Sébastien Hendrickx

Leestijd 4 — 7 minuten

Talos – Arkadi Zaides

Grenschoreografieën

In de Europese Unie grijpt men op tijd en stond graag terug naar het Antieke Griekenland als wieg van de ‘Westerse beschaving’. Heel wat initiatieven in verband met de bewaking van haar grenzen dragen bijvoorbeeld namen van Griekse mythologische figuren. ‘Talos’ verwijst nu niet alleen meer naar de bronzen bodyguard die Zeus cadeau deed aan de Fenicische prinses Europa, maar ook naar een onderzoeksproject van de EU rond de robotisering van grenscontroles, dat liep van 2008 tot 2013. Samen met een groep dramaturgen en choreografen bestudeerde Arkadi Zaides dit staaltje ongerealiseerde science fiction. Het leidde tot een lecture-performance die zich vermomt als een koel-zakelijke promotalk rond Talos.

Zijn nauw aansluitende designerhemd, sneakers, het bolvormige microfoontje dat zijn stem versterkt, het metershoge projectiescherm achter hem en de twee flatscreens links en rechts in de publiekstribune (waardoor hij zonder achterom te kijken de filmsequensen mee kan volgen) – al deze elementen doen denken aan een gladde productpresentatie in Silicon Valley, maar dan minus het tomeloze enthousiasme van de typische tech-goeroe. De projectmedewerker die Zaides speelt, spreekt in afgemeten, extreem gearticuleerde zinnen over de beperkingen van het huidige migratiemanagement, en hoe een doorgedreven automatisering die zou kunnen opheffen. In tegenstelling tot menselijke agenten worden robots bijvoorbeeld nooit moe. Ze hebben geen last van emotionele betrokkenheid bij hun taak. Hun perceptuele, analytische en fysieke capaciteiten overstijgen die van mensen. En, ook niet onbelangrijk: op langere termijn zijn ze een stuk minder prijzig.

Zaides maakt gebruik van de politiek-esthetische strategie van de over-identificatie: op een geïntensiveerde manier belichaamt hij zijn politieke ‘tegenstander’, de partij waar hij zich op ideologisch vlak eigenlijk kritisch toe verhoudt. In zijn vorige voorstelling Archive (2014) gebeurt dat nog letterlijker. De succesproductie bevat een montage van videobeelden van geweld tegen Palestijnen, gemaakt door de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem. Op het podium voor het filmscherm bootst Zaides de bewegingen van de Joodse kolonisten in de opnames na, wat een onverwacht perspectief opent op de daders: de voorstelling maakt hun kwetsbaarheid zichtbaar, zonder dat ze hun daden zelf vergoelijkt.

In Talos reveleert de strategie van de over-identificatie de gevaren van het technocratische probleemoplossende denken, dat blind blijft voor de ideologische assumpties achter een probleemstelling en de ethische implicaties van de voorgestelde oplossingen. Reflectie over één van de meest tricky morele kwesties binnen het Talos-onderzoek, zo vertelt de projectmedewerker terloops, namelijk of de grensrobots ‘nonlethal weapons’ zouden mogen dragen, wordt geoutsourcet via een enquête. Op zich is het natuurlijk een goede zaak dat de onderzoeksgroep op het lumineuze idee kwam om Europese burgers te raadplegen (!), maar het stelde haar evengoed in staat om een deel van de verantwoordelijkheid voor de eigen ideeën van zich af te schuiven. Dertig procent van de ondervraagden was trouwens pro, waarop de Talos-ploeg besliste om het idee als een ‘optie’ in het plan te laten staan.

Zaides demonstreert in Talos een bijzonder effectieve manier om intermenselijke empathie op te schorten, wat een noodzakelijk kwaad lijkt wanneer je in alle ernst wil brainstormen over de uitbesteding van de Europese grensbewaking aan netwerken van mobiele robots. Zo helpen verschillende vormen van abstrahering om de ogen te sluiten voor de mogelijke consequenties van een aantal voorstellen en gedachtegangen. Net als Archive is Talos een soloperformance in dialoog met een videoprojectie. Het kale, ongedifferentieerde vocabularium waarmee Zaides enkele cases bespreekt – politieagenten en migranten zijn ‘elementen’, een ‘situatie’ is ‘stabiel’ of ‘onstabiel’ – spiegelt zich in de animatiebeelden op het scherm achter hem. Door een landschap van grijze vlekken (vegetatie, wegen en bewoning) loopt een rode stippellijn (de grens) die de verdeling van zwarte en blauwe bollen (agenten en migranten) bepaalt. Deze abstraheringen bieden overzicht en maken het mogelijk om over de gepresenteerde voorvallen te praten in termen van heldere problemen en oplossingen: hoe kan je de controle behouden of herwinnen over een grenssituatie die om de een of andere reden uit de hand dreigt te lopen? Dat dergelijke vereenvoudigingen ook onzichtbaarheden genereren, wordt schokkend duidelijk wanneer de beelden na verloop van tijd op de grenslijn in twee worden gesplitst: aan de kant waar de migranten samendrommen worden de animaties vervangen door de drone-opnames waarop ze zijn gebaseerd. Achter de anonieme blauwe bollen gaan mannen, vrouwen en kinderen schuil, stuk voor stuk individuen met individuele levensverhalen, mensen met mensenrechten.

“Hoewel deze lecture-performance geen dansante momenten bevat, opent ze vanuit de hoek van dans en choreografie wel interessante kritische perspectieven op migratie, surveillance en robotica, die nog verder kunnen worden uitgespit.”

Hoewel niks kan worden bedacht en georganiseerd op grotere schaal zonder enige vorm van abstractie, is het van kapitaal belang om het individueel-menselijke niveau onderweg niet te ‘vergeten’. Een project als Talos suggereert echter dat de blindheid zich al in een vroeger stadium manifesteert, een blindheid die zelfs constitutief lijkt voor een dergelijk initiatief: al van bij het begin moeten migranten ideologisch zijn geframed en ontdaan van hun menselijkheid. Idem dito trouwens voor een ander grimmig onderdeel van wat we vandaag smart migratiemanagement zouden kunnen noemen (eindeloos veel complexer dan slogans als ‘Build that wall!’ doen vermoeden), een onderdeel dat wél werd en wordt gerealiseerd, in een schimmig juridisch gebied en grotendeels uit het zicht van het brede publiek: de akkoorden die de EU sluit met bedenkelijke regimes net buiten haar grenzen, om migranten tegen te houden nog voor ze de oversteek kunnen wagen.

In de communicatie rond de voorstelling wordt Talos gekaderd als ‘dans’, en dat is niet onterecht. Hoewel deze lecture-performance geen dansante momenten bevat, opent ze vanuit de hoek van dans en choreografie wel interessante kritische perspectieven op migratie, surveillance en robotica, die nog verder kunnen worden uitgespit. De animaties maken bijvoorbeeld politietechnieken zichtbaar die dienen om de bewegingen van grote groepen te controleren met betrekkelijk weinig agenten. De drones oscilleren tussen overzicht en detail door in en uit te zoomen op het gebied dat ze in kaart brengen. De beelden die ze genereren en die in hun schokkerige, zoekende dynamiek de samensmelting van een machine en een menselijke operator verraden, stemmen dan weer tot nadenken over de ‘semi-autonome’ beweeglijkheid van robots. Je leert ook hoe de Talos-onderzoekers algoritmes in hun geautomatiseerde bewakingssystemen inbouwden die willekeurige bewegingspatronen moesten voortbrengen. In gebieden zonder grensafsluitingen bleken de bewegingen van menselijke agenten immers te voorspel- en dus omzeilbaar.

Choreografen lijken vandaag erg goed geplaatst om dergelijke complexe fenomenen op het grensvlak tussen perceptie, beweging, fysicaliteit en ruimtelijkheid te dissecteren. In dat opzicht doet het werk van Arkadi Zaides denken aan dat van Forensic Architecture, de invloedrijke groep onderzoekers-kunstenaars onder leiding van Eyal Weizman, die voortbouwend op inzichten uit de architectuur bewijsmaterialen verzamelt rond allerhande grootschalige misdaden, zoals ecocides of oorlogsmisdaden. Net als die ploeg vertrekt Zaides van de eigenheden van zijn artistieke discipline om die vervolgens om te vormen tot een potentieel scherp maatschappijkritisch onderzoeksinstrumentarium.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Sébastien Hendrickx

Sébastien Hendrickx is lid van de kleine redactie van Etcetera, doceert in het KASK en werkt daarnaast als schrijver en dramaturg.
 

recensie