© Stef Stessel

Leestijd 8 — 11 minuten

Défilé PUR – Antigone & ARC

Begeesterende modeshow

ARC, de sociaal-artistieke werking van het Kortrijkse Antigone, verenigt mensen met uiteenlopende achtergronden. Onder begeleiding van Giovani Vanhoenacker en Michaël Vandewalle voeren veertig spelers een diepmenselijke modeshow op. Défilé PUR toont het volledige spectrum van dat wat kledij met een mens doet, en weeft daar maatschappijkritiek én een hoopvol toekomstbeeld doorheen.

Toen ik tien was, kleedde ik mij met de afgedankte kleren van mijn neef. Zijn stijl: tot boven toe geknoopte ruitjeshemden en korte broeken. Op een avond liep ik in een bruinig, bijzonder hoog geknoopt ruitjeshemd door het huis toen de deurbel ging. Een groep van vijf mooie, oudere meisjes – echt heel mooi, zeker twaalf, in kleren met flitsende prints die allesbehalve ruitjes waren – speelde ‘ruilactie’ in onze straat. Ik herinner me hun blik, en ik voel nog hoe mijn hart net onder de rand van mijn short op mijn blote knieën viel. Ik was niet cool. Ik was een meisje in jongenskleren die nooit modieus waren geweest en het ook nooit zouden worden. Kledij beschermt, misleidt, drukt uit wie je bent, wapent, amuseert, maar maakt net zo goed kwetsbaar. Nu ben ik bijna dertig en soms kleed ik mij nog steeds op voor een groep meisjes waar ik graag bij wil horen. 

“Kledij beschermt, misleidt, drukt uit wie je bent, wapent, amuseert, maar maakt net zo goed kwetsbaar.”

Défilé PUR bracht mij terug bij dat tienjarige hart op mijn knieën, omdat het een stuk is voor en door mensen die weten hoe belangrijk kledij kan zijn. Regisseur Michaël Vandewalle en scenograaf Giovani Vanhoenacker maakten een theatervoorstelling in de vorm van een uit de hand gelopen modeshow. Tijdens die show wordt PUR voorgesteld: een modemerk dat minder draait om de kledingstukken dan om de mensen die ze dragen. Een merk waar de schoonheid van de mens ontsnapt uit de onzichtbare mal en alle denkbare vormen kan aannemen. Veel lof komt toe aan kostuumontwerpster Eline Van Herreweghen, die een uitzinnig feest van kostuums ontwierp en realiseerde. 

Ariel Extra-handtas

Een handtas gemaakt van de verpakking van een Mega Pack Ariel Extra. Een luipaardjas met een victoriaanse kraag. Neon-badpakken die het chique donker aan stukken wervelen. Een zeer aanwezige hoed die een abstractie lijkt van Jeff Koons’ ballonbeelden. Een metallic slagersschort boven een gouden glittertop. Een cowboypak dat van hoed tot laarzen in dezelfde roze-blauwe draaikolkprint is gemaakt. Een protestbord waarbij de drager het hoofd door de ‘O’ van ‘STOP DE WAANZIN’ moet steken – want ook protesteren is een aesthetic, en hoe je het ook draait of keert, dat bruine papier met het bruin van haar hoedje: it’s a fit. Veel wordt er niet gepraat in deze voorstelling. De meeste performers hebben amper of geen tekst, maar er worden aan de lopende meter mooie tableaux vivants gecreëerd. Wanneer er toch gepraat wordt, lijkt de tekst vrij dicht te blijven bij de eigen hartenkreten van de performers.

‘Wa moe kik aandoen aandoen?’ zo wanhoopt een van de spelers te midden van rekken vol mogelijkheden. ‘Wa moe kik aandoen om een job te krijgen? Om gezien te worden? Om gehoord te worden?’ De vraag naar de juiste outfit is voor velen een herkenbare vraag, en een die bovendien veel dieper snijdt dan de schijnbare oppervlakkigheid. De lagen waarin we ons hullen, verraden namelijk onze financiële mogelijkheden (een maker die in armoede opgroeide vertelde me laatst dat je de sociale klasse van mensen kan aflezen aan hun schoenen), hoe veilig we ons kunnen voelen in bepaalde contexten (mijn queer vrienden die hun regenboogtops liever in de kast laten wanneer ze bepaalde delen van de stad bezoeken), onze overtuigingen of verplichtingen (mijn leerlingen die blazers dragen en meteen na school een hoofddoek over hun haren spelden). 

Graaizucht

‘Wa moe kik aandoen?’ vraagt de vrouw. ‘Lente. Zomer. Herfst. Winter. Solden’, zingen intussen haar medespelers. Een mogelijk antwoord op die veelheid is te vinden in de koopverslaving. ‘Ik ben een hebber’, zegt een stralende blonde vrouw in een rokje gemaakt van roze winkeltasjes. Achter haar vindt in slow-motion een soldenoorlog plaats. Ze vertelt hoe ze soms thuiskomt met een nieuw stuk en dat – ‘Oeps!’ – al in de kast heeft hangen. Een veeleer zeldzame graad van graaizucht, hopelijk, gebracht met zo’n grote vreugde dat het toch bijna een deugd lijkt om meer kleren te bezitten dan je kan dragen. 

“De makers ontwaren terecht dat verandering kan beginnen bij kledij, maar vergeten daarbij een zeer belangrijk en actueel domein, dat van gendernormen.“

Toch zit er ook iets wrangs aan deze stralende vrouw met een gat in hand en hart. Hoe grensverleggend PUR ook is op vlak van mode, gendernormen worden niet echt uitgedaagd. De shopverslaafde is een vrouw. Alle bikinimodellen zijn vrouwen. En alle matrozen zijn mannen in identieke T-shirts met praktisch opgerolde mouwen… De makers ontwaren terecht dat verandering kan beginnen bij kledij, maar vergeten daarbij een zeer belangrijk en actueel domein, dat van gendernormen.

Doen alsof vooral vrouwen zich (moeten) bezighouden met hun verschijning is stigmatiserend, maar dat valt te vergeven. Lastiger is dat het ook koren op de kapitalistische molen is van de lichaamsbeeldstoornissen waartegen deze voorstelling zich net verzet. Wat microshorts, thigh gaps, massagerollers voor vetverlies en anti-cellulitiscrème gemeen hebben? Niemand had ze nodig voordat ze werden bedacht door slimme marketeers en influencers. Ze zijn dus fictioneel én ze klemmen zich aan elkaar vast in de hechte cirkelredenering van symbiotische levensvormen die geen ander doel dienen dan het eigen voortbestaan. Het is, in een notendop, de kwalijkheid van het op vrouwen gefocuste verkoopsjargon: wij vinden een kledingstuk uit dat er vooral mooi uitziet op een lichaam dat jij nu nog niet hebt, maar waar jij met enkele door ons verkochte hulpmiddelen naar kan streven. De veertig prachtige lijven op het podium – die met hun individuele lichaamstalen een zeer geslaagde polyfonie tot stand brengen – verdienen het dat deze logica in Défilé PUR tot in de kern wordt uitgedaagd. 

Weerbarstigheid

Een grote meerwaarde in Défilé PUR is Giovani Vanhoenackers scenografische talent. Met een minimale ingreep wordt een reclamebillboard een loodzware container op een vrachtschip vanuit Bangladesh, de op een na grootste kledingexporteur ter wereld. Even gezwind wordt een aanlokkelijke etalageruit een beklaagdenbank voor een eenzame punker. ‘Mag ik nog gewoon mijzelf zijn, of moet iedereen hier een kostuum dragen?’ schreeuwt hij uit terwijl achter hem de front row van de modeshow de plek van een jury is geworden.

“Het is een van de vele lelijke kanten van de modewereld: als je anders bent word je genegeerd of, in uiterst zeldzame en onvoorspelbare gevallen, tot icoon verheven.”

Om op zijn vraag te antwoorden: nee, hij mag het niet, gewoon zichzelf zijn. Hij mag zijn kwaadheid op een wereld die schuurt niet hullen in zwarte oogschaduw en afschrikwekkend leder. Hij krijgt een maatpak aangereikt en twee kleurige piñata sticks op zijn rug, die zijn anders-zijn moeten symboliseren. Al wie afwijkt krijgt ze in deze voorstelling; ze worden op de rug van de weerbarstigen gehaakt door wie er wél bij hoort. Het is een van de vele lelijke kanten van de modewereld: als je anders bent word je genegeerd of, in uiterst zeldzame en onvoorspelbare gevallen, tot icoon verheven.

Om een icoon te worden moet je voldoen aan een geheime lijst eigenschappen die jou van onaanraakbaar fringe tot onaanraakbaar cool verheft. En als je dat icoon dan bent, loop je binnen enkele seizoenen rond in een wereld vol mensen die zich om onduidelijke redenen jouw hyperpersoonlijke stijl hebben aangemeten. Een bevreemdend geval van zelfverdubbeling, en heel erg vluchtig ook, met alle gekende sociale en ecologische gevolgen. Het is mooi dat alle spelers in Défilé PUR zich minstens één keer in deze voorstelling vol kostuumwissels als zo’n icoon kunnen tonen. Ze dragen de jaloersmakende creaties van Van Herreweghen alsof hun lichaam een thuis is voor die kleding: met zekerheid, soms voorzichtig, maar altijd fier, in de volle wetenschap dat er naar hen gekeken wordt en dat ze gezien mogen worden. 

Eva, Adam en de kledingberg

Ook in het kleine gebaar weet de voorstelling te raken. Zoals wanneer een draad wordt gespannen tussen twee performers. Een draad van Ariadne die niet dient om een labyrint te doorkruisen, maar bestaat om elkaar niet kwijt te raken. De twee mannen blijven ook buiten beeld met elkaar verbonden door een ragfijne navelstreng die symbool staat voor alle draden waaruit een vangnet moet bestaan, het vlechtwerk van kruisende levens dat een levenslijn is. Het is een prachtige metafoor voor het werk dat Antigone en ARC doen met, voor en dankzij hun performers.

Herkansing en hergebruik worden in Défilé PUR zinvol met elkaar in verband gebracht. ‘Het begin van herbeginnen’ noemt een van de performers dat. Ik geef toe, ik ben die hebber. Ik wil absoluut die Ariel-handtas. Maar ik zou het uit meer dan alleen eigenbelang interessant vinden om de kledij van PUR effectief tot een verkoopbare collectie te maken. Grote nieuwe ideeën bevat deze voorstelling niet echt. Maar fuck it, it’s fun. In ontroering, begeestering, engagement, overgave en humor maakt deze knotsgekke modeshow ruimschoots goed wat ze mist aan werkelijke diepgang. 

Met een geestdrift die aan Marie Kondo-bezetenheid grenst stapelen de performers broeken, jassen en bloezen tot een kledingberg. Een makkelijk beeld, zo op het eerste gezicht. Maar dan wordt heel voorzichtig een appelboom geplant op die berg. Een man en een vrouw, een nieuwe Adam en Eva, buigen zich over de boom. Hun identieke kostuum van blinkend synthetisch haar ruist bijna onhoorbaar. In die stilte hoor je de ingehouden adem van veertig performers die een prachtige show tot stand brachten. Wanneer Adam en Eva de appel langzaam opnemen in hun omhelzing in plaats van erin te bijten, neemt mijn lijf een weinig gedragen lievelingskostuum uit de kast: kippenvel. De zaal veert recht. Dit is het begin van herbeginnen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#179

01.03.2025

—

14.09.2025

Amber Maes

Amber Maes studeerde Wijsbegeerte en Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen. Ze werkt in de literaire sector en geeft les in het middelbaar onderwijs.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!