Werner Van den Mooter

Leestijd 4 — 7 minuten

Werner Van den Mooter

Ik was zo krank van hart, dat ik muziek nodig had. Ik vraagde, of men wat zingen en spelen wou voor my alleen? ‘t Is voor een zieke, zei ik.

Ik bevond mij niet wel bij de inrichting van mijn woning en dus ben ik verhuisd. Deze keer naar een leefomgeving op stand want wie mij tot voor kort zag in de schijnwereld van de opera, mocht wel menen: – Die jongen woont beslist heel aardig!… in werkelijkheid kon ik slechts een ongezonde artiestenstuip de mijne noemen. Dat verhuizen evenwel, wat een godbevlekkende ellende! En nog is het niet afgelopen! Ik had u veel te melden over opera’s in Brussel en in Antwerpen, over Macbetten, Parsifals en Traviata’s, o veel! Maar door het schoonmaken en geschilder houd ik het geen vijf minuten aan mijn schrijftafel uit! Gedurig moet ik de kamer uit omdat verf het papier dreigt te besmeuren, de stoel onder mij vandaan geboend wordt of mijn advies gevraagd bij een kwestie van loodgieterij. Daar… ik word geroepen.

Het was de tapijtenlegger. Ik sluit de ogen voor de kartonnen dozen en verbeeld mij hoe het zijn zal als de boel is ingericht. Op de tonen van het voorspel van Parsifal droom ik… hoe ik thuis zal komen wanneer de laatste zonnestralen door het luxaflex sijpelen, hoe ik zal neerzijgen op de chaise longue en daar een wijle zal mijmeren, welke vorm van tijdverdrijf mij die avond passend lijkt – ach, dat geklop en geschaaf en gebik en gezaag – , of ik mij wellicht zal gaan vermeien in het duister van de Koninklijke Vlaamse Opera… toezien hoe Frits Celis zijde en fluweel weeft uit zijn barse en onwillige orkestkornuiten, van wie er sommigen als zij een half uur niets te blazen hebben, sportblaadjes gaan zitten lezen… zuchten van verlichting in de klinkende stilte die volgt op een dank zij het sluiten der dirigentenknuist volmaakt gelijk uitgezongen frase? Of zal ik, dichter bij huis, de suiker doos van mijnheer Mortier opzoeken waar vast wel weer een Italiaans meesterwerk van de een of andere Giuseppe… duid mij niet euvel, ik zeg even dat men wat minder luidruchtig te werk ga bij het met scherpe driehoekige ijzers verf af-krabben van deuren en vensters. Is dat een leven!

In de hoop dat de lezer het gekrab niet langer door mijn geschrijf heen hoort… Verdi of nog erger ten gehore wordt gebracht of op de planken gezet of hoe heet het soort kermisvertoning dat om der Italianen keukenmeidenromanintriges heen wordt gebouwd? Zal ik mij opnieuw begeven te midden der grijze Kappelmannen, wanneer hun gehoest en gepiep en gerochel weer eens door het theater waart – tuberculeuzer lijkt de zaal dan de arme Violetta zelve? Ach, misschien weet ik het dan, maar op dit moment zou ik moeilijk mijn keuze weten te bepalen… Staat u mij toe, dat ik even opendoe voor de verwarmingsmonteur ?

Ik bedoel, het is natuurlijk óók je reinste zelfkwelling, zo’n 5 uur Parsifal met zijn statische actie en mystiekerigheid, derde-rijk-marsen, soepjurken, anonieme decors en onhandig bewegende koorleden, maar vooral na de eerste akte die Ridderbusch, Celis en co uiterst gespannen voordroegen, beving mij een door de muziek gegangmaakte ontroering – die weliswaar afnam toen de spanning iets daalde in het normaal gezien toch boeiender vervolg, hoezeer Amfortas (Frans Van Eetvelt) en Parsifal (Horst Hoffmann) geleidelijk aan ook tot grote zanghoogten stegen – maar toch ontroering…

da die entschuldigte Natur
heut ihren Unschuldstag erwarb.

Terwijl de Traviata mij na afloop volstrekt niet beroerd bleek te hebben, ondanks sprookjesachtige decors en regie. Het leek wel of ik in de bioscoop had vertoefd om daar een weelderig aangekleed, maar overigens nietszeggend gooi- en smijtspektakel te aanschouwen. Eilieve, laat mij een kleine parenthese maken. Neen, niet weder voor een handwerksman, alles boort, krabt, hamert, schraapt, schuurt, schaaft en schroeft hier lustig zijn gang.

Als ik een hond zie op straat of in een openbare gelegenheid, bekruipt een afgrondelijke walging mijn wezen. Ik houd nu eenmaal niet van die beesten. In zo’n geval houd ik mezelf immer dadelijk voor dat ik mijn walging aan het verkeerde adres bezorg. Want de hond in kwestie kan er ook niets aan doen dat hij door zijn baas in mijn nabijheid is gebracht en ik moet voortaan maar zo wijs zijn, hondeëigenaars te mijden. Die zijn immers nog veel weerzinwekkender, want met verstand begiftigd, dan hun hersenloze viervoeters. Zo is het ook gesteld met de vele Verdi-opera’s die ik heb te ondergaan en nog wel wat van andere componisten ook, Verdi heeft het niet alleen gedaan. Mijns inziens mag het feit dat die voorbijgestreefde, drakerige geschiedenissen zonder veel muzikale inhoud nog steeds worden opgevoerd niet derzelver toonzetters worden aangewreven – zij rusten in vrede – doch eerder de operadirecties en vooral het publiek, dat dit soort holligheid nog steeds laf en lijdelijk over zich heen laat komen. Johan Thielemans zal u, wat de Traviata betreft, wel in geuren en kleuren berichten wat er mooi was en wat niet, wie er goed zong en wie slecht. Mij interesseert het domweg enkel en alleen of een opera swingt, zoals Graham Parker swingt en de Style Council niet. Welnu, de Traviata swong niet, helemaal niet, en de Parsifal een beetje. Met dien verstande dat de Traviata ook nooit zal swingen, hetgeen de perfectie van de voorstelling in de Munt nog onbarmhartiger aan het licht bracht, en de Parsifal dat wel degelijk kan, men zie de film van Syberberg.

Ik ben wat moe… alles is aan kant, maar het is hier wat leeg. De zon gaat onder en de lichtreclames aan. De pick-up om de Vier ernste Gesänge te draaien is helaas nog niet opgesteld. Neon glimt in het parket… ik hoor veel te onstuimig applaus van kwijlende grijsaards… beaat, dé zondagmiddag van hun grijze leven… rusteloze arpeggio’s van weelderige strijkers… loutering en de driestuiverswereld van de demi-monde… coloratuur, cymbaalslagen… het lijkt wel een fanfareorkest… stel je eens voor dat het gesproken zou worden, wat een verlies aan melodrama… Ssstilzitten! sist de theeteef achter mij… een magisch gebaar ontlokt Debussy aan Wagner… dat Baudelaire dit nooit meegemaakt heeft…

– Ga van tijd tot tijd eens kijken naar die nieuwe huurder op de derde verdieping, hadden de werklieden gezegd tot de conciërge. Hij is zo… zo verward. De huisbewaarder gaf daaraan gehoor en vond “de man op de derde verdieping” daarentegen zeer wel. Hij leek opgeruimd, blij verhuisd te zijn en ging niet uit die avond, zei hij, niet naar de Munt, niet naar Antwerpen, nergens heen. Hij gaf de voorkeur aan stilte, de rest van de dag.

column
Leestijd 4 — 7 minuten

#18

15.06.1987

14.09.1987

Werner Van den Mooter

column