‘Zomergasten’ (Zuidelijk Toneel/BMC) – foto Patrick Meis

Klaas Tindemans

Leestijd 3 — 6 minuten

Zomergasten

Zuidelijk Toneel BMC, Eindhoven

Maxim Gorki, de Bittere, schreef in 1904 Zomergasten, en precies, dag op dag, 85 jaar later, gaat de enscenering van Guy Joosten, in de Eindhovense Schouwburg in première. Zomergasten is een misleidend vrijblijvende observatie van de hebbelijkheden van een uitgebluste burgerij. Maar dit vrijblijvende slaat om, na enkele lichte provocaties, in een onthutsend ‘démasqué’ van de gasten op het landgoed van advocaat Brasov. Het afscheidssouper, bij het einde van de zomer, is de aanleiding voor een ware orgie van domheid, rancune en cynisme. Nadat kindse volwassenen elkaar scènes lang hebben bedrogen, elkaar flauwe’ verhalen verteld of slijmerige gedichten voorgelezen -soms gadegeslagen door arbeiders, die niet begrijpen- barst het gezelschap los, en na die doffe explosie zie je in dit wijds-Russische landschap enkel flarden onvermogen en stukgeschoten luchtballons.

De vergelijking Gorki-Tsjechov is populair : Tsjechov de realist, bezig met gevoelens van individuen, Gorki de moralist, bezig met het aan de kaak stellen van asociaal gedrag. Los van het feit dat Tsjechov zonder voorbehoud een geëngageerd auteur was -een kwestie die er hier weinig toe doet-, dient de vergelijking vaak om Gorki te beperken tot zijn boodschap, in het geval van Zomergasten zijn aanklacht tegen een zich immoreel gedragende, reactionaire burgerij. Het is veel subtieler: vanuit een ‘realistische’, soms klinische ontleding van omgangsvormen en gevoelens, reacties, krijgt de striemende ontknoping een fundamenteler betekenis. Gorki toont, in het stuk zelf, het ontstaan en de rechte weg naar die ‘geëngageerde’, antiburgerlijk genoemde ontknoping. De wijze waarop ingenieur Soeslov met één oog het slippertje van zijn vrouw in het oog houdt en met het andere wegkijkt, deze lafheid -als dat woord past- is perfect weerspiegeld in zijn agressief verweer tegen verwijten van decadentie en machtsmisbruik. Omgekeerd zet de felle toon van Gorki in zijn laatste scène de bedriegelijke lusteloosheid van de voorafgaandelijke gebeurtenissen in een heel ander licht.

Guy Joosten vindt dit evenwicht, waaraan het stuk theatrale spanning en politieke betekenis ontleend, niet. De voorstelling valt uiteen in een enerzijds slap, Sons and daughters-achtig mini-feuilleton over verveling, misplaatste pretentie en onnozele verliefdheid en anderzijds een opgeheven vingertje tegen de terreur van de domheid, in het programmaboek keurig geadstrueerd met Neil Postman. En waar er geen dramaturgische samenhang heerst, waarin het gedrag van elke ‘zomergast’ een dwingende lijn moet volgen, daar is ook elk ensemble, elke samenhang in spel en speelstijl afwezig. Iedereen lijkt zijn nummer op te voeren -Jakob Beks met de handen in de zakken, Jappe Claes met een zenuwtic, Koen van Impe als onnozelaar, enzovoort, nog 15 personages- en niemand ziet de anderen, de medespelers.

De Blauwe Maandag Compagnie -het gaat om een coproduktie met Het Zuidelijk Toneel- wil met Zomergasten een acteurs-ensemble vormen, maar de basisvoorwaarden lijken hoegenaamd niet vervuld. De cast van Gorkis stuk telt 18 acteurs, te veel voor de -in omvang voorlopig bescheiden- BMC en dus zijn er veel gasten, met de meest uiteenlopende stijlen of, erger, tics. Het Werktheater-naturalisme van Lieneke Le Roux en Cas Enklaar of de ‘Vlaamse’ pathos van Vic De Wachter en Gilda De Bal : de regisseur heeft geen focus gevonden voor de vele blikken, geen toonaard voor deze dissonanten. Zo vloeit ook het stuk weg, het ontsnapt aan Guy Joosten, aan alle acteurs. Indrukken lossen op in een onbestemde -‘typisch Russisch’ heet dat dan- atmosfeer, personages verdwijnen zonder herinnering na te laten. De enige die een substantieel verdriet en, in de slotscène, een even substantiële woede toont, is Joan Nederlof, als Basovs vrouw Varvara. Deze Zomergasten zijn zo gratuit, met dat aardige grasveld, mooi groen, en die handig schuivende panelen waar de verf af bladdert.

Botho Strauss liet zich destijds door Gorkis stuk inspireren voor zijn Trilogie des Wiedersehens, waarin de veertigers van de 70-er jaren hun angst voor verandering verbergen achter een tentoonstelling,met de ironische naam Kapitalistisch Realisme. Strauss vulde het onbestemde van die angst bij Gorkis burgers in met een soort post 68-kater: daarom lijkt zijn stuk ook zo gedateerd, gebonden aan voorbijgaande luxe-problemen. DeZomergasten van Zuidelijk Toneel/BMC lijkt te willen bewijzen dat ook Gorkis bourgeois-met-samovar elke actualiteit ontberen. Voorlopig wil ik dat niet accepteren.

Zomergasten

Gezelschap : Zuidelijk Toneel/BMC;

tekst : Maxim Gorki;

vertaling: Bob Snijers;

regie: Guy Joosten;

bewerking: Guy Joosten, Luc Perceval, Gommer Van Rousselt;

decor: Manfred Dittrich;

kostuums : Karin Seydthe;

licht: Steve Kemp;

spelers: J. Nederlof, V. De Wachter, H. Suyderhoud, J. Beks, L. Perceval, e.v.a.

Gezien te Eindhoven op 10/11/89.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#28

15.12.1989

14.03.1990

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans is doctor in de rechtsgeleerdheid. Hij is als docent en onderzoeker verbonden aan het RITCS, het Koninklijk Conservatorium Brussel en aan de VUB. Hij verricht onderzoek op het gebied van de performancestudies, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in de relatie tussen dramaturgische structuren en politieke en rechtstheorie. Daarnaast werkt hij ook als dramaturg, toneelauteur en publicist.