Leestijd 6 — 9 minuten

Woorden als daden. Rotterdam Vakmanschap/ Skillcity (rvs) 2007-2009

Boek

Vakmanschap. Het is geen sexy term in de ontwikkeling van de moderne kunst, integendeel zelfs: het technisch kunnen en het werken binnen een bepaalde (artistieke) traditie worden vaak gezien als een belemmering voor de authenticiteit en de persoonlijke ontwikkeling van de kunstenaar in kwestie. In de ruimere samenleving is ‘ambacht’ al evenmin een opwindende term. Maar het tij lijkt te keren. In zijn studie The Craftsman (2007) houdt de Amerikaanse socioloog Richard Sennett een vurig pleidooi voor de herwaardering van de vakman en van het ambacht. Het is geen toeval dat hij Diderots Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers als emblematisch voor de Verlichting beschouwt. Wetenschap, kunst en ambacht maken, zo suggereert de titel van de encyclopedie, immers in gelijke mate deel uit van het emancipatorische verlichtingsproject. Wat we ‘modernisering’ noemen is in niet geringe mate het uit elkaar groeien en verzelfstandigen van deze drie domeinen. Met de globalisering zijn we tegen de grenzen van dat verzelfstandigingsproces aangelopen. In plaats van de maatschappij overzichtelijker te maken, heeft de autonomisering gezorgd voor een onoverzichtelijke fragmentering, specialisering en isolering. Onze tijd heeft opnieuw nood aan een integrale visie, aan een visie die de ‘interdependentie’ centraal stelt, de wezenlijke samenhang van fysieke, mentale en sociale processen. ‘De hand is het raam dat uitziet op de geest’, schreef Kant. Iets soortgelijks schrijft de Nederlandse filosoof Henk Oosterling: ‘Denken is doen, woorden zijn daden. Voor mij sluiten daadkracht, wilskracht en verbeeldingskracht en reflectie naadloos op elkaar aan.’ Ook hij hanteert de weinig flashy term ‘vakmanschap’ als het (theoretische én praktische) breekijzer om een nieuwe politieke positie te formuleren aan gene zijde van de paradoxen en spanningen van de (post)moderniteit.

Woorden als daden. Rotterdam Vakmanschap/Skillcity (rvs) 2007-2009 kan gelezen worden als een synthese van de onderzoeksgebieden waarop Oosterling de voorbij decennia actief is geweest: het onderwijs, de differentiefilosofie, de kunstanalyse (o.a. het theater), de locale effecten van globalisering en digitalisering, de multiculturele samenleving, de stedelijke openbaarheid, de ecologie en last but not least het kendo-zwaardvechten (Oosterling was Nederlands kampioen in deze discipline in 1983!). Het voortdurend heen en weer bewegen tussen deze verschillende terreinen heeft Oosterling filosofisch geconceptualiseerd als ‘interesse’: belangstelling als een vorm van ‘tussen-zijn’. Een van zijn grote interesses – het ‘tussen-zijn’ bij uitstek – is de stad, i.c. Rotterdam waar hij leeft en werkt. Naar aanleiding van een rapport dat Oosterling in 2004 van Rotterdam maakte, werd hem gevraagd een meer onderbouwde visie uit te werken. Samen met architect Dennis Kaspori ontwikkelde hij het concept Vakmanstad. In 2007 kreeg Oosterling van de Rotterdamse wethouder de opdracht om het project Pact op Zuid met zijn visie te onderbouwen. Pact op Zuid is een programma, gedragen door partijen die dagelijks wonen en werken in Rotterdam-Zuid, om in tien jaar tijd een miljard euro extra te investeren in de fysieke, sociale en economische kwaliteiten van Rotterdam-Zuid.

Het is wellicht geen toeval dat Oosterling zijn inzichten synthetiseert in de context van dit stedelijke project. In het denken over de stad komen immers alle belangrijke vragen van het begin van de 21ste eeuw samen: de mogelijkheid van het samenleven in verscheidenheid, de multiculturaliteit, onderwijs en opvoeding, vrije tijd, commercie, ecologische leefbaarheid, veiligheid, openbare ruimte, etc. De stad is voor Oosterling een mobiliseringsmachine en een emancipatiemachine. Veel van de discussies die tegenwoordig ook in de kunstensector gevoerd worden over publieksparticipatie, diversiteit, educatie, sociaal-artistieke projecten, groene energie, stedelijk engagement, maatschappelijke betrokkenheid, etc. lopen wel vaker vast in een verouderde woordenschat die de diepgaande veranderingen in de samenleving nog niet heeft verdisconteerd.

Een van de grote verdiensten van het boek zijn de vaak verrassende en dynamische concepten die Oosterling kneedt, beïnvloed door denkers als Deleuze en Guattari, maar ook door de populaire cultuur. De titel van de lezing Dasein als Design is een goed voorbeeld van die combinatie. Oosterling durft op het eerste zicht ver uit elkaar liggende termen op elkaar aan te sluiten waardoor intrigerende kortsluitingen ontstaan. Hij slaagt erin zijn filosofische inzichten te vertalen in korte zinnen, met de kracht en de verbal humor van reclameslogans: ‘van wegwerpcultuur naar ontwerpcultuur’, ‘naast chillen vooral skillen’, ‘we zitten niet in de knoop, we zijn de knoop’. Dit soort gebalde formuleringen wijst al op zijn geloof in de daadkracht van woorden. Daarom is de zo noodzakelijke mentaliteitsverandering in de eerste plaats een discoursomslag.

Oosterling wil vooral breken met een negatieve, vaak deprimerende beeldvorming rond stedelijkheid, diversiteit en integratie. Niet omdat hij de problemen onderschat of naïef optimistisch is, maar vanuit het, zowel conceptueel als pragmatisch, verworven inzicht dat er geen alternatief is voor een onderbouwde gezamenlijke actie. Concepten als identiteit, vrijheid, autonomie en individu – de fundamenten van de moderniteit – zijn in de kritische analyses van de 20ste eeuwse filosofie van hun universele waarde ontdaan en ontmaskerd als machtseffecten. Maar een nieuwe conceptualisering moet verder gaan. Daarvoor zet Oosterling minder in op differentiële dan wel op relationele termen, minder op het verschil en meer op het ‘inter’: inter-cultureel, inter-mediaal, inter-disciplinair. Het denken van het ‘intra’ (de innerlijkheid, het bewustzijn, de autonomie) moet verschuiven in de richting van het ‘inter’ (het relationele, de samenwerking, het netwerk).

Dat zijn filosofische inzichten ook in de praktijk kunnen worden omgezet, toont Oosterling met zijn RVS-projecten in de ‘moeilijke’ wijken in Rotterdam-Zuid die gekenmerkt worden door schooluitval, agressief straatgedrag, culturele spanningen en andere moderne urbane ziektes. Vanuit het besef dat Rotterdam op termijn verjongt, concentreert Oosterling zich op die plek waar een eerste model van samenleving gestalte krijgt: de school. Met het project ‘Fysieke Integriteit’ wordt ecosofie op scholen in praktijk gebracht. Kinderen krijgen er naast filosofieles elke week kookles, judoles en ook hebben ze een eigen moestuin, waardoor ze technische skills (koken, tuinieren), sociale skills (respect, elkaar helpen), culturele skills (eten proeven uit verschillende landen, sportregels) leren. Door de combinatie van activiteiten versterken de skills elkaar. De eerste resultaten, die uitvoerig in het boek beschreven worden, zijn meer dan hoopgevend.

De invulling die Oosterling aan de term ‘vakmanschap’ geeft, gaat duidelijk verder dan professionaliteit. De inzet ervan is hoog: zowel theoretisch-filosofisch als praktisch-maatschappelijk. Het is een soort levenshouding: ‘Dit mentale weefsel is zorgvuldig gesponnen en bestaat uit ragfijne draden van concentratie, aandacht, voeling en visie. (…)

Relationeel ontwerpen is meer een oproep dan een beschrijving. Het schrijft niets voor maar appelleert aan een bewustzijn dat zijn samenhangt ontleent aan een ander bewustzijn: esthetisch, ethisch en politiek. (…) Relationeel design blijkt de opmaat naar een creatieve leefstijl met als hoekstenen ecopolitieke duurzaamheid en geopolitieke verantwoordelijkheid. Vakmanschap en het gevoel van proportionaliteit is daarbinnen cruciaal. Geen terugkeer naar een 19de eeuwse ambachtelijkheid, maar een herwaardering van waarden als verantwoordelijkheid en respect om de excessen van het hyperindividualisme en hyperconsumentisme te begrenzen.’ Woorden als daden is in meer dan één opzicht een boek van nu over nu: noodzakelijk, uitdagend en inspirerend.

Henk Oosterling, Woorden als daden. Rotterdam Vakmanschap/Skillcity 2007-2009, japsam Books, Heijningen, 2009 (de opbrengst van het boek gaat naar het project Fysieke integriteit).

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#120

01.02.2010

—

31.03.2010

Erwin Jans

Erwin Jans is dramaturg bij het Toneelhuis (Antwerpen). Tevens publiceert hij over theater, literatuur en cultuur in onder andere De Morgen, De Tijd, Eutopia, Etcetera, DW B, rekto:verso, nY, De Reactor, De Leeswolf en Theatermaker.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!