Richard Stuyvenberg

Leestijd 6 — 9 minuten

Wayn Wash I: Maria-Dolores

Wayn Traub bouwt ingenieuze constructie rond zichzelf

Laag 1. Begeleid door een bombastisch muziekje opent een jongeman de voorstelling Wayn Wash I: Maria-Dolores met een dansje. Het is een geoefend danser, gekleed in een grijs pak. Het dansje is duidelijk niet bedoeld om ons esthetisch te plezieren, meer om ons theatraal in de juiste stemming te brengen. Het dansje vindt plaats op één vierkante meter en bestaat vooral uit armbewegingen. De danser -Wayn Traub zelf, de maker van de voorstelling – kijkt ons aan als een duiveltje uit een doosje. Zijn dans, die niet ijdel is, wel uitdagend, duurt een minuut of vijf. Achter hem schuiven in het halfdonker twee in donkere capes gehulde spelers naar voren.

Laag 2. Die twee spelers (Marie Lecomte en Simonne Moesen) vertolken voor ons gedurende de voorstelling een wonderlijk ouderwets Franstalig mysteriespel. De jonge maagd Maria wordt na een Mariaverschijning op onverklaarbare wijze zwanger, tot woede van de oudere non Dolores. Deze blijkt haar moeder tijdens de geboorte te hebben verloren en ontdekt nu dat het deze moeder is die bezit heeft genomen van Maria en zelfs even tot haar spreekt. De moeder komt zich wreken op haar dochter, die de oorzaak is van haar dood: ze steekt Dolores neer, al lijkt het aanvankelijk of Dolores Maria neersteekt. Maar op ingenieuze wijze – de truc wordt pas bij een tweede bezichtiging duidelijk – blijken de rollen ineens omgedraaid. Heel de mystieke wereld van het middeleeuws katholicisme komt hier tot leven. De speelstijl is uiterst gestileerd, in een ragfijn gebarenpa-troon dat teruggrijpt op de vaste codes van de retorische tradities en in kostuums uit de late Vlaamse middeleeuwen. Boven het speelvlak hangt de doornenkroon van de Verlosser, waartussen de lampen zijn verstopt die de handeling verlichten als was het een kerstspel bij kaarslicht. De reusachtige kroon omarmt ook het filmdoek dat recht tegenover het publiek de achterzijde van het speelvlak bepaalt.

Laag 3. De volgende lagen van Wayn Wash I: Maria-Dolores spelen zich af op dit filmdoek. In laag 3 worden twee verhaallijnen met elkaar verstrengeld: een cameraman (Geert) volgt – in een filmstijl die onder meer is geïnspireerd op de Deense Dogmafilms (van o.a. Lars von Trier) en Zusje (1996) van Robert Jan Westdijk – twee vrouwen, los van elkaar: de Franstalige Marie (eveneens gespeeld door Marie Lecomte uit het theaterstuk) en de Nederlandstalige Dolly (gespeeld door Dolores Bouckaert). Marie repeteert een middeleeuws mirakelspel (hetzelfde mirakel dat we telkens live te zien krijgen) en vraagt Geert haar te filmen terwijl ze oefent om haar rol in dit stuk geloofwaardig te kunnen spelen. Wat ze speelt, wil ze zelf ervaren hebben, zo luidt haar spelopvatting. Omdat ze in het stuk zwanger wordt, brengt ze ook een bezoek aan een gynaecoloog en doet ze alsof ze zwanger is. Ze zegt dat ze op haar zestiende een myoom heeft gehad in haar baarmoeder, wat betekent dat een zwangerschap waarschijnlijk haar dood zou betekenen. Dit verhaal blijkt ze niet te hebben verzonnen. Geert confronteert haar met het feit dat ze dan, volgens haar spelopvatting, nooit een zwangere vrouw zal kunnen spelen. Ze loopt ontgoocheld weg van de camera. Even later vertelt ze Geert dat ze zwanger is. Ze sterft tijdens de bevalling. Geert wordt naar de babykamer gebracht om zijn dochter te zien. Daar ligt – de volwassen – Dolly.

Pas dan dringt het tot ons door dat Dolly de dochter is van Marie en dat er tussen beide verhaallijnen dus een tijdverschil zit van twintig jaar, dat het graf dat Dolly bezoekt dat van haar moeder Marie is. Geert is dus Dolly’s vader en filmt haar op dezelfde opdringerige wijze waarop hij Marie filmde. Dolly is ernstig ziek. Wel maakt ze, heel moeizaam, een documentaire over religie (zie laag 4) en spreekt ze af en toe filmpjes in (zie laag 6). Aan het einde onderneemt ze een zelfmoordpoging, die vermoedelijk mislukt. Twintig jaar later, en ouder, zien we haar fictioneel terug als Dolores in het mirakelspel van laag 2. Geert is gesublimeerd tot Wayn (laag 1), die de handeling in werking zet en weer stopzet.

Laag 4. Deze laag is voor Marie dezelfde laag als laag 2: de theatervoorstelling, die voor het publiek reëel is, maar fictie wordt als je de film als realiteit aanvaardt. De vierde laag voor Dolly is de documentaire die zij maakt en waarvan we enkele bizarre fragmenten te zien krijgen, onder meer van indianen die geesten van voorouders oproepen. Dit verwijst ook weer naar het mirakelspel, waarin de geest van Dolores’ moeder, via de maagd Maria, weer even terugkeert, en wraak komt nemen.

Laag 5. Af en toe zien we in laag 3 een televisie aanstaan. Hierop is een boekenprogramma te zien –Camping Libris, ‘waar wij onze tent opzetten in de dromen van onze gast’ – waarin de Franstalige dichter Jean-Benoit Ugeux, die zichzelf speelt, wordt geïnterviewd over zijn werk. In zijn laatste bundel Maria-Dolores beschrijft hij de driehoeksverhouding tussen een man en twee vrouwen. In deze laag bevindt zich de poëtische verwerking van het thema. Ugeux zegt zich te hebben geïnspireerd op het levensverhaal van ene Dolly die hij ontmoette in een studio tijdens het inspreken van een tekenfilm.

Laag 6. Deze zwart-wit tekenfilm krijgen we deels daadwerkelijk te zien. Op twee wolkjes drijven Maria en Jozef door de hemel. Jozef ziet Maria wel zitten en verleidt haar. Maar als hij haar borsten begint te betasten, wijst ze hem af. Kwaad blaast Jozef de aftocht. Hij doet zich voor als God om alsnog met Maria de liefde te kunnen bedrijven – ‘je bent uitverkoren om mijn zoon te dragen’ -, want Hem kun je nu eenmaal niets weigeren. Ook hier is persoonsverwisseling een centraal motief, ditmaal gebracht als parodie.

Laag 7. Tot slot is er de muziek, die zich op alle niveaus manifesteert en met alle lagen verbonden is. De muziek vormt de soundtrack van alle onderdelen en is ook weer op ingenieuze wijze verweven met de personages uit film en theaterstuk. We zien het orkest dat de muziek inspeelt en waarin Dolly één van de klarinettisten is. En in het slotdeel zingt Dolores uit het theaterstuk een duet met de regisseur van het theaterstuk uit de film.

Wayn Traub heeft vier jaar lang gesleuteld aan Wayn Wash I: Maria-Dolores. Ondertussen maakte hij onder meer Les Mises-en-Traub’s, zeven theatervoorstellingen van 45 minuten, voor Victoria, werkte hij mee aan de Kung Fu-producties Kung Fu en Discothèque en verzorgde hij de filmmontage van Josse de Pauws veelgeprezen Victoriaproductie Übung. Het idee voor Maria-Dolores kreeg Traub aan de Parijse Sorbonne, waar hij als student Kunstwetenschappen Het manifest van het dierlijk theater schreef. Punt 5 hieruit is het meest van toepassing op de voorstelling die hij nu presenteert: ‘Het dierlijk theater moet vervreemden. De acteurs transformeren in goddelijke, dierlijke wezens opdat het publiek hetzelfde zou ondergaan. Dit theater laat de aanwezigen reizen naar een andere wereld, in de nabijheid van en in éénheid met een onbereikbare waarheid. Het theater is metamorfose, is loslaten, is zichzelf offeren, is sterven om nadien van nul af aan te kunnen herbeginnen. Het is dood en geboorte. Het is een alternatief voor een nieuw leven, een nieuwe kans.’

Waar hij zich als filmmaker laat inspireren door Dogma, de film Zusje en het werk van David Lynch, ontpopt de theatermaker Wayn Traub zich als volgeling van Jan Fabre. Diens voortdurende pleidooi voor een herwaardering van het dierlijke in de mens krijgt bij Traub een vervolg in het ruimte geven aan de irrationaliteit die mens en dier gemeen hebben. Hij grijpt hiervoor, via moderne middelen, terug op tradities die stammen uit het middeleeuwse christendom en de pre-surrealistische beeldentaal die we kennen uit het werk van onder meer Jeroen Bosch.

Een van de vele fascinerende aspecten van de voorstelling is dat, hoewel naar schatting drie kwart van de handeling zich op het filmdoek afspeelt, Wayn Wash I: Maria-Dolores beslist geen film is. Door de film in een theatraal kader te plaatsen heeft Wayn Traub van zijn film theater gemaakt. Hij laat de handeling voortdurend heen en weer schuiven tussen film en speel-vloer, waardoor de film gaat werken als een fictionele speelvloer buiten de scène. Verder is hét kenmerk van theater dat het écht is. De spelers van vlees en bloed bevinden zich op het moment van de handeling werkelijk op de speelvloer. Ditzelfde effect weet hij te bereiken met de film, omdat deze gemaakt is als documentaire binnen een fictionele constructie die live wordt opgebouwd op de speelvloer. Je ervaart de personages uit de film bijna als reëler dan de theaterpersonages. Door alle lagen te laten samenkomen in de fictionele constructie van het theaterstuk, construeert Wayn Traub uiteindelijk een nieuwe realiteit die een gevoel van hoop en verlossing oproept.

Met een perfect gevoel voor vorm en timing pelt Wayn Traub ook laag voor laag weer weg tot hij aan het einde zelf nog even opkomt – ditmaal helemaal achteraan op het speelvlak – en ons met een korte buiging uit de voorstelling geleidt. Het is de perfecte afsluiter voor dit wonderlijk persoonlijke product. Want de laag die de hele voorstelling omkapselt en alles bijeenhoudt, is de biografische laag van Wayn Traub alias Geert Bové. Openhartig en geheel in de lijn van deze tijd verwerkt hij elementen uit het echte leven – maar wat is echt? – in de voorstelling. Zo zou hij zelf verstrikt zitten in een onbeantwoorde liefde voor twee vrouwen. Alleen in de vorm van een kunstwerk slaagt hij erin zijn liefde te consumeren. Waarmee een nieuw bewijs is geleverd voor de stelling dat grote kunst altijd gesublimeerde liefde is.

Wayn Wash I: Maria-Dolores

CONCEPT, SCENARIO EN REGIE: Wayn Traub

MUZIEK: Wim de Wilde

THEATERGEDEELTE

ACTEURS EN TEKST: Marie Lecomte, Simonne Moesen

DECOR: Wayn Traub

KLEDING: Ulrike Gutbrod

LICHT: Eddy Galle

GELUID: Alexander Fostier

REGISSEUR: Pat de Wit en Wim Clapdorp

FILMGEDEELTE

POËZIE: Jean-Benoit Ugeux

ART DIRECTOR FILM: Pol Heyvaert

MONTAGE FILM: Wayn Traub

ACTEURS: Marie Lecomte, Dolores Bouckaert, Wayn Traub, Didier de Neck, Jean-Benoit Ugeux, Eno Krojanker, Jean Segani, Rodolphe Coster en Eric Kempeneers

KLEDING EN GRIME: Sky Vanderhoek

Wayn Wash I: Maria-Dolores van Wayn Traub is onder meer nog te zien op 31 jan en 1 feb 2003 in de brakke grond in amsterdam, 11 en 12 feb 2003 in KVS/de Bottelarij in brussel en van 6 t/m 8 mrt in Monty in Antwerpen.

info: www.fransbrood.com

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#85

15.02.2003

14.05.2003

Richard Stuyvenberg