© Stef Stessel

Leestijd 6 — 9 minuten

4:48 – Sara De Bosschere & de Roovers

Denkend aan zelfmoord

‘4:48 Psychosis’ is een theatertekst van nauwelijks vijfduizend woorden, voor het eerst opgevoerd in 2000, en sindsdien hedendaags repertoire geworden. Het laatste stuk van Sarah Kane (1971-1999) is zowel gedetermineerd als onbepaald. De auteur pleegde zelfmoord, wat de tekst tot een afscheidsbrief lijkt te maken, maar tegelijkertijd is er geen regieaanwijzing – alleen woorden, in een typografie bepaald door insprongen, witregels, tussen haakjes aangegeven stiltes en streepjes die dialoog suggereren. In de uitvoering van Sara De Bosschere & De Roovers wordt ‘4:48 Psychosis’ een toespraak, als een monologue intérieur die voortdurend tot een gesprek wil transformeren.

‘De gedachte aan zelfmoord is een doeltreffend troostmiddel: je komt er menige slechte nacht mee door.’ Wat Nietzsche schreef in Voorbij goed en kwaad geeft sarcastisch de scheidslijn aan tussen denkwerk en pathologie: zelfmoord is het belangrijkste filosofisch onderwerp, maar als concept is het de meest geconcentreerde vorm – het eindpunt – van ondraaglijk geestelijk lijden. Suïcidale neigingen tot kunst verheffen is enerzijds onmogelijk zonder te flirten met outsiderkunst of zonder menselijk lijden te banaliseren en esthetiseren, terwijl er anderzijds een onweerstaanbare artistieke aantrekkingskracht van uit gaat. In de woorden van Patricia de Martelaere in Het verlangen naar ontroostbaarheid: ‘Het esthetisch bewustzijn in het algemeen is wezenlijk ‘suïcidiaal’ – of in minder negatieve termen, terminaal, perfectionistisch, arrivistisch – van aard.’

4:48 Psychosis, als theatertekst, weet die tegenstellingen te belichamen zonder ze op te heffen: het is een esthetisch en artificieel geheel, met een onvergetelijk begin en een dubbelzinnig einde, dat voltooid is, onaantastbaar, helder maar ook opaak. En het is dankzij de auteursfunctie toch een ‘echt’ document. De tekst is geschreven door een vrouw die een tijd na de voltooiing zelfmoord pleegde, en lijkt daarom weer te geven wat er door je hoofd gaat als je een zelfgekozen einde overweegt. In het geval van 4:48 Psychosis gaat het om drie groepen mentale flarden: reflecties over je toestand (en over manieren om daaraan te ontsnappen); oefeningen om de geest te testen of tot rust te brengen (zoals de serial sevens: aftellen vanaf honderd, in stappen van zeven); en herinnerde of gefingeerde dialogen met een dokter. Het maakt 4:48 Psychosis, op technisch vlak, eveneens tot een fantastisch probleem: omdat Sarah Kane eerder andere theaterstukken schreef, en omdat 4:48 Psychosis intentioneel deel uitmaakt van haar oeuvre, is deze verzameling woorden geen poëzie, geen proza, geen brief – dit is een tekst die aan de basis moet liggen van iets anders, van iets dat zich op een podium afspeelt, in het theater, live, voor een publiek. 

Hoe die transformatie zich moet voltrekken heeft Kane er niet bij gezegd, waardoor er ondertussen, sinds 2000, tientallen uiteenlopende opvoeringen van 4:48 Psychosis zijn gemaakt. De Britse band Tindersticks maakte er zelfs een rocknummer van, met een aan de Velvet Underground ontleende monotone drone, op hun album Waiting for the moon uit 2003. Een extreme versie werd bedacht door Ulrich Rasche, die in 2020 voor het Deutscher Theater Berlin van 4:48 Psychosis een wagneriaans ensemblestuk maakte, met een tiental mensen zwalpend en marcherend op scène, zowel mannen als vrouwen. Nog een ander uiterste is de opvoering uit 2002 van Claude Régy, te zien in deSingel begin 2003. Hij zette één actrice onbeweeglijk vooraan op scène (met daarnaast nog een arts, schimmig achter een scherm). Die actrice, Isabelle Huppert, ‘reciteert de tekst, zonder franje, zonder retoriek, eerder als een bezwering,’ zoals Johan Thielemans destijds in Etcetera schreef. ‘Door haar onbeweeglijkheid wordt ze een stem zonder lichaam.’

Kan je suïcidale gedachten meedelen? En ligt in die vraag niet net het grootste probleem – in het besef dat zoiets niet kan, en dat dat nog het allerergste is?

In haar uitvoering van 4:48 Psychosis is Sara de Bosschere allesbehalve onbeweeglijk. De scenografie nodigt uit tot behaaglijk rondrollen: op de vloer, bijna scènebreed, liggen aan elkaar genaaide, zachte schapenvellen. Eén laaghangend peertje verspreidt een gelig, niet onaangenaam licht. Achteraan en rechts hangen donkere gordijnen, terwijl links een geprojecteerde witte rechthoek een raam of een uitzicht op de buitenwereld symboliseert. Het is, met andere woorden, een minimalistische slaapkamer. De andere aanwezigheid is menselijk: Robson Ledesma, in een choreografie van Marc Vanruxt, is Sara(h)’s tegenspeler: de ander (in het algemeen), maar toch vooral, binnen de huiselijke context die wordt gesuggereerd, haar partner – ‘Ik ben jaloers op mijn slapende geliefde’, zo staat het in de tekst, ‘en bedek zijn geïnduceerde bewusteloosheid / Wanneer hij wakker wordt zal hij jaloers zijn op mijn slapeloze nacht vol gedachten en spraak, niet verdoezeld door medicatie’. Het tijdstip in de titel van het stuk, twaalf voor vijf, is het moment waarop het hoofdpersonage ontwaakt, en haar gedachtestroom een aanvang neemt.

Robson zelf, met uitzondering van een paar Engelstalige woorden, spreekt niet. Hij is er wel, maar als slapend lichaam, overgeleverd aan dromen. Bij momenten kan hij De Bosschere tot samenspel verleiden (of omgekeerd), en dan dansen ze samen, bijvoorbeeld om de stattaco herhaalde infinitieven (of imperatieven) ‘slash  wring  punch  burn  flicker  dab  float  dab’ manisch tot uitdrukking te brengen. Waar Sara(h) vooral naar zoekt, is aansluiting met het publiek: ze kijkt door de vierde wand heen naar de toeschouwers, en spreekt hen toe. Natuurlijk kan dat om een ‘blik op oneindig’ gaan, die in de verte staart, boven de hoofden van het publiek, maar het blijft wel zo dat De Bosschere duidelijk probeert te overtuigen. Ze vertelt, met andere woorden, en ze wendt haar handen aan om haar uitspraken kracht bij te zetten, soms erg nadrukkelijk of retorisch. Dit is geen totaal geïsoleerde vrouw, en dat is van bij het begin duidelijk. 4:48 Psychosis opent met de regels: ‘But you have friends. You have a lot of friends. What do you offer your friends to make them so supportive?’ In deze opvoering worden die woorden samen uitgesproken door De Bosschere en Robson, en het geeft inderdaad aan waar het stuk van Kane over gaat, niet alleen door de inhoud, maar ook door de vorm: kan je geestelijk lijden met iemand anders delen? Kan je suïcidale gedachten meedelen? En ligt in die vraag niet net het grootste probleem – in het besef dat zoiets niet kan, en dat dat nog het allerergste is?

In 1998 publiceerde David Foster Wallace het kortverhaal ‘The Depressed Person’ – een prozategenhanger van 4:48 Pyschosis, eveneens stammend uit het fin de siècle – met deze veelzeggende openingszin (in de vertaling uit 2016 van Leen Van Den Broucke en Iannis Goerlandt): ‘De depressieve persoon leed voortdurend vreselijke emotionele pijn, en de onmogelijkheid die pijn onder woorden te brengen of met iemand te delen vormde een wezenlijk deel van de pijn en een factor die er in al zijn gruwel aan bijdroeg.’ In de uitvoering door Sarah De Bosschere en Robson Ledesma wordt die factor geminimaliseerd, precies door hun beider aanwezigheid, als een koppel, op scène, maar ook door de manier waarop het publiek schijnbaar deelachtig wordt gemaakt van de pijn die Sara(h) voelt. De briljant paradoxale slotzin van Kane – ‘please open the curtains’ – wordt door De Bosschere dan ook decisief zelf uitgesproken, kort nadat ze haar hoofd op de schouder van Ledesma heeft gelegd. Het is het besluit van Sara(h) om na een immens moeilijke nacht toch te leven, de gordijnen te openen, en het reeds tijdens de opvoering voorbereide contact met de buitenwereld te voltooien, samen met de opvoering zelf.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#170

15.12.2022

14.03.2023

Christophe Van Gerrewey

Christophe Van Gerrewey is schrijver van essays, verhalen, romans. Hij is tevens onderzoeker, docent, en criticus in het domein van Architectuur en Stedenbouw.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!