Dag Dramaturgie © William van der Voort

Leestijd 13 — 16 minuten

Dramaturgen, verenig u(?)

Waarom dramaturgen weinig samenkomen (maar er wel nood aan hebben)

Op een koude maandagavond in januari bevind ik mij in het Universiteitstheater van de Universiteit van Amsterdam. Aanleiding is de eerste bijeenkomst van wat misschien een belangenvereniging kan worden voor Nederlandse dramaturgen. Er zijn 60 mensen aanwezig. 30 hebben via mail laten weten dat ze niet er niet bij kunnen zijn, maar het initiatief steunen. Samengeteld dus 90 mensen die zich aangesproken voelden door de oproep om zich te verenigen. Voor velen die avond is het bijzonder om met zoveel dramaturgen samen te komen. Het is namelijk helemaal niet zo evident, dramaturgen bijeen krijgen.

De dramaturg komt niet vaak in de spotlight. Er mogen dan wel tal van boeken, artikels en onderzoeken zijn over dramaturgie, de ‘dramaturg’ als figuur verdwijnt vaak achter het werk van ‘dramaturgie’. Recent werd er dan toch gekeken naar de mensen die dat werk uitvoeren. Die hernieuwde interesse komt deels door negatieve ontwikkelingen. Recent kondigde Internationaal Theater Amsterdam (ITA) in Nederland aan dat ze heel wat jobs moesten schrappen door de verlaagde subsidies. Niet veel later werd dan bekend dat de afdeling dramaturgie (op dat moment bestaande uit twee vaste dramaturgen) volledig zou sneuvelen. Onvermijdelijk rijst dan de vraag: ‘Wat is nu het belang van de dramaturg?’ Theaterjournalist Sander Janssens wijdde er een artikel aan voor de Volkskrant, waarin hij met verschillende Nederlandse dramaturgen, onderzoekers en ook Eline Arbo, artistiek directeur van ITA, sprak over de huidige situatie. In het Theatermagazine van januari 2025 verscheen er dan weer een essay van Erwin Jans, dramaturg van Toneelhuis, over de evolutie van de dramaturg en hoe die doorheen de geschiedenis een belangrijke kritische figuur is gebleken.

Ondanks dat er veel geschreven wordt, lijkt het echter wel alsof dramaturgen weinig bijeenkomen om gedachten onderling uit te wisselen. Zo spraken in 2018 een aantal jonge dramaturgen zich al uit over een gebrek aan (intergenerationale) uitwisseling. Op Dag Dramaturgie van Festival Cement in ’s-Hertogenbosch werd een open brief voorgelezen met de provocatieve titel “10 vragen voor de dramaturgen van gisteren”. Later verscheen de tekst ook online bij de Theaterkrant, wat een belangrijke discussie teweegbracht. Maar toch blijft hetzelfde probleem in de lucht hangen: eens de schoolbanken af, zijn er weinig momenten waarop dramaturgen samenkomen om van elkaar te leren, ervaringen uit te wisselen en problemen aan te kaarten. Vergelijk dat met andere beroepsgroepen, die gebruik kunnen maken van opleidingsdagen, netwerkingsevenementen of gewoon al collega’s hebben waarmee ze het werk delen. En dat terwijl dramaturgie juist zo’n fluïde praktijk is die steeds evolueert en nood heeft aan verandering en uitwisseling. 

“In het Vlaams-Nederlandse gebied bestaat er tot op heden nog geen formeel overkoepelend netwerk voor dramaturgen.”

Het artikel in de Volkskrant en de situatie bij ITA werden nu een impuls voor een paar Nederlandse dramaturgen om concreet de mogelijkheid van een belangenvereniging te onderzoeken. In het Vlaams-Nederlandse gebied bestaat er tot op heden namelijk nog geen formeel overkoepelend netwerk voor dramaturgen zoals dat het geval is in het Duitstalige gebied met het dramaturgische Gesellschaft of zoals in de Angelsaksische wereld met dramaturgs’ network of LMDA (Literary Managers and Dramaturgs of the Americas). Deze organisaties onderhouden databases, zorgen voor publicaties en conferenties over het werk van de dramaturg en belangrijke maatschappelijke en/of artistieke thema’s. Een zoekende dramaturg vindt er bovendien tal van hulpmiddelen zoals modelcontracten en andere informatieve documenten. Vaak is dit pas toegankelijk na het betalen van een lidmaatschap, maar de informatie is wel ergens beschikbaar. Voor Franstalig België zet La Bellone zich in als kenniscentrum voor dramaturgie, met kleine publicaties (waaronder een paar samenwerkingen met Alternatives Théâtrales) en seminaries.

Hier en daar wordt er dan wel eens in Vlaanderen en Nederland een reflectiedag georganiseerd of een lezing gegeven, maar deze zijn niet altijd even structureel verankerd. Er zijn naar mijn weten in totaal 3 initiatieven in het Nederlandstalige gebied die toch al de uitdaging zijn aangegaan om dramaturgen samen te krijgen, met wisselend succes: Dag Dramaturgie van Festival Cement, Platform Dramaturgie en de DraMaMiBo’s. Ik sprak een tijdje terug met een paar van de organisatoren om meer te horen over waarom hun inititatief wel of geen voeten aan de grond kreeg.

Hoe krijg je dramaturgen samen: een klein onderzoek

Sinds 2016 bevat het reflectieluik van Festival Cement in Den Bosch ‘Dag Dramaturgie’: een exclusief segment voor dramaturgen, waarbij een dramaturg wordt uitgenodigd om het over een bepaald thema te hebben. ‘De dag wordt vormgegeven en gefaciliteerd door Cement, waarbij een gastdramaturg mee het programma van dat jaar invult,’ vertelt Kim Snauwaert, programmamaker voor Festival Cement sinds 2023. Vorig jaar werd deze dag ingevuld door dramaturg en onderzoeker Dr. Eylül Fidan Akıncı, over dramaturgische agency en praktijken. Het jaar daarvoor was Etcetera te gast naar aanleiding van #170 ‘Verworteling’, waarbij de dag draaide rond lokale dramaturgie. Dag Dramaturgie is exclusief voor dramaturgen en studenten dramaturgie, waardoor het zich onderscheidt van andere, meer open reflectieprogramma’s. Dit zorgt ook voor een heldere focus op dramaturgische ervaringen en praktijken, zonder dat je eerst nog moet uitleggen wat dramaturgie betekent (of kan betekenen).

Volgens Snauwaert sluit Dag Dramaturgie aan bij de missie van het festival om interessante stemmen over de grenzen heen bij elkaar te brengen. Door de structurele inbedding van Dag Dramaturgie slaagt het er ook in om elk jaar dramaturgen samen te krijgen om praktische ervaringen uit te wisselen. De vorige programmamaker, Pim Cornelussen, bevestigt dat het festival een brugfunctie inneemt tussen Vlaanderen en Nederland. Voor Dag Dramaturgie leidt dat tot interessante inhoudelijke uitwisselingen, al lopen sommige discussies stroef wanneer het gaat over concrete zaken. Cornelussen wijst op het feit dat Vlaanderen en Nederland anders functioneren qua statuten en subsidies. Een discussie over lokale dramaturgie kan bijvoorbeeld inhoudelijk wel goed lopen, maar belangrijke tips over welke subsidies en culturele centra aangesproken kunnen worden in Vlaanderen hebben geen directe meerwaarde voor een Nederlandse dramaturg. Inhoudelijk geraak je in die uitwisseling van ervaringen dan best ver, maar je botst op een bepaald moment wel op een grens.

Positief is dan weer dat Dag Dramaturgie in het verleden ook een katalysator bleek voor twee andere initiatieven. Op de eerder vermeldde open brief, ‘10 vragen voor de dramaturgen van gisteren’ kwam er namelijk een kleine maand na publiceren reactie van dramaturg Janine Brogt. Op de aanklacht naar oude ‘vastgeroeste’ dramaturgen, antwoordt ze dat dramaturgen per definitie niet kunnen vastroesten. Ze geeft echter ook toe dat dramaturgen, die ‘typische individualisten’, te weinig in grote getale bijeenkomen. Zelf besluit ze om een open uitnodiging de wereld in te sturen voor een informeel gesprek.

Deze uitnodiging wordt uiteindelijk de DraMaMiBo’s (Dramaturg-Maandag-Middag-Borrels), een informeel initiatief waarbij iedere eerste maandag van de maand geïnteresseerde dramaturgen en studenten konden samenkomen in De Tolhuistuin in Amsterdam om te praten. De naam komt van het Nederlandse fenomeen van de VrijMiBo’s: informele afterwork borrels.1 Volgens medeorganisator Floor Cremers kwam er wel wat volk naar de eerste edities. De communicatie verliep via mail en verspreidde zo via via naar andere mensen, al werden enkel dramaturgen uitgenodigd, geen makers. De bijeenkomsten waren eerst vrij in vorm, maar gingen daarna vaker focussen op specifieke thema’s. Dramaturgen (jong, oud en alles daartussen) gingen met elkaar in gesprek over heel concrete vragen: ‘Wat is dramaturgie in jouw praktijk en in de context van de organisatie waarin je werkt? Hoeveel dagen/uren krijg je betaald? Hoe vind je nieuwe klussen? Wat zijn je inspiratie en kennisbronnen? Waar maak jij je zorgen over in het podiumkunstenveld?’

In ons gesprek kijkt Cremers dan ook positief terug op het initiatief, dat na anderhalf jaar een zacht einde kreeg. Het enthousiasme waarmee de DraMaMiBo’s gestart waren, begon na verloop van tijd te minderen. Door het informele karakter werd er ook niet gekeken naar een structurele oplossing. De terugvallende opkomst zorgde er uiteindelijk voor dat de organisatoren de stekker eruit trokken. Naar institutionele verankering werd niet gezocht, vooral omdat de informele sfeer het juist zo aangenaam maakte. ‘Er zat niets achter. Geen instelling,’ zegt Cremers. Het voelde aan als een gelegenheidsinitiatief, geen begin van een langdurige structuur. Een kortdurend antwoord op een vraag die wel langer blijft hangen.

Een ander initiatief dat op Dag Dramaturgie tot stand kwam, was Platform Dramaturgie. Door dezelfde impuls op Dag Dramaturgie in 2018, werkten een aantal dramaturgen (Joost Segers, Nuno Blijboom, Elowise Vandenbroecke, Jasper Delbecke, Pim Cornelussen) samen met als doel om momenten te organiseren waarbij dramaturgen samen over hun praktijken zouden kunnen spreken en concrete tips en feedback uitwisselen. Jasper Delbecke getuigt over de moeilijkheid om zo’n gesprekken op een concreet niveau te houden. ‘Vaak vervalt zoiets toch in een meta-discours,’ zegt Delbecke. Dramaturgen blijven dan quasi-existentieel tijdens zo’n bijeenkomsten zich afvragen wat dramaturgie is. Pogingen om concreter van elkaars manier van werken te leren waren bij Platform Dramaturgie niet altijd even succesvol. Dan kwam de Covid-19 pandemie en werd het initiatief, na een online editie, opgedoekt. Maar net zoals de DraMaMiBo’s kwamen bij Platform nieuwsgierige dramaturgen samen om van elkaar te leren. Voor mij persoonlijk was het ook net de bijeenkomst in 2019 bij het Theaterfestival in Gent die mijn beginnende interesse in dramaturgie aanwakkerde.

“De moeilijkheid van mensen samenbrengen zit niet enkel in het geïsoleerde werk van de dramaturg.”

Er blijven weinig (digitale) sporen over van Platform Dramaturgie: een Facebook-post van het Theaterfestival uit 2019 en een vermelding in de beschrijving van Dag Dramaturgie. Er zijn nooit publicaties uitgebracht van de inhoudelijke discussies. Over de DraMaMiBo’s is nog minder te vinden, behalve een commentaar op de reactie van Janine Brogt en een vermelding in een open brief van Joost Segers over de nood aan een ontwikkeltraject voor jonge dramaturgen. Terwijl er veel geschreven over wat de dramaturg doet, blijven er weinig sporen over van wat dramaturgen (meervoud) doen en kunnen doen. Dit gebrek aan gedegen documentatie maakt het  aspirant-dramaturgen moeilijk om zich te oriënteren in het werkveld.

De moeilijkheid van mensen samenbrengen zit echter niet enkel in het geïsoleerde werk van de dramaturg. Die is niet per definitie mensenschuw, wat logisch is als je stilstaat bij het menselijke werk dat dramaturgie veelal is. Dramaturgen zijn juist bruggenbouwers en houden ervan om door te verwijzen naar andere denkers en makers. Dat was ook zeker Sander Janssens zijn ervaring bij het opstellen van het artikel voor de Volkskrant. Naast een reeks metaforen over dramaturgie, kwam elke dramaturg ook weer met tal van suggesties. ‘Na elk gesprek werd de lijst mogelijke namen om te contacteren steeds groter,’ vertelde hij (vlak voordat ik zelf een paar suggesties wou geven, wat ik dus wijselijk toch niet gedaan heb).

De Vereniging van Dramaturgen

Het is dus niet dat dramaturgen niets van elkaar moeten afweten, integendeel. Er is gewoon vaak weinig tijd – en geld – om iedereen samen te krijgen. Dag Dramaturgie vindt plaats in Den Bosch, wat vanuit Antwerpen en de meeste steden in Nederland vlot bereikbaar is, maar niet altijd evident is vanuit Gent of Brussel. Platform Dramaturgie probeerde mogelijke locatie-problemen op te lossen door telkens aan te sluiten bij verschillende theaterfestivals, maar het vinden van plaats en ruimte in de programmatie was niet altijd even simpel. Tenslotte hadden de DraMaMiBo’s wel een centrale locatie, maar qua tijdstip botste dat wel eens met repetitieplanningen of een van de vele andere verplichtingen die freelancers er vaak bijnemen (lesgeven, productie, communicatie, etc.) Wanneer het al moeilijk genoeg is om betaald werk te vinden als dramaturg, is het niet per se aanlokkelijk om nog extra onbetaald werk te verrichten. Het beroep van de dramaturg, een beroep dat nood heeft aan tijd en verdieping, lijkt door de constante golf aan bezuinigingen wel in gevaar te komen, zelfs bij zo’n instelling als ITA. En zo’n golf kan je niet alleen aan.

Vandaar ook waarschijnlijk dat zoveel dramaturgen en studenten dramaturgie in januari naar het Universiteitstheater waren afgezakt. Omdat er een nood is aan meer met elkaar uitwisselen én een standvastige connectie hebben met de rest van de beroepsgroep. Tijdens de kleinere focusgroepen spraken studenten dan ook over de moeilijke overgang van de universiteit naar het werkveld, waarbij het vooral niet altijd duidelijk is hoe je dat doet. Het gebrek aan een netwerk – en aan open dramaturgie-vacatures – maakt het ook bijzonder moeilijk om zomaar werk te vinden. Als je dan iemand vindt om mee te werken, is het ook nog zoeken naar best practices, op je eentje dan.

Dat is ook vaak het doel van belangenorganisaties: ervoor zorgen dat je het niet alleen moet doen. In de uitnodiging die werd rondgestuurd naar Nederlandse dramaturgen, verwezen de ondertekenaars naar ACT (voor acteurs) en de Auteursbond als voorbeelden van beroepsgroepen die zich verenigd hebben. De dramaturg staat al even in de CAO (zowel in Nederland als in Vlaanderen) en het fair pay-principe is al zo wijd verspreid dat niemand nog echt in discussie zal gaan over het nut ervan en subsidiecommissies het ook verwachten. Maar hoeveel dagen moet je aanrekenen als freelance dramaturg? Hoe vaak ben je betaald bij de repetitie? Wat zit er wel of niet in je fee inbegrepen? Als gevestigde dramaturg, met langlopende samenwerkingen, zijn die vragen vaak al beantwoord, maar begin er maar aan als nieuwe dramaturg. Hoe ver kom je met fair pay en CAO’s als je het niet eens bent over het aantal gewerkte uren? Belangenorganisaties zorgen voor duidelijkere richtlijnen, naast meer zichtbaarheid voor het vak. In een onderhandeling is ‘ik vind dat’ toch minder sterk dan ‘Volgens de richtlijnen van de Vereniging van Dramaturgen’.

Wat nu?

De kans om elkaar duurzaam tegen te komen kan dus verbeterd worden. Een blik op wat er al geprobeerd is, toont echter dat het niet zo evident is om zoiets structureel verankerd te krijgen, ondanks het belang ervan. Dag Dramaturgie blijft bestaan binnen het kader van Festival Cement en zoekt voortdurend naar manieren om veranderende artistieke en maatschappelijke vragen binnen dramaturgie te bespreken. De DraMaMiBo’s zochten die connectie niet op. Platform Dramaturgie probeerde een institutioneel kader op te zoeken, maar stootte vooral op veel gesloten deuren. Zo’n institutionele verankering heeft dus zo zijn voordelen, maar de vraag is welk festival of welke instelling daarvoor staat te springen in Vlaanderen en Nederland.

Het begint natuurlijk ook vaak zonder verankering. Het kernteam van de Nederlandse belangenorganisatie was eerst gewoon een gesprek tussen vier mensen, elk in een andere positie: Remco van Rijn als vaste dramaturg bij Het Nationale Theater, Florian Hellwig als freelance dramaturg, Ricarda Franzen als coördinator van de Master International Dramaturgy en Kyra Mol als beginnende dramaturg. Uiteindelijk werden de studenten van Talking Dramaturgy (UvA) mee bij het initiatief betrokken. Door zijn centrale ligging in Amsterdam bleek het Universiteitstheater een geschikte geboorteplaats voor een eerste bijeenkomst. De organisatie staat nog in zijn kinderschoenen, maar een opkomst van 60 dramaturgen zegt al iets. Remco van Rijn benadrukt dat het nog een zoektocht is: ‘Op termijn gaan we allicht een meer nomadisch bestaan leiden. Of zoeken we een kantoor. Wie weet.’ Het zal een werk van lange adem zijn, dat weldoordacht moet gebeuren, in gesprek met alle betrokkenen. De perfecte uitdaging voor dramaturgen dus.  

En in Vlaanderen? We hebben namelijk een gelijkaardige situatie. Ook hier hebben de Acteursgilde en VAV (Vlaamse Auteursvereniging) zich verenigd ter bescherming van hun beroepsgroep. We hebben geen officiële master in dramaturgie, al leveren de masters Theaterwetenschappen geregeld dramaturgen af en worden tal van theatermakers uiteindelijk dramaturg. De weg naar het beroep is echter nog steeds vaag en eens je er bent, moet je zelf andere dramaturgen gaan blijven opzoeken om informatie uit te wisselen. Het is ook nog steeds één van de eerste functies om te schrappen bij minder subsidies, terwijl de dramaturg vaak vanaf het begin meeschrijft. 

Zal de dramaturg ooit met uitsterven bedreigd worden? Misschien niet. Maar op dit moment zijn er ook geen structuren om de dramaturg echt te beschermen en te ondersteunen. Want eens je de schoolbanken af bent, waar kan je dan nog van elkaar leren? ‘Van iedereen, overal’, zou je kunnen zeggen, maar in dat gesprek ga je dan wel eerst moeten uitleggen wat een dramaturg doet. Uiteindelijk was dat ook het bijzondere van de bijeenkomst in januari, en van de andere, inhoudelijke uitwisselingsmomenten. Vanaf het eerste moment ben je die vraag al voorbij en kan het echte gesprek beginnen.

1Voor de verwarde Vlamingen: aangezien Nederlanders het concept “namiddag” niet gebruiken, behelst “middag” daar alles tussen lunch en avondeten. 17u is dus nog middag.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 13 — 16 minuten

#179

01.03.2025

—

14.09.2025

Noah Lena Vercauteren

Noah Lena Vercauteren behaalde een diploma Vergelijkende Moderne Letterkunde en Theaterwetenschappen aan de Universiteit Gent, waar hen momenteel doctoreert. Daarnaast is die dichter, librettist en poëzieredacteur bij Kluger Hans en lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!