© Ernst van Deursen

Nienke Scholts, Nina Power en Michiel Vandevelde

Leestijd 10 — 13 minuten

Woorden voor de Toekomst: ?/!

Curator en dramaturge Nienke Scholts stelde het afgelopen jaar een lexicon voor de toekomst samen. Daarvoor liet ze kunstenaars in dialoog gaan met toonaangevende denkers rond een centraal begrip. Etcetera publiceert het ‘geschreven gesprek’ tussen cultuurfilosofe Nina Power en choreograaf Michiel Vandevelde, bestaande uit een essay van Power en een visuele ingreep daarop door Vandevelde. Samen pleiten ze voor het belang van interpunctie in het publieke debat.

Words for the Future is een project van Nienke Scholts, in samenwerking met uitgever Print the Future en Veem Huis voor Performance, gesteund door het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Hieronder ligt Scholts het project kort toe. Daarna volgt het essay van Nina Power en de bijdrage van Michiel Vandevelde.

‘De toekomst heeft een taal nodig waarin de stollende kracht van woorden een tegenhanger vindt in de aanwezigheid van het nooit stilstaande leven’, schreef filosofe Simon(e) van Saarloos in antwoord op mijn vraag naar haar gedachten over taal, verbeelding en toekomst.

Met het project Woorden voor de Toekomst zoek ik, samen met mensen uit verschillende kennisdomeinen binnen en buiten de kunst, naar een taal, of woorden, die nieuwe verbeeldingen van de toekomst kunnen oproepen.

Een taal die de toekomst niet fixeert maar opent.

Er wordt gezegd dat we ons in een zogenaamde verbeeldingscrisis bevinden; dat we ons geen alternatieven kunnen voorstellen voor huidige dominante systemen die falen. Als verbeelding het onderliggende weefsel is van zowel realiteit als fictie, als alles wat we daadwerkelijk hebben gecreëerd ooit door ons is voorgesteld en verbeeld, dan lijkt taal daarin een cruciale rol te spelen. Met taal beschrijven we, geven we naam, brengen we iets tot leven. Een woord: een wereld. ‘Het is door de naam (of een ethiek van noemen)’, schrijft filosofe Patricia Reed, ‘dat voorbij aan wat is een gedachte geopend kan worden; een cognitieve plaats waar verbeelding het bestaande kan de- of herstructureren.’ Als we onze manieren van met en in de wereld zijn willen herverbeelden, kunnen we dan beginnen met die wereld anders te beschrijven?

Ik besloot op zoek te gaan, naar woorden. Deze zoektocht bracht het afgelopen jaar een twintigtal mensen samen uit verschillende disciplines zoals synthetische biologie, linguïstiek, ecologie, cultuurkritiek, sociologie en filosofie. Ik had ‘honger’ naar voor mij nog onbekende manieren van denken en wilde verschillende soorten stemmen horen, een waaier van perspectieven op de toekomst, gevoed door een specifieke gesitueerdheid en kennis, om die vervolgens in gesprek te brengen met mijn eigen discipline, de podiumkunst. Aan al die verschillende mensen, die ik aanschreef omdat ze naar mijn idee hun tijd op een bepaalde manier vooruit zijn, vroeg ik om een woord voor de toekomst. Negen van hen stelden tot nu toe een begrip voor: LIQUID, OTHERNESS, ECO-SWARAJ, HOPE, PRACTICAL VISION, UNDECIDABILITY,TENSE, RESURGENCE, ?/!.

Deze woorden zijn vaak al op een latente manier aanwezig in het werk of in de praktijk van kunstenaars. Dat was dan ook de tweede stap in deze zoektocht.
Ik ontmoette verschillende kunstenaars in hun studio of elders, en via een door mij ‘meegebracht’ woord spraken we over hun werk en, breder, over de wereld. Zo zette het woord aan tot een meerstemmig gesprek. Een gesprek, dat vervolgens zijn neerslag vond in een artistieke respons.

Het essay van elke auteur die een woord voorstelde en de artistieke bijdrage van de kunstenaar worden telkens samen gepubliceerd in één editie. Op de volgende pagina’s volgt een voorpublicatie van de negende en voorlaatste bijdrage in de serie, van cultuurfilosofe Nina Power. Zij koos geen woord, maar een tweeluik van leestekens: ?/!. Choreograaf Michiel Vandevelde reageert op zijn beurt op het voorstel van Power via een visuele bijdrage.

De woorden die ik tot nog toe verzameld heb, zijn eigenlijk geen ‘futurismen’, ze zijn niet ‘uit’ of ‘van’ een toekomst. Ze lijken allemaal iets aan te duiden dat al aanwezig is in het nu. Niet altijd aan de oppervlakte, maar voelbaar als potentieel. De poging om mogelijke verbeeldingen op de toekomst te openen zegt dus ook veel over het heden. Door dat engagement met wat
er is, kunnen we er misschien (pas) aan voorbij; naar die ruimte waar verbeelding toekomst vorm geeft. De woorden in deze verzamelingen lijken vooral te wijzen op mogelijke manieren van verhouden – en van zijn – en de ethiek die daarmee gepaard gaat.

Tijdens een van mijn studiobezoeken zei scenograaf Jozef Wouters: ‘Ik denk dat ik steeds vaker over de toekomst nadenk omdat ze in naam van technologie en commercie gekaapt wordt en ingevuld wordt op een manier waarin maar weinig mensen zich herkennen.’ Het is het einde van ons gesprek over UNDECIDABILITY, het zesde woord in de reeks, wat we vertalen als ‘het vermogen om onbeslist te zijn’. Ik realiseer me dat we ook naar een taal zoeken die ons die toekomst als zodanig teruggeeft. Een taal die het vermogen bezit om onbeslist te zijn.

Nienke Scholts

?/!

‘[T]he entire thrust of the LTI [The Language of theThird Reich] was towards visualisation, and if this process of visualizing could be achieved with recourse to Germanic traditions, by means of a runic sign, then so much the better. And as a jagged character the rune of life was related to the SS symbol, and as an ideological symbol also related to the spokes of the wheel of the sun, the swastika … Renan’s position: the question mark–the most important of all punctuation marks. A position in direct opposition to National Socialist intransigence and self-confidence … From time to time it is possible to detect, both amongst individuals and groups, a charac- teristic preference for one particular punctuation mark. Academics love the semicolon; their hankering after logic demands a division, which is more emphatic than a comma, but not quite as absolute a demarcation as a full stop. Renan the sceptic declares that it is impossible to overuse the question mark.’11Klemperer, Victor (2013). ‘Punctuation’. In Language of the Third Reich: LTI: Lingua Tertii Imperii (p. 67). Vertaling door Martin Brady. New York: Bloomsbury Academic.

(Victor Klemperer, ‘Punctuation’ in The Language of the Third Reich, 1947)

In dit tijdperk van emoticons zijn we de politiek van de interpunctie uit het oog verloren. Welk teken, welke markering houdt ons in zijn greep in het tijdperk van Twitter, Facebook, YouTube-commentaar, e-mails en sms’jes? Als we, bij wijze van symptomatische indicatie, de twitterberichten van Donald Trump bij de hand nemen, zien we duidelijk dat het uitroepteken – ! – domineert. Een vluchtige blik op zijn tweets van de afgelopen tijd toont aan dat die bijna allemaal afgesloten worden met een enkel statement of een enkel sluitend woord, gevolgd door een ‘!’: ‘Big trade imbalance!’, ‘No more!’, ‘They’ve gone CRAZY!’, ‘Happy National Anthem Day!’, ‘REST IN PEACE BILLY GRAHAM!’, ‘IF YOU DON’T HAVE STEEL,YOU DON’T HAVE A COUNTRY!’, (we zullen de kwestie van het gebruik van hoofdletters bewaren voor een andere keer), ‘$800 Billion Trade Deficit-have no choice!, ‘Jobless claims at a 49 year low!’ enzovoort… Je snapt het wel.

Trumps uitroepteken is equivalent aan een baas die met zijn vuist op tafel slaat, een agressieve partner die een omzichtige vraag beantwoordt met geschreeuw, een korzelige sensatiejournalist die met een ingebeelde tegenstander in discussie treedt. Het is het uitroepteken als laatste woord, hetgeen niet zo angstaanjagend zou zijn ware het niet dat Trumps laatste woord ook geruggensteund wordt door nucleaire destructie, het leger van de Verenigde Staten, de politie, justitie en het gevangeniswezen, imposante rangen van de Amerikaanse media en het electoraat, en omringd wordt door verscheidene mensen die bang zijn om ‘nee’ te zeggen. Dit is het uitroepteken als Apocalyps, niet het ‘!’ van verrassing, plezier, meisjesachtige verlegenheid, humor, of ironie. Dit is de uitroeping van het noodlot.

De Sturm und Drang vereiste een ongebruikelijk grote hoeveelheid uitroeptekens, suggereert Victor Klemperer, en hoewel je zou verwachten dat de LTI (Lingua Tertii Imperii – de taal van het Derde Rijk, zoals benoemd door Klemperer) het uitroepteken zou aanbidden ‘given its fundamentally rhetorical nature and constant appeal to the emotions’, zijn ze in feite ‘not at all conspicuous’ in de naziliteratuur.22Ibid. Waarom hadden de nazi’s het uitroepteken niet nodig? Klemperer stelt: ‘[i]t is as if [the LTI] turns everything into a command or proclamation as a matter of course and therefore has no need of a special punctuation mark to highlight the fact–where after all are the sober utterances against which the proclamation would need to stand out?’33Ibid.

Dit punt op zich zou al een vreselijke waarschuwing moeten inluiden. ‘Sobere uitlatingen’ – van rationele dialoog en degelijk onderbouwd nieuws tot open en publieke discussie – wanneer deze verdwijnen zullen de uitroeptekens volgen, omdat er geen oppositie meer zal bestaan om valselijk verontwaardigd over te zijn. Er zal geen kritische pers zijn, geen vrij denken, geen sociaal antagonisme, omdat eenieder die zich tegen de dominante dialectiek afzet zal verdwijnen – misschien zal een sociale dood volstaan, eerder dan moord, zij het alleen omdat dat makkelijker is. Wanneer Trump en anderen de media aanvallen, is dat met het doel dat op een dag hun tweets geen nood meer zullen hebben aan de uitroep van oppositie. Alle bovenstaande uitspraken zullen dan een bevel of declaratie zijn in een universum zonder wrijving of tegenstand.

Maar we worden ook verleid door het uitroepteken, omdat het in sommige contexten een teken is van een ander soort ongeloof. Niet dat van Trump, waarin hij zich niet kan verzoenen met het feit dat anderen het met hem oneens zouden zijn (of zelfs dat zij überhaupt bestaan), maar het soort dat simpelweg ‘wat leuk!’ zegt, of ‘wat een verrassing!’, of ‘ik ben gechoqueerd/verrast/ blij verbijsterd!’ Maar dan gebruiken we die de hele tijd, en worden ze gaandeweg zwak en uitgehold… en we gebruiken het op een defensieve manier, wanneer we iets zeggen als ‘het spijt me dat deze mail zo laat is!’, ‘ik ben zo nutteloos de laatste tijd!’, ‘ik ben zo moe als een hond!’ enzovoort, ad infinitum … (en wat over het beletselteken? … een andere keer, een andere keer.)

Als je naar de commentaren bij YouTube-video’s kijkt (een zin waarop zeer zelden iets goeds volgt), zul je een bijzonder gebruik van het uitroepteken terugvinden. Neem bijvoorbeeld een van de laatste trending videos: Jennifer Lawrence Explains Her Drunk Alter Ego ‘Gail’, waarin de actrice aan Ellen DeGeneres, in haar populaire programma The Ellen Show, vertelt over hoe ze op vakantie rum drinkt en zich een mannelijk, aan adrenaline verslaafd alter ego aanmeet met de naam Gail, die om haar vrienden te entertainen tussen de haaien zwemt, levende zeewezens eet, en mensen uitdaagt tot wedstrijdjes armworstelen. Nog los van de lichte melancholie die je voelt als je je afvraagt waarom Lawrence zichzelf moet opsplitsen in verschillende wezens om haar werk even te kunnen vergeten: hoe vertelt de ‘publieke’ respons op de video ons iets over de verschillende gebruiken van het uitroepteken? Veel commentaren suggereren dat Lawrence slachtoffer werd van MK-Ultra- hersenspoeling44MK-Ultra is de codenaam van een geheim experiment van de CIA met betrekking tot hersenspoeling en chemische verhoormethodes, zoals met waarheidsserum., en van kindermisbruik, of dat ze nep is, sommige commentaren werpen een klein, meelijwekkend, grijs soort licht op het uitroepteken als een soort smeken in de leegte – het teken dat nooit geregistreerd zal worden, omdat de spreker in hoofdzaak spreekt om zichzelf gerust te stellen.

Er is het smekende, meelevende gebruik: ‘love how she is so open!’, zegt Kailey Bashaw, waarop Oliver 2000 antwoordt: ‘Yeah I love her porn pictures’ met helemaal geen interpunctie. Lauren Robelto schrijft: ‘Everybody commenting about alcoholism makes me so sad. She’s worked very hard and just wants to take a break and have fun and everyone’s criticizes her. Honestly if I were her I wouldn’t be able to stop drinking because of all the hate! Lighten up people! JLaw is gonna keep thriving with or without your support!!’ Een gelijkaardige smeekbede, de smeekbede van de fan, een smeekbede om begrip gecombineerd met het passief-agressieve dubbele gebruik van het uitroepteken om een dubbele triomf te duiden: de spreker heeft zowel zichzelf als de geschiedenis ervan overtuigd dat negatieve (of, zowaar, positieve) commentaar achterlaten onder YouTube-video’s op geen enkele manier de appreciatie zal beïnvloeden van wie dan ook het onderwerp van hun enthousiasme vormt.

Er staat een voetnoot in Marx’ Kapitaal, deel 1, die iets boeiends doet met de verhouding tussen het uitroepteken en het vraagteken, en ik wil het hier invoegen als een perfect dialectisch extract om van het uitroepteken over te gaan op het vraagteken. Marx citeert hier een uitspraak van Wilhelm Roscher over J. B. Say, de liberale econoom die beroemd is vanwege zijn argument dat productie haar eigen vraag creëert. Alle opmerkingen tussen haakjes zijn van Marx zelf: ‘Ricardo’s school is in the habit of including capital as accumulated labour under the heading of labour.This is unskillful (!), because (!) indeed the owner of capital (!) has after all (!) done more than merely (!?) create (?) and preserve (??) the same (what same?): namely (?!?) the abstention from the enjoyment of it, in return for which he demands, for instance (!!!) interest. How very ‘skilful’ is this ‘anato- mico-physiological method’ of political economy, which converts a mere ‘demand’ into a source of value!’55Marx, Karl. (1977). Capital, Volume 1: A Critique of Political Economy (p. 82). New York: International Publishers.

Marx stond bekend om zijn brutale en ruwe verbale aftuigingen, wijdde honderden bladzijden aan figuren die nu nauwelijks herinnerd worden, of net herinnerd worden omdat Marx hen onderuithaalde. Maar hier liggen onze interesses in het gebruik van ‘!’ en ‘?’ en ‘!?’ en ‘??’ en ‘?!?’ en ‘!!!’. Wat signaleert Marx hier? Ongeloof bij domheid, onbegrip, spot, maar misschien ook een nieuwsgierige hoop. Hoop? Hoop op een betere analyse, een die de wereld meer waardig is, een die eerder zal verklaren dan mystificeren…

Hebben we vandaag nood aan meer vraagtekens? Klemperer beschrijft, zoals hierboven, het vraagteken als staande ‘in direct opposition to National Socialist intransigence and self-confidence’.66Klemperer, op. cit., p.74. Het vraagteken zelf is een vraag, een soort ingestort uitroepteken. Een vraagteken kan een daad zijn van agressie of onderbreken:
‘o ja?’. Maar het kan ook functioneren als een pauze, een breekpunt in de vreselijke stroom, het geklets, de eindeloze leugens. Het vraagteken is de persoon die zegt: ‘wacht even, wat wordt hier gezegd?’, ‘wat gebeurt hier?’, ‘is dit oké?’. Het is de vraag van het lichaam dat tegen de menigte in gaat, het hoofd gebogen, angstig, maar gedreven door een eigen interne vraagstelling – ‘is het wel juist, wat ze zeggen?’. Het is het gevoel en de toegeving dat men het niet weet, en de ingeving dat er misschien geen eenvoudig antwoord is voor de gegeven situatie. We worden omringd door mensen die ons hun oplossingen willen geven, die ons vertellen hoe dingen werken, wat wij zouden moeten denken, hoe we zouden moeten zijn, hoe we zouden moeten handelen. Er zijn te weinig socratische wezens, en veel te veel zelfbedruipers, charlatans, kwakzalvers, leugenaars, oplichters.
We willen vriendelijk zijn, maar uiteindelijk worden we bedrogen. Eenieder die zegt ‘het volledige plaatje’ te hebben is iemand die jou wil overheersen met een wereldbeeld, om je het zwijgen op te leggen of te krijgen wat hij wil. Zulke mensen zijn niet jouw vrienden.

Hoe kunnen we, in plaats daarvan, het vraagteken zien als een symbool van vertrouwen? Er moet ruimte zijn voor het verkennen, voor een wederzijdse, aandachtige openheid. Een plek waar het mogelijk is om ‘ik weet het niet’ te zeggen zonder zich beschaamd of onwetend te voelen, of dom, of onwelwillend. Het internet is al te vaak een plek waar mensen uitgesloten worden, en beschimpt voor het stellen van vragen, alsof onwetendheid geen voorwaarde is voor kennis, en alsof we niet willen dat iemand zoekt voorbij de dingen die zij al begrijpen. Soms is ‘onwetendheid’ eigenlijk de grootste vorm van intelligentie, en soms is het de meest nobele politieke strategie. Filosofie en psychoanalyse leren ons dat wij in elk geval minder weten dan wij zelf geloven. Kennis en begrip zijn geen transparante processen: we begraven en vergeten, we verliezen de vaardigheid van vragen te stellen aan onszelf, en wanneer wij denken dat we onszelf begrijpen, beginnen we anderen af te wijzen. We willen geloven dat we uitsluitend goed zijn, dat wij ‘het juiste standpunt’ hebben, en dat de ander het verkeerd heeft. Maar wanneer we ons innerlijke vraagteken opgeven, verharden we, zoals het veroordelende uitroepteken. We vergeten dat andere mensen anders denken en dat niet iedereen hetzelfde hoeft te denken. We vergeten dan vriendschap, veerkracht en vergiffenis.

Als we onszelf niet voldoende tijd geven om na te denken over de politieke lading van interpunctie, lopen we het risico meegesleept te worden op de golf van het verlangen van de ander. We worden passieve pionnen en handlangers. We worden slachtoffer van de perfide verlangens van anderen om ons het zwijgen op te leggen, om ons neer te halen, om ons doodsbang en verward te maken. Interpunctie is niet louter taalkundig, maar door en door imagistisch en politiek. De ! en ? zijn tekens onder andere tekens, maar hun verhouding en hun macht stromen door ons heen wanneer we ons er het minst bewust van zijn. Als wij tegenover elkaar staan kunnen we onze uitdrukkingen, ons hele lichaam, gebruiken om deze symbolen te dramatiseren, met een opgetrokken wenkbrauw, een gebaar, met het ophalen van onze schouders – een complexe combinatie van de twee tekens kan zich in en rondom ons kenbaar maken. Maar het grootste deel van de tijd zijn we van elkaar gescheiden en moeten we terugvallen op markers die niet collectief begrepen worden. We moeten in een modus van spel verkeren met de woorden en de leestekens die wij gebruiken, om een zekere openheid en humor te behouden: niet slechts de wreedheid van het onlinebestaan of de verklaringen van machthebbers, maar de delicate humor die de erkenning omvat dat grappen altijd agressief zijn, en dat wij permanent op de rand van het geweld verkeren, maar dat we in staat moeten zijn om te spelen als we onze drijfveren willen begrijpen, en, tegelijkertijd, de mogelijkheid willen hebben om anders samen te leven.

Bekijk hier de oorspronkelijke lay-out van deze bijdrage.

essay
Leestijd 10 — 13 minuten

Nienke Scholts, Nina Power en Michiel Vandevelde

Nina Power is senior docent in filosofie aan de Universiteit van Roehampton en tutor in kritisch schrijven in Kunst & Design aan het Royal College of Art (Londen). Ze schrijft over politiek, filosofie, feminisme en cultuur, en doet momenteel onderzoek naar nieuw-fascisme en de taal en beelden van de ‘New Brutality’ van rechtse en populistische politiek. Michiel Vandevelde is choreograaf en curator bij o.a. Extra City en Bâtard Festival.

essay