Lieve Dierckx

Leestijd 6 — 9 minuten

7 – Radouan Mriziga

Ode aan de verbeelding

Zeven performers verdiepten zich in de zeven architecturale wereldwonderen van de antieke oudheid. Rond die inspiratiebron, en met het getal zeven als oersymbool van orde en harmonie, voegen de performers er vanuit een compleet kaal gestripte zaal op ambachtelijke wijze een achtste wonder aan toe: de onmetelijke ruimte van gezamenlijke verbeelding.

Dit mag dan pas zijn derde creatie zijn, met de premièrereeks van 7 maakt choreograaf Radouan Mriziga tijdens het Kunstenfestivaldesarts op magistrale wijze duidelijk dat hij aan een oeuvre werkt. In zijn eerste solo 55 (2014), zette hij met zijn lichaam als meetinstrument de fundamenten uit in de vorm van geometrische vloerpatronen. Vervolgens zwoegde hij  zich in 3600 (2016) met drie andere dansers in ware Sisyphus-stijl tot de op de rand van de uitputting door telkens opnieuw halfhoge constructies in baksteen op- en af te bouwen. Nu, ter voorbereiding van 7, verdiepten zeven performers zich in de zeven architecturale wereldwonderen van de antieke oudheid – waarvan alleen de Egyptische piramides de geschiedenis overleefden. Rond die inspiratiebron, en met het getal zeven als oersymbool van orde en harmonie, voegen de performers er vanuit de compleet kaal gestripte grote zaal van Kaaitheater op ambachtelijke wijze een achtste wonder aan toe: de onmetelijke ruimte van gezamenlijke verbeelding.

 “There is no closed space (just as there is no private language); there are spaces that open each other.”

Even een omweg langs dit citaat uit Amphora, een tekst van de Duitse filosoof en literatuurwetenschapper Werner Hamacher – te mooi om in deze context te laten liggen. Nadat hij al zo’n twintig jaar met deze tekst op zak liep, voegde Mårten Spångberg hem enkele dagen voor de première van 7 integraal toe aan de programmabrochure bij zijn eigen voorstelling, Gerhard Richter, une pièce pour le théâtre. Daarin vormt Spångberg een schijnbaar stagnerende omgeving, waarin alles vertraagt en zich herhaalt, in twee en een half uur om tot een open, puur meditatieve ruimte. Het blijft één van de aantrekkelijke punten van het festival:  de sporen die je er telkens kan trekken van de ene voorstelling naar de andere, van de ene kunstenaarsvisie en discipline naar de andere, vaak over de verschillende edities heen. Misschien omslachtig, vindt u, maar naast het feit dat het citaat bij uitstek van toepassing is op 7, past het als gegoten bij de opzet van het Kunstenfestivaldesarts. Dwars doorheen alle hokjes en begrenzingen die het huidige socio-politieke debat opnieuw installeert, wilde het artistieke team expliciet op zoek naar een “permanente porositeit”. Radouan Mriziga bespeelt dit thema op zijn manier ongewoon virtuoos. En wonderlijk genoeg doet dat hij puur op artistieke kracht, zonder een zweem van activisme.

De toon is gezet wanneer bij het binnenkomen blijkt dat de volledige ruimte van Kaaitheater kaal gestript is. In het deel waar normaal de tribune staat, zijn de lichtrails langs weerszijden tot op hun laagste punt neergelaten. Verder geeft niets aan waar de actie zal beginnen.  Het gezamenlijke toeschouwerslichaam zwermt dus op automatische piloot uit naar de veiligheid van wanden en randen om tegenaan te leunen of te zitten. Voorlopig geen slechte optie, want even later neemt performer Bruno Freire in het midden plaats.  Tikkend met zijn voet op de vloer en knippend met zijn vingers telt hij telkens opnieuw luidop tot 7, dan tot 6. Ergens hoog tegen een zijwand klinkt een eerste echo. De belichting spot performer Zoltán Vakulya die in de ijzeren kooi van een lichtbrug mee begint te tellen.  Aan de andere kant gebeurt hetzelfde, maar laag op de vloer. Eenzelfde diagonale klank- en ritmelijn vertrekt dan van op het lege toeschouwersbalkon achteraan, terwijl even later beneden op het grote podium de zevende stem opklinkt. In luttele tijd is zo rondom de toeschouwers een ruimtelijke constructie van resonanties geconstrueerd. Die resonanties zijn tijdloos. De klank van de stemmen zou evengoed passen in een hedendaagse muziekcompositie als in een sjamanistisch ritueel. Ze leggen de basis voor wat volgt: de creatie van een magische ruimte vol verrassingen en gemorrel aan de grenzen tussen culturen, en ook aan die van de toeschouwer.

Die staat voortdurend voor de keuze: vanuit welk perspectief wil ik kijken? Hier of ginder? Actief of passief? Eén optie is een lijf en een nek die voortdurend in spiralen draaien om de actie te kunnen volgen. Soms passeert er rakelings een wild dansend lichaam langs je heen, of moet een been opzij om baan te ruimen voor een lange vloertape die een weg zoekt over de grenzen van de ruimte heen, waarmee performer Freire, net als Mriziga in 55, een vloerplan uittekent. Elke actie van de performers is een uitnodiging om je plaats in de ruimte zelf te bepalen of te laten bepalen. Mooi is hoe Mriziga veeleer ruimte creëert dan ze te gebruiken. Even knap is hoe hij zich doorheen de trilogie de tijd heeft gegund om dat ruimtelijk bewustzijn te ontwikkelen, en er zo een porositeit tussen de verschillende stukken uit de trilogie ontstaat.

In 7 bloeit hij open als choreograaf. De logistieke en dramaturgische steun van huizen zoals Nomadisch Kunstencentrum Moussem en Kaaitheater, waar Mriziga tot 2021 artist in residence is, is ongetwijfeld cruciaal geweest voor deze ontwikkeling. Consequent bouwt hij verder op de basis die hij legde in de eerste twee voorstellingen. Dat doet hij om te beginnen letterlijk, met verwijzingen naar bewegingsmateriaal en bouwsels. De schaal is echter vergroot: voor het eerst werkt Mriziga samen met zes andere performers. In deze ruimere constellatie van performers en bewegingstalen laat Mriziga voor het eerst ook expliciet zijn Arabische achtergrond toe. Er lijkt meer porositeit mogelijk te zijn tussen zijn roots en zijn huidige westerse habitat als kunstenaar. Dat was voordien anders. Mriziga, die geboren en getogen is in Marrakech, en hier na zijn studies aan P.A.R.T.S. al snel opgepikt werd door Moussem, weigerde altijd uitdrukkelijk om zijn werk te laten inlijven in een ‘multicultureel’ discours. 55 en 3600 oogden concreet en zelfs westers-conceptueel. Alleen een flard muziek, een specifiek gebaar, of de Arabische geometrie van het  vloerpatroon verraadden zijn achtergrond.  In 7 mag muzikant Suham Najm Abdullah voluit de Arabische toer op met zijn qanûn, een vroegmiddeleeuws snaarinstrument en nakomeling van de oud-Egyptische harp. Alleen al die afkomst rekt de inspiratiebron van de antieke wereldwonderen verder open.  In een lange, bloedmooie solo op het grote podium verbeeldt Abdullah – zo blijkt uit het nagesprek – de tuinen van Babylon, terwijl op de achtergrond muurhoge projecties van Lana Schneider te zien zijn,  een jonge multimediakunstenares die ook mee performt. Haar fotoprojecties van mossen en hemels vatten op hun beurt uitstekend de verbinding tussen concreet en abstract, tussen lichaam, techniek en geest, waar Mriziga voor staat.

Het vocabularium van de performers is even divers als hun verbeeldingswereld. Het gaat van het lichaam als ambachtelijk instrument om een tempelfundament op de vloer uit te tekenen, over tekst en weidse, vertellende gebaren om verdwenen werelden op te roepen (Maïté Jeannolin), tot het imponeergedrag van streetdance tot de uitputting volgt (Eleni-Ellada Damianou). Telkens vertrekken de performers vanuit een solo waarbij ze hun specifieke verbeelding rond het wonder dat ze toegewezen kregen op de voorstelling loslaten. De andere performers treden binnen in hun wereld of kijken respectvol toe. Een mooi voorbeeld van hoe doordacht de voorstelling inzet op de thema’s van (interculturele) openheid, is het deel met de virtuoze beenbrekerij van Zoltán Vakulya,  hoog op het balkon. De muziek waarop hij danst blijkt bij navraag Canon for Seven als titel te hebben. Ze is van de Russische componist Thomas de Hartmann die in 1906 ook al balletmuziek schreef voor de Russische sterdansers Anna Pavlova, Vaslav Nijinsky en Michel Fokine. Canon for Seven componeerde de Hartmann samen met zijn tijdgenoot Georgi Gurdjieff, een nomadische Georgische mysticus en utopist, zoals ze in die vooroorlogse periode wel vaker opdoken. Gurdjieff bracht oost en west samen in spirituele bewegingsreeksen die hij samenstelde uit zijn lange ervaringen in oosterse spirituele centra. Hij onderwees ze onder andere aan het Instituut voor de Harmonieuze Ontwikkeling van de Mens, dat hij in 1922 opende in Parijs. Canon for Seven is de muziek bij één van die bewegingscycli.

Als toeschouwer heb je deze achtergrond niet nodig om het contrapunt van de romantisch klinkende muziek van de Hartmann te waarderen tegenover de Arabisch geïnspireerde muziek van Abdullah die we net daarvoor hoorden. Het bewegingsmateriaal van de Zoltán Vakulya verschuift daarbij subtiel van oosterse aanzetten naar de verticaliteit van klassiek ballet.  Die verticaliteit past dan weer wonderwel bij het wonder dat deze danser toegewezen kreeg: de Kolossus van Rodos, een beeld dat volgens de overlevering 32 meter hoog was en opgedragen aan de zonnegod Helios.

Daartussen stelt Mriziga zelf zich als performer bescheiden op:  wat hij doet is op de knoppen drukken, en de muziek en de lichtbruggen bedienen. Zo bekrachtigt hij in 7 zijn kijk op het danslichaam, dat voor hem in de eerste plaats een tool is om aan iets te bouwen. Met zijn fascinatie voor getallen – alleen al de titels van de trilogie – voor patronen en ruimtelijke constructies, trekt hij vanuit de verbeeldingswereld rond de zeven architecturale wereldwonderen een voorstelling op als een open bouwwerk waarin techniek en culturen (beweging, muziek, achtergronden) elkaar verrijken. Hij maakt zo in deze voorstelling met verve zijn zelfopgelegde missie waar om met de ambachtelijkheid van dans een brug te slaan tussen kunst en maatschappij, net als architectuur dat doet. Om met de fysieke inspanning van een geëngageerd (dans) lichaam de ruimte te veranderen, ook die van u en van mij. We geloven hem: in 7 plooit Mriziga zijn uitgangspunten op een indrukwekkende manier verder open.

Gezien op 18 mei 2017 in Kaaitheater

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#148

15.03.2017

14.06.2017

Lieve Dierckx

Lieve Dierckx is vertaler en theaterwetenschapper. Ze schrijft freelance over dans en podiumkunsten voor verschillende magazines, huizen en choreografen.