© Julian Röder

Leestijd 6 — 9 minuten

ANGELA (a strange loop) – Susanne Kennedy & Markus Selg

‘Ik ben gewoon aan het sterven’

Met ANGELA (a strange loop) strijkt de Duitse theatermaakster Susanne Kennedy eindelijk neer in Brussel. Een jonge vrouw lijdt aan een mysterieuze ziekte en ziet daarin een verdienmodel dankzij sociale media. De ver doorgedreven digitalisering van het theater van Kennedy is zowel belangwekkend als vervelend. Kan je het over een gebrek aan diepgang hebben zonder zelf in oppervlakkigheid te vervallen? 

Het werk van Susanne Kennedy was niet eerder in Brussel te zien. Nochtans zette de theatermaker haar eerste stappen op de grote scène bij NTGent met haar regie van De Bittere Tranen van Petra Von Kant (2011). Onder theaterliefhebbers en -kenners groeide haar naam de voorbije tien jaar uit tot een referentie op vlak van speelstijl en esthetiek. Kunstenfestivaldesarts geeft Kennedy eindelijk een podium in Brussel, en wel meteen in een van de mooiste zalen van het land, het Théâtre National, dat goed volloopt voor ANGELA (a strange loop).

De Angela uit de titel is een jonge vrouw die haar brood verdient met het maken van digitale content over haar eigen leven. Angela lijdt aan een mysterieuze ziekte die ervoor lijkt te zorgen dat haar lichaam zowat alles wat ze erin steekt, afstoot. Ze zit opgesloten in een spuuglelijke scenografie die bestaat uit overduidelijk fake betonnen wanden, drie projectieschermen, een billboard waarop in rode letters ‘EXIT’ is geklad. Links en rechts een fluogele deur. Angela’s inrichting is spartaans: ze moet het stellen met een tafel, twee stoelen en een eenpersoonsbed; de rest van haar inrichting bestaat enkel in de digitale ruimte, vormgegeven door kunstenaar Markus Selg. 

De wijze waarop Kennedy en Selg de scène esthetiseren, is exemplarisch voor de hele voorstelling. Het spelen met bewuste, soms zelfs ironische lelijkheid en het benadrukken van hoe vlak de virtuele wereld is: deze elementen liggen aan de basis van de scenografie, dramaturgie, tekst én speelstijl. Wie hoopt ontroerd te worden, zal daar hard voor moeten werken. Kennedy wendt het theater vooral aan als apparaat om concepten te tonen. De kracht van dit stuk is daarmee ook meteen haar zere plek: doordat er zo radicaal voor vorm wordt gekozen, en die vorm traag, repetitief en oppervlakkig is, wordt je beleving als toeschouwer dat ook. 

“Hoewel ze onze tijd treffend weet te vatten, is Kennedy’s theatrale voorstelling ervan een pittige zit.”

Bovendien valt de inhoud ook nog eens samen met die vorm. Het verhaaltje is eenvoudig en is ondergeschikt aan de grotere boog die Kennedy wil communiceren. We zien hoe Angela steeds verder vervreemd geraakt van haar eigen lichaam en van de andere mensen in haar leven. Hoewel, de andere personages vallen bezwaarlijk mensen te noemen, het zijn eerder NPC’s, non-playable characters die uit een videogame lijken weggelopen en wel voor dialoog zorgen maar geen interactie aangaan met Angela. Er is Brad, de vriend van Angela die rechtstreeks van Berghain naar haar appartement lijkt te komen; Susie, fashion victim vriendin die klinkt als Kourtney Kardashian; Angela’s bordkartonnen moeder; en tot slot een soort nimf met een elektrische viool. Twee uur lang zien ze aan hoe het slechter en slechter gaat met Angela, maar actie ondernemen lijkt niet tot hun mogelijkheden te behoren. Ze betreuren haar toestand, maar ondernemen niets. De vrouw met de viool heeft een ander statuut. Zij is de verpersoonlijking van Angela’s geweten, maar ook de engel die haar komt halen om te sterven.  

De teksten zijn banaal en zouden door ChatGPT geschreven kunnen zijn. Waarschijnlijker is het dat ze uit verschillende online vormen zijn geplukt of geschreven werden volgens de poëtica van vlogs en chatbots. Op tekstueel vlak doet de voorstelling denken aan Bartlebabe en Ambient Theatre Fury van Anna Franziska Jäger en Nathan Ooms, hoewel hun uitwerking van die internet-inhoud wel sterk verschilt van die van Kennedy. Waar in Bartlebabe het lichaam wordt aangevallen door technologie en theatraal wordt aangewend om die strijd te laten zien, zijn de lichamen in Angela al zo zeer versmolten met het digitale dat ze er nog nauwelijks van te onderscheiden zijn. Alle teksten in Angela worden gelipsynct. Anders dan bij drag performers, die lipsync doorgaans gebruiken om de illusie te wekken dat ze aan het zingen zijn, zit er hier bewust delay op de stem en de beweging van de mond. Dat zorgt voor een afstandelijke speelstijl, die nog wordt versterkt door het ontbreken van mimiek. Hoewel dit technisch slim wordt gebracht, zit je te kijken naar een proces dat al vertrokken is, eerder dan naar een metamorfose van mens naar cyborg naar een verzameling data. Eigenlijk zit er algemeen gesteld weinig progressie in de voorstelling. Daarin is het tweede deel van de titel, a strange loop, bijzonder transparant: het stuk draait rond de eigen as. 

Nochtans bedient Kennedy zich van heel wat klassieke theatertekens om een structuur te suggereren. Bij aanvang wordt ons via geprojecteerde tekst meegedeeld dat de voorstelling drie delen of bedrijven bevat, van zwart over wit naar rood. Op gezette tijdstippen is er ook een bode. Kennedy’s Hermes is een virtueel hondje dat het gebeuren op de scène overschouwt. Meermaals vindt er een climax plaats die als catharsis zou kunnen fungeren. Zo loopt Angela weg om vervolgens nog verder te versmelten met de virtuele wereld als deel van de projectie, hoest ze bloed op en baart ze een lichtgevende foetus. Toch heeft geen enkele van deze theatrale momenten een langdurige uitwerking op het geheel. Het stuk is en blijft een loop, een status quo. 

Dit alles maakt van Angela een bijzonder samenspel van alle lagen van het theater. De uitzichtloosheid en afstandelijkheid die Kennedy wil aankaarten, zijn erg voelbaar. Onder dat alles sluimert een tweede laag in de vertelling, over generationeel trauma. Maar Angela (a strange loop) is vooral op conceptueel niveau interessant. Het is een constructie die zichzelf voortdurend als constructie laat zien. Philip Auslander schreef in 1999 al dat liveness door het gebruik van technologie bij theater en concerten verregaand werd aangetast. Bij Kennedy gaat die vervorming van liveness richting installatie of animatie: je duwt op play en de popjes gaan aan het dansen. 

Hoewel ze onze tijd treffend weet te vatten, is Kennedy’s theatrale voorstelling ervan een pittige zit. Het via oppervlakkigheid over oppervlakkigheid hebben is een weinig genereuze strategie. De voorstelling sleept en verveelt en is misschien wel een uur te lang. Toch siert de hardnekkigheid van de maker haar. Angela is geen makkelijk verteerbaar tussendoortje, maar een stevige brok informatie die je moet ondergaan. Dit werk pleziert niet. Het is nemen of te laten. Dat wordt bevestigd door het groot aantal mensen dat voortijdig de zaal verlaat. Maar in haar radicaliteit is deze Angela een ver doorgedreven en daardoor uitermate boeiende en misschien zelfs profetische stem in het theater van het digitale, waarvan we vermoedelijk nog maar aan de proloog toe zijn. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#171

15.03.2023

—

31.05.2023

Simon Baetens

Simon Baetens werkt als theatermaker, dramaturg, performer en recensent. Hij werkte samen met o.a. Lisa Vereertbrugghen, Thomas Verstraeten, Micha Goldberg & Rosie Sommers en Pablo Lilienfeld & Federico Vladimir. In 2024 maakte hij de voorstelling I’m Not Done.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!