Wim Van Gansbeke

Leestijd 4 — 7 minuten

Wim Van Gansbeke

In 1977 overleed, 42 jaar oud, de Braziliaanse schrijfster van Oekraïense komaf, Clarice Lispector. Tot vlak voor haar dood werkte ze nog aan haar zowat zevende boek A hora de estrela – Het uur van de ster.

Onder de titel Van top tot teen te trillen maakte de Nederlandse actrice Adelheid Roosendaar dit seizoen een merkwaardige solo-theaterproduktie van, waarin ze, terwijl ze nauwelijks van Lispectors tekst afwijkt, toch aannemelijk maakt dat ze het allemaal ter plekke bij mekaar staat te improviseren. Omstreeks 1985 werd Ahora da estrala verfilmd door de Braziliaanse cineaste Suzana Amaral. Het is het intrieste verhaal van Macabéam, een meisje uit het noordoosten van Brazilië, dat in Rio de Janeiro een armoedig en leeg bestaan slijt, In de film komt er ondanks alles een hilarische scène voor, die ik niet terug vond in het oorspronkelijke verhaal Op de huurkamer, die Macabéa deelt met drie andere meisjes, zit één van die meisjes een boek te lezen en kijkt daarbij om de haverklap op uit haar lectuur, om de kaft van het boek te bestuderen. Op de vraag van een ander meisje, waarom ze dat toch doet, antwoordt ze: “Eigenlijk lees ik alleen graag boeken met plaatjes en het enige plaatje van dit boek staat op de kaft”.

Het inmiddels voorbije theaterseizoen overschouwend, voel ik mij een beetje zoals dat meisje, zoals twee meisjes eigenlijk. Het ene kijkt voortdurend naar altijd weer hetzelfde plaatje, waartoe het gros van de Vlaamse theaterprodukties te herleiden valt. Het andere kijkt telkens terug naar dat ene plaatje, omdat er niets anders is om naar terug te kijken. En omdat het beweeglijke en daardoor telkens nieuw lijkende plaatje verwijst naar telkens weer dezelfde makers. Degenen die in staat zijn je te verrassen en van wie je ook weet dat ze daartoe in staat zijn. Ze zijn met weinigen en er is geen spoor van doorstroming; er gaapt een grondeloze diepe kloof tussen hen en de rest. In de naamloze vlakte duiken ze op als een volkomen onverwachte en onverklaarbare piek, die weigert zich in het landschap te integreren en dat totnogtoe ook zal geweten hebben. Een terugblik op een seizoen maakt mij doorgaans somber. Voor het voorbije seizoen maakt die terugblik mij moedeloos. Méér dan ooit zag ik een alsmaar groter wordende emmer pap, een brij waarvan je je achteraf afvraagt hoe je er in ‘s hemelsnaam hebt kunnen door waden. Gezelschappen die als ‘mogelijk interessant’ genoteerd stonden, zakten weg in onmacht of zelfgenoegzaamheid. Andere kwamen niet verder dan de consolidering van allang geleden genomen opties ; een raam zonder uitzicht. Projekten zagen eruit alsof ze zich al in de moederschoot aan hun navelstreng hadden opgehangen.

Regisseurs wentelden zich in voorspelbaarheid en wijkagentenmentaliteit. Acteurs drentelden rond in hun knollentuin. Ik mag van harte hopen dat ze zich bij dat alles ten minste verveelden, want ik, bij de wagen van Thespis, ik verveelde mij te pletter. “In kunst mag niet geprobeerd worden,” zei Elsschot. Maar ik zag nauwelijks iets anders dan proberen. En soms zelfs dat niet Als Vlaanderen leeft dan was daar op de scène alleszins weinig van te merken, tenzij je de laatste stuiptrekkingen van een stervende nog voor leven houdt en de rigor mortis definieert als ‘eigenzinnige stijfheid’. Wilde er iemand het afgelopen seizoen en zijn daders in een tekening afbeelden, dan liefst als kip zonder kop : blind en dood en hulpeloos rondscharrelend in een wereld die voortaan voor haar gesloten blijft. Er blijft die onverwachte, onverklaarbare piek, abrupt oprijzend en zonder enige verblinde glooiing naar de vlakte.

In september ’88 Anne-Teresa de Keersmaekers Ottone, Ottone. In november ’88 De Meeuw van Tsjechow door de Blauwe Maandag compagnie in een regie van Luc Perceval.

In december ’88 Prettige Feesten van Alan Ayckbourn door het Arcatheater in een regie van Jappe Claes en Jos Verbist.

In januari ’89 Madame de Sade van Mishima door het BKT in een regie van Michel Van Dousselaere.

In februari ’89 Wittgenstein Inc., Kaaitheaterproduktie, gespeeld door Johan Leysen in een regie van Jan Ritsema op een tekst van Peter Verburgt.

Nog in februari ’89 Parade door Oud Huis Stekelbees in een regie van Guy Cassiers.

In diezelfde onverwacht rijke februarimaand de tweede versie van Nachtwake van Lars Norén door Blauwe Maandag Compagnie/Zuidelijk Toneel in een regie van Guy Joosten.

In maart ’89 de Kaaitheaterproduktie Ward Comblez van en met Josse de Pauwin een regie van Peter van Kraaij.

In april ’89, maar allebei met de nodige reserve: de Kaaitheaterproduktie ça va door de Needcompany van Jan Lauwers en Platonov van Tsjechow door het Arca-Theater in een regie van Jappe Claes.

Nog in april ’89, maar met nog groter voorbehoud: De reisleidster van Botho Strauss door De Tijd in een regie van Lucas Vandervost en Eéndagswezens van Lars Norén door het NTG in een regie van Guy Joosten.

Einde van het overzicht, noodgedwongen afgesloten op 16 mei ’89.

Wat leert het ons? Ten eerste dat ondergetekende in negen maanden acht noemenswaardige voorstellingen gezien heeft, waarvan één dansproduktie. Ten tweede dat ondergetekende in dezelfde periode op een veel kleiner aanbod ongeveer evenveel noemenswaardige Nederlandse voorstellingen gezien heeft, waarbij onveranderlijk de namen Jan Joris Lamers, Frans Strijards en Sam Bogaerts opduiken. Het leert ons ook nog dat bij twee van de acht produkties de naam van Jappe Claes valt, bij twee andere de Blauwe Maandag Compagnie met Perceval en Joosten, bij één andere de naam van Michel Van Dousselaere en dat o.m. deze Van Dousselaere en Jappe Claes deel zullen gaan uitmaken van de Blauwe Maandag Compagnie. Het leert ons verder dat er vier vermeldingen vallen voor het Kaaitheater als producent.

Als we dan Parade aftrekken, dat tot het jeugdtheater behoort en een geïsoleerde lucky strike lijkt, en de geformuleerde reserves in acht nemen voor De Tijd en NTG (maar alweer in een regie van Joosten!), is de basis waarop die piek van het Vlaamse theater stoelt, wel héél smal geworden. Het is mij in de gegeven omstandigheden dan ook verre van duidelijk hoe het nu met het geheel van het Vlaamse theater verder moet. Vervelende plaatjes kijken, vrees ik. En bij gebrek daaraan, acht keer of daaromtrent min of meer dezelfde kaft.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

column
Leestijd 4 — 7 minuten

#26

15.06.1989

14.09.1989

Wim Van Gansbeke