Jan Dertaelen

Leestijd 3 — 6 minuten

Fünf leichte tanzspiele – L’hommmm

Wat is taal? Hoe ontstaat taal? Wat is de relatie tussen taal en werkelijkheid, en wat bestaat er vóór de taal? Hoe betrouwbaar is de taal als instrument om vat te krijgen op de wereld? In Fünf leichte tanzspiele, de nieuwe voorstelling van collectief L’hommmm, worden vraagtekens geplaatst bij een van onze meest fundamentele eigenschappen: het gebruik van taal.

Oprichters van L’hommmm Geert Belpaeme en Mats Van Herreweghe laten zich voor deze voorstelling vervoegen door Loes Carrette, Benjamin Cools & Seppe Decubber. Achtereenvolgens worden vijf dansstukken opgevoerd in telkens wisselende constellaties, van solo tot kwartet. De eerste dans is een solo van Belpaeme, die vanuit kleine, haast achteloze bewegingen vertrekt om vorm te geven aan een intrigerend universum. We worden ingewijd in een geheimzinnig ritueel: is dit een bezwering van de werkelijkheid, of net een vrijelijk bewandelen van de grillige paden van de verbeelding? Wanneer Mats Van Herreweghe ook op het podium verschijnt, ontstaat al snel een dialoog, een gesprek tussen twee lichamen die zich van afgemeten handelingen en gebaren bedienen alsof het de bouwstenen zijn van een taal die op het moment zelf verzonnen wordt. Geleidelijk aan ontstaat de indruk van een spel dat wordt gespeeld volgens mysterieuze, ondoorgrondelijk complexe regels. Een spel dat grenst aan het rituele, waarbij handelingen worden herhaald, gespiegeld, onderbroken, beantwoord. Wat het allemaal betekent is moeilijk te peilen, maar het is duidelijk dat er wel betekenis ontstaat. Het lichaam wordt een taalteken, het kronkelt en draait zich in zinnen, schrijvend in een vervagend alfabet van bewegingen die elkaar opvolgen en uitwissen. Volgens de regels van een onnavolgbare grammatica worden nu eens korte, dan weer uitgesponnen boodschappen geschreven in een taal van beweging. Er wordt geen woord gesproken, het enige wat de stilte verstoort is het slepen, tikken, hijgen en klappen van de dansers die slechts gebruik maken van hun lichaam om tot een vorm van communicatie te komen die, hoewel onuitgesproken, toch talig aanvoelt. We zijn er getuige van hoe een taal ontstaat, met een groeiende complexiteit en subtiliteit. De lichamen gaan met elkaar in dialoog, ze haken op elkaar in, vullen elkaar aan, verbeteren elkaar, spreken elkaar tegen. Al dansend lijken zich ingewikkelde redeneringen te ontspinnen, tedere rêverieën, onbegrijpelijke verklaringen.

Maar hoewel er momenten zijn waarop deze voorstelling weet te bekoren, blijf je als kijker toch vooral op je honger zitten. Geert Belpaeme en Mats Van Herreweghe zijn duidelijk in hun element, ze beheersen hun vormentaal goed en zijn voortdurend alert, maar bij de andere dansers ontbreekt die mate van inleving. Daardoor verliest de voorstelling maar al te vaak haar onderzoekende karakter en wordt ze te veel een vrijblijvend spel, de bewegingen lijken lukraak en verliezen hun betekenis. Wat een intelligente zoektocht zou kunnen zijn naar het ontstaan van betekenis, van communicatievormen en denksystemen, ontaardt daardoor al snel in een vormelijke spielerei. De choreografie lijdt onder een ongecontroleerde speelsheid, waarbij de soms uitgepuurde vormentaal verloren gaat in een aanstellerig stoeien. Het is jammer om te zien hoe de voorstelling haar richting en focus verliest. Want in de kern sluimert een veelbelovende ambitie: het ontmaskeren van onze zekerheden als ficties en van ons wereldbeeld als een illusie zonder interne logica. Nietzsche en Wittgenstein loeren om de hoek: de mens projecteert een zelfverzonnen logica op een wereld die zich nooit door die wetmatigheden zal laten vatten. Leven wij in onze eigen droom van de werkelijkheid? Een interessant uitgangspunt met veel potentieel, maar helaas maakt deze voorstelling de belofte niet waar. De filosofische en kritische grondslag verwatert al snel, wat resulteert in een doelloos voortkabbelend ballet dat naar het einde toe vooral op de zenuwen werkt.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Jan Dertaelen

recensie