Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Fabian Calis
De zoektocht naar artistieke vormen om het onbewuste en het ontembare paard van de menselijke psyche uit te drukken bindt choreograaf Wim Vandekeybus en de Spaanse toneelschrijver Federico Garcio Lorca (1898-1936). Toch is ‘Bloedbruiloft’, Vandekeybus’ eerste regie voor het ensemble van Internationaal Theater Amsterdam, niet enkel een ode aan de hartstocht maar legt het vooral de onoplosbare worsteling bloot tussen ratio en gevoel.
De koude kilte van de grotwand die het decor van Vandekeybus’ Bloedbruiloft vormt, opgelicht door een enkel kaarsje, vraagt om een tegenkleur: om de warmte van hartstocht, vuur, om een menselijke ziel, wellicht zelfs om bloed. Lang hoeft het publiek daar niet op te wachten, want meteen in het eerste bedrijf wordt Federico García Lorca (Roeland Fernhout), de schrijver van het stuk, standrechtelijk geëxecuteerd. Door Fernhout in verschillende bijrollen ten tonele te brengen, als de meid en de dood, resoneert de aanwezigheid van de overleden schrijver door de hele voorstelling.
Een beetje context: Eind jaren twintig van de vorige eeuw verschijnt een krantenartikel in het Zuid-Spaanse Andalusië waarin wordt verhaald over de tragische, bloederige wending die een bruiloft nam, ook wel bekend als ‘de misdaad van Nijar’. Op de avond van de feestelijke gebeurtenis, ging de bruid ervandoor met haar geliefde neef. Haar bruidegom en gasten bleven ontregeld achter. Een met mysteriën omgeven liefdesverhaal dat het uitgangspunt werd voor Lorca’s Bloedbruiloft. Ook zijn eigen arrestatie, verdwijning en de vermoedelijk politiek gedreven moord die Lorca’s leven zou hebben beëindigd, zijn omgeven door een mist die nooit is opgeklaard.
Op de avond van het huwelijk verschijnt Leonardo, de vroegere geliefde van de bruid, overtuigend geportretteerd door Achraf Koutet in rijlaarzen. Een bandeloos figuur die zijn zwangere vrouw, in een dubbelrol door Eefje Paddenburg, achterlaat voor het vooruitzicht op een affaire met de bruid (eveneens Paddenburg). In de innerlijke worstelingen van de bruid, manifesteren zich centrale thema’s uit de voorstelling. Blijft ze bij het lot dat voor haar uitgestippeld ligt, een verstandshuwelijk met uitzicht op een luxe burgerlijk bestaan op een uitgestrekt landgoed? Of laat ze zich verleiden door de ruige Leonardo, voor wie ze een passionele verliefdheid voelt? Het is een gevecht tussen ratio en passie, familiewaarden en individualisme, veiligheid en vrijheid. Tot woede van de bruidegom en ontsteltenis van de familie, constateren ze dat de bruid en Leonardo ervandoor zijn gegaloppeerd. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Het laat zich voorspellen dat dit niet goed af kan lopen. Na een sprookjesachtige, naargeestige nacht, worden beide mannen dood gevonden. De bruid moet, na een wel erg kortstondig huwelijk, als weduwe verder. Het huwelijk zou wellicht haar ‘brandende wonden’ verkoeling hebben kunnen bieden, maar tegen de ‘woeste rivier’ van haar vroegere geliefde was ze niet bestand. Er kleeft bloed aan de maagdelijk witte bruidssluier, en dat zonder dat ze haar zo geprezen kuisheid verloor. Ze zal innerlijk verscheurd blijven tot het doven van de kaars des levens rust biedt.
“Door meer dynamische, dansante elementen en filmbeelden aan de archaïsche teksten toe te voegen, voorkomt Vandekeybus een al te stijve enscenering.”
Door de moord op Lorca (de schrijver van de voorstelling) ín de voorstelling mee te nemen en ook door de folkloristische elementen, zoals de beelden van een kerk, volksdansen, muzikale inspiratie en de kostuums, is de historische context en de zweem van mysterie waarin de voorstelling geschreven werd voelbaar. Dat wordt nog eens versterkt door de archaïsche taal, rolpatronen en traditionele waarden van de personages. Tegelijkertijd wordt die historie doorsneden door een potpourri van intuïtieve elementen en zelfs bijna futuristische beelden, zoals geprojecteerd filmmateriaal van de ontsnapte geliefden als basejumpers in wingsuits.
Het is een beeld dat de voorstelling typeert: de euforische vrije val in een indrukwekkend berglandschap als hedendaags symbolisme om het overweldigende gevoel van de complete overgave aan hartstochtelijke verboden liefde uit te drukken. Deze zoektocht naar artistieke vormen om de hartstocht, het onbewuste, het ontembare paard van de menselijke psyche uit te drukken bindt Vandekeybus en Lorca. Toch is de voorstelling niet enkel een ode aan de hartstocht, maar legt het vooral de onoplosbare worsteling bloot tussen ratio en gevoel.
Door meer dynamische, dansante elementen en filmbeelden aan de archaïsche teksten toe te voegen, voorkomt Vandekeybus een al te stijve enscenering. Want de literair aandoende taal, hoe overtuigend gebracht en hoe rijk ook, zorgt niet voor een meeslepende vertaling van het vurige verlangen waarover gesproken wordt, maar vraagt om een intellectuele inspanning. De gevoelslaag moet komen van de ingrepen die Vandekeybus door de voorstelling heeft verweven, waarmee hij telkens nieuwe vertalingen vindt voor emotionele onderstromen, met wisselend succes.
Samen met de dans en de muziek, spelen de filmbeelden door Fernando Vandekeybus (zoon van) hier een grote rol in. In het gebruik ervan kon ik geen heldere dramaturgische lijn ontwarren. Het leek meer een organische uitbreiding van het toneelbeeld en een vergroting van de artistieke uitdrukkingsmogelijkheden. Een, naar mijn idee, redelijk geslaagd experiment, waar mogelijk nog meer uit te halen valt.
Vandekeybus blijft dicht bij de oorspronkelijke tekst, die bol staat van de achterhaalde ideeën over man/vrouwbeelden, familiewaarden, eerwraak, kuisheidsidealen en de onvermijdelijkheid van geweld. De problematiek van de universele pretenties van theorieën over het onderbewuste, archetypes en symbolisme wordt door Vandekeybus niet aan de kaak gesteld. Gelijksoortige essentialistische pretenties worden echter nog steeds door rechts-conservatieve types als Jordan Peterson en Andrew Tate gebruikt om hun overtuigingen te staven. Het roept vragen op over de verantwoordelijkheid van de regisseur, de toeschouwer en de recensent. Een laag van metakritiek had de, toch al erg rijkelijk gelaagde voorstelling, wellicht ontdaan van zijn mystieke taal, met bovendien het risico op een overgecompliceerde dramaturgie. Is het achterafgesprek in de foyer in dit geval een geschiktere plaats om dit te thematiseren dan de voorstelling zelf? Een goede herinnering in ieder geval dat ‘universele’ thema’s altijd cultureel geladen zijn.
De vele lagen, vormen en media die worden ingezet bieden verschillende ingangen tot de voorstelling. Bij mijzelf merkte ik bijvoorbeeld dat de meer poëtische teksten, zoals de geprojecteerde personificatie van de maan door Hans Kesting, me mee wisten te nemen, terwijl mijn verbeelding maar moeizaam leven wist te blazen in de innerlijke wereld van de personages en hun conflicten. De talige afstand tot de emotionele laag werd dan weer overbrugd door de meer theatrale, filmische en dansante ingrepen van Vandekeybus. Het resultaat is een veelheid, in vorm en in het verhaal, waarin nog veel meer personages en verwikkelingen spelen dan in deze recensie aan bod komen. Op sommige momenten weet die veelheid te raken, op andere ligt de verleiding op de loer om de aandachtsboog te ontspannen en kort af te haken. Het brein blijft immers een wild paard.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.