Mirage – Damien Jalet / Kohei Nawa / Ballet du Grand Théâtre de Genève
Dansen in een nevel van glitter en luchtspiegelingen
Helen D’Haenens
© for future
Naar aanleiding van de besparingen op de projectsubsidies in Antwerpen schreef Stany Crets afgelopen vrijdag in een opinie in De Standaard dat subsidies die naar de cultuursector gaan investeringen zijn in een economische sector, een industrie zelfs, met straffe tewerkstellingscijfers. Halverwege zijn opiniestuk wordt duidelijk waar Crets zijn pleidooi eigenlijk naartoe leidt: Hij stelt dat we de grenzen tussen cultuursector en amusementsindustrie, wat de subsidies betreft, moeten openbreken. Crets zegt dat de overheid moet zorgen dat starters “met een goed businessplan, investeren in de toekomst én winst maken.” Volgens Crets moet kunst zich dus bewijzen in zijn consumptiewaarde en winstmarge en is het dan subsidiewaardig.
Zijn pleidooi is in het Nederlandse taalgebied niet nieuw. In Nederland vonden sommige commerciële theaterproducenten (die winstgevend amusement voor het podium maken) ook getracht aanspraak op subsidies te maken. Maar zelfs in het land dat prat gaat op zijn handelsgeest is dat niet gelukt, hoewel het voor-wat-hoort-wat-discours er veel dieper in de culturele sector is doorgedrongen Kunstenaars, zeker binnen de podiumkunsten, worden er meer afgerekend op aspecten als verwachte publieksaantallen en marketingstrategie. Er moet meerwaarde gecreëerd worden, is het niet direct in cash, dan voor de stad, voor de maatschappij. Niets mis mee, zou je denken, maar die benauwende ondernemerssfeer dreigt het theater voortdurend te verarmen, qua originaliteit, zeggingskracht en vernieuwing.
Subsidies verstrekken voor cultuur zou juist gedreven moeten zijn door andere waarden dan winst
maken.
Subsidies verstrekken voor cultuur zou juist gedreven moeten zijn door andere waarden dan winst maken. Wie daarop uit is moet dat vooral overtuigend in een businessplan neerpennen en kan bij investeringsfondsen kapitaal ophalen. Maar cultuur en kunst zouden juist iets moeten zijn wat zoveel mogelijk buiten de markt gehouden wordt. Het zou iets moeten zijn waar geen businessplan voor nodig is omdat het Bildungswaarde heeft in plaats van economische waarde: Kunst schept geen geld, maar ontroering, het onderzoekt schoonheid en creëert sterke verhalen. Het helpt ons kritisch reflecteren op geschiedenissen, wetenschappen en maatschappelijke ontwikkelingen. Je doet in de eerste plaats aan kunst en cultuur als burger en niet als consument.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.