Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Fran Van Gysegem
Wat voor vrouw ben je? Wat voor vrouw zou je willen zijn? Dat zijn de vragen die de toon voeren in DEVICKY. (wax the pain away), geschreven en geregisseerd door Ruth Bruyneel. Naar eigen zeggen tast de voorstelling de grens tussen theater en concert af. Verwarring en vragen rond vrouwelijke identiteit, moederschap en lichamelijkheid domineren, maar de antwoorden die de voorstelling biedt zijn te voorzichtig. DEVICKY. is bang voor de rare lichamelijkheid die ze zelf nochtans mooi suggereert, en die vrouwen – mensen – nu eenmaal typeert.
Centraal op scène staat een roze, fluweelachtige kubus met vloeibare wanden. Je kan er het podium van een televisieshow in zien, maar in DEVICKY. is dit schitterende hok een waxsalon. Terwijl het publiek plaats neemt, zit een vrouw met haar rug naar de zaal in het hok. Het is Vicky (Daphne Agten), die het publiek met haar serene verwarring door de voorstelling zal begeleiden. Samen met twee andere vrouwen werkt ze in het ontharingssalon. Vicky is raar, of dat is toch de mening van haar collega’s. Die ene collega is wulps, draaiend met haar kont, vol zelfvertrouwen (Sara Gracia Santacreu). De andere collega is gesloten, in strijd met haar seksualiteit, bijgezet met uitvergrote dubbele kin (Elke Van Der Kelen). De voorspelbaarheid van de twee vrouwen is storend, net als hun te voor de hand liggende kostuum. Als een feministische versie van het engeltje en duiveltje draaien ze in het waxsalon rond elkaar en rond Vicky, die in een fundamentele staat van verwarring verkeert door de afwezigheid van haar mama. Vicky heeft haar oog laten vallen op een hert, een theatrale en ambigue metafoor voor haar moeder, die vrijheid boven het moederschap verkiest. Vicky is groot, obsessief. Ze staat voor het vieze, het smerige, het verborgene van het vrouwelijk lichaam. Ze haat. Waarop haar collega: ‘Haten is heftig, Vicky!’. Ze is een rare vrouw, die zichtbaar maakt wat verborgen zou moeten blijven. Vicky’s personage heeft lef, maar dat lef mis ik in de rest van de voorstelling.
“Hoewel het symbolisch kader van een ontharingssalon een belofte met zich meebrengt een verfrissend licht te laten schijnen op stereotiepe vrouw-en lichaamsbeelden die ons vanuit de maatschappij wordt opgelegd, kan DEVICKY. die belofte niet waarmaken.”
‘Ik zie overal schaamlippen’, verkondigt een van de vrouwen. Een andere wordt ongemakkelijk van okselhaar. Hoewel het symbolisch kader van een ontharingssalon een belofte met zich meebrengt een verfrissend licht te laten schijnen op stereotiepe vrouw-en lichaamsbeelden die ons vanuit de maatschappij wordt opgelegd, kan DEVICKY. die belofte niet waarmaken. Nu eens worden er tussen het waxen en koffiezetten door persoonlijke bekentenissen aan elkaar toevertrouwd, dan morphen de vrouwen zich en staan, met een hekserig vervormde stem en houding, vijandig in elkaars nek te hijgen. Om daarna als één front al dansend hun verwarring of hun bevrijding te bezingen. Op zich zit er zeker een relevantie en rijkdom in die veelheid aan spelregisters, maar op welke manier die verschillende registers zich inhoudelijk tot elkaar verhouden, is niet transparant, eerder willekeurig zelfs. Zijn hun bekentenissen en vrijheidskreten emancipatorisch bedoeld? Hetzelfde geldt voor het tonen van de dynamieken die tussen vrouwen onderling werkzaam zijn. Het ongemak bijvoorbeeld, dat ze met hun vragen en ontboezemingen intelligent aanwijzen, wordt vervolgens schijnbaar even lukraak bekritiseerd als toegejuicht. Vrouwelijke vijandigheid en een vertrouwde meisjes-onder-elkaar sfeer zijn naar mijn weten zelden zo vrijblijvend als dat DEVICKY. doet uitschijnen. Ik mis beweegredenen.

© Fran Van Gysegem
DEVICKY. thematiseert de vrouwelijke ervaring van lichamelijkheid, en de daarbij horende zoektocht naar identiteit en bevrijding. Problematisch is dat de voorstelling bang lijkt te zijn voor het lichamelijke. In hun zoektocht het lichaam van ongemak te ontdoen, wordt een vormelijkheid ingezet die het lichaam en de kenmerkende ambiguïteit eerder bedekt dan blootlegt. Die vormelijkheid zou een houvast kunnen zijn binnen het nogal rommelige narratief van de voorstelling, mocht ze me niet zo verdrietig stemmen. Zo is er de scène waarin de drie schoonheidsspecialistes hun schaamlippen bestuderen met een handspiegeltje, tot vervelens toe uitvergrote gestiek, op een semi-pompende beat. De vagina’s zijn karikaturaal op onderbroeken geschilderd die de spelers over hun leggings onder hun schorten dragen. Ik kan me maar met moeite voorstellen dat dit beeld iemand die gebukt gaat onder schroom spontaan naar de handspiegel doet grijpen. Waarom moeten de geslachtsdelen van de spelers onder zoveel lagen stof verborgen blijven? In al haar speelse en vormelijke voorzichtigheid lijkt DEVICKY. er op uit een herkenbaarheid op te roepen die je braaf doet grinniken om het tragikomische lot van vrouwelijkheid.
“In al haar speelse en vormelijke voorzichtigheid lijkt DEVICKY. er op uit een herkenbaarheid op te roepen die je braaf doet grinniken om het tragikomische lot van vrouwelijkheid.”

© Fran Van Gysegem
De mama (Sofie Joan Wouters) ten slotte, wordt in scherp contrast met de drie vrouwen in het waxsalon voorgesteld. Terwijl zij krijsen, kreunen en ontharen, badend in pastel roze- en blauw, is de moeder van Vicky somber en ingetogen, gehuld in aarde-kleurige wijde kleren. Ze vertelt het publiek over haar eenzaamheid als moeder, het gevoel van beklemming dat haar overviel: ‘Er schoot niks meer van mij over’. Daarom wijst ze haar moederrol af. Toch overstijgt de afhankelijkheidsrelatie tussen moeder en dochter pas de voorspelbare anekdotiek wanneer Vicky er helemaal op het einde van de voorstelling in slaagt om het hert – de moeder – dat ze zo adoreert, tot in het waxsalon te lokken. In de liefdesscène die volgt, ligt het weerbarstige hert passief op haar rug. Vicky komt op het hert zitten, en streelt het met een zinderende kalmte. Die sobere, heldere gebaren geven uitdrukking aan de destructieve complexiteit die kan bestaan tussen moeders en dochters, en de ontwrichting die zo’n band kan veroorzaken.
Uit die kleine gestes van Vicky op het hert spreekt een moed en intelligentie die ontbreekt in het geheel van de voorstelling. In de rijkdom aan vormen die worden ingezet schuilen relevante en noodzakelijke vragen in overvloed, maar op zoek naar antwoorden loopt de dramaturgie van DEVICKY. in de veelheid vast. De voorstelling wordt gecommuniceerd als muziektheater voor iedereen vanaf 15 jaar. De vraag is of je een jong publiek, of een publiek tout court, eer aandoet als je de ervaring van vrouwelijke lichamelijkheid en de obstakels in moeder-dochter relaties met zoveel voorzichtigheid ensceneert. Daardoor overstijgt DEVICKY. maar met moeite de maatschappelijke stereotypen van moederschap en vrouwelijke identiteit die ze lijkt te willen uitdagen. Zijn de makers misschien bang de vrouwen in de zaal op hun tenen te trappen?
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.