‘Wat nodig is’ © Jochem Jurgens

Leestijd 6 — 9 minuten

Wat nodig is

Laura Van Dolron

In crisistijden hebben mensen nood aan optimisme. En dat lijken ook kun- stenaars te beseffen. Stilaan sijpelen tussen de fronserige producties optimistische en daadkrachtige voorstell(ing) en door. Pieter De Buysser en Jacob Wren maken in 2009 de lecture- performance An Anthology of Optimism, waarin ze trachten te achterhalen wat de mogelijkheden zijn voor kritisch optimisme in de eenentwintigste eeuw, zowel op persoonlijk vlak als in het huidige socio-economische systeem. Benjamin Verdonck schrijft in 2010 een idealistisch-kritisch ‘handvest voor een actieve medewerking van de podiumkunsten aan een transitie naar rechtvaardige duurzaamheid’. Davis Freeman maakt in 2011 I Made a Promise, waarin de performer als een ‘green preacher’ probeert het publiek ervan te overtuigen om een ecologische gelofte af te leggen. Hanne Foblets schrijft in 2012 De Optimisten, waarin ze via een dialoog tussen twee antagonisten ecologische kennis in daadkracht probeert om te zetten. En nu is er Laura van Dolron met Wat nodig is. Niet alleen oplossingen voor de ecologische problematiek komen in de voorstelling aan bod, ook alternatieve manieren om om te gaan met de destructieve, individualistische, consument- en prestatiegerichte levensvisie van hedendaagse jongvolwassenen. Wat is het medicijn tegen de ziektes van onze tijd?

Na Sartre zegt sorry, waarin ze de passiviteit, het lijden en zelfmedelijden van de huidige generatie hekelt – allemaal Sartres schuld – maakt Van Dolron Wat nodig is, waarin ze vergezeld wordt door Oscar van Woensel en Steve Aernouts, die – net als Laura – zichzelf spelen. Ook Wat nodig is schetst een accuraat genera- tieportret. De aangestipte thema’s zijn ‘hot topics’: van Dolrons voorstelling roept herinneringen op aan discussies in vrouwenbladen en sociologische studies omtrent de wereld van de twintiger/dertiger in de eenentwintigste eeuw. De relatie werk-privé, ontspanning en luxe versus ecologie, ‘cool zijn’ versus lief zijn voor jezelf/je lichaam/anderen; al deze thema’s komen aan bod tijdens de monologen van Laura, Steve en Oscar, die om beurt hun besognes delen met het publiek. De onzekerheid van jongvolwassenen wordt volgens Oscar verdoezeld achter een Apple of een beker koffiebarkoffie (met bijhorende barista) – hippe maskers van onverschilligheid, ironie en stoerdoenerij. Zijn bekentenis dat hij in bergschoenen de stad rondwandelde, kleren binnen- stebuiten droeg en moeilijke woorden aanstreepte in de boeken van Sloterdijk, klinkt hilarisch, zielig én herkenbaar tegelijk. Burgerlijkheid en conventies lijken lijnrecht tegenover zelfontplooiing en individualiteit te staan.

De drie acteurs nemen hun eigen gedrag kritisch onder de loep. Een voor een herlezen ze hun leven, blikken ze terug op hun fouten, mijmeren ze over oplossingen. Als zuiveringsritueel voor een nieuw leven is een reeks sorry’s aan hun lichaam, de wereld en hun vrienden onontkoombaar. Waar Steve Aernouts in de vorige voorstelling als het personage Sartre ‘sorry’ zei, doet hij het nu als zichzelf. ‘Sorry aan al mijn lieve vrienden die zoveel wijze dingen hebben gezegd, sorry, ik hoorde niet wat jullie zeiden omdat mijn eigen schreeuw om liefde zo veel luider klonk.’ ‘Sorry aan de regendrup- pels die ik niet heb gevoeld.’ Deze acteurs representeren de andersglobalistische generatie die worstelt met idealen, maar zijzelf hebben een keuze gemaakt: het moet anders. Back to basics.

Van Dolron richt zich vooral op de oplossingen en de veranderingen die daarvoor nodig zijn. Vind de vrijheid in discipline: stop met drugs, doe de afwas! Wat nodig is, is rust, orde, zelfzorg, wereldzorg, adem en liefde. En o ja, dat klinkt zweverig. Woorden als ‘het nu’, ‘adem diep in en uit’ en ‘rust’, ‘want ik ben het waard’ roepen bepaalde ambigue connotaties op; associaties met overdreven spiritualisme, ‘reinigingsfanatisme’, obsessieve gezondheidsdwang of zelfs reclame. Zelfhulpboeken, boeddhistische literatuur, mindfulness, therapiesessies en spirituele séances zijn nooit veraf. Wat nodig is had ook wel De kracht van het Nu of De nieuwe aarde kunnen heten, zoals de boeken van spiritueel auteur Eckhart Tolle. Of Spiritual Solutions: Answers to Life’s Greatest Challenges, van de Indische Deepak Chopra (‘a global leader and pioneer in the field of mind-body medicine’). Ongetwijfeld werd Van Dolron geïnspireerd door dergelijke literatuur. Maar wat Wat nodig is onderscheidt van de werken van deze bestsellerauteurs, is dat de afstand tot de pen overbrugd raakt: je wordt rechtstreeks aangesproken door een herkenbaar ogend personage dat nog midden in haar zoektocht zit. Laura wordt bovendien vergezeld door een klunzig blozende Steve en een aanvankelijk krampachtig overkomende Oscar, die niet bepaald een goeroeaura rond zich hebben hangen in deze voorstelling. Geen vleugje hybris te bekennen: deze performers maken duidelijk dat ze meermaals met hun kop tegen de muur geknald zijn. En vanuit dat kwetsbare mens-zijn gaan ze op zoek naar wat orde en rust in hun leven. Gedaan dus ook met geforceerd grappig, interessant of ‘anders’ zijn. De typische ‘stand-up philosophy’ van Van Dolron verstilt op zachte toon tot een diep en naturel gevoel van rust en zen. Hier gaat het om ‘religie’ in de oudste betekenis van het woord: (‘religere’) herlezen, overdoen, nauwgezet in acht nemen of (‘re-ligare’) verbinden.

De religieuze verbintenis die de drie aangaan met het publiek, is die van het theater. En precies de spanning, of het gebrek aan spanning, tussen theater en waarheid/waarachtigheid is de meerwaarde van deze voorstelling. Laura, Oscar en Steve lijken zo dicht te staan bij hun werkelijke zelf, dat je geneigd bent volledig mee te gaan in hun woorden. Wanneer Oscar uitweidt over verslavingen, merk je dat de acteurs hun eigen ervaringen in de tekst hebben verwerkt: Oscar van Woensel worstelde jaren met een drugsverslaving. En aan het gelach uit de zaal was merk- baar dat ook de sorry’s van Steve niet uit het niets kwamen. De vierde wand wordt achterwege gelaten, het publiek wordt niet genegeerd; alles lijkt erop gericht om de woorden zo waarheidsgetrouw mogelijk te laten overkomen. En al blijf je op je hoede voor een onverwachte kritische twist, die komt er niet. Het ironische gescherm van de stereotiepe artiest-intellectueel blijft afwezig wanneer de drie spreken over de remedie voor hun pijn.

Het typische ‘samenzijn in het hier en nu’ dat theater onderscheidt van andere kunstvormen, wordt hier haast therapeutisch ingezet. Met de unieke constellatie van mensen in de theaterzaal wordt gedurende anderhalf uur een pact aangegaan. Een stiltepact. Een vrij-van- mening-pact. De klassieke theaterconstructie wordt geïnterpreteerd als een mogelijkheid om rustig en passief te zijn. Hier hoeft het publiek heel even niets te doen, niets te zeggen, niets te denken. Gewoon ‘zijn’ is voldoende. Wanneer het publiek dan ook nog eens gevraagd wordt zich collectief op zijn anus te focussen (nee, zijn éigen anus!), daalt na een beetje gegniffel een diepe rust neer. Héhé. Eén groot ademend beest zijn wij. Hier gaat het niet om ‘ik’ en ‘zij’. En eigenlijk draait het daar nergens om, aldus Van Dolron. De werelden binnen en buiten de theater- zaal zijn immers niet zo verschillend. Die gesloten deur sluit niets écht buiten, het universum loopt gewoon door. De flonkerende lichtjes op scène en de concentrische cirkels op de vloer illustreren deze stelling. De theaterzaal wordt als het ware een kleine experimenteerruimte om in een veilige context iets te veranderen in dat universum. (Verander de wereld, begin bij jezelf!) Het theater schept een kans om een andere manier van denken en voelen uit te testen. Om Van Dolrons verhaal niet alleen te horen, maar te proberen ervaren. Om heel voorzichtig even te proberen niet schamper te reageren op al dat zweverig gezwans. ‘Soft’ betekent immers gewoon ‘zacht’, toch? En zo ‘cool’ is cultuurpessimisme ook weer niet.

Wat nodig is heeft een paradoxale kant. In het begin beweren de drie acteurs dat ze niet zullen werken, geen moeite zullen doen, alleen willen reageren en niet ageren. Maar ze zijn duidelijk wél bezig met moeite doen om het publiek te overtuigen van hun goede oplossingen. En zo zijn er nog wel meer ongerijmdheden te bespeuren, bijvoorbeeld wanneer gezegd wordt dat de acteurs iets niét gaan doen, om het vervolgens toch te doen (op de lach spelen/over hun lijden vertellen). Soms zenden de inhoud van de tekst, de vorm van de tekst en de theatersetting zelf tegenstrijdige boodschappen uit.

De dubbelheid hiervan maakt dat je als toeschouwer op twee sporen zit: enerzijds ben je geneigd volkomen mee te gaan in wat ze zeggen, anderzijds twijfel je toch soms aan de geloofwaardigheid van hun woorden. Is het dan toch de bedoeling een kritische kanttekening te maken bij zoveel gemoraliseer? Of is ons gevoel van ongeloofwaardigheid gewoon een bijwerking van het feit dat theater niet meer gezien wordt als een plek om iets ‘serieus’ over de wereld te zeggen, waardoor we elke inconsequentie zien als bewijs van de onwaarachtigheid van de inhoud?

Wat nodig is schrijft zich in in een maatschappelijk debat. De voorstelling maakt een relevante tijdsdoorsnede en reikt heilzame oplossingen aan voor een algemeen gevoel van onbehagen en allerhande dilemma’s waar veel jonge mensen mee worstelen. Zo beantwoordt ze aan de alsmaar vaker klinkende roep om ‘stellingname’ en ‘maatschappelijk engagement’ in het theater. Daarbij wordt de theatrale vorm van dit inhoudelijke gebeuren niet genegeerd, maar ofwel opzijgezet (om sympathie en authenticiteit te verkrijgen) ofwel beklemtoond (om het statuut van belangwekkende spreker te bekomen). Zo minimaliseren de acteurs enerzijds de theatraliteit van de voorstelling (door als zichzelf op scène te staan, het publiek rechtstreeks aan te spreken of te zeggen dat ze niet zullen werken), anderzijds vergroten ze hun eigen theatraliteit door een duidelijk ingeoefende vertelstructuur te hanteren (‘Het volgende stukje is voor…’). En de theatrale context wordt inhoudelijk gebruikt (door te verwijzen naar de stilte en het unieke samenzijn), tekstueel benadrukt (door te vertellen over de drukke repetitieperiode) en vormelijk beklemtoond (door in een decor te spelen). Theater wordt op die manier een publiek platform om een gesprek aan te gaan met een publiek. Theater wordt een plek van collectieve reflectie, in en over het hier en nu. Dat Van Dolron het lef heeft om zo radicaal voor haar mening over de wereld uit te komen, doet deugd. Het prikkelt en tintelt. Onverschillig blijven tegenover de verhalen en voorstellen van de drie spelers is onmogelijk.

En eveneens is het onmogelijk om je toch niet stiekem een klein meninkje te vormen over deze thema’s. En dat is wat nodig is.

www.lauravandolron.com

www.nationaletoneel.nl

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#129

01.06.2012

30.09.2012

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!