senne de clowns Terror en Compassion—oftewel phobos en eleos, de twee basisemoties die volgens theatervader Aristoteles louterend kunnen werken. Ze zijn het soort zotten die al lachend de waarheid spreken, en ze richten zich tot ons als waren we een klasje lagereschoolkinderen. Met de hulp van geesten uit het verleden gidsen ze ons langs vijf brutaliteiten waaraan we ons in de nabije toekomst mogen verwachten. Naast onder meer klimaatverandering, digitalisering en het ontspoorde vrijemarktdenken staat ook het fascisme op hun showprogramma.
“What is fascism?”, vraagt Batista dus aan zijn publiek. Hij zoekt het antwoord bij de Italiaanse filmmaker Pier Paolo Pasolini. De conclusie is kraakhelder: de fascistische regering was niets meer dan een bende criminelen die de macht greep. En als dat zo is, vult Terror aan, dan is het fascisme ook eindig: fascisten kunnen worden gedood, er eigenhandig een einde aan maken of vergeven worden.
Maar zou het werkelijk zo eenvoudig zijn? Batista herformuleert zijn vraag: wat is het fascisme geworden? Wat is het vandaag? Terug naar Pasolini, die claimt dat het ware fascisme in de democratische samenleving de macht van het consumentisme is, dat er in tegenstelling tot het historische fascisme van Mussolini wél in is geslaagd om de samenleving te homogeniseren door de verschillende, naast elkaar bestaande realiteiten uit te wissen. Iedereen begint er hetzelfde uit te zien, terwijl eigen waarden, talen en identiteiten verdwijnen en ons verlangen wordt gekidnapt. En, zo stelt Pasolini, er valt niets meer aan te doen: als we ooit uit deze nachtmerrie wakker worden, zal het te laat zijn. De homogenisering zal zich genadeloos voltrokken hebben.
“I have a Hitler in my heart”, gaf Terror eerder in de voorstelling grienend toe—ook al draagt die geen snorretje meer, strekt die zijn rechterarm niet langer en schiet die zichzelf niet door het hoofd in een bunker. Meer nog: er huist in ons allemaal een kleine Hitler, Mussolini of Franco. Wat onze killjoy-clowns dus maar al te goed beseffen, is dat het fascisme inderdaad niet dood is, en dat ook nooit is geweest, maar ook dat het geen vastomlijnde kenmerken heeft en dat dit akelige monster daardoor steeds muteert in andere gedaantes (het horrorgenre is zonder twijfel de stilistische spil van KIDNAPPED). Ze sluiten daarmee aan bij wat fascismetheoretici als Riemen, Robert Paxton of Umberto Eco beargumenteren: het fascisme zal niet in zijn jaren 1930-gedaante terugkeren met dezelfde symbolen, vijandsbeelden en praktijken, maar terugkeren zal het wel.
“Rodrigo Batista sluit aan bij wat fascismetheoretici beargumenteren: het fascisme zal niet in zijn jaren 1930-gedaante terugkeren met dezelfde symbolen, vijandsbeelden en praktijken, maar terugkeren zal het wel.”
In Julian Hetzels voorstelling Three Times Left Is Right toont het ‘echte’ echtpaar Josse De Pauw en Kristien De Proost een hedendaagse mutatie van het fascistische beest. Wanneer ze (poedelnaakt) opkomen, vertellen ze ons dat ze een Duits koppel zullen vertolken dat zich aan weerszijden van het politieke spectrum bevindt. Hoewel hun namen in de voorstelling zelf niet voorkomen, speelt De Proost een fictieve pendant van filosofe en politiek activiste Caroline Sommerfeld, die van links naar extreemrechts opschoof, terwijl De Pauw in de huid kruipt van iemand die lijkt op de linkse schrijver Helmut Lethen, haar voormalige docent cultuurwetenschappen. Samen voeden ze drie kinderen op.
Naast een aaneenschakeling van scènes uit een huwelijk is Three Times Left Is Right ook een als liefdesverhaal verpakte politieke denkoefening, want wat is hun relatie anders dan de gepolariseerde samenleving in het klein? Empathie is in die optiek het krachtigste antigif, en dat is waartoe De Pauw en De Proost ons aan het begin van de voorstelling aansporen: we moeten geloven dat de liefde tussen die twee tegenpolen reëel en innig is, en we moeten proberen ons in te leven in wie anders denkt dan wijzelf. Ze beweren dat het theater daartoe het medium bij uitstek is, want daar gebeurt dat “binnen een goed afgebakende en veilige setting, binnen duidelijke en veilige krijtlijnen”.
Nochtans is empathie in het huidige antifascistische theater opvallend omstreden. Sommige voorstellingen, zoals Orde van de dag en Nachtland van tg STAN, spelen bijvoorbeeld met een brechtiaanse afstand tussen de spelers en hun personage. Het verhoopte gevolg daarvan is wellicht dat ook de toeschouwer meer kritische distantie inneemt ten opzichte van het gerepresenteerde. Hoe gaat een provocateur als Hetzel, die met sardonisch genoegen juist de ‘veilige krijtlijnen’ van het theater uitwist, dan met empathie om?
Vroeg in de voorstelling trakteert De Pauw ons op een lesje cultuurwetenschappen over het proces van ‘normalisatie’. Dat zijn verschuivingen in ons (individueel of gedeeld) referentiekader, waardoor wat eerst als onacceptabel of verwerpelijk geboekstaafd stond geleidelijk aan geaccepteerd, gebruikelijk en zelfs gerechtvaardigd wordt. Dat proces begint bij taal en eindigt bij fysiek geweld.
“Woorden creëren realiteit”, doceert De Pauw, en inderdaad: gaandeweg verliest de taal haar onschuld. In een fascinerende ruziescène aan de wasmachine begint de boventiteling bijvoorbeeld te ontsporen: in plaats van een getrouwe vertaling van de tekst toont die plots de weinig flatterende subtekst. “We kunnen opteren voor vrijwillige remigratie naar de landen van herkomst”, zegt De Proost over mensen met een migratieachtergrond, terwijl je leest: “We moeten van ze af. Stuur ze terug. Stuur dat menselijke afval naar Oeganda.”
“Van woorden naar daden is een kleine stap”, waarschuwt De Pauw ons. Zo gezegd, zo gedaan: verbaal geweld ruimt gaandeweg baan voor fysieke agressie. Eerst moet de wasmachine eraan geloven, maar nadien is het de beurt aan De Pauw. In hun liefdesnest rijt De Proost hem aan stukken, om zijn vlees vervolgens door de gehaktmolen te draaien en er een ambachtelijke, biologische, maar niet bepaald ethische Bratwurst van te maken. In een roes laat hij het zich allemaal welgevallen. Sterker nog: terwijl zijn bloed van de achterwand druipt, vertelt deze mansplainer haar zelf hoe ze zijn worstje moet bereiden. De Proost had het eerder in de voorstelling al gezegd: progressief-linkse denkers waren “de vroedvrouwen van nieuw rechts”. Zonder enig weerwerk slikt onze linkse intellectueel het geweld dat hem wordt aangedaan. Dat mag je letterlijk nemen: samen smullen ze van zijn “leftovers of the left”. In dat weerzinwekkende vreten zit de moraal: het mag duidelijk zijn dat Three Times Left Is Right even kritisch is voor links als het empathisch is voor rechts—en omgekeerd.

Orde van de dag, Het Nieuwstedelijk © Boumediene Belbachir
Wij zitten erbij en kijken ernaar. “We zijn allemaal op de een of andere manier betrokken”, voorspelde De Pauw al in zijn lezing over normalisatie. Het zou de bottomline kunnen zijn van het hele oeuvre van Hetzel, dat de passieve blik van de toeschouwer wel vaker problematiseert.1 In een interview uit 2020 met Milo Vermeire stelt hij dat empathie voor hem een groter kwaad dan een goed is: “We zien zoveel slechte dingen gebeuren op de planeet, en we kijken ernaar maar doen niets. Deze apathie heeft te maken met empathie. Empathie is namelijk ook iets dat je verdooft. Het laat je denken dat je al iets doet, alleen al omdat je je ergens van bewust bent en erkent dat dingen mogelijk verkeerd zijn.”

Guernica Guernica, FC Bergman © Kurt Van der Elst
Empathie is passief schijnactivisme, lijkt Hetzel te zeggen. Nochtans nodigt Three Times Left Is Right ons wél uit tot meevoelen, al is die uitnodiging hier evenzeer een doortrapte verlokking om mee te stappen in het referentiekader van een extreemrechtse denker. De vraag is dan: hoe snel laten we ons meesleuren? In een van de scènes belandt de rechterarm van De Pauw na een fietsongeluk volledig gestrekt in het gips. Veroordeeld tot een permanente nazigroet overvalt de schaamte hem. Terwijl achter zijn rug een affiche met daarop ‘NEVER AGAIN IS NOW’ aan de muur wordt geplakt, gooit hij alles in de strijd om ons ervan te overtuigen met hem mee te doen, zodat de situatie voor hem minder pijnlijk en eenzaam wordt. Natuurlijk doen we niet mee, maar ons vertrouwen in deze linkse intellectueel als ‘een van ons’ is nu wel geschaad. Hebben we ons laten vangen? “Als je voelt hoe gemakkelijk je medeplichtig wordt aan een misstand,” verklaarde Hetzel naar aanleiding van de voorstelling in Het Parool, “gebeurt er iets bij jou, je wankelt als het ware. In dat wankelen schuilt de mogelijkheid om anders te willen kiezen.”
“Empathie is passief schijnactivisme, lijkt Hetzel te zeggen. Nochtans nodigt Three Times Left Is Right ons wél uit tot meevoelen, al is die uitnodiging hier evenzeer een doortrapte verlokking om mee te stappen in het referentiekader van een extreemrechtse denker.”
Misschien zit daar mijn probleem met voorstellingen als Voor het pensioen, Orde van de dag en bijvoorbeeld ook FC Bergmans Guernica Guernica: ze brengen mij niet aan het wankelen. Wat die stukken gemeenschappelijk hebben, is een al te esthetiserende, nogal ‘heilige’ omgang met het historische fascisme. Je zou kunnen zeggen dat deze gezelschappen het romantische beeld van de fascist ondanks al hun kritiek onvoldoende ondergraven—en daardoor ongewild reproduceren. Hun zwarte kaplaarzen glimmen, hun modieuze nazi-uniformen zijn niet alleen historisch correct, maar ook prachtig. En als ze hun mond openen, bulderen ze ellenlange, magnifieke volzinnen vol hate speech door de zalen. Het is een veilige representatie van het fascisme: meteen herkenbaar in haar pracht en praal, aangenaam veraf in de tijd—en daarmee ook comfortabel en ongevaarlijk. Hun gemodelleerde fasco’s zijn verniste spookbeelden die op afstand blijven; ze zijn me niet gortig genoeg.

Voor het pensioen, Olympique Dramatique © Mariia Shulga
In vergelijking daarmee heeft het iets bevrijdends, dat brute geweld waarmee zowel Hetzel als Batista en Senne ons confronteren. Het fascisme draait om Bodem, zeker, maar veel meer nog om Bloed, lijken ze te zeggen. Hun fascisme is er een van geïroniseerde en groteske horror. Ze ontdoen het van zijn holle retoriek, zijn discursieve droombeelden en weelderigheid en tonen ons wat het in wezen is: een politiek van lijken.
Natuurlijk weten we dat allemaal al. Zijn theatermakers vandaag met hun antifascisme dan niet voor de eigen parochie aan het preken? Misschien, maar stel nu nog dat die ‘parochie’ inderdaad bestaat uit louter progressieve, geïnformeerde en verontwaardigde parochianen—wat ik ten zeerste betwijfel—, moeten we het preken dan staken? Integendeel, lijkt me, want het is juist door het preken dat de parochie wordt gevormd. Maar wat spiegelen we die gemeenschap voor?
In Eco’s inventarisatie van het oerfascisme is “de cultus van het traditionalisme” de lijsttrekker. De fascisten van het interbellum creëerden een mist door steeds opnieuw naar een mythisch verleden terug te grijpen. Het valt dan op zijn minst merkwaardig te noemen dat zo veel antifascistische theatermakers vandaag hun blik evenzeer op het historische fascisme richten om het extreemrechtse geweld van vandaag te becommentariëren.
We moeten daarvoor op onze hoede zijn, waarschuwt historica en fascisme-expert Stefanie Prezioso in een bijzonder lezenswaardige tekst in Jacobin. In ‘The Trouble with Fascism Analogies’ schrijft ze hoe in het interbellum slechts weinigen begrepen wat er zo nieuw was aan de fascistische dreiging, en “door vast te houden aan het woord ‘fascisme’ om de groeiende reactionaire krachten van vandaag te omschrijven, lopen we het risico in dezelfde valkuil te trappen”. Natuurlijk kan het inzichtelijk zijn om de gelijkenissen tussen toen en nu te onderzoeken, maar we dienen ons volgens Prezioso net zo goed bewust te zijn van de talrijke verschillen. We moeten er dus over waken dat we in onze vele herhalingen van het historische fascisme op de bühne, hoe kritisch die ook mogen zijn, niet eenzelfde mist doen optrekken, die de idiosyncratische uitdagingen van onze eigen tijd vertroebelt en ons daardoor verlamt.
Dit is voor alle duidelijkheid geen pleidooi voor eendimensionaal en licht verteerbaar pamflettair theater, noch een kritiek op wie parallellen ziet tussen de jaren 1930 en vandaag. Het is evenmin een oproep om extreemrechts geweld onachtzaam te reproduceren op het toneel. Het is wel een verlangen naar een politiek theater op het scherpst van de snede, als een aan gruzelementen geslagen spiegel die ons het fascistje in onszelf doet herkennen. Als we moeten wankelen, zoals Hetzel beweert, moet de theatermaker zijn pijlen niet richten op ons hart (waardoor we onze empathie verwarren met engagement) of op ons hoofd (door ons een verlammende geschiedenisles te geven), maar moet die ons op onze meest dierlijke impuls betrappen: ons overlevingsinstinct. En dan zijn we nog lang niet alarmistisch genoeg.
BIBLIOGRAFIE
Eco, U. (2026). Hoe herken ik een fascist?. Prometheus.
Hetzel, J. (2020). ‘De muur tussen het theater en de straat moet verdwijnen’ — Interview met Julian Hetzel (interview door Milo Vermeire voor Mister Motley). https://www.mistermotley.nl/ de-muur-tussen-het-theater-en-de-straat-moetverdwijnen-gesprek-met-julian-hetzel/.
Hetzel, J. (2025). Hoe werkt een huwelijk als je politiek lijnrecht tegenover elkaar staat, vraagt theatermaker Julian Hetzel zich af: ‘Zij eet hem met huid en haar op’ (interview door Wendy Lubberding voor Het Parool).
Paxton, R.O. (2025). De anatomie van het facisme. Prometheus.
Prezioso, S. (2025). The Trouble With Fascism Analogies. Jacobin, 21(11), https://jacobin. com/2025/11/fascism-analogies-far-right-history.
Riemen, R. (2010). De eeuwige terugkeer van het fascisme. Uitgeverij Atlas.
Smits, R. (2025). Dit is fascisme. De Correspondent, https://decorrespondent.nl/16109/dit-is-fascisme/ bc2199f0-f84c-0aa0-219d-56aab756b1e1
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.