BOG.2 © Bas de Brouwer

Leestijd 10 — 13 minuten

Zinloos, maar godverdomme wel bloedmooi

In 2013 deed theatercollectief BOG. een eerste ‘poging het leven te herstructureren’. 10 jaar later wagen ze opnieuw hun kans. Hoe is hun perspectief op dat leven veranderd en zijn ze als kunstenaar, maar ook als mens, gegroeid? Tijdens het repetitieproces schreven makers Lisa Verbelen, Sanne Vanderbruggen, Judith de Joode en Benjamin Moen brieven naar elkaar, waaruit je hier kunt meelezen.

Op 16 maart 2023 ging BOG.2 een nieuwe poging het leven te herstructureren in première, exact 10 jaar na onze debuutvoorstelling BOG. een poging het leven te herstructureren. Op dezelfde dag en in dezelfde zaal in de Brakke Grond in Amsterdam.

10 jaar geleden was ons uitgangspunt een poging om zo objectief mogelijk het hele leven te overzien. Een voorstelling over het leven zonder oordeel over wat een goed leven is en zonder dat het alleen over onze eigen levens zou gaan maar ook over dat van anderen. Die poging mondde uit in een voorstelling waarin bijna louter met werkwoorden een of meer mensenlevens worden geschetst, van geboorte tot sterven, via het hier en nu waarin de voorstelling zich afspeelt. Vier twintigers, staand op grijze stenen en op een kantelpunt in hun levens, net afgestudeerd en zoekend naar een structuur, een groter perspectief, een gevoel van overzicht, al was het maar voor even.

Tijdens de tournee besloten we om deze poging elke 10 jaar opnieuw te doen. Want hoe oprecht ons streven ook was, en hoeveel we tijdens het maakproces onze blik op het leven ook probeerden te verbreden door brieven te schrijven met vijftig mensen van alle leeftijden, we wisten en voelden dat deze blik op het leven die van ons was, op dat moment. Om recht te kunnen doen aan de grootsheid en veelzijdigheid van het leven, hadden we meer dan één voorstelling nodig. We geloofden en geloven dat als we samen een levenslang kunstwerk maken over het leven, in een reeks van hopelijk zeven, acht of misschien wel negen voorstellingen, we aan iets van het leven kunnen raken.

Elke 10 jaar dezelfde opdracht leidt sowieso tot een nieuwe voorstelling. De tijd zelf doet het meeste werk. Wij hoeven er alleen maar bij stil te staan, opnieuw, en opnieuw.


Lisa

Lieve vrienden van de BOG.beweging,

10 jaar geleden wilden we deze voorstelling maken in de hoop grip te krijgen op dat ding dat je je leven noemt. We waren zo jong, met onze dikke jeugdige gezichten, net afgestudeerd en kleine vissen die na een tocht door een afgebakend slootje ineens in de grote oceaan terechtkwamen. Heel begrijpelijk dat we overzicht wilden, dat we, om met een toen veel terugkerende metafoor te spreken, het gevoel wilden dat je ook krijgt als je met een vliegtuig opstijgt en de chaotische stad ineens zeer gestructureerd onder je ziet liggen, stil en helder.

Maar nu zijn we 10 jaar verder, met een slechtere huid en betere gezichtsvormen, en die behoefte is veranderd. Ik hoef dat ding dat het leven is helemaal niet helder gestructureerd in mijn handen te kunnen zien liggen.

Wat is de behoefte nu dan wel? Is het het omgekeerde? Terug naar die oceaan, waar alles door elkaar alles mag zijn en je het geheel helemaal nooit ziet vanaf waar je zwemt? Een acceptatieritueel van de onwetendheid, is dat wat ik nu zou willen leren?

Misschien moet ik mezelf opnieuw de vraag stellen waar ik nu, met betrekking tot het leven, dat gigantische ding, behoefte aan zou hebben.

Ik zou denk ik gemotiveerd willen worden, om de mogelijkheid tot verandering te zien, om te voelen hoeveel we transformeren, continu, om de schoonheid van dat soms pijnlijke proces te zien. Er ligt een gezapigheid in onze levensfase op de loer, een gezapigheid die er helemaal mag zijn. Dat vuur van 10 jaar geleden, die jonge honden die dat project meteen met een manifest beginnen, ik hoef er niet naar terug, maar het kan me wel iets leren. Of tenminste, dat denk ik nu ik opschrijf dat ik graag gemotiveerd zou willen worden. Dat was 10 jaar geleden wel anders, toen wilde ik 30 zijn en de dingen beter snappen (dat is gebeurd, ik snap de dingen echt beter).

“Nu zou ik liever niet opstijgen maar even
op een bankje gaan zitten en kijken naar alle chaos
die zich voor me afspeelt.”
— Lisa

Om terug te keren naar de metafoor van de chaotische stad en het opstijgen: nu zou ik liever niet opstijgen maar even op een bankje gaan zitten en kijken naar alle chaos die zich voor me afspeelt, de rijkdom van het palet even in rust bekijken. Je ziet dingen die je herkent, maar nooit een exacte kopie van iets wat je al eerder zag. Zoals je dingen meemaakt die je herkent, maar er nooit onveranderd uit komt.

Daar stil bij staan. Zonder het te willen duiden of vastpakken of helemaal ‘vatten’. Het mag grilliger. Het mag ongestructureerder, intuïtiever. Er zal een gezamenlijkheid overblijven, ook met minder structuur.
Die gezamenlijkheid mag wat mij betreft weer op een sokkel. Die behoefte was er 10 jaar geleden ook al, en die is er nog steeds. Onszelf herkennen in de werkwoorden van de ander. En daarmee voelen hoe verbonden we zijn en toch zo verschillend.

(…)


Sanne

Ik kijk vanaf zes hoog naar de mensenmierenhoop beneden en bedenk me dat over 150 jaar van al deze mensen, mijzelf incluis, van iedereen die as we speak rondloopt op deze planeet, of die nu chill loopt, moeizaam, nog maar net, met hulpstukken of wielen, het maakt niet uit, er niemand meer is.

Over 150 jaar bewoont een volledig verse acht miljard mensen deze plek. Dan is de volledige cast van planeet aarde vervangen door een blik verse acteurs. Wellicht een stuk knapper, maar nog steeds, en voor altijd opnieuw met dezelfde kleinoden, spraakgebreken, betalingsachterstanden en liefdesverdrietjes.
Dat roept evenveel verlammende als opgeluchte zinloosheidsgevoelens op.
Want wat doet het er dan eigenlijk allemaal toe? Helemaal niks.
Zalig.
En depressing.

Het leven is zinloos, geloof ik. Althans, dat dacht ik altijd te geloven.
Maar dat geloofde ik alleen bij de gratie van het leven als een zichzelf eindeloos herhalende rondedans zonder begin en eind.

(…)

Bleef er toch maar één iemand over om dit te kunnen zien en te beseffen dat het allemaal zinloos was, ja, maar godverdomme wel zo bloedmooi.

“Ik liep er maar wat achteraan, als een traag
dik meisje dat in een wei vlinders probeert
te vangen met een schepnet.”
— Sanne

(…)

Als ik denk aan 10 jaar geleden en wat dan het grootste verschil is met nu, dan is dat natuurlijk het moederschap maar ook mijn relatie met het concept tijd.

Ik liep er maar wat achteraan, als een traag dik meisje dat in een wei vlinders probeert te vangen met een schepnet. Het ging er ook echt veel over in al mijn brieven en dagboekjes.

Terwijl ik toen blijkbaar een schreeuwende behoefte had aan vorm en structuur om er vat op te kunnen krijgen, heb ik er nu 10 jaar later echt nul problemen meer mee, met de tijd. Ik zit er IN, geloof ik. In de tijd. Inmiddels.
Althans, zo voelt het.

Als een ruimte. Een verblijfplaats. Iets met een bepaalde oppervlakte en veel bewegingsruimte, en de ruimte dicteert de tijd niet, er is geen begin of eind, hooguit het kleutervermoeden dat als je ergens in zit je er wellicht ook op een manier uit kunt vallen.
Maar daar zijn we nog lang niet, bij het uit de tijd vallen.

Eerst maar eens 40 worden. Nou.

Tot hier.
Ik heb er zin in.


BOG.1 © Basiel Debrock

Benjamin

Laat ik beginnen met een quote die ik op de eerste pagina van mijn verse BOG.2-schrift neerpende, omdat ze voor een deel vat wat ik als potentiële nieuwe dramaturgie voor BOG.2 voor me zie.

‘This moment is the only moment in your life that is your life. This is the only moment that stands a chance of being real. Everything else is just something you are thinking about.’

(…)

“We kunnen langzaam wegdobberen van onszelf
en in andere levens terechtkomen. Om telkens
terug te keren naar het nu.”
Benjamin

Het nu als uitgangspunt voor de structuur van het leven. Ervan uitgaande dat het ware leven alleen nu bestaat en dat het verleden en de toekomst zich allemaal in je gedachten afspelen. Dat neemt niet weg dat dat verleden en die toekomst zowel echt als van waarde zijn. Maar het daadwerkelijke leven is nu. Hier. Op dit moment. En op een ander moment is het voorbij.

Ik stel me een structuur voor waarin we dit nu als uitgangspunt gebruiken. De ruimte, het moment vanwaaruit alles ontspringt. Dan kunnen we telkens andere afslagen nemen. In uitgeschreven gedachten kunnen we via het nu in een herinnering of toekomstvisioen terechtkomen. We kunnen langzaam wegdobberen van onszelf en in andere levens terechtkomen. Op andere plaatsen. In andere tijden. Om telkens terug te keren naar het nu. Als een anker.

Ook voelt het nu, met de kans hier wat aan objectiviteit te verliezen, aan als iets om voor te strijden. Het nu als uitgangspunt nemen zou, zonder als waarheid verkondigd te worden, een stille aanmoediging kunnen zijn tot een bewuste levenshouding. Zelfs tot een vorm van verzet. Nu aandacht en data het nieuwe goud en olie zijn en de macht ligt bij degene die de aandacht, goedschiks of kwaadschiks, op zich weet te vestigen, is bewust kiezen waar je je aandacht aan besteed een waardevol goed. Je aandacht ergens op vestigen is een daad. Iets wat je keer op keer doet. Het doet ertoe. Zeker wanneer je, zoals ik, leeft met het geloof dat dit alles is wat er is. Dit leven. Dit hier, dit nu, met jullie. De korte tijd die we in elkaars gezelschap op deze aarde doorbrengen. Dit leven, dat in mijn ogen op zichzelf totaal betekenisloos is maar door onszelf betekenis wordt gegeven.

(…)

Ik voel een grote behoefte om helemaal vanuit onszelf te beginnen. De dingen op te lijsten waarvan wij voelen dat ze er nu voor ons toe doen. Nu doen we dat eigenlijk altijd en zeg ik niks nieuws. Maar bij BOG.1 waren we er volgens mij sterker van overtuigd dat we onszelf konden wegcijferen dan nu. Hoewel we ons ook toen wel bewust waren van het feit dat we ook heel veel niet waren en niet hadden ervaren.

(…)


BOG.2 © Bas de Brouwer

Judith

Ik deel wat linken tussen de brief van 10 jaar geleden en de brief die ik dit weekend schreef.

10 jaar geleden begon ik de brief met: ‘Beste meer dan een collega’
Vandaag begin ik de brief met: ‘Lieve vrienden van de BOG.beweging’
Dat lijkt me een goede vooruitgang.

10 jaar geleden schreef ik over een ‘maatschappelijke boog’, over het ‘voorgekauwde leven’.
Ik schreef dat het voelde alsof de maatschappij een aantal schakelmomenten van ons verwacht;
af te lezen aan wanneer studiebeurzen aflopen en wanneer treinen stoppen met korting geven,
wanneer je alleen hoort te wonen, een huis, een boom, een kind.
De kaders van een ‘geslaagd’ leven.
Ik denk hier nog steeds over na en wil graag over conditioneringen schrijven,
over dat wat ons wordt aangeleerd.

“Na het sterven van mijn vader merkte ik dat ik me
lichamelijk steeds meer zoals hij ging gedragen.
Ik werd trager, snoot mijn neus precies zoals hij dat deed.”
Judith

10 jaar geleden antwoordde mijn vader op de levensvragen die we hem stelden.
Dit weekend las ik zijn antwoorden terug.
Ik lees hoe hij zijn leven indeelde en ik herken mezelf in hem.

Ik krijg zin in het beschrijven van ietwat vreemde ervaringen,
ervaringen die misschien niet iedereen begrijpt.
Bijvoorbeeld:
Na het sterven van mijn vader merkte ik dat ik me lichamelijk steeds meer zoals
hij ging gedragen.

Ik werd trager, snoot mijn neus precies zoals hij dat deed, met twee wijsvingers in een
zakdoek gewikkeld.
Vroeger irriteerde ik me hieraan en nu deed ik het haast onbewust zelf,
ik verdwaalde meer, ik keek zoals hij keek naar de bomen met vochtige ogen,
ik kruiste mijn handen op mijn rug wanneer ik wandelde,
ik nam met ontblote tanden een hap van een boterham met choco,
ik schuifelde.
Tot ik mezelf op een moment in de spiegel zag staan en het haast leek alsof ik een oude
man geworden was.
Een bizarre gewaarwording.
Alsof mijn lichaam hem was gaan zoeken.
Alsof mijn lichaam zich hem probeerde te herinneren.
Die gewaarwording had ik me 10 jaar geleden niet kunnen inbeelden.

Ik heb zin om zintuiglijk gedetailleerder, genuanceerder dingen te beschrijven.
Tot in het fysieke detail.

10 jaar geleden vroeg ik me af welke schakelmomenten de natuur heeft.
De seizoenen? De cycli

Vandaag vraag ik me af of we vanuit de aarde of de mensheid kunnen schrijven?
Vanuit het grotere perspectief

En ook de andere kant van het spectrum.
Kunnen we naar het allerkleinste toe?
De gedragingen van cellen beschrijven bijvoorbeeld;
groeien
delen
groeien
delen.

Als laatste,
10 jaar geleden vroeg ik me af wat de levensboog van een hond is.

Over twee weken komt er, na 10 jaar verlangen, een hond in mijn leven,
ik ben benieuwd of ik over nog 10 jaar een antwoord zal hebben op de vraag
die ik me 10 jaar geleden stelde.

Uit de brief van dit weekend:
Myoung Ho Lee, de boom

Iets zichtbaar maken wat er al is.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

kunstenaarsbijdrage
Leestijd 10 — 13 minuten

#172

01.06.2023

14.09.2023

BOG.

BOG. is de collectie van theatermakers Judith de Joode, Benjamin Moen, Sanne Vanderbruggen en Lisa Verbelen, dramaturg Roos Euwe en zakelijk leider Anne Baltus. BOG. maakt sinds 2013 voorstellingen, zowel collectief als apart en met anderen.

kunstenaarsbijdrage

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!