© Jaap Reedijk

Leestijd 6 — 9 minuten

Babel – Kommil Foo

Melancholie is de beste saus

Binnenkort staan ze veertig jaar op de planken, de broers Raf en Mich Walschaerts van Kommil Foo. Het muzikale cabaretduo plukt de vruchten van hun jarenlange samenwerking én bloedband in de nieuwe zaalshow Babel. Het resultaat is een montage van voorzichtig filosofische en licht absurde anekdotes en levensliedjes met de babylonische spraakverwarring als dunne rode draad. Bij Kommil Foo is Babel geen toren, maar een glooiend heuvellandschap met pieken en dalen.

Zorg voor een sterk begin en een sterk einde. Het is een ongeschreven theaterwet. Walschaerts en Walschaerts laten alvast niet na om Babel onvergetelijk te openen. Zonder introductie steekt Raf van wal met een potentieel ordinaire cafémop over twee Afghaanse windhonden, een witte en een zwarte, waarbij de witte het favorietje van zijn baasje blijkt. Al heeft de toehoorder direct door dat het om parodie gaat en geen zuiver racisme, toch lacht hij met een knoop in de maag. Naderhand fluistert Mich zijn publiek in dat hij de witte en Raf de zwarte hond in de familie is. Het is aanleiding voor de eerste spraakverwarring van dit stuk, met bekvechtende en blaffende broers, en de non-conversatie “Wat? – Niks” zal nog geregeld terugkomen.

In deze openingsscène gooien de Walschaertsen (bijna) alle kaarten van Babel op tafel. De chemie tussen beide spelers spat van het podium, de komische timing is à point en het bescheiden absurdisme een meerwaarde. Schaduwheld van dit succes is regisseur Ineke Nijsen, die net als Kommil Foo in de jaren 90 van de vorige eeuw een duwtje in de rug kreeg van televisiemaker Mark Uytterhoeven. In het eerste halfuur van Babel meet ze de segmenten met Zwitserse precisie af. Zo komt een kampvuurversie van Mag Het Licht Aan geen seconde te vroeg of te laat.

“Schaduwheld van dit succes is regisseur Ineke Nijsen, die net als Kommil Foo in de jaren 90 van de vorige eeuw een duwtje in de rug kreeg van televisiemaker Mark Uytterhoeven.”

Dit lied gaat over de toenemende disconnectie tussen twee geliefden. Eerder intuïtief dan rationeel linkt de tekst met de anekdote die volgt. Mich suggereert immers een vergelijkbare emotionele afstand wanneer hij vertelt over zijn puberzoon, die vindt dat “iedereen voor één keer normaal moet doen” aan de ontbijttafel. Dat meubelstuk staat opgesteld naast de vleugelpiano. Met twee stoelen aan de uiteindes symboliseert het treffend hoe mensen door de jaren heen uit elkaar kunnen groeien. Ook bij de tiener van Mich heeft miscommunicatie voor vervreemding gezorgd.

Herkenbaarheid is het codewoord bij Kommil Foo. Waar de fantasie het overneemt van de autobiografie is moeilijk in te schatten, maar de dwarsdoorsnede van herinneringen die de broers tussen de songs door ophalen resoneert bij het grote publiek. Meer dan eens baden die verhalen in een melancholische tragiek. Het verdriet waar het duo over spreekt is niet dat van een bijzondere persoonlijkheid of een uniek levensverhaal, het is ons verdriet. In een pakkende biechtscène kijkt Raf recht in de camera, zodat het publiek zijn ontroerde gezicht in detail kan observeren. “Hocus Pocus Pats, weg spijt,” zegt Mich die als een engeltje (of deugnietje) op zijn schouder zit, maar alleen het lachende publiek ervaart op dat moment iets van heling.

“Herkenbaarheid is het codewoord bij Kommil Foo. Waar de fantasie het overneemt van de autobiografie is moeilijk in te schatten, maar de dwarsdoorsnede van herinneringen die de broers tussen de songs door ophalen resoneert bij het grote publiek.”

De gesproken of gezongen ‘gewonemensentaal’ komt het beste tot zijn recht in de donkerste scènes van Babel. Tijdens een visioen over de begrafenis van Raf speelt Kommil Foo zijn troeven perfect uit: de humor troost en bijt tegelijkertijd, maar de droefgeestige ondertoon beklijft er niet minder door. Herkenbaarheid en absurdisme gaan hand in hand: het spook van Raf achtervolgt Mich als een opdringerige fan, maar gaat uiteindelijk terug in zijn graf liggen – of eigenlijk op de tafel – om zich er letterlijk om te draaien. Kers op de taart is de krakkemikkige intro van de radiohit Ruimtevaarder, waarbij Mich zijn fluwelen pianotoets inruilt voor gespeelde klungeligheid.

“De gesproken of gezongen ‘gewonemensentaal’ komt het beste tot zijn recht in de donkerste scènes van Babel. Tijdens een visioen over de begrafenis van Raf speelt Kommil Foo zijn troeven perfect uit: de humor troost en bijt tegelijkertijd, maar de droefgeestige ondertoon beklijft er niet minder door.”

De maximale inzet op herkenbaarheid komt het narratief van Babel weliswaar niet altijd ten goede. Een jeugdherinnering over papa Walschaerts die zijn kinderen in Spanje insmeert met zonnebloemolie in plaats van zonnemelk, of het balkongesprek tussen Raf en zijn vader die elkaar niet begrijpen, voelen in vergelijking met de voorafgaande begrafenisscène minder bijzonder aan. De clou van zulke mijmeringen (als die er al is) mist een unieke blik op het leven, iets waardoor de toeschouwer zijn eigen leven met nieuwe inzichten gaat bekijken. Een subtiel in de tekst binnengesmokkelde levensvraag – “wie denkt ge wel dat ge zijt?” – is dan niet genoeg om het materiaal te bevrijden van een doordeweeks karakter.

Daardoor verglijdt de voorstelling van een opening vol hoogtepunten naar een meer kabbelend ritme, waarbij het duo minder risico’s neemt. De anekdotische aanpak vergt van de toeschouwer bovendien de bereidheid om na elk lied in een nieuw verhaal te stappen, waarin nieuwe personages worden voorgesteld, waaronder een kennis die zijn vrouw verloor in een verkeersongeluk. Zijn lot is niet te benijden, maar het publiek heeft amper de gelegenheid om een band met hem op te bouwen, temeer omdat hij even snel uit de voorstelling verdwijnt als hij is gekomen. En dat zorgt voor versnippering.

“De maximale inzet op herkenbaarheid komt het narratief van Babel weliswaar niet altijd ten goede. De clou van zulke mijmeringen mist een unieke blik op het leven, iets waardoor de toeschouwer zijn eigen leven met nieuwe inzichten gaat bekijken. Daardoor verglijdt de voorstelling van een opening vol hoogtepunten naar een meer kabbelend ritme, waarbij het duo minder risico’s neemt.”

Het overkoepelend thema van de spraakverwarring hangt de ene keer als een donderwolk en de andere keer als een nevelsliert over elk verhaal. “Dat moet ik even uitleggen” horen we vaak als leidmotief, maar het is niet het soort doorwrochte architectuur waarmee bijvoorbeeld Wim Helsen zijn monologen vormgeeft. Aan het einde van Babel worden enkele scènes van het begin gespiegeld – deze keer is Raf het engeltje op de schouders van Mich – waardoor de show zijn hoge vlucht van de opening herneemt.

“Doorgaans zijn de songs sfeervol, soms aangrijpend, soms wat braafjes. De teksten zijn slim genoeg om het banale te overstijgen, maar ook niet heel diepgaand. Op tijd en stond benaderen ze akelig dicht het randje van het sentiment.”

De muzikale bloemlezing verloopt volgens hetzelfde patroon als de theatrale scènes. Doorgaans zijn de songs sfeervol, soms aangrijpend, soms wat braafjes. De teksten zijn slim genoeg om het banale te overstijgen, maar ook niet heel diepgaand. Op tijd en stond benaderen ze akelig dicht het randje van het sentiment. Dat wordt gecompenseerd door creatieve vondsten en het ogenschijnlijke gemak waarmee de broers in duo spelen. Ze lijken elkaar bijna met de ogen dicht te vinden wanneer ze de gitaar of viool bovenhalen. Bovendien zijn zowel de betere als de mindere songs gebaat bij de kleine bezetting van de duoformatie. In de albumversies zorgen extra drums en blazers voor een vlakkere poptoon die in deze theatercontext überhaupt niet zou gedijen.

Uiteindelijk overklassen de pieken in Babel de dalen, want wanneer de broers Walschaerts hun donkerste gedachten in humor drenken, stuiten ze op goud. Hier brengen ze existentie op mensenmaat, met troost als gemene deler en melancholie als de beste saus. Laat daar geen spraakverwarring over bestaan.


De speellijst van de voorstelling vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#182

15.04.2026

14.09.2026

Tom Permentier

Tom Permentier is muzikant van opleiding en staat op de planken als bandleider, slagwerker en componist. Hij werkt ook als leraar muziekgeschiedenis, slagwerk, samenspel en muzieklab aan de academie van Grimbergen. Als huismuzikant bij de Leuvense circusschool Cirkus in Beweging heeft hij jarenlange ervaring als circuskijker opgedaan. Sinds 2016 schrijft hij freelance voor Circusmagazine en sinds 2025 voor het recensieplatform Pzazz.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!