Ramona Verkerk

Leestijd 18 — 21 minuten

Warmhouwe

theatertekst van/door Ramona Verkerk

Marie in uitgaanskleding, onderuitgezakt tegen een straatmuur. Haar tas en de inhoud ervan liggen aan de rechterkant van haar, aan de linkerkant een colbert.

Marie:

Dus ik de straat op

Totaal nie wete waar naar toe

natuurlijk

Maar ik denk van: ken mij nie schele

Ik gaan in elk geval nie nog een hallef

uur op die klok zitte te kijke

Ben nie helemaal uuh-

As jij es wis wat dat ik allemaal over-

hoop hè gehaald!

Speciaal nieuwe klere gekoch

Een kort rokkie en hakke

Draag ik normaal gesproke nooit

Nee

Hakke ken ik nie op lope en een kort

rokkie-

Ja

As -ie mè het huishouwe bezig ben…

Dat doe je nie op hakke en in een kort

rokkie

Ikke niet in elk geval

Maar dat neemtie me wel es kwalijk

Henk

Ja

Leer mij me eige vent nou nie kenne

Zitte we same voor de teevee zo..

Komper zoon grietje voorbij lope

Van een jaar of twintig

Op zulleke stelte en zoon kort rokkie

Stoot-ie me zo aan zo

Zegt-ie: ‘Marie, zou je dat nou ook nie

es leuk vinde om te drage… zo es een

keer voor een feesie ofzo.’

En altijd heb ik dan zoiets van:

man, lazer toch op

Maar ik denk van:

voor vanvond

ik zal em es verasse

Voor vanavond, ik denk:

ik gaan shoppe

Tis ook typisch Henk hoor

daar nie van

Die vergeet ech altijd alles

Mottem overal aan herinnere

Zelfs de verjaardag van ze eige zoon

zallem vergete

Eerlijk waar

Maar ik denk van; tis wel een keer

klaar

As jij es wis wat da ik allemaal over-

hoop hè gehaald!

Notabene nog zelf menukaarten in

mekaar zitte knutsele

Ben naar zo’n papierwinkel gewees

Zo’n speciale papierwinkel

Mè alle soorten papier

Heb ik daar zo 2 vellen goudpapier

gekoch

En 1 rood

Heb ik van dat goudpapier zo die

menukaart zelf geknip

En van da rood zo -een hart- voor op

de voorkant

En dan zo aan de binnekant:

Voorgerech

Hoofdgerech

Nagerech

Want dat is wat ik heb gekook hè:

Een voorgerech

Een hoofgerech

En een nagerech.

Ik denk dat zet ik dan aan

de binnekant van die menukaart

Dat is leuk

Ben ik ook nog naar een feeswinkel

gewees

Zo’n speciale-uuh… feeste-uuh…

winkel

Heb ‘k daar ballonne gekoch

Zo: ook rood en in de vorm van

een hart

Drie zakke

Van die ballonne heb ik gekoch

Heb ze allemaal opgeblaze

En door het hele huis gehange

Maar overal hè

Van in de gang tot in de keuken tot in

de slaapkamer tot in de badkamer –

Bad:

helemaal vol!

Heb me godverdomme de schompus

geblaze

en hij komp gewoon nie opdage

En ik heb het hem vorige week nog gezeg

Ik hè gezeg:

Henk, denk-ie der aan da we volgende

week zoveel jaar same zijn

En hij hè toen gezeg:

‘Marie, ik vergeet misschien veel

maar je denk toch zeker niet dat ik

onze huwelijksdag zal vergete zeker’

Dat is wat-ie zei

Komp godvedomme gewoon nie opdage

Dus ik de straat op

Denk: ken me nie schele

ik gaan gewoon een stuk lope

of naar een dancing

Ja alleen

Zou ik normaal gesproke nooit durve

Alleen naar een dancing

Ben je gek

Maar ik denk van voor vanavond:

ik gaan naar een dancing

Nou moe jij is raaie wie ik zien lope?

Henk

Op zen dooie gemakkie

Met een fiets aan de hand

En totaal nie in de richting van huis

ofzo

Totaal nie…

En ik zien hem daar die fiets op slot

zetten en hem de straat oversteken

en hem een avondwinkel instappen

En ik denk van:

wat mot hem in die avondwinkel

en hoe kompum aan die fiets?!

En voordak er zelf erg in heb ren

ik naar die avondwinkel

En vlak vóór ik die winkel in stap,

vlak vóór ik met mijn hand

de deurklink naar benede duw –

Weet ik erges wel …ja

Dat dit volslagen belachelijk is

natuurlijk

Dak beter om ken draaie en naar huis

ken gaan

Naar me nest ken gaan

Maar ja, dat weten van mij…

Ik weet wel meer

Erges

Maar ‘t kost godsgruwelijk veel moeite

om dat op te dreggen

Dat weten

En dan is het nog maar de vraag of ik

er naar zal luisteren ook nog

Dat weet ik dan ook wel

Dat ik wat meer naar mijn weten zou

moete luistere

Maar negen van de tien keer slaan ik

ze dan alsnog in de wind

Want dat ik weet waar of da me fout

ligge wil nog nie zegge dak ze nie

meer maak hè

Nee laat dat duidelijk zijn

Andes zou ik hier nou ook nie hebbe

gestaan hè

Zou ik nou wel in men nest hebbe gelege

Maar ik ken nie slapen hè

In een leeg nest, ken ik nie slape

En dan ken jij wel zegge van: da ‘k me

nie aan moe stelle

Dak gewoon men hoofd es op iets

anders mot zette

Es een boek moe pakke en dak dan vanzelf wel –

Bij andere help dat misschien

Bij mij niet

Bij mij werkt daar niks tege

Ja; slaapmiddele

Dat werk

Maar ja asje die lang genoeg slik

dan help ook dat nie meer

Loop-ie slaapwandelend door

het leve… maar slape, ho maar

Dat weet ik tuurlijk nie uit eige

ervaring hè

Nee

Ik weet dat van hore zegge

En ‘van horen zegge’ ken je een hoop

te wete kome

Dat ken ik ‘ie wel vertelle

As je der ore voor heb, dan ken je

een hoop meekrijge

Maar de meeste mense zijn dan zo da

ze hore wat da ze wille hore en

alles wat da ze zouwe motte hore dat

hore ze niet

Ja zo zijn de mensen

Ik het dan wel nie voor dokter

gestudeerd maar over de mensen

hoevie mijn nie veel meer te vertelle

En over men eigen ook nie trouwes

Want ik weet precies hoor

Precies

Eig’lijk hè, lope wij allemaal een soort

te slaapwandele

Allemaal, niemand uitgezonderd

En dan ook nie van die mensen in de

politiek of van da filosofische volk

Want das ook allemaal dagdromerij

Ja, misschien zeg ik nou heul domme

dingen

Dat ken

Maar gevoelsmatig het ik toch zoiets

van –

As ik de teevee aanzet

En tis zo: journaal

En dan iets over de politiek

Zo de een of ander debat

Ik probeer dat dan te vollege…

Maar uiteindelijk hek dan toch weer

zoiets van:

waar gaat het nou eigenlijk over?

Da geouwehoer

Ik geloof dan meer in zo de onder-

nemende mense

Mense die de handen uit de mauwe

wille steke

Die hun koffers pakken en naar de

arme lande trekke

En dan daar de mensen hellepe

Want je ken ze pas hellepe as je ziet

waarmee of datje ze hellepe kan

Je mot wel mee wille denke

De mense vrage wat of da ze nodig

hebbe

Ik bedoel je ken wel een paar

tractoren sturen, omdat jij denk van:

bij ons help dat

terwijl zij bezig zijn met putten in de

grond te graven om het water uit de

grond omhoog te hale

Zitten zij met tractoren opgescheep

terwijl ze boren nodig hadde motte

hebbe

En dan is het ook nog is zo: die

tractore, die flikkeren binnen een paar

jaar uit mekaar

Wete zij nie hoe of dat ze ze weer in

mekaar motte draaie en as ze het wel

al zouwe wete, hedde ze de materiale

der nie voor

Staat daar zóó ‘n rij tractore

te verrotte

En zo is het toch met alles

Dus ik die winkel in…

En daar staat Henk

Mè ze rug naar me toe

Zo: de etiketten van twee flessen

te lezen

En ik zien zo dat dat champagne

flessen zijn

En ik denk:

Champagne!

Hij is mijn helemaal nie vergete

Hij het gewoon pech gehad onderweg

mè zen auto

Hebt-ie een voorbijganger aangehouwe

en gezeg: ‘leen me astemblieft je fiets

want me vrouw zit thuis op me te

wachten en het is vandaag onze

huwelijksdag’

En die heb hem zijn fiets geleend

En nou staat hem hier champagne uit te kiezen

Omdat het hem zo spijt dat hem zo

laat is

Hij komp straks met een van die twee

flessen naar huis

Om het goed te make

En ik ben zo blij dat ik hem –

Maar hij draat zich om… en –

Ik krijg het gevoel van een knellende

kniekous om men nek

En dat dan de rest van me hele lijf

verlamp

Zodak nie meer ken bewege

Asof ik ben bevrore Asof

Ja, hoe moek da nou uitlegge

Asof de bodum onder me pote is

weggeslage

En ‘t duurt maar heel even,

maar da lijkt precies een eeuwigheid

Tot het tot me doordrinkt dat-Dat…

Henk, Henk helemaal nie blijkt te zijn

maar totaal iemand anders!

Groter ook

Minstens wel een halleve kop groter

Brejer ook

Brejere schouwes

Brejere kop

Heel andere-uuh… kop

Totaal andes as Henk

Totaal nie Henk eigelijk

Ook

Dikkere wenkbrauwen en een smallere mond

Toen ik Henk vooret eerst ontmoette

was dat het eerste wa me opviel

Zijn mond

Henk hèt zoon heel volle mond

Ik zag die en ik dach: these are

the lips that i want to kiss

Ja ech

Ik dach bij hem direct, vanaf dat

eerste moment:

hold me close, never let me go

En das na al die jare altijd zo gebleve

As hij me zo vaspak

En ik sta zo in zen arme

Zo…

Met mijn neus in zijn oksel

Ja dan…-

Die man die kijkt me aan alsof hij verwacht dat ik iets gaan zeggen

Maar ik ben helemaal nie van plan om iets te gaan zeggen

Of misschien zou ik iets moete zeggen?

Misschien moet ik hem vragen of hij

nie iets met me wil drinken

Hek die klere ook nie voor niks gekoch

Daar schuilt toch geen kwaad in

Dak gewoon eens met iemand wil

prate

En dat hij eruit zie as iemand waarmee ik goed zou kenne prate

Niet meer as mè Henk

Nee

Dat niet

Maar Henk is er nou niet hè Anders hak nou wel mè hem thuis gezeten

Maar hij is er niet hè

Nee die kom en ga tegewoordig

wanneer of dat het hem uitkom

Tegenwoordig is het met Henk zo:

je ken niet op hem bouwe

Nee

Ik hou zielsveel van hem Maar op hem bouwe ken je niet: Vanochend

Die rame motte gelap worde Het ik tege Henk gezeg: jij ga mijn hellepe

En dat het em gedaan Ja

En hij het er een hekel aan da weet ik

Maar ik hè gezeg van: dadelijk kenne

we hier nie meer door die rame kijke

en alleen lukt me da niet

Nee das gevaarlijk

En bovendien een takke-werk

Want het is zo dubbele beglazing hè

Dus je mot eerst die binnenste rame

er uit tille

En dat mot hij doen

Ik ken dat niet

Nee

Hij mot dat doen

Ik ken dat toch nie

Bovendien hij het dat ooit zo gewild

Dat herinner ik mijn nog goed

We kwame hier wone

en hij wilde dubbele beglazing

En ik het toen nog gezeg:

Henk, ik begrijp niet waar dat dat

goed voor is

Maar hij moes en zou dubbele beglazing

Dus het is zen eige schuld

Zen eige schuld dat is het

Maar goed

Vanochend hebt -ie me keurig geholpe met die rame

Gordijne ook direk meegewasse

Komp Margo voorbij

Dat is de buurvrouw

Dus die blijf staan en die zwaait ‘Heej

Marie’

Kon ik nie meer doen asof ik die nie

gezien heb

‘Hoe gaat het met je, ik hè je al zo

lang nie meer gezien, red je ‘t allemaal

wel een beetje, mot een moeilijke

tijd voor je zijn’

En ik zeg: hoezo?

Nee hoor met mijn gaat alles prima

Ik denk mijn zal-ie nie krijge

Dat zijn van die mense die persee

hope da het mè jou slecht ga om hun

eige een bietje beter te voele

Interesse noeme ze dat

Bemoeierij

Hedde niks beters te doen dan te

bemoeien met andermans zake

Bovendien hak zoiets; waar heb je het over

Moeilijke tijd

Ik het godverdomme helemaal geen

moeilijke tijd

Helemaal niet

En dan dat gezicht

Asof ik godverdomme vorige week nog

een begrafenis hè gehad

Asof ik vorige week nog aarde over

een kist heb staan strooie

Rije mensen mij hebben staan

condolere

Asof ik vorige week nog van haar

persoonlijk een zwarte jurk hè motte

lene omdat ik er zelf geen een had

Alsof we godverdomme vorige week

nog samen een kist de grond in hebbe

laten zakke

Zo

Zó keek die me aan

Maar goed

Door al die trammelant het Henk ze

kans weer schoon gezien om hem

ertussen uit te knijpe natuurlijk

Dus ik staan daar

Alle ramen eruit

En Henk is nerges te bekenne

Ik bedoel maar

En deze man

Die ziet eruit asof hij zoiets nooit zou

doen

Zoiets in elk geval niet

Deze man ziet er… ja… betrouwbaar

uit

Deze man ziet eruit

Asof hij iemand nodig heb om voor

hem te zorge

Dat straalt die uit

Asof hij… begrijp wat een vrouw asik

nodig heb

En das nie veel hè

Nee veel heb ik nie nodig

Maar wel iemand die er is

En deze man ziet eruit as een man die

er echt zo ‘voor – je – ken – zijn’ hè

‘Sorry’

Die man die zeg sorry

En dan zo sorry van:

‘je staa in me weg, ken ik effe passere

– sorry ‘

En hij loop zo voor mij langs

En weer krijg ik het gevoel asof ik val

Ja tis misschien raar maar ik zou ook

op dat moment zo op men knieën

kenne vallen

Ik zou zó voor die winkeldeur gaan

legge en men armen om zen benen

slaan en roepen dat hij nie weg moe

gaan, maar moe blijve

Dat ik van hem hou en dat hij nooit

van me weg mag gaan

En dat ik dan ook nóóit, nóóit van hem

weg zal gaan

Dat ik hem gelukkig zal maken

Dat ik –

Maar hij is al op zijn fiets gestap en

de winkelruit uitgefiets

‘Juffrouw’

En ik kijk naar de plek op de ruit

waar ik hem voor het laatst zag

‘Juffrouw’

Asof-ie er elk moment weer terug uit –

ín ken komme fietse

‘Juffrouw?’

Terwijl, weet ik ook wel dat dat niet kan hè

Een fiets die kennie terug uitfietsen

‘Juffrouw?!’-

Het ik toch heul nie door dat da tege

mijn is!

Draai mij men eige om…

Staat er zoon zwaar opgemaak grietje

over die balie heen geboge

En asik zeg zwaar opgemaak dan

bedoel ik da ze zóón plakkaat zooi op

der bek hè gesmeerd en dan rond der

ogen zo:

dikke zwarte strepe getrokke

en dan der haar tot hier.

Houdt een hand boven haar eigen

hoofd

Ziet er niet uit

Eerlijk waar

Net een suikerspin

‘Juffrouw’, zegt ze, ken ik je nog erges

mee helpe of blijf-ie daar nog gewoon

zo staan?’

Ken ik-ie nog erges mee helpe of blijf

-ie daar nog gewoon zo staan!

Ik wou zegge: bemoei jij je effe lekker

met je eige zake

Maar dat zeg ik niet hè

Nee

Ik zeg niks Ik denk dan van:

Marie, laten gaan

Laten gaan, Marie

Gewoon late gaan

Tis niet de moeite

En dan tel ik tot tien

Ja voor de lieve vreje

Want zo bennik

Henk niet

Nee die – uh…

Daar heb-ie direct ruzie mee

Die zeg tegen mijn ook altijd:

‘Marie, je mot nie over je heen late

lope’

En daar het hem wel gelijk

in natuurlijk

Want as ik nie uitkijkt dan ben ik

alleen nog voor andere bezig

Want zo ben ik hè

Zou mezelf haas vergete

Eerlijk waar

Alleen maar de ander

Altijd aan het zorge

En as-ie nie uitkijk dan make ze der

misbruik van hè

Dus je zou toch zegge da je op een

bepaald moment een grens trek

Maar…

Nou vin ‘k het ook moeilijk hoor

Om dan op zo’n moment

Direc te zegge wat dat er op me lever

lig

Da komp bij mijn altijd achteraf pas

As ik zo de deur uit loop…

en dan drie meter verder Dan

Of de vollegende ochend

As ik er de hele nacht al over wakker

hè gelegen

Dan

Dan ken het me in ene zo te binnen schieten

Zo: dat wat dat ik eigenlijk had moete zegge

Maar nou het haar nog een heel

vriendelijk goeie avond gewens en

de deur achter me dich getrokke

Dus ik staan weer op straat

Géén idee van welleke kant of dat ik kwam

Helemaal ge-des-oriënteerd

Maar dan kwam er een hele lange sliert mense voorbij

Een hele sliert

Allemaal één richting in

Ben ik daar gewoon ingestap!

Hek me gewoon door mee late neme

Denk: ken hier gewóón me eige mee

late voere

Hoef jij nie altijd de weg te wete, as

anderen het maar wete

Ken je soms gewoon op vertrouwe

As die allemaal daarheen gaan, dan zal

daar de stad wel zijn zeker

Ja

En op een gegéven moment: vermengd

die sliert zich met een andere sliert

Zo: een stilstaande sliert

Ben ik daar in gaan staan

Staan ik in de rij voor een discotheek

Zóón rij

Dat bleek dan omdat het een heul

populaire discotheek was

Ja, want da hak gevraag hè

Aan zoon grietje naast mijn

Heul aardig grietje trouwes

Appart

Maar heul aardig

Die had zo allerlei kleure in der haar

Zo roze en paars

Drets

Dat ware dan drets

Da hak gevraag

En die begin mij zo van alles over der

leve te vertelle

Waar of da ze vandaan kwam

En da ze nog studeerde

Maar da ze eigenlijk meer aant feeste

was as aant studere

Het ik gezeg van:

‘Kind, je ben nog jong, geniet er maar

van’

Da vond ze tof

Komme we daar uiteindelijk binne

Hedde ze daar zo’n poort! waar of da

je dooheen mot

Zo voor pistole! was dat dan

Ik zeg tege die vent: het ik toch geen

pistool op zak

Nou dat wou die dan nie van mij

aanneme

ledereen moes daar door zei die

Dus ik daar door

Gaat dat ding af!

Ik: zóón boei

Asof ik met een pistool op zak zou lope

Hij zeg hè je iets van metaal – sleutels of iets

Ik denk die riem van mijn daar zit

metaal in – ja

Moes ik er nog es door

Gaat dat ding weer af!

Bleek dan die riem te zijn

Nou mocht ik uiteindelijk die dancing in

Dat grietje uit die rij door al da gedoe

kwijt geraak

Maar dat was heul nie erg

Ik kende niemand, maar da was heul

nie erg

Nee, dat kwam…

ledereen daar binne was zó..

Asof ze mekaar al jare kende

En ook tegen mijn

Asof die mijn al jare kende

En op den duur had ik ook echt het

gevoel dak… ja., iedereen al jare kende

Net ene grote familie – eig’lijk

Ik hè mè iedereen gedans en gepraat

en ik kreeg overal drankies aangebode

en voorgesteld en

Ja – o,ja

Op een gegeven moment staan daar zo

een aantal te zinge

Zo van die nummers van de carnaval

Dat viert ik nou nooit meer, maar toen

wel hè

Dus ik denk: ik ken die nummers

Ben ik der gewoon bij gaan staan

Ben ik gewoon mee gaan zinge Ja

En dan zo van die nummers van… ehm…

ZINGT:

‘Ik zie een pils Waar?

Daar op de trap

Ja daar op de trap

Ja daar, een gele met een kraagie’

Ja, en dat was dan in groepe hè

Dus dan zong de ene groep:

‘Ik zie een pils!’

En dan de andere:

‘Waar?’

En dan weer die andere:

‘Daar op de trap’

En dan met zen alle:

‘Ja daar, een gele met een kraag-iie

Nee tis geen grap

Tis dat heerlijke goudgele sap

Op de trap, op de trap’

En ook „ehm..:

‘Eeèèr staat een paard in de gang,

ja-ja. Een paard in de gang o, o ‘n

paard in de gang bij’

God, hoe heette zij nou ook weer

Bij juffrouw Frankie?-

‘Bij juffrouw Frankfe, er staat een

paard in de gang oh oh een paard

in de gang’

En zo hebbe we nog duzend van die

nummers gezonge

Heel die discotheek hebbe we

meegekrege

Heel die discotheek!

Uiteindelijk ben ik dan wel alleen

vertrokke geloof ik

Ik ben alleen die disco uit gelope

Ja, ja ik was alleen

Of-

Ja

Loop ik naar buite: is het licht!

Ik denk het mot hier al een uur of 9

‘s ochens zijn

Winkels al ope

Ik denk dat komp mooi uit

Want ik sterf van de honger

Ik denk: ik gaan hier eerst ergens een

friettent vinde

Heb ik gevonde

Ik zeg doe mijn een patat oorlog

En dan dus niet wa da ze op sommige

plekken doen alleen satésaus en

mayonaise – nee –

Het is én satésaus én mayonaise én

ketchup én curry – alles!

Oorlog is oorlog

Dus dat hek gekrege

Ik betaal die vent

Sta ik zo da geld terug te stoppe

Vind ik zo: een bonnetje

in men portemonnee

Zo een blauw bonnetje

Met een nummer

Drieënveertig

Nummer drieënveertig staat er op dat

bonnetje

‘t is van een jasje van Henk

Dat hangt nog bij de wasserette

Dat ben ik vergete op te hale

Dat hangt daar al

Kweenie hoe lang

Ben ik vergeten

Ga ik morge ophale

Dat jasje

Morgen ga ik dat ophale

Ik denk:

Het is al morgen

Ik ken dat direct ophale

Ik denk: ik ben nou toch in de stad

Dadelijk hangk het daar nóg een half

jaar

Zat nog een kaartje bij, met het adres

Hek nog twee mense de weg motte vrage

En dan had ik het gevonde Of gevonde…

Ik stond er in ene recht voor eig’lijk

Recht voor die winkel

Ik leg dat bonnetje op tafel

Zij loop zo naar achteren

Ik denk dadelijk hangt het er nie meer

Dat ken hè

Na zo lang

Ze kom terug

Met dat jasje

17,50 zegt ze

Ik denk nog :

Asof het godverdomme niks meer is

Maar goed denk ik, het is ook wel de

moeite

Want ja, er was zo een heel glas wijn

overheen gegaan

Hier, ken het je late zien ook

marie pakt het colbert.

Hierzo een hele vlek

En het is er wel helemaal uit

En voor 17,50 ken je ook geen nieuw

jasje meer kope – zo is het ook

kijkt naar dat colbert.

Heb ik ooit voor hem gekoch

Al heul lang gelede

Hij draag het bijna nooit

Ik het hem ook nooit gevraag waarom

eigenlijk

Hij zou het lelijk kunne vinden…

‘Juffrouw?’

Maar die indruk gaf die niet toen ik

het hem gaf…

Nee, hij vond het mooi

Henk is geen goeie acteur

As hij iets nie mooi vind dan merk je

dat direk

Hij vond het zeker mooi

‘Juffrouw?’

Misschien bewaarde die het voor

speciale gelegenheden

Dat ken hè

Da je iets nie veel draag juist omdat –

-‘Juffrouw?!’-

Ja, godverdomme –

Mag ik hier soms nie even gewoon zo

staan!

Is het soms verboden om stil te staan?

Ik sta hier namelijk gewoon even

ergens bij stil te staan

Maar goed, as dat verboden is

En ik begrijp het wel hoor

Aan stilstaande mensen heb je niks,

nee

Die winkel die moet draaien

Dus stilstaande mensen die staan in de

weg

En waarom of dat die mensen stilstaan

daar heb jij niets mee te maken toch?

Nee, want jij hebt wel meer te doen

Jij moet door

Dus ik ook

Ik moet ook door

Is dat het wat je me wil zegge

Dat ik door moet?

Is dat het wat je me wil zeggen

Dat omdat de wereld nou eenmaal

doordraait dat ik mee moet

Is dat het?

Het gore lef!

Mij hier een beetje kome vertelle hoe

of dat ik mijn leve mot leide

Mij hier een beetje komme vertelle dat

de wereld wel zeker nie op mij zal

wachten

Dak door mot, vooruit mot

Nie achterom moe kijke, maar verder

mot

Dadelijk dan ga je me nog vertellen

dak schepe achter me moet verbrande

Dak moet roeie met de rieme diek heb

Maar ik heb hellemaal geen rieme meer hè

En vertelt mij nou niet dat alles een reden heb

Want ik zien hem niet hoor

Ik zal het sterker vertelle

Alle mense die mijn hier wille komme

vertelle ‘dat-ailes-een-rede-heb’

Die moge bij mij langs komme

En dan zal ik ze es…

Weet je wat ik dan es zal doen

Dan zal ik ze es met een heul fijn

mesje zo: allebei de oge uit steke

Dat zal ik es doen

En dan kenne ze es zien

Hoe makkelijk het nog is om door te gaan

En met wat voor rieme ..

Hè godverdomme zelf nog niks meegemaak!

Behalve dan de wereld een beetje op

het toilet te staan pijpe

Je tussen twee auto’s te late neuke

Maar bij mijn gaan die dinge wel

verder dan dat

Bij mijn gaan die dingen wel veel, véél

verder dan dat

Bij mij gaan die dingen zo ver, daar zal

jij wel nooit nie bij kunnen

Zo vèr as dat bij mij ga

En dan ken jij wel denke dat ik gek ben

Want ik zien het je denke

Jij denk: dien is gek

En weet je wat

Dan ben je precies me zoon

Want die denkt er precies zo over

Vorige week

‘Ma’ zegtie.

‘Jij hou je eige voor de gek’

Dat zegt ‘ie!

Tege ze moeder!

En dat ‘ie er niet meer tege kan’

En dat ‘ie ‘voorlopig nie meer thuis

komp’

En hij loop zo de deur uit

En misschien hou ik men eige dan wel

voor de gek

Misschien ren ik wel ergens voor weg

Maar wat is daar dan zo plotseling mis mee?

Iemand heeft dat ooit op een heel

intelligente manier gezegd en -hop-

ledereen die intelligent wil lijke loop

zijn medemens er te pas en te onpas

op te wijze

Dat hij ‘misschien gewoon ergens van

weg probeert te renne’

Want ‘jij, ja, jij wil gewoon de realiteit

niet onder oge komen’

‘Jij wil gewoon niet verder, niet

doorgaan met je leven’

En dan is mijn vraag :

Vanwaar die plotselinge hang naar de

realiteit?

Naar de waarheid? ik bedoel,

Mensen die geloven in een hemel of in

‘leven na de dood’

Die gelove dat toch ook alleen maar

omdat ze de leegte –

De leegte van de dood niet in

het aangezich wille kijke?

tt

tt

En ga jij die mense dan vertelle dat

de hemel nie bestaa?

Nee

Da ga je nie vertelle hè

Want daar gaat het nie over

Het gaat er nie over wat wel of niet waar is

Het gaat er over waar dat zij gelukkig van worde

En zij moge gelove wat da ze willen

En ik dus ook

Ik mag geloven wat ik wil

En as jij dat ook maar hallef zou –

Dan zou jij mij hier nie zo de les staan

te leze

Maar je zou niets zegge

Niet eens iets denke wantje zou me

begrijpen en mij hier laten staan-staan

Al zou ik hier een etmaal staan te

staan!

En ik heb nog tege dat kassa-kut-wijf gezeg:

‘dat ik haar precious-tijd niet langer

op zou houwe’ en dat ze ‘Die hele

KUT-tent in der reet ken douwe’

En dan ben ik zo een kruispunt

opgelope

Ja

Ik ben zo midden een kruispunt

opgelope

En ik heb geroepe:

– STOOOOOOOOP!!!-

En een effect dat dat had

Dat was een lawaai en een getoeter

en zo piepende banden en –

En dan is het even zwart

Ja…

Dan mis ik een heel klein stukkie van

de film

…maar het volgende moment dat ik

mijn herinner…

Staat er een vent over me heen

gebogen

‘Juffrouw ?’

Zegt ie.

OM DE MAN NA TE BOOTSEN SPREEKT

MARIE MET MARROKAANS ACCENT.

‘les allés goed?’

Ik zeg: ja hoor, met mijn gaat alles prima

‘Jij hebt pijn?’

Nou… nee, zeg ik, nee ik mankeer niks

‘Nee, nee, ik b-doel jij hebt pijn in

hart?’

Ik ehm…

‘Juffrouw: jij huilt, iek kan jij niet

verstaan,

jij moet zo:’

ADEMT DIEP IN.

‘Ja, ja…nog, nog’

ZE DOET NOG EENS VOOR HOE DE MAN HAAR PROBEERT TE OVERTUIGEN DIEP  IN TE ADEMEN.

‘les beter?’… ‘Juffrouw, jij huilt -‘

TREKT TWIJFELACHTIG GEZICHT.

‘Jij huilt niet:

jij mooi vrouw

lek vraag: waarom jij hier?

Hele., ehm… verkeer ies..

Sorry, iek spreek niet…

Hele verkeer ies…-

SLAAT VUISTEN TEGEN ELKAAR EN BOOTST

GELUID VAN BOTSING NA -BAF, BAF, BAF!

– door jij

Waarom?’

Ik… zet de wereld stil.

‘Jij zet wereld stiel?’

Nee, nee, ik denk nieks, nul.

lek denk wel,

jij -moet -hier -weg

Jij wiel leune

lek sterk man

les goed ik leg jij daar?’

MARIE WIJST NAAR DE MUUR ACHTER

HAAR:

‘les goed muurtje? lek ben zo terug les goed muurtje?’

TOT PUBLIEK:

En eerlijk is eerlijk: het is een prima

muurtie

Zou haas zegge: wat heb een mens

nog meer nodig

Ik denk: ik zit hier heel hartstikke

prima

Voorlopig zit ik hier heel hartstikke

prima

Ik zou hier wat mij betreft nog wel een

heul poosje kunne blijve zitte

Het enige is….

Henk

Ja , die zal zich wel afvrage waar of

dat ik blijft

Wat voorn dag ist eig’lijk?

Ah ja…

Dan zal em op zen werk zijn

O god, zonder eten natuurlijk

Want as ik ze boterhammen nie smeer

dan eet hem helemaal niet

SPREEKT PLOTSELING LINKS OVER HAAR  SCHOUDER, ALSOF DAAR IEMAND ZIT.

Dat zou je nou toch es moeten leren

Henk, van dan in ieder geval je eigen

boterhammen te smeren

As ik er niet ben hè

Ik kan er toch ook niet constant zijn

voor jou zijn

Ik het toch ook een eige leven

Nou ja vooruit

Kijk es wat ik voor je opgehaald heb?

Je jasje

Hek opgehaald

Vanochend

Bij de wasserette

Zeg mag ik jou nou es iets vrage

Da jasje, da draag jij nooit

Is dat om –

Je bewaart het voor speciale

gelegenhede

Ja, dat dacht ik al

Hè?

Ja ik ben uit gewees

Nee, ik het niemand lope te versieren

Ben ik daar toch heul nie mee bezig

Nee

As ik eeuwig trouw zweert dan zweert

ik eeuwig trouw Henk

Zo ben ik

Ik meent dat wat of da ik zeg

Ja nee de meeste mensen niet

De meeste mensen zweren maar wat

raak

Die misbruiken de woorden

Ik niet, ik misbruikt mijn woorden niet

Ik het trouwes een gedich voor je

geschreve

-Wacht –

ZE PAKT EEN ROOD PAPIER UIT HAAR TAS-OP DAT ZELFDE MOMENT GAAT ER EEN MOBIELE TELEFOON IN HAAR TAS. ZE NEEMT OP.

Jaa?

Hèej, dag jonge

Ben ik blij dat jij mijn belt

Hoe gaat het?

Das mooi jonge

En opt werk?

Goh, ben ik blij dat jij mijn belt

Met mijn gaat alles hartstikke goed

Wat heb-ie gehoord?

Ach welnee

De mense die ouwehoere toch altijd

wel wat

Dat weet jij nou toch ook zo

onderhand wel

Nee hoor

Gisteravond?

Ik heb een wandeling gemaak en toen

ben ik de weg kwijt geraak,

Want ja je kent je moeder

Die raak wel vaker de weg kwijt

Ik kreeg het gisteravond zo benauwd in ene

Moest gewoon eve de deur uit

Zat het net nog aan je vader

te vertelle

Ja, pappa zit hier naast mijn

Loek?

ZOON HANGT OP

Loek? Nou…

Das nou typisch onze zoon, die hangt gewoon

-KIJKT WEER NAAR LINKS

Henk?

HELE LANGE STILTE WAARIN ZE KIJKT NAAR DE PLEK WAAR HENK ZOJUIST ZAT. UITEINDELIJK PAKT ZE DE BRIEF, VOUWT DIE OPEN EN LEEST HEM. JE HOORT VIA DE BOXEN DE STEM VAN MARIE:

‘Ik zou willen dat de wereld wat

minder snel ging zodat ik beter kon

volgen

Dat ik niet het gevoel had dat alles

tussen mijn vingers door slip

maar da ‘k het is even vast kon houwe

Dat het niet langs me oge flits maar es

eve stilstond

zoals mè foto’s of vakantiefilms

Ik zou wille da ‘k de wereld terug kon

spoele en stilzette

Zodat ik voor altijd bij jou kon zijn

Jouw Marie’

EINDE

Met medewerking van Theater Zuidpool

theatertekst
Leestijd 18 — 21 minuten

#99

15.12.2005

14.03.2006

Ramona Verkerk

theatertekst