De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
© Björn Floréal
Geen betere metafoor om perverse systemen mee te verbeelden dan de liefdesrelatie. zij en hij suggereert een liefdesduet te zijn, zo een waarin twee jonge mensen hun vermogen tot verwoesting romantiseren. Maar sterker nog verkent de voorstelling de aantrekking tot en aversie van een hardnekkige identiteitspolitiek en de uitputtende bepaaldheid daarvan op een mens. Van een speloefening gesproken!
Een liefdesdrama dus, los geïnspireerd op Sam Levinsons film Malcolm & Marie (2021). Daarin spelen John David Washington en Zendaya een regisseur en zijn vriendin die thuiskomen na zijn succesvolle filmpremière. Hij houdt zich voornamelijk bezig met zijn fragiele glorie en de aankomende recensie van de bange, witte critica. Zij is pisnijdig, want zijn film is overduidelijk gebaseerd op haar guur verleden als ex-verslaafde, maar zelfs een vermelding in zijn dankwoord kon er niet af. Van daaruit cirkelt het plot rond een erotisch geladen destructie. Soms maatschappijkritisch. Soms kleinburgerlijk. Heel sexy.
De jonge makers herschreven Levinsons script grondig en draaiden de rollen om. Wat overblijft is een eigenzinnige voorstelling over twee mensen van kleur in de kunstwereld. Hij, de ex-verslaafde met bodemloze behoefte aan erkenning. Zij, de succesvolle kunstenaar die resoluut weigert hem die erkenning te geven. Maar wat betekent het wanneer ‘elkaar willen verwoesten’ het plot voortdrijft, en waarom zou je dat ensceneren? Wat zeggen Noa Tambwe Kabati en Ibtissam Boulbahaiem (onder coaching van tg STAN) daarmee over de perverse macht van een witte, westerse norm en over het gewicht van paradoxale maatschappelijke verwachtingen voor wie buiten die norm valt?
“Maar wat betekent het wanneer ‘elkaar willen verwoesten’ het plot voortdrijft, en waarom zou je dat ensceneren?”
In zij en hij is het speelvlak volledig bedekt met een zacht materiaal in grijze kleur, op een groot, glimmend blauw matras na. Bed en zwembad ineen: een plek om week te worden, extatisch, om een lichaam te zijn, te verdwijnen. Een ruimte ingericht in functie van begrensde, bedrukte drift in een ijzig kleurenpalet. Een videocamera staat gericht op de scène en is aangesloten op een televisiescherm. Het creëert een eindeloze echokamer van het duet. Bovendien zit het publiek aan twee kanten van de bühne, wat zowel de aangescherpte kwetsbaarheid van de spelers als de terugkaatsende bedruktheid van de situatie versterkt.
Noa Tambwe Kabati zegt: “Ik ben dood. Als partner wil ik dat je weet dat ik aan het sterven ben.” Er volgt een wilde dansscène, waarmee de spelers even simpel als effectief de driftmatige dynamiek voelbaar maken die tussen hen heerst, maar ook een vervreemdende spanning op scherp zetten: tussen feest en huiskamer, tussen samenleving en relationeel verbond. De galakledij van glanzend geborduurde stof wordt omgeruild voor losse hemdjes. Tambwe Kabati begint de aardappels te schillen.

© Björn Floréal

© Björn Floréal

© Björn Floréal
De dialoog ontvouwt zich scherp en draagt de in het begin geïnstalleerde vervreemding met zich mee, het unheimliche maar ook vermoeide bewustzijn van identiteitspolitiek dat je lichaam en bij uitbreiding je relatie kan versplinteren. De aardappelschillen vliegen in het rond. Een vormelijke gedecideerdheid geeft precisie aan hun dialoog maar voegt er ook een essentiële laag aan toe: de belichaamde zorgzaamheid in een gesprek waarin die zorg bijna onhaalbaar lijkt, terloops vervlochten met rancune en verwijten en toch óók pogingen tot overgave.
Kijk naar dat scènebeeld, dat tedere slagveld. Wat slim om textuur en tactiliteit binnen te brengen in die – hoe dat woord vandaag te omzeilen? – polariserende denkoefening. In hun taal is verlangen moeten wijken voor iets macabers, een dubieuzer genot. Ik zie ambitieuze fuck you-vingers in de manier waarop de twee alles in de strijd gooien, maar ook in de wijze waarop de zachte materialen iedere poging tot overgave dempen.
“Kijk naar dat scènebeeld, dat tedere slagveld. Wat slim om textuur en tactiliteit binnen te brengen in die – hoe dat woord vandaag te omzeilen? – polariserende denkoefening.”
zij en hij vallen buiten de witte, westerse norm en leggen een gevoelige paradox bloot rond representatie. Gaat haar film over een personage van kleur, dan verlegt de focus zich van een jongen die clean wil worden maar wordt het een identiteitskwestie, gaan recensenten op hun tenen lopen. Valt er te ontkomen aan de politieke lens die hoort bij anders-zijn? Valt er te ontkomen aan de white guilt van je publiek? En wat drukt een verlangen om dat te doen eigenlijk uit?
Bij momenten mis ik iets oprecht monsterlijk in het spel (en met monsterlijk bedoel ik: menselijk). Ik zie dat Noa Tambwe Kabati en Ibtissam Boulbahaiem worstelen met hun uitdagende tekst en ik raak ontmoedigd bij hun aandrang om bij elke zin stil te staan. Deze jonge makers-spelers begrijpen dat het thematiseren van identiteit betekent dat je dit gegeven inbedt in bredere thema’s. Tambwe Kabati en Boulbahaiem ensceneren intersectionaliteit als een relationele, geleefde praktijk. Maar is het wel wenselijk om ieder door een geliefde uitgesproken woord serieus te nemen? Voor zij en hij leidt dat tot een ongemakkelijk gevolg: een voorstelling vol overbelaste intimiteit.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.