Leestijd 10 — 13 minuten

6 Sound Questions

Survey geluidskunstenaars

11 geluidskunstenaars produceren een groovy mix van aanzetten, ideeën en overtuigingen over de mens in de machine, het geluid als fictionele ruimte, en het theater als sparring partner.

Arnaud Jacobs aka Aernoudt Jacobs, tmrx, markmancha, missfit

Alexander Dementieva, Tilman, Kjell Bjorgeengen, Francisco Lopez, fyke, Kris Verdonck, Alexis Destoop, Alexander Baervoets, Zouzou Leyens, Kasia Rausz & Sonia Si Ahmed, Martiensgohome, Felix Kubin

-> geluid

Yves De Mey aka Eavesdropper

Luc Perceval, Peter Verhelst, Wim Vandekeybus, Inne Goris, Anouk De Clercq, Christoph De Boeck, Peter Van Hoesen, Eric Joris,…

Hangt af van de opdracht, maar meer en meer lijkt het begrip geluidsontwerp het meest van toepassing

David Helbich

Shila Anaraki, Mette Edvardsen, Ensemble Moderne, Tom Pauwels, Benjamin Vandewalle, Daniel Steinmaier, Ictus, Rinah Lang, en vele anderen.

> composer/conceptual artist/ performer

Pierre Bastien

Dominique Bagouet, Pascal Comelade, Jacques Berrocal, Pierrick Sorin, Robert Wyatt, Karel Doing, Enclave Dance Company, Rephlex, Issey Miyake inc…

-> muziek

Simon Williams

UK: Resonate, Sneaky Alien Record Label, Sasha (Global Underground)

BELGIUM: Toneelhuis, Els Van den Meersch, theatre, performance and visual arts

-> sound artist/ live performance. “Hangt af van wat ik doe, vermoed ik.’

Danny Devos aka DDV

Club Moral, Anne-Mie Van Kerckhoven, Marc Vanruxt, Mauro Pawlowski, Tim Vanhamel, Paul Mennes…

Als het muziek is: muziek. Als het geluid is: geluid. Andere dingen zijn mij wat te trendy en overspannen vaak meer dan wat de lading dekt.

Maarten Van Cauwenberghe

Jan Fabre, Lisbeth Gruwez, Label Cedana

geluid

Arthur Sauer

Hotel Modern (objecttheater), eigen producties, ensembles, bands, film, dans.

composer/conceptual

Hangt af van wat ik doe. Geluidsconcept als ik het hele concept ook heb bedacht, compositie als ik het gecomponeerd heb, muziek als ik muziek heb uitgezocht performer als ik het zichtbaar uitvoer, instrumenten als ik instrumenten heb gebouwd en al het andere dat toepasselijk is.

Peter Van Hoesen aka Object

Vele anderen

-> muziek

Marc Appart aka Cram

Arco Renz/Kobalt Works, The South Wing, Hartati, kunstinstallaties, radio, film…

Soms: composer/original music. Wanneer het live is: live music.

Steve Heather aka electricbongoongorecent

In de context van theater/performance: Siegmar Zacharias, Ivana Müller, Martin Nachbar, Eva Meyer Keller, Frans Polstra, Robert Stein, Anat Steinberg

musician/composer/sound designer

1/ GELUID-MUZIEK

Waar begint muziek voor jou, en stopt geluid?

Arthur Sauer: Muziek begint daar waar nagedacht is over de perceptie van geluid (La musique c’est du bruit qui pense – Victor Hugo)

DDV: ‘Too many pieces of music finish too long after the end.’ – Igor Stravinsky. Alle geluid (inclusief ‘muziek’) is muziek, en alleen meer of minder aangenaam afhankelijk van de context en/of de omstandigheden waarin je het hoort. Waarbij ik helemaal niet zeg dat muziek aangenaam hoeft te zijn.

Simon Williams: Geluid is muziek. Geluidscreatie begint daar waar men er in slaagt alles te begrijpen: de ruimte, het concept, de mensen… . Alleen dan opent het pad zich naar een voorlopig eindpunt.

Yves De Mey: Muziek wordt door veel mensen verward met muzikaliteit, wat een subjectief gegeven is. De meest lawaaierige situatie kan barstensvol muzikaliteit zitten maar de appreciatie ervan is sterk verbonden met smaak, tolerantie, cultuur en perceptie.

David Helbich: Waar begint muziek en stopt geluid? Eerlijk gezegd denk ik niet dat dit vergelijkbare eenheden zijn. Muziek kan, door zijn inherente systemen van definities, geluid incorporeren of uitsluiten. Hetzelfde geldt voor ‘niet-geluiden’. Muziek tekent de contouren van haar eigen lichaam: in tonale muziek door een tamelijk algemene en consistente overeenkomst; atonale muziek draagt haar bewijslast keer op keer zelf. Ik hou ervan wanneer muziek en geluidskunst deze vraag in zich dragen.

Steve Heather: Er bestaat een dunne scheidingslijn tussen muziek en noise. Een lijn waarop ik mij graag en voortdurend uitleef. Het belangrijkste verschil tussen muziek en noise is voor mij gebaseerd op de organisatie van het materiaal, de intentie waarmee het gemaakt of vertolkt wordt en de referentiepunten van de luisteraar en de maker.

Aernoudt Jacobs: Deze vraag is erg cultureel bepaald, maar los hiervan: fysisch gezien zijn muziek en geluid hetzelfde. Beide kunnen erg sterke emoties losmaken. Geluid zie ik als datgene wat klankmatig aanwezig is in de wereld. Muziek daarentegen, is wat door een mens gemaakt wordt. De maker die zijn ‘nieuw’ werk als muziek bestempelt, zal ook zijn definitie van wat muziek is/wordt herzien. Zo kan elk ‘geluid’, dat in een artistieke/muzikale context wordt gebracht, ook muziek worden. In een theatrale context krijgt geluid/muziek omwille van de inhoud een totaal andere connotatie. Een veldopname kan in sommige gevallen gewoon een veldopname blijven. Het gebruik van geluid en muziek in een theatrale context noem ik liever klankconcepten omdat ze in nauw verband staan met andere actoren zoals performance, site specificiteit, ruimtelijkheid…

Pierre Bastien: Geluid is één van de componenten van muziek, samen met toon(aard), ritme, melodie, harmonie en noise. Ik hou ervan om ze allemaal naar voor te schuiven en niet de nadruk op één of twee van de componenten te leggen. Muziek begint daar waar een componist deze elementen combineert. Maar het leven kan ook muziek produceren. Bijvoorbeeld: wat ik nu hoor, doorheen mijn open venster. De harmonie in de verte van de vele auto’s op de snelweg en het geluid van hun motoren, de nabije polifonische melodie van de vogels in de tuin, de toon van de wind tussen de ruisende bladeren, het ritme van de regen op het dak, en af en toe het geluid van donder. Fantastische ‘ambient muziek’!

Maarten Van Cauwenberghe: Dit vind ik een zeer moeilijke vraag, aangezien dit bijna filosofisch is en ik ben zelf niet iemand die mijn werk filosofisch benadert. In elk geluid zit muziek. Muziek begint met een geluid of zelfs een stilte. Geluid stopt als je niets hoort – tenzij je stilte hoort, want dat is nog steeds geluid. Het is alleszins niet zo dat muziek voor mij inhoudt dat er ritme, melodie en harmonie moeten zijn. Muziek=geluid=muziek=geluid.

Peter Van Hoesen: Elk geluid is een noot.

Marc Appart: De overgang van geluid naar muziek zou die kunnen zijn van geboorte naar dood. De grens tussen geluid en muziek zou zoals die kunnen zijn tussen geboorte en dood.

2/ MACHINERIE: ANALOOG? DIGITAAL? POSTDIGITAAL

Vraag: welk belang heeft het al dan niet gebruiken van welbepaalde specifieke technologieën voor jou?

Arthur Sauer: Het gebruik van technologie in de kunst heeft een esthetische én een praktische waarde. Praktisch, indien het iets mogelijk maakt dat zonder technologie niet te bereiken is. Esthetisch, als het de verbeelding van de luisteraar aanspreekt. Wat ervaren we als werkelijk: een opname van een echt machinegeweer of een volledig artificieel klinkend machinegeweer? De mogelijkheid om met de verbeelding van de luisteraar te spelen, maakt het gebruik van technologie interessant, al kan je uiteraard ook via akoestische middelen met de verbeelding van de luisteraar spelen.

Simon Williams: Voor mij is het belangrijk om alle beschikbare technologieën te gebruiken. Ik gebruik het liefst oudere technologieën om geluid te creëren, teruggaand tot de jaren zeventig: synths, effect units,… Ze geven mij een enorm grote controlemogelijkheid dankzij hun tactiele interfaces. Maar ze zijn ook mijn passie. Ik ken deze machines van binnen en van buiten omdat ik ze ook herstel of aanpas. En door deze tactiele interactie, heb ik er een sterke band mee. Het heeft ook te maken met een eigenaardige mix tussen affect/intuïtie en techniek/kennis. Je kan die twee niet van mekaar scheiden. Zo wil ik bijvoorbeeld een voorstelling kunnen voelen. Door geluid tijdens een repetitie of zelfs tijdens een live optreden te gaan sculpteren, creëer ik een flow die zorgt voor een echte connectie met het visuele aspect.

Yves De Mey: Meestal kies ik de technologie in functie van het beoogde resultaat. Ik beschouw technologie eerder als een instrument, en niet zozeer als de bestaansreden voor mijn werk. Anderzijds vormt het bestaan van een bepaalde techniek of technologie soms het uitgangspunt voor een concept of een werkmethode, maar ik probeer dat bestaan niet als reden voor de creatie te nemen. Een bepaalde technologie vult een creatieve behoefte in en/of aan. Ik stel hoe langer hoe meer vast dat het gebruik van één welbepaalde technologie me beperkt in wat ik wil zeggen of doen. Hoe aantrekkelijk het destijds ook was om te zeggen dat ik ‘computermuziek’ maakte, het is een uitspraak die elke dag minder juist klinkt. De computer maakt onvermijdelijk deel uit van mijn werk, maar hij maakt meer en meer plaats voor andere geluidsbronnen en instrumenten (voor zover een computer an sich geen instrument is). Samen met deze vaststelling komt ook het besef dat techniek (zoals in speeltechniek) een grotere impact heeft op wat ik doe, dan technologie.

David Helbich: Welbepaalde technologieën gebruiken is voor mij, zoals voor iedereen, van groot belang. Technologie is immers méér dan de individuele kennis van technieken en methoden, of het gebruik van machines. Het is het bewust-zijn van haar daadwerkelijke totaliteit. Zelfs een traditionele muziekpartituur voor akoestische instrumenten is een expressie ‘binnen’ technologie. Ik ben niet vrij om te kiezen: bij alle beslissingen die ik neem, ben ik omringd door het potentieel van de technologie. Elk kunstwerk drukt naast zichzelf ook een ‘state of the affairs’ (‘state of the art’…) uit: datgene van waaruit het voortkomt. Zolang men van deze premisse vertrekt, staan die bepaalde technieken in dienst van het concrete werk. En het plezier.

Aernoudt Jacobs: Technologie gebruik ik steeds in relatie tot wetenschap en Do-It-Yourself. Technologie fascineert me mateloos. Ik volg het op de voet. Het opent de deuren voor wat ik wil doen. Technologie is echter nooit een uitgangspunt in mijn werk. Het dient mijn werk. DIY geeft technologie een menselijk karakter. Het geeft de mogelijkheid om technologie af te stemmen op mezelf.

Pierre Bastien: Het gebruik van machines is voor mij vanaf het prille begin cruciaal geweest. De machines gaven mij een stijl, terwijl ik er als muzikant geen had. Door me vervolgens te gaan aanpassen aan de machines, ontwikkelde ik een manier van instrumenten bespelen, die min of meer mechanisch klinkt.

Ik wil er graag op wijzen dat de analoge machines die ik gebruik, ook door mijzelf uitgevonden en gebouwd zijn. In plaats van kant en klare toestellen te kopen in de winkel, ervaar ik op deze manier het volledige proces van muziek maken. In plaats van een groot deel van het plezier over te laten aan Japanse ingenieurs die beslissen wat de mogelijkheden zijn van deze machines, wil ik er van bij het begin aan werken, ervan genieten én verantwoordelijk zijn voor het hele ding van A tot Z.

Maarten Van Cauwenberghe: Alles wat voorhanden is, kan gebruikt worden. Maar ik grijp steeds vaker terug naar analoge geluidscreatie (instrumenten of omgevingsgeluiden via een microfoon). Deze neem ik wel op via Protools, om ze dan eventueel digitaal te bewerken en te verwerken. Protools blijft heel belangrijk, aangezien knippen en plakken en trial and error tot nieuwe ideeën, nieuwe structuren kunnen leiden. Aangezien ik muziek maak voor choreografieën moet ik snel kunnen reageren op veranderingen in de structuur. Dit is perfect mogelijk met Protools. Een ander belangrijk element is mijn oude analoge Soundcraft mengtafel. Deze is volledig analoog en heeft fantastische voorversterkers, die de nodige warmte aan elk geluid geven (ook al moet dat bijvoorbeeld een ‘koud’ geluid zijn). Zelfs de ruis die eigen is aan deze oude tafel heeft zo zijn charme.

Peter van Hoesen: Geen. De ene dag gebruik ik een computer, de andere dag een stofzuiger. Het is de intentie die telt, niet de techniek.

Marc Appart : Technologie is enkel een middel om ideeën te ordenen en op te delen (wat op zich al erg cool is). De constructie zélf van computers, in hun binariteit, kan enkel een (etnocentrisch) perspectief bieden ten aanzien van de creatie. Voor mij zit er ook een erg tegenstrijdige kant aan het gebruik van computers; het geluid is voor mij namelijk verbonden met de notie van tijdsverloop. Het geluid is fysiek inherent aan de tijdelijke relatie tussen het ‘voor, tijdens en na’, en dus aan een eindeloze beweging.

Ik ga akkoord met de uitspraak van Marshall McLuhan: ‘We are the genitals of our technology. We exist only to improve next years model.’ De industrie creëert een zinsbegoocheling tussen het afgemeten potentieel van een machine en het creatieve potentieel van het geluid door de gebruiker. Ik stel mij vaak vragen over een soort super “Black Out”: als er geen stroom meer was, wat zouden we dan horen?

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 10 — 13 minuten

#108

15.09.2007

14.12.2007

Anne Dekerk

Anne Dekerk is redacteur van Etcetera, is algemeen diensthoofd / psycholoog in een multidisciplinair diagnostisch en therapeutisch centrum te Brussel. Studeerde theaterwetenschappen, lid van kunstenaarscollectief ECHO. BASE.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!