© Clara Hermans

Andrade – Michiel Vandevelde

Andrade: als eindpunt van een zoektocht naar hoe om te gaan met commerciële beeldcultuur

Terwijl het publiek binnenstroomt voor Andrade van Michiel Vandevelde, zijn zitplaats opzoekt en gsm uitschakelt, klinkt de muziek al volop. De hiphop-beats functioneren niet als neutraal achtergrondmuziekje, maar eisen nadrukkelijker de aandacht op. De dansvoorstelling ‘begint’ wanneer het licht abrupt dooft. De plotse duisternis is compleet en houdt lang aan, terwijl een cover van SIA’s Chandelier luid weerklinkt. Het ‘donker’ blijft door de rest van de voorstelling heen erg vaak terugkeren: het genereert momenten van full potential waarin alles nog mogelijk is.

De cover van Chandelier introduceert onmiddellijk een belangrijk motief van Andrade: het van van binnenuit transformeren. Dit thema vond Vandevelde terug in ‘het kannibalistisch manifest’ van Oswald de Andrade (1928). Die tekst, die voornamelijk handelt over het kolonialisme, stelt dat je iets invasiefs nooit helemaal kan wegwerken, dat een blanke lei een onmogelijk startpunt is. In Andrade wordt voornamelijk muziek gebruikt die gecoverd, geremixt of bewerkt is. Er klinkt geen nieuwe muziek, reeds bestaande muziek wordt naar de hand van de uitvoerder gezet.

Al even abrupt springt het licht terug aan. De danseres Bryana Fritz steekt in haar licht vleeskleurig, nauw aansluitend kostuum scherp af tegen de donkere, ruime black box van het Kaaitheater. Haar spieren trillen. Het lijkt wel alsof haar lichaam dreigt uiteen te barsten. Langzaam maar zeker begint ze te bewegen. Heel beheerst drijft ze het tempo op. Ze zal de hele voorstelling lang fragmenten van een vijf minuten durende danssequentie herhalen, die ook al voorkwam in Vandeveldes Love Songs (veldeke) (2013), Antithesis, the future of the image (2015) en Our Times (2016). Die drie voorstellingen vormen samen met Andrade een vierluik, waarbinnen de choreograaf een bewegingsvocabularium ontwikkelde dat vertrok van populaire muziekvideoclips. Fritz schudt verleidelijk haar lichaam, spreidt haar armen, gooit haar haren voor haar gezicht, rent van de ene kant van de scène naar de andere, maakt uitdrukkelijk contact met het publiek, haast verleidend. Soms blijven haar bewegingen ook steken, dat belichaamt dan een haperend videobeeld.

Voor Vandevelde is ‘de videoclip-esthetiek’ een belangrijke ‘indringer’ in het medium dans. Zijn strategie is dus om die indringer, opnieuw, van vanbinnen uit te transformeren. Fritz’ bewegingen zijn zowel zwierig en verleidelijk als afgebakend. Door net dit soort herkenbare bewegingen uit de massacultuur te plaatsen in een donkere, lege ruimte ontstaat een boeiende spanning. De transformatie resulteerde voor mij in een ‘strippen’ van bewegingen. De beweging is nu losgekoppeld van haar context en daardoor uitgepuurd en gereduceerd tot haar naakte eigenheid.

In Love Songs, Antithesis en Our Times, speelde tekst een meer nadrukkelijke rol. Zo werd beweging in contrast gebracht met theoretische teksten over respectievelijk politiek en liefde, beeldcultuur en de status van ons denken. Door de afwezigheid van een sturende taal, speelt Andrade meer dan haar voorgangers in op de zintuiglijke ervaring en associatie. Voor mij was het zien van Andrade in eerste instantie vooral een zoektocht naar wat die ‘naakte’ beweging (zonder tekst, zonder veel context) kon betekenen. Het werd duidelijk dat eenzelfde beweging telkens een andere invulling kon krijgen, onder meer door er andere songs en lichtstanden onder te mixen. Zo oogt Fritz op een bepaald moment erg krachtig wanneer ze frontaal, rechtopstaand, de benen spreidt, haar rechterarm omhoog houdt en haar linkerarm ter hoogte van haar schouder uitstrekt. Even later lijkt ze met diezelfde pose een wanhoopskreet uit te drukken. Dit werk legt bloot hoe dans een universele en niet-dwingende taal is.

Als de voorstelling driekwart ver is, maakt ze een breuk. Het licht dooft helemaal en enkele tellen later schijnt een felle lamp die het publiek haast verblindt. Het theaterapparaat is nu intens voelbaar. Vandevelde vestigt de aandacht op zichzelf als ‘man achter de lichtknoppen’. De lamp groeit en suggereert een naderend licht, en van Fritz’ aanwezigheid is al die tijd geen spoor. Wanneer de focus op de naakte beweging wegviel, belandde ik in een leegte waarmee ik niet wist wat aan te vangen. Dat gevoel was echter van korte duur. Na de lichtsolo keert Fritz immers even energiek terug op de scène (ze lijkt zelfs aangesterkt) en herneemt ze de vurige bewegingssequenties.

Vandevelde gaat mee in het centrale idee van Oswald de Andrade dat een wit blad onmogelijk is. Om afstand te kunnen nemen van onze beeldcultuur, positioneert hij zichzelf er middenin. Hij gebruikt de videoclipbewegingen om een eigen vocabularium te ontwikkelen. Zo transformeert hij die esthetiek van van binnenuit. Omdat Vandeveldes werk dus een sterk dramaturgische en politieke inslag heeft, was ik als kijker automatisch geneigd een soort conceptuele lijn te zoeken in zijn voorstelling: wat betekent dit werk nu? Bij het neerschrijven, herschrijven en onderling bespreken van deze tekst besef ik dat het niet per se hoeft te gaan over betekenis, maar veeleer over ervaring. Over de ervaring van ‘er middenin te zitten’, integraal deel uit te maken van het werk, en daarmee ook als kijker (die dagelijks omringd wordt door commerciële beeldcultuur) mogelijks een soort transformatie te ondergaan.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Rosa Lambert

Rosa Lambert is theaterwetenschapster.