Iphigenia – De Roovers
Geef mij maar het verzet van Klytamnestra
Mia Vaerman
Up Your Ass, Lieselot Siddiki & Nona Demey Gallagher © Ilse Philips
Mochten lachspieren even zichtbaar zijn als buikspieren, dan bezorgden Elektra Unbound van Luanda Casella, Up Your Ass van Lieselot Siddiki & Nona Demey Gallagher en German Staatstheater van Rosie Sommers & Micha Goldberg Natalie Gielen het afgelopen seizoen een sixpack. Maar waarom blijft de humor in precies die — erg verschillende — voorstellingen haar bij?
Weet je wat ironisch was? Mijn houding als puber. Ook ironisch: tijdens mijn tienerjaren, na het ineenstorten van de Twin Towers, werd de ironie in de opiniepagina’s van kwaliteitskranten ijverig doodverklaard. Anno 2024, met mijn pubertijd ver achter me, snak ik naar oprechtheid. En naar iets wat cultuurfilosofen Robin van den Akker en Thimoteus Vermeulen een tiental jaar geleden in De Groene Amsterdammer1 treffend verwoordden: ‘mogelijkheden om een gedeconstrueerde wereld opnieuw van betekenis te voorzien, hoe vluchtig, vaag of irreëel ook’. Ter illustratie van een collectieve zucht naar waarachtigheid verwijzen ze naar de Amerikaanse new sincerity-beweging. Tegelijkertijd parafraseren ze een van de grondleggers van die beweging, schrijver David Foster Wallace: ‘Ironie zit in ons DNA’. Want ironie is springlevend. Kijk maar rond. Luister maar (naar jezelf).
“Elektra Unbound bulkt van de politieke incorrectheid en wreedheden. Van bodyshaming, misbruik van mentale kwetsbaarheid, seksueel grensoverschrijdend gedrag en het doodmeppen van onschuldige hondjes.”
Hoe rijm je die spanning tussen ironische distantie — achterdocht ten opzichte van elke ondubbelzinnige waarheid — met een zucht naar oprechtheid? Volgens Van den Akker en Vermeulen komen die ogenschijnlijk contradictorische houdingen samen in het metamodernisme. Lady Gaga gebruikte dat isme onlangs vlotjes in een Vogue-interview2. Ze verwees ermee naar kunst ‘in which everything comes at you all at once’. Het interview bevat daarnaast een treffende omschrijving van metamodernisme door mediatheoreticus James MacDowell: ‘ironic detachment with sincere engagement’.
Enter post-ironie. Dat is geen postmoderne variant op ironie, noch het einde ervan. In post-ironie lopen ironie en oprechtheid op een ambigue manier door elkaar — het gaat de ironie dus net voorbij. Als ironie de houding van het postmodernisme is, dan is postironie de typische houding voor het tijdperk van het metamodernisme. ‘Bingo’, schrijft de Vogue-interviewer. Inderdaad: bingo, want juist op dit continuüm tussen ironische afstand en oprechtheid bevinden Elektra Unbound, Up Your Ass en German Staatstheater zich. In hoeverre is de humor in deze drie voorstellingen metamodern, post-ironisch? En welk effect heeft dat?
Het decor van Luanda Casella’s Elektra Unbound geeft al veel weg over de inhoud ervan: een omhoog piekende en een vervaarlijk hangende rots, een ramp waar je van kunt afglijden, hoge tronen van nepmarmer. Groot, groter, grotesk, gilt deze scenografie. Vallen of verpletterd worden, denk je als toeschouwer. We weten immers allemaal hoe de doorsnee Griekse tragedie eindigt.
In de oorspronkelijke tragedie van Aeschylos wil Elektra wraak nemen op haar moeder Klytaemnestra. Haar broer Orestes moet het vuile werk opknappen. In de pastiche van Luanda Casella laten Lua en Lucius drie acteurs (Abigail, Emma en Bavo) opdraven voor audities. Lua zal de hoofdrol niet aan het grootste acteertalent geven, maar aan het grootste moedercomplex. De voorstelling bekritiseert zo op een ironische manier toxisch gedrag in de kunstwereld, maar ook onze hedendaagse neiging om persoonlijke ellende te etaleren en kapitaliseren.

Elektra Unbound, Luanda Casella © Michiel Devijver
Niet alleen het decor, maar ook de acteerstijl in Elektra Unbound is larger than life, wat tegelijkertijd grappig en indrukwekkend is. Ik denk daarbij aan een straffe scène waarin Bavo in een drugsdelirium alle rollen van de tragedie opvoert. Ook de bijtende commentaar van Lua en Lucius tijdens de audities doet het publiek regelmatig luidop lachen. Centraal op het podium lezen we vinnige comments op een scherm dat als hedendaags koor fungeert. Wanneer rijkeluisdochter Emma zwanger raakt tijdens een van haar ethisch verwerpelijke ‘kunstprojecten’ met dakloze mensen, pleegt ze abortus uit angst dat ‘the kid would come out poor’. ‘CYNICISM AT ITS BEST’, bloklettert het scherm.
Elektra Unbound bulkt van de politieke incorrectheid en wreedheden. Van bodyshaming, misbruik van mentale kwetsbaarheid, seksueel grensoverschrijdend gedrag en het doodmeppen van onschuldige hondjes. Uit mijn openvallende mond komt ondertussen onbedaarlijk gelach-om-wat-niet-mag. Inhoudelijk houdt de wrede humor van de personages steek: gericht op het eigen, snelle scoren. Behalve kritisch is Elektra Unbound ook hoogst entertainend. Overdrijvingen, intertekstuele referenties, versprekingen en dubbelzinnigheden die variëren van ironie tot bijtend sarcasme komen in een rotvaart voorbij. In combinatie met de flitsende scènes waar je haast doorheen swipet en de commentaarstem op het scherm, maakt dat de voorstelling zowel intelligent en gelaagd als eigentijds en snackable.
Tijdens de slotscène wordt Lua tot driemaal toe door haar acteurs vermoord. Die herhaling heeft alweer iets komisch, maar toch schemert er tragiek door de humor heen wanneer ze pathetisch uitroept dat ze altijd al in het theater wilde sterven. De belofte van het decor wordt ingelost: vallen of verpletterd worden. Terwijl Lua door Bavo wordt gewurgd, flitsen er beelden door mijn hoofd van kunstenares Ana Mendieta die door haar partner Carl Andre uit een raam op de vierendertigste verdieping van een flatgebouw wordt geduwd en te pletter stort. Plots wordt het geweld dat we onszelf en anderen aandoen om gezien te worden reëel, en stokt mijn lach in de keel.
“Up Your Ass laat zich naast de bijtende ironie, razendsnelle dialogen, intertekstuele referenties en hyperbolen opmerken door een chaotisch georkestreerde, fysieke slapstickhumor.”
De humor bijt echter de tragedie in de staart, die in het niets verdwijnt tussen de snelle, intellectuele snedigheden. Het zorgt ervoor dat Elektra Unbound er weliswaar stilistisch heel erg hedendaags uitziet en de everything comes at you all at once-sfeer van het metamodernisme uitademt, maar inhoudelijk toch vooral in (voorbijgestreefde) ironische afstandelijkheid blijft hangen. De hyperbolische vorm slaagt er niet in om die inhoud uit te balanceren.
Ook in Up Your Ass van Lieselot Siddiki en Nona Demey Gallagher is de ironie nooit ver weg. Hoofdpersonage Bongi Perez (Sophia Bauer) is er de verpersoonlijking van: ‘I’m not a watcher’, zegt ze onbewogen terwijl ze de chaos rondom zich observeert. ‘I’m a woman of action.’ Een ironische verwijzing naar haar beroep (sekswerker) en naar de beschouwende houding die ze uitstraalt. We zien Bongi zelden tot actie overgaan, maar haar woorden zijn haar daden. Uitdagend draagt ze een feministische kritiek op de status quo uit.
Bongi draagt een kostuum waarin Courbets L’origine du monde en fetisjkleding elkaar ontmoeten. Terwijl ze ons onaangedaan taxeert, kunnen we niet anders dan naar het gat in haar lederen broek kijken waardoor haar vagina—haast als een derde oog—prominent zichtbaar is. Kijken en bekeken worden, schreeuwt die broek. De toon is gezet voor de hilarische opvoering van Valerie Solanas’ grofgebekte, gelaagde theatertekst uit 1965, die patriarchale misogynie in z’n blootje zet. De tekst voelt verrassend én angstaanjagend hedendaags, wat versterkt wordt door de jonge, dynamische cast en de pompende beats die gelegenheidsband Jailbait vanaf een metershoge steiger de zaal in stuwt.
Wat Up Your Ass qua humor deelt met Elektra Unbound, is de bijtende ironie waarin kritiek zit ingebed, de razendsnelle dialogen vol gevatte woordspelingen, slimme dubbelzinnigheden, intertekstuele referenties en een royale portie hyperbolen (zowel op het vlak van toon en speelstijl als van kostuums en scenografie). Up Your Ass laat zich echter opmerken door een chaotisch georkestreerde, fysieke slapstickhumor. Dat zorgt voor te veel grappige momenten om op te noemen: Lucie Plasschaert die zich vol overgave in een overwinningsbuikdans smijt nadat ze — ‘You found my turd!’ — net een verloren gewaande drol heeft verorberd omdat mannen een vrouw respecteren die stront kan slikken; Bavo Buys die als conservatieve lerares tijdens een cursus ‘creative homemaking’ demonstreert hoe je ‘fun, but responsible fun’ in huwelijkse seks kunt brengen door, bijvoorbeeld, een afwasborsteltje voor melkflessen speels in manliefs aars te rammen terwijl hij in bad stapt. (Ik heb nog weken luidop gelachen bij het zien van zo’n borsteltje.) Of Lucas van der Vegt die als een angstaanjagend grote baby in mutsje en broekje naar zijn moeder gilt: ‘my thingy’s hanging out’. Zijn penis hangt inderdaad potsierlijk uit het broekje, en ik brul het zo’n beetje uit wanneer hij blijft herhalen dat ‘my pee hole is all clogged up with glue’.

Up Your Ass, Lieselot Siddiki & Nona Demey Gallagher © Ilse Philips
Dat klinkt misschien als hele flauwe pipi-en-kakahumor — en dat is het ook — maar het werkt. De combinatie van kritische ironie, grappen die schaamteloos over the top gaan, fysiek acteergeweld en gecultiveerde rommeligheid zorgen ervoor dat de lach spontaan vanuit mijn buik opwelt. Achteraf gezien lijkt mijn lachje tijdens Elektra Unbound recht uit het brein te komen. Tegelijkertijd krimpt mijn hart ineen wanneer manpleaser Ginger hysterisch giechelend vertelt dat haar leidinggevende zijn appreciatie toont door géén promotie te geven: ‘I know how torn up you’d be if you had to leave us boys, so I’m giving Stewart York the job.’ ‘Men are all just little boys at heart’, besluit Ginger. ‘And at brain’, voegt Bongi eraan toe. Zo’n sarcastische opmerking zou zo uit Lua’s mond in Elektra Unbound kunnen komen, maar werkt anders in Up Your Ass. De ongeremde humor voelt oprechter aan, minder bedacht en meer belichaamd. Ondanks het feit dat de theatertekst in de jaren 1960 werd geschreven, zijn het niet alleen de eigentijdse vormkeuzes, het razende tempo en het thema die de voorstelling en de humor zo ongelooflijk hedendaags maken. Dat ligt ook aan de goed gemixte metamoderne cocktail van oprechtheid en ironie.
Als de humor in Up Your Ass ongeremd en over the top is, dan is German Staatstheater uitzinnig en ‘beyond the top’. Deze voorstelling in het potsierlijke Hochdeutsch mit Variationen persifleert de grootschalige, Duitse repertoiretheaters en presenteert het publiek — net als de twee eerder besproken voorstellingen — een ironische spiegel in combinatie met (metatheatrale) zelfspot en kritiek. Ook hier werpen de acteurs zich fysiek op het (strijd) toneel, maar wat bij German Staatstheater opvalt is de schaal: het publiek wordt overrompeld door de anarchistische dwaasheid en collectieve dynamiek van maar liefst elf spelers.
“Goede smaak, slechte smaak, slapstick, (zelf)kritiek, tegenstrijdige ideeën, emotieloze expressies en expressieve non-emoties: je krijgt het in German Staatstheater allemaal over je heen.”
Simon Baetens daalt in drag uit de lucht neer op de — toegegeven, best aanstekelijke — kermisbeats van Duitse schlagerkoningin Helene Fisher. De rest van de cast raast op steps, deelfietsen en rollerskates door en tegen elkaar op het podium. ‘Ich schließe meine Augen, lösche jedes Tabu’, lipsynct Baetens. Chaos, kitsch, slapstick en jolijt in het kwadraat. En dan moeten er onder andere nog volgen: de expressieve uitbeelding van een educatieve reis doorheen de groot geprojecteerde aars van Simon Van Schuylenbergh, een erotische poetsscène, een naakte, bezinnende bergwandeling en een ruzie tussen Herr Dramaturg (Nathan Ooms) en Frau Intendant (Anna-Franziska Jäger) die in een gevecht uit een B-film ontaardt — inclusief bombastische soundtrack, lijf-aan-lijfgevechten, vlaggen en een levensgroot plastic paard.
De totale ongeremdheid in deze voorstelling heeft misschien te maken met het feit dat alle spelers — de makers incluis — uit de poule van Ne Mosquito Pas komen, een platform dat kunstenaars uitnodigt om ‘mislukt’ werk te presenteren. Zogenaamde mislukking wordt daarbij beschouwd als een bron van creativiteit die ons uitdaagt na te denken over succes en de neoliberale ideologie die daarachter schuilgaat. Die insteek resoneert ook bij German Staatstheater. Je kunt er, net zoals Karel Vanhaesebrouck in Etcetera3, een denkfout in zien. De neoliberale kritiek is namelijk niet echt van toepassing op de Duitse spelersensembles, die binnen een links, staatsgestuurd model passen. Maar juist in die ‘denkfouten’, contradicties en de combinatie van duizend losse invallen zit de humoristische dynamiek van German Staatstheater. Goede smaak, slechte smaak, slapstick, terechte (zelf)kritiek, tegenstrijdige ideeën, emotieloze expressies en expressieve non-emoties: je krijgt het allemaal over je heen.
Klinkt het niet, dan botst het. Is het niet om te lachen, dan is het om te huilen van het lachen. Dat zorgt voor een nog grotere ambiguïteit dan in de twee andere besproken voorstellingen. Die zit niet alleen in de tegenstrijdige kritiek die door de humor heen klinkt, maar ook in de humor zelf. ‘Dat menen ze toch niet’, hoorde ik iemand in de zaal grinniken terwijl een van de spelers extatisch ‘bewonderend’ in de schoen van een toeschouwer beet. Ja en nee. Post-ironische knipoog. Maar als alles tegelijkertijd wél en niet kan, als alles tegelijkertijd wel en niet ernstig kan worden genomen, waaraan kunnen we dan nog écht betekenis hechten?
‘Die voorstelling serveert potentieel álles af’, hoorde ik een criticus over German Staatstheater zeggen. Hij spiegelt daarmee mijn vraag of metamoderne post-ironie totale willekeur met zich meebrengt. Schuilt het gevaar van een vrijblijvend — of zelfs cynisch — nihilisme in de ogenschijnlijk arbitraire post-ironie? Klinkt de ongedwongen lach behalve bevrijdend ook ongevoelig?
Voor mij ligt de sleutel tot die vraag in het metamoderne continuüm tussen ironische afstand en oprecht engagement. Hoewel ik de sardonische, groteske humor in Elektra Unbound intelligent én bevrijdend vond, is de ‘over and beyond the top’ -humor in Up Your Ass en German Staatstheater me nog harder bijgebleven. Ik heb het afgelopen seizoen dan ook geen spelerscollectieven gezien die zich ongegeneerder smijten. De spelers zeggen of brullen hun tekst van een ironisch afstandje, maar ze werpen hun lichaam collectief, integraal en overtuigend in de strijd.
En wacht eens even — in de strijd? Dat klinkt toch allesbehalve nihilistisch? Dat is het volgens mij ook niet. Het is de strijd voor een nieuw, fris, zelfkritisch en hedendaags theater. Wanneer de acteurs van German Staatstheater in koor ‘Wir machen eine collectieven Gebar’ scanderen in hun idiote nep-Duits, en ‘Wir sind das neue Performance-Kultur’, dan geloof ik hen oprecht. Om vervolgens glimlachend met mijn ogen te rollen bij de volgende flauwe mop.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.