© Kurt Van der Elst

Ciska Hoet

Leestijd 3 — 6 minuten

Wat is de wat – Simon De Vos & hetpaleis

Sober teksttheater zet vluchtelingenproblematiek op de kaart

Het is geen sinecure om de succesroman What is the What van Dave Eggers naar het podium te vertalen. Simon De Vos kiest voor een ingetogen bewerking met Gorges Ocloo in een glansrol.

De scenografie maakt duidelijk dat alle aandacht naar het verhaal moet gaan. Gorges Ocloo schroeft een ikea-trapje in elkaar terwijl hij op een kaal, wit hoekvormig vlak zit met opstaande muren. Links van hem zit Mauro bescheiden in de halfschaduw om het stuk van een soundtrack te voorzien. Samen geven ze vorm aan het relaas van Valentino Achak Deng, de Soedanese vluchteling en vredesambassadeur wiens verhaal in 2006 opgetekend werd door Dave Eggers.

Deze eerste podiumbewerking volgt vooral de concrete handelingen uit de vuistdikke roman. Met zachte, beheerste stem neemt Ocloo de toeschouwer mee naar de Soedanese burgeroorlog waarvan de kleine Achak als zesjarige moederziel alleen wegvluchtte. Via een tocht van meer dan 1500 kilometer komt hij terecht in vluchtelingenkampen in Kenia en Ethiopië, waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbrengt. Het is een relaas van uitputting, honger, gevaar en ontredderende eenzaamheid. De ene helse anekdote na de andere passeert de revue: van de kleine Deng die gadeslaat hoe zijn dorp wordt uitgemoord, over hoe hij zijn beste vriendje onderweg moet begraven. Tegelijkertijd vertelt het personage mopjes over de eerste keer dat hij een witte man ziet, of doet hij verslag van zijn ontluikende puberteit en de meisjes in het vluchtelingenkamp.

Dat Ocloo het publiek sporadisch aanspreekt (‘moet ik verder gaan?’ ‘luistert er wel iemand?’) en af en toe een geamuseerde blik wisselt met Pawlowski, kan niet voorkomen dat de toeschouwer een stevige kluif heeft aan de lange monoloog. In tijden van schermverslavingen en snelle nieuwsflitsen, is het even wennen aan de trage, uitgepuurde aanpak. Gelukkig blijkt Ocloo een verteller pur sang die de toeschouwer welwillend bij de hand neemt. Dankzij zijn ingetogen stijl zorgt hij ervoor dat je het ronduit gruwelijke verhaal van Deng toch kan laten binnenkomen.

Politieke missie

Eggers roman heeft een duidelijke, geëngageerde missie. De lezer krijgt immers een nieuw, waarachtig beeld van wat het betekent vluchteling te zijn, wars van de clichés. De jonge Achak blijkt niet alleen waanzinnig veerkrachtig, niks laat toe om hem af te schrijven als de simpele gelukszoeker voor wie het westen de grenzen best sluit. Hij neemt de lezer bovendien mee in een zoektocht naar hoe een zinvol en waardig bestaan eruit kan zien. En dat is bij uitstek een zoektocht die elke grens of natie overstijgt.

Ook aan die insteek blijft De Vos trouw in Wat is de wat. De regisseur kiest onder meer voor een aantal minimale theatrale ingrepen die de zogenaamde westerse superioriteit subtiel maar beslist in vraag stellen. Zo is er niet alleen het onpersoonlijke ikea-trapje dat naar massaconsumptie verwijst. Mauro verschijnt plots als een Ronald MacDonald op scène om Ocloo een magic box te overhandigen. Even later keilt die laatste de bordkartonnen hamburger de coulissen in. En hoewel er verrassend kort wordt stil gestaan bij Dengs aankomst in de VS, blijven zijn woorden kleven als hij vanop zijn eenzame witte vlak zegt dat hij nu 126 kanalen heeft op tv. Je doorvoelt meteen de heimwee naar de warme Dinka-samenleving die Deng bij zijn vlucht achter moest laten.

Wat is de wat van Simon De Vos is een monoloog die, gedragen door een heldere dramaturgische keuze voor soberheid en concentratie, resoluut inzet op het verhaal en de boodschap. Je zou je in dat opzicht kunnen afvragen wat de meerwaarde van het stuk is ten opzichte van het boek. Maar alleen al het feit dat Dengs wedervaren via deze bewerking weer een ander publiek bereikt, is wellicht reden genoeg om deze productie als relevant te beschouwen.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Ciska Hoet

Theaterwetenschapper Ciska Hoet is directeur van RoSa. Doordat ze dit in een duo-baan doet, houdt ze tijd over voor cultuurjournalistiek.

recensie