“Bartok/ Aantekeningen” (Rosas) – Foto Herman Sorgeloos

Daan Bauwens

Leestijd 7 — 10 minuten

’85-’86: Lijstjes en commentaren

Etcetera vroeg haar redacteurs en enkele andere critici een lijstje te maken van de – volgens hen – vijf beste voorstellingen het afgelopen seizoen. Niet iedereen kwam op tijd met zijn lijstje aandraven, maar, toegegeven, het was vakantietijd. Een algemene indruk is wel dat de Vlaamse gezelschappen het voorbije seizoen niet veel indruk hebben gemaakt, vandaar de vele buitenlandse namen in deze lijstjes. Jammer maar helaas.

Tot mijn eigen verbazing leek een top 5 moeilijker dan verwacht. Uit een tiental voorstellingen die ik vond in aanmerking komen, bleven de volgende het meest beklijven:

1. Replika – Art Studio de Varsovie, Jozef Szajna

Prangender dan “Shoah” in de evocatie van de concentratiekamp-ervaringen. In goede Poolse traditie zorgt Szajna voor een erg plastische scenografie die je geschokt huiswaarts stuurt.

2. Norodom Sihanouk – Théâtre du Soleil

Een ondertussen bekende manier van theatermaken maar desondanks niet te evenaren. Van een epische klasse en met schitterend acteertalent. Hier leert men van het theater en zijn acteurs houden.

3. Daphnis e Chloe – Groupe Emile Dubois

Geen valse puberale sentimenten die durven opduiken in het werk van Gallotta maar een dansstuk dat met zoveel tintelende bravoure gedanst wordt en zoveel knipoogt naar het publiek dat men graag verleid wordt.

4. Pessoa – De Witte Kraai

Pessoa zou gelukkig zijn met zo een ingehouden en intelligent geschreven en gespeelde voorstelling. Een voorstelling die de alertheid van de toeschouwer beloont en gemakzucht afwijst.

5. Kamers – Theater Teater

Belangrijk omwille van de opgemerkte regie van Jappe Claes en als theater Brecht-avant-la-lettre: vermakelijk en toch leerzaam. Verder: geacteerd door zogenaamde ‘amateurs’ die heel wat beroepskaarten kunnen doen blozen.

En wat doe ik nu met de tweehonderd andere voorstellingen die slechts door hun abominabele indruk van de vergetelheid kunnen gered worden? Gelukkig hebben we een selectief geheugen.

Daan Bauwens

 

Goed theater duurt geen minuut te lang. Is net lang genoeg om een bepaald iets, op die bepaalde manier, aan een bepaald publiek te tonen. En met wat getoond wordt moet elke toeschouwer, ieder voor zich, een dialoog aangaan: op gevoelsvlak, op rationeel vlak. En als de wijzer op ‘goed’ overslaat is dat onomkeerbaar.

Daarom is L’histoire terrible mais inachevée de Norodom Sihanouk, Roi du Cambodge van het Théâtre du Soleil voor mij goed theater. Geen seconde verveling. Geen seconde te lang. Geniaal.

Interessant theater is theater dat bijwijlen vlagen van genialiteit vertoont. Altijd net iets te lang. Of altijd dat ene dode moment erin. Of net iets te weinig doordacht. Of net niet beklijvend genoeg.

Daarom is Bartók/Aantekeningen (Rosas) interessant theater. En Alles Liebe… (RVT-Blauwe Maandag). En Daphnis e Chloe (Groupe Emile Dubois). En Op een avond in (HTP).

Wim De Mont

 

Wedstrijden of top-tiens liggen mij nog steeds niet, en ook geweeklaag over middelmatige theaterseizoenen lijkt zo onvruchtbaar. Het seizoen 85-86 was wat het was en een werkelijk objectiverende beoordeling kan pas later gemaakt worden, als het warrelende zand van indrukken neergeslagen is, geschift in de zift van de tijd. Op dit moment blijven een aantal voorstellingen hangen om de meest diverse redenen, dus niet altijd van esthetische aard. Op een of andere manier blijven ze in je ronddwalen; je verliest ze en wint ze weer terug.

1. Gallotta’s Daphnis é Chloé, een heel heldere pas-de-trois, bijna lief en toch van zotheid doorademd.

2. Twee ‘Vlaamse teksten’: “Dito’ Dito” ‘s Frans/z, een schriftuur met diepgang in een authentieke beeldentaal en de Alles Liebe van het RVT, een plezierige voorstelling, zeer “Vlaams” van sfeer en desondanks niet anekdotisch.

3. Sterke indruk maakte ook de Bouwmeester Solness van het NTG; vooral dan die ene scène waarin Solness’ vrouw, vegend met een natte dweil, eindeloos lang haar bloempotten verschuift, van de ene onhandige opstelling in de andere.

4. Twee ‘grote spektakels’: Gerardjan Rijnders’ Bakchanten, maar dan om zijn “theaterpolitieke” betekenis, om wat deze produktie ongetwijfeld in een structuur als het Nationaal Ballet van Nederland teweeg heeft gebracht; en Ariane Mnouchkines Sihanouk: om de belevenis van het 9-uur-samen-zijn met één publiek; om het besef dat alleen dié uitgesponnenheid het vertellen van De Geschiedenis in het theater aanvaardbaar maakt; en met heel wat reflecties omtrent “grote middelen” en hoe die dan gebruikt worden.

5. In hevig contrast hiermee slaat The Chinese van Love Theater je met pijn omtrent de integriteit van zijn kleinschaligheid.

Verder nog – maar dat is ‘hors concours’ – hou ik erg veel van Anne Teresa De Keersmaekers Bartók/Aantekeningen. De zondermeer sterkste theaterindruk van het seizoen – ook ‘hors concours’, want de voorstelling was bij ons nog niet te zien – deed ik op bij Pina Bausch’ nieuwste creatie Viktor.

Marianne Van Kerkhoven

 

Vijf produkties hebben mij in 1985 – 86 uitermate kunnen bekoren. Niet meer en niet minder. In chronologische volgorde:

1. Groupe Emile Dubois (Grenoble), Daphnis é Chloé
Choreografie: Jean-Claude Gallotta
Klapstuk, Leuven

2. Thalia Theater (Hamburg), Oedipus (Sofocles)
Regie: Jürgen Gosch
NTG Gent

3. Maatschappij Discordia (Amsterdam), Het Atelier
Regie: Jan Joris Lamers
Stuc, Leuven

4. Nationale Opera (Brussel), La Finta Giardiniera (Mozart)
Muzikale Leiding: Sylvain Cambreling
Regie: Karl-Ernst en Ursel Herrmann
Koninklijk Parktheater, Brussel

5. Rosas (Brussel), Bartók/Aantekeningen (Bartók)
Choreografie: Anne Teresa De Keersmaeker
CBA-theater, Anderlecht

Theo Van Rompay

 

Ziehier mijn top 5 van de theater- en dansvoorstellingen van het voorbije seizoen:

– De koning sterft – E. Ionesco – F. Marijnen – NTG Gent

– Alles Liebe – L. de Vega / L. Perceval / D. Roofthooft – L. Perceval – Reizend Volkstheater

– Hirne – C. Ikeda – Ariadone (in Teater 140, Brussel) + Bartók/Aantekeningen – A.T. De Keersmaeker – Rosas

– Oidipus – Sophokles – J. Gosch – Thaliatheater Hamburg (in NTG, Gent)

– L’Histoire terrible mais inachevée du prince Norodom Sihanouk, roi du Cambodge -H. Cixous – A. Mnouchkine -Théâtre du Soleil (in Hallen van Schaarbeek)

Algemeen commentaar: eenvoud en effectiviteit, helderheid en spanning, waarachtigheid en emotie, ironie en intelligentie. Kunst dus.

Wim Van Gansbeke

 

Op een kleine 100 voorstellingen zitten kijken vorig seizoen. Weer onnoemelijk veel rommel op het netvlies gekregen. En (gelukkig!) weer geen recensant in eigen land geworden want: onomwonden het hart gelucht over de tonnen onzin en onbenul, wansmaak en dommigheid die op de toneelplaatsen worden gestort. Maar U vroeg een lijstje zeker?

Overklast door mijn mooiste première-ervaring dit seizoen – de blijde intrede op het Schouwtoneel van dochter Evelien – hebben ik en mijn lachspieren en hersenkronkels behoorlijk wat deugd gehad aan Alles Liebe (Joosten, Roofthooft, Perceval), Oidipus (Gosch in Gent), Onnozele kinderen (Orkater), Kroning van Poppeia (Werkteater), Lelijke jonge eendje (Nederlands jeugdteater), Achter op schema (Poppenkeet) en De tuinman van de koning (Philips – Antwerpen).

Commentaar hierbij zou neerkomen op zelfherhaling. Van gedachten wisselen over mijn voorkeur kan ten allen tijde, maar niet per brief.

Edward Van Heer

 

Hoogtepunten van het voorbije theaterseizoen waren voor mij (ongeveer chronologisch):

– het Klapstukfestival in zijn geheel, met daarin vooral Lucinda Childs en de Groupe Emile Dubois.

La Finta Giardiniera van K.E. Herrmann in de Muntschouwburg.

– A.T. De Keersmaekers Bartók/Aantekeningen

L’histoire terrible mais inachevée de Norodom Sihanouk, Roi du Cambodge van het Théâtre du Soleil o.l.v. A. Mnouchkine.

Wat ik, om diverse redenen, nog graag wil vermelden (ongeveer chronologisch):

Frans/z van Dito Dito.

Oidipus van Jürgen Gosch.

– de Don Carlos van de Studenten theaterwetenschap Leuven o.l.v. Paul Peyskens.

Il Cortile van Sosta Palmizi.

– Trisha Brown met Glacial Decoy, Set en Reset en Lateral Pass.

– HTP met Op een avond in.

Wetende dat er veel te veeldingen zijn die ik niet heb gezien om volledig te kunnen zijn, teken ik,

Mark Deputter

 

De moed om te doden van Lars Norén heeft mij het meest beïndrukt onder de Vlaamse voorstellingen die ik gezien heb in het toneelseizoen 1985 – 1986. Norén beschrijft er een liefde-haat verhouding tussen een vader en een zoon, waar op een of andere manier iedere mens doorheen moet als hij zich in de groei naar volwassenheid wil losmaken van zijn ouders. Regisseur Karst Woudstra ensceneerde het drama met vaste hand, in een sober eenheidsdecor. Dries Wieme maakte van de vader een pathetische figuur.

De andere toppunten van dit seizoen waren gastvoorstellingen: L’histoire terrible mais inachevée de Norodom Sihanouk, roi du Cambodge door het Théâtre du Soleil, in de regie van Ariane Mnouchkine, door de Munt en de Singel uitgenodigd naar Brussel; Oidipus van Sofokles, door het Thaliatheater uit Hamburg, in de regie van Jürgen Gosch, te gast bij het NTG in Gent; en Mistero Buffo van en door Dario Fo, in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel.

Jef De Roeck

 

Hugo Meert (telefonisch, want net terug van vakantie) vindt dat geen enkele Vlaamse produktie de moeite waard is om in een lijst van beste produkties te worden opgenomen. Hij wil ook geen buitenlandse gastvoorstellingen opnemen (“Die worden elders gelauwerd”). Maar wat betreft de Vlaamse theaterprodukties: ergernis.

Ergernis over de KNS (“ondermaatse revue”). Ergernis over het NTG (“die het publieksgemis tracht goed te maken met een musical”). Ergernis over de kortere produkties van Jan Decorte.

Hugo Meert

 

Misschien, hoewel het ijdel klinkt, is de meest verheugende gebeurtenis van het theaterseizoen 1985 – 86 de redding van Etcetera. Maar in welke mate is dat relevant als er in dit land nauwelijks iets gebeurt waarover zinnig te schrijven valt? Een interessante groep wordt omwille van persoonlijke rancunes opgedoekt (Mannen van den Dam) – veruit de meest absurde daad van het voorbije seizoen – en voor het overige heerst de risicoloze middelmaat. Voorstellingen als L’homme qui a voulu, Max, of hoe, of wat, Frans/Franz, Op een avond in…, Sneeuw koesteren zich in de veiligheid (maar ook in de steriliteit) van de marge, elders wordt keurig op zeker gespeeld (Fool for love, De Sapeurloot, De moed om te doden). Alles Liebe van het RVT en Tyrannie der hulpverlening van de Witte Kraai waren nog de meest geslaagde produkties, omdat ze beide (op een overigens niet te vergelijken wijze) uitgingen van een fundamentele analyse, een herontdekking haast, van de relatie tussen tekst en spel: dit is een vraag die al te zelden zichtbaar is in ons theater. De weigering om deze vraag in al zijn consequenties te stellen is volgens mij dé reden voor de nederlaag van het NTG, dat met Bouwmeester Solness, Demonen en Een oogje op Amélie wel dramaturgische intelligentie toonde, maar nooit van een coherent inzicht blijk gaf in de taal van het theater.

Los van al deze overwegingen, twee voorstellingen blijven mij achtervolgen en zijn daarom helemaal geslaagd: Rosas’ Bartók/Aantekeningen en Gerardjan Rijnders’ Bacchanten.

Klaas Tindemans

 

Een schamele twee theaterprodukties koester ik in mijn herinnering aan het voorbije seizoen. De Oedipus in een regie van Jürgen Gosch, een zeldzaam zuivere en ogenschijnlijk simpele produktie, en de Hamletmachine in regie van Sam Bogaerts, een zeldzaam walgelijke en ogenschijnlijk gecompliceerde produktie. Beide ensceneringen woelen in het andere, onbekende, en hanteren daarbij, op zeer uiteenlopende wijze, een krachtige, aangrijpende theatertaal.

Van het Vlaamse theater geen nieuws. De Witte Kraai en Akt/Vertikaal waren goed, maar dan enkel t.o.v. de droevige avonden van de anderen, en in het Franstalige theater was het helemaal kommer en kwel.

Gelukkig was er dit jaar een groot dansaanbod, met tussen de krampachtige Japanners en de schone-smoelen-lege-koppen Italianen een aantal boeiende en plezierige produkties: Doublé Duo van Karole Armitage (verleidelijk!), An Axe to Grind van Laurie Booth en Harry De Wit (virtuoos!), Daphnis en Chloé van J.C. Gallotta (grappig!), Mange p’tit coucou van Alain Platel (knotsgek!), en vooral Bartók, Aantekeningen van Rosas (verleidelijk, virtuoos, grappig, knotsgek, en nog veel meer, en een beetje te lang.)

Ja, dat zijn zo van die dingen. Waarover men niet spreken kan, moet men zingen. (H.M.)

Luk Van den Dries

varia
Leestijd 7 — 10 minuten

Daan Bauwens

varia