AlphaGo vs. Lee Sedol

Thomas Ryckewaert

Leestijd 13 — 16 minuten

Wanneer Cthulhu roept…

Een onmetelijke reis door de kosmos, deep learning en het menselijk brein

Wetenschap lijkt soms vreemder dan fictie. Recente ontwikkelingen in de kosmologie, kwantumfysica, artificiële intelligentie en ecologie dagen conventionele opvattingen over de werkelijkheid radicaal uit. Hoe kan de fictie recht doen aan een realiteit die onze verbeelding tart? Theatermaker Thomas Ryckewaert dompelde zich onder in horror en sciencefiction als voorbereiding op zijn nieuwe creatie Move 37, een zoektocht naar het verbeelden van het onverbeeldbare. In deze tekst deelt hij enkele bevindingen.

0.

‘While the Baroque rules of chess could only have been created by humans, the rules of Go are so elegant, organic and rigorously logical that if intelligent life forms exist elsewhere in the universe, they almost certainly play Go.’
– schaakgrootmeester Edward Lasker

1.

Op 5 september 1977 wordt vanaf Cape Canaveral de Voyager 1 gelanceerd, een onbemande ruimtesonde die de buitenste planeten van ons zonnestelsel moet bestuderen. Naast alle meet- en observatieapparatuur bevindt zich aan boord ook een gouden grammofoonplaat, bedoeld als boodschap aan buitenaardse beschavingen. De Voyager Golden Record was een project van astronoom en kosmoloog Carl Sagan, die op vraag van de NASA een caleidoscoop aan beelden en geluiden van de aarde en haar bewoners samenstelde. De alien die er straks in slaagt de analoge afspeelapparatuur aan de praat te krijgen, kan de structuur van DNA en waterstofmolecules bestuderen, het geluid van donder, wind, chimpansees en een kus beluisteren, en wegdromen bij Bachs ‘Brandenburg Concerto in F Majeur’, of shaken op de tonen van Chuck Berry’s ‘Johnny B. Goode’. Als de alien toevallig ook het Engels onder de knie heeft, zal hij in de begeleidende brief van toenmalig Amerikaans president Jimmy Carter kunnen lezen: ‘This is a present from a small and distant world, a token of our sounds, our science, our images, our music, our thoughts, and our feelings. We are attempting to survive our time so we may live into yours. We hope someday, having solved the problems we face, to join a community of galactic civilizations. This record represents our hope and our determination, and our good will in a vast and awesome universe.’

Dat universum huisvest naar schatting 150 miljard sterrenstelsels, waarvan onze Melkweg alleen al 200 miljard sterren en 100 miljard planeten bevat. Als slechts op een kleine fractie van deze planeten leven ontstond, en als slechts een kleine fractie van dat leven hoog ontwikkeld was, dan zou onze Melkweg moeten krioelen van leven. Enkele levensvormen zouden net als wij op zoek moeten zijn naar ander intelligent leven, of tenminste in ons vizier moeten komen. Exobiologen schatten dat er ten minste twintig geavanceerde beschavingen in onze kosmische achtertuin zouden moeten zijn. Maar tot op heden blijft het stil.

“Exobiologen schatten dat er ten minste twintig geavanceerde beschavingen in onze kosmische achtertuin zouden moeten zijn. Maar tot op heden blijft het stil.”

Die Grote Stilte is vanuit wetenschappelijk oogpunt niet minder dan choquerend. De idee dat onze planeet de enige is waarop intelligent leven ontstond, is waanzinnig, gezien de omvang van het heelal. Anno 2018 zijn we al decennialang aan het zoeken naar buitenaards leven, en sturen we al meer dan honderd jaar radiosignalen uit – in een straal van honderd lichtjaren rondom de aarde zijn onze sporen detecteerbaar. En toch blijft het stil.

Er zijn tientallen hypotheses die de Stilte trachten te verklaren: de condities op aarde zijn veel zeldzamer dan gedacht, de moeilijkheid voor het ontstaan van leven wordt extreem onderschat, het ontstaan van intelligentie is de bottleneck. Een donkerdere theorie stelt dat hoogtechnologische beschavingen van nature zelfdestructief en dus kortlevend zijn: de stilte die we horen is een post-Apocalyptische stilte. Volgens de Dark Forest Theory komt de stilte dan weer voort uit het feit dat elke beschaving de adem inhoudt. Sf-schrijver Liu Cixin: ‘The universe is a dark forest. Every civilization is an armed hunter stalking through the trees like a ghost, gently pushing aside branches that block the path and trying to tread without sound. Even breathing is done with care. The hunter has to be careful, because everywhere in the forest are stealthy hunters like him. If he finds other life – another hunter, an angel or a demon, a delicate infant or a tottering old man, a fairy or a demigod – there’s only one thing he can do: open fire and eliminate them.’

Dergelijke en vele andere theorieën rond buitenaards leven gaan ervan uit dat het leven out there min of meer dezelfde verschijningsvormen heeft, aan dezelfde wetten onderhevig is en zich van dezelfde communicatiekanalen bedient: als het er al is, ontstond het op min of meer dezelfde wijze bij de gratie van water en koolstofverbindingen en zal het vroeg of laat onze signalen oppikken, of vice versa. Tenzij het zichzelf al heeft vernietigd of zich verschuilt in de jungle van een darwinistische kosmos.

Een alternatief voor deze antropomorfe hypotheses is dat dat andere leven er wel degelijk is en ons misschien zelfs omringt, maar dat het zo vreemd is dat we niet in staat zijn het te registreren, laat staan te bevatten. Misschien zijn de vreemde entiteiten zo fundamenteel anders dat onze hersenen, ontstaan in de lokale vierdimensionale atmosferische omstandigheden van een blauwe planeet ergens aan de rand van het universum, gewoonweg niet zijn uitgerust met de sensoren om het fundamenteel andere waar te nemen. Het is een niet te testen hypothese die buiten de wetenschappelijke methode valt. Maar de hersenen van die ene apensoort die zichzelf een naam gaf beschikken nog over een andere, minder strikte methode: de verbeelding.

Voyager Golden Record © NASA

2.

Horrorauteur Howard Phillips Lovecraft bracht het grootste deel van zijn leven door in het stadje Providence, New England. Hij stierf er in complete armoede op 15 maart 1937 als een anonieme, ondervoede zonderling. Hoewel Lovecraft bij leven zijn werk aan de straatstenen niet kwijt kon, kwam het aan het eind van de vorige eeuw boven water door onder meer een essay van de debuterende Michel Houellebecq: ‘H.P. Lovecraft: Contre le monde, contre la vie’ (1991). Ook auteurs als Stephen King, William S. Burroughs en Jorge Luis Borges bleken beïnvloed door Lovecraft. In 2005 werd hij definitief gepromoveerd tot de literaire canon met een opname in de prestigieuze Library of America. Een steile klim voor een obscure pulpschrijver.

Een van zijn bekendste verhalen is The Call of Cthulhu (1926); de eerste paragraaf luidt als volgt: ‘The most merciful thing in the world, I think, is the inability of the human mind to correlate all its contents. We live on a placid island of ignorance in the midst of black seas of infinity, and it was not meant that we should voyage far. The sciences, each straining in its own direction, have hitherto harmed us little; but some day the piecing together of dissociated knowledge will open up such terrifying vistas of reality, and of our frightful position therein, that we shall either go mad from the revelation or flee from the deadly light into the peace and safety of a new dark age.’

De verhalen van Lovecraft worden niet bevolkt door bloeddorstige zombies of hologige aliens – dit soort creaturen beschouwt hij als projecties van al te menselijke angsten. De entiteiten die Lovecraft zich verbeeldt, beschrijft hij vaak in abstracte, elementaire, haast primordiale termen: ‘The Colour Out of Space’, ‘The Shadow Out of Time’. Of hij deinst er niet voor terug een entiteit ‘onbeschrijflijk’ te noemen – waarna vaak een gedetailleerde beschrijving van het creatuur volgt. Neem nu Cthulhu zelve: een geklauwde en gevleugelde inktvisachtige godheid die zich al miljoenen jaren in de verzonken stad R’Lyeh verschuilt, een ander-dimensionaal onderwaterkerkhof waarvan de geometrie niet klopt. ‘In his house at R’Lyeh, dead Cthulhu waits dreaming.’ Stel je voor.

H.P. Lovecraft © Lucius B. Truesdell

Wanneer Lovecrafts menselijke personages oog in oog komen te staan met een wezen als Cthulhu, reageren ze niet op de manieren die we kennen van klassieke horrorverhalen. Er wordt niet geschreeuwd, gefolterd of geschoten. Hun reactie beschrijven als ‘angstig’ dekt de lading niet. Lovecrafts personages bevriezen als het ware. Een vreemdsoortige kalmte neemt bezit van hen. Hun pupillen geven niet thuis. Hun gedachten breken. Ze kunnen op geen enkele manier vatten waarmee ze geconfronteerd worden. Wat ze ‘voelen’ is deze ‘inability of the human mind to correlate all its contents’. Vergeet mijn doodsangst: ik heb net een onbeschrijflijk wezen in een primordiale, niet-euclidische, van slijm vergeven necropolis ontdekt die alle menselijke kennis op deze futiele planeet in vraag stelt. Ofwel word ik nu gek door deze openbaring, ofwel sluit ik de ogen en verschuil me in de rust en vrede van een nieuwe donkere eeuw.

Lovecraft zou nooit een gerespecteerde uitgever of literair tijdschrift vinden dat hem au sérieux nam. Zelfs obscure bladen vonden zijn verhalen vaak te vergezocht: toen hij The Call of Cthulhu in 1925 opstuurde naar het horrorpulptijdschrift Weird Tales, werd het geweigerd. Lovecraft, niet gestorven aan zijn eerste afwijzing, diende het manuscript opnieuw in, samen met een begeleidende brief aan de redacteur: ‘To achieve the essence of real externality, whether of time or space or dimensions, one must forget that such things as organic life, good and evil, love and hate, and all such local attributes of a negligible and temporary race called mankind have any existence at all. When we cross the line to the boundless and hideous unknown– the shadow-haunted Outside – we must remember to leave our humanity and terrestrialism at the threshold.’

Weird Tales, mei 1942

De horror van Lovecraft wordt omschreven als kosmische horror, in tegenstelling tot de horror van pakweg vampiers of white walkers. Lovecraft schetst een wetenschappelijke, kosmische arena van deep space en deep time waartegen het contingente non-event van de menselijke beschaving schril afsteekt. Hij beschrijft een wereld die niet buiten de natuurlijke wetten valt, maar er vreemd genoeg deel van uitmaakt. En omdat die er deel van uitmaakt, is onze definitie van de term ‘natuurlijk’ aan herziening toe. Vreemd is niet zozeer de vreemde entiteit waarmee ik geconfronteerd word, het is mijn dagelijkse perceptie van de realiteit die niet klopt. Net hierin schuilt de horror.

“H.P. Lovecraft schetst een wetenschappelijke, kosmische arena van deep space en deep time waartegen het contingente non-event van de menselijke beschaving schril afsteekt.”

3.

Op 9 maart 2016 neemt achttienvoudig wereldkampioen Go, Lee Sedol, de handschoen op tegen zijn niet-menselijke uitdager AlphaGo. Het diep neuraal netwerk AlphaGo werd ontwikkeld door Googles DeepMind, wereldleider op het vlak van artificiële intelligentie. Sedol staat niet bekend om zijn straffe uitspraken, maar in interviews naar aanloop van de wedstrijd acht hij het onvoorstelbaar dat AlphaGo ook maar één van de vijf spelletjes zal winnen. Dat klinkt nogal naïef, twintig jaar nadat schaakgrootmeester Garry Kasparov door DeepBlue werd verslagen. Maar de doorgaans timide Sedol wordt bijgetreden door zelfs de meest hoopvolle AI-ingenieurs: zij voorspellen dat de computer de komende dertig jaar geen partij is voor de mens – althans wat het spel Go betreft.

Go, met zijn 3.000 jaar het oudste bordspel ter wereld, is heel eenvoudig en onwaarschijnlijk complex tegelijk: de spelregels zijn veel simpeler dan bij pakweg schaak, maar het aantal mogelijke zetten in een spel neigt naar oneindig. Wiskundigen breken zich al duizenden jaren het hoofd over het precieze aantal mogelijke zetten. Pas in 2016, het jaar van de wedstrijd AlphaGo vs. Sedol, kraakt een duo wiskundigen de code: een Go-spel telt 2,08 x 10170 mogelijke zetten, vele malen groter dan het geschatte aantal atomen in het universum (ongeveer 1080). Pure rekenkracht is daarom zinloos: creativiteit en intuïtie zijn veel belangrijkere eigenschappen voor een Go-speler. Daarom houden Sedol noch AI-wetenschappers rekening met een menselijk echec. Maar in maart 2016 gebeurt het ondenkbare: AlphaGo verslaat Sedol met 4-1. De schokgolf die volgt, beperkt zich niet tot de Go-gemeenschap: een week na de wedstrijd haalt AlphaGo de voorpagina’s van Nature en Science.

Er is één specifieke zet die tot op de dag van vandaag onderwerp is van discussie en onderzoek. Het is AlphaGo’s 37ste zet in het tweede spel: Move 37. Na deze zet verstommen de livecommentatoren; ze moeten drie keer kijken voor ze het geloven, denken eerst dat het om een fout gaat. Ze staren zwijgend naar het bord. Dan:

—That’s a very strange move.

— I thought it was a mistake.

(pauze)

— It’s not a human move. I’ve never seen a human play this move.

(pauze, dan krijgt de ander een bericht binnen via zijn oortje)

— Oooh well that’s interesting… Sedol has left the room!

(De regie snijdt naar een wijder camerastandpunt van de wedstrijdarena en inderdaad: Sedols stoel is leeg.)

— He left the room after that move?

— He left the room after that move.

Wanneer Sedol een kwartiertje later terugkomt, ziet hij wit als sneeuw. Hij verliest het spel, en later het toernooi.

Hoe heeft AlphaGo dit heeft geflikt? Hoe kon het ons verslaan op een domein dat we als het onze beschouwden – de zo geroemde menselijke creativiteit, intuïtie en verbeelding? Zelfs de ingenieurs van DeepMind tasten in het duister. Wat we weten, is dat het neuraal netwerk enerzijds duizenden menselijke wereldpartijen kreeg gevoederd. Anderzijds gebruikte het een techniek genaamd deep learning, waarbij het miljoenen spelletjes tegen zichzelf speelde. Ergens in zijn eigen universum van bits en algoritmes, onafhankelijk van het menselijk brein, produceerde AlphaGo een zet die millennia lang ondenkbaar was: Move 37.

“Hoe kan artificiële intelligentie ons verslaan op een domein dat we als het onze beschouwden: menselijke creativiteit, intuïtie en verbeelding?”

Sedols lege stoel na Move 37 is een bevreemdend beeld. De zwarte stoel gaapt ons aan terwijl Sedols tijd wegtikt. De menselijke kampioen heeft de arena verlaten, verbijsterd, verslagen. Maar tegenover die stoel staat nog een stoel. Daarin zit een man. Hij lijkt wel bevroren. Naast hem een computerscherm: de interface waardoor AlphaGo hem de opdracht geeft om diens zetten op het bord uit te voeren. Hij staart perplex naar het Go-bord, net als de met verstomming geslagen commentatoren. Alsof ze Cthulhu hebben gezien.

4.

Op 13 januari 2017 stapt de 48-jarige Mark Fisher uit het leven. De Britse schrijver en cultuurtheoreticus is op dat moment professor aan het departement Visuele Cultuur aan Goldsmiths, University of London en bij een breder publiek vooral bekend door zijn bijdragen voor The Guardian en The Wire en zijn boeken Capitalist Realism (2009) en Ghosts of My Life: Writings on Depression, Hauntology and Lost Futures (2014). De teksten van Fisher zijn een ongewone mix van populaire cultuur, complex theoretisch inzicht en persoonlijk politiek engagement. Van Joy Division tot Jacques Derrida, van Kanye West tot Karl Marx, van de met amfetamines doordrenkte post-ravecultuur tot de metafysische status van depressie: in de pen van Fisher komen ze samen in een glasheldere, messcherpe stijl.

Fisher wordt uiteindelijk verslonden door het monster van depressie, waar hij zijn leven lang tegen vocht. Na zijn dood verschijnt nog een flinterdun boekje van zijn hand: The Weird and the Eerie. Daarin passeren onder anderen J.G. Ballard, Philip K. Dick, Brian Eno en Christopher Nolan de revue. Wat zowel the weird als the eerie gemeen hebben, aldus Fisher, is hun preoccupatie met the strange: ‘It has to do with a fascination for the outside, for that which lies beyond standard perception, cognition and experience’. Vervolgens zoomt hij in op de verschillen: ‘The weird implies a sensation of wrongness: a weird entity or object is so strange that it makes us feel it should not exist, or at least it should not exist here.’ Maar als het object er wel is, dan overvalt ons het vreemde gevoel dat niet het object fout is, maar dat onze conceptie van de realiteit niet klopt. Bijvoorbeeld Lovecrafts Cthulhu of de Black Lodge uit Twin Peaks. Maar ook de non-fictie van pakweg Stephen Hawking stelt ons voor een probleem. Fisher: ‘In many ways, a black hole is more weird than a vampire. The bizarre ways in which it bends space and time are completely outside our common experience, and yet a black hole belongs to the natural-material cosmos – a cosmos which must therefore be much stranger than our ordinary experience can comprehend.’

Terwijl het bij the weird gaat over een aanwezigheid van iets wat hier niet hoort, heeft the eerie te maken met de vraag van agency. Welke entiteit was hier aan het werk? Is er wel een entiteit? ‘The eerie’, aldus Fisher, ‘is constituted by a “failure of absence” or by a “failure of presence”.’ In de HBO-serie Westworld vind je dergelijk gebrek aan zowel afwezigheid als aanwezigheid: robots die plots een zelfbewustzijn blijken te hebben, of de wetenschapper Bernard die na zeven episodes een robot blijkt te zijn (hij krijgt zijn eigen blauwdruk in handen en zegt: ‘This doesn’t look like anything to me.’). Er is iets waar er niets zou moeten zijn, of er is niets waar er iets zou moeten zijn.

Ook buiten de fictie stoten we op eerie situaties: de aanwezigheid van verbeelding in een spelcomputer, of de afwezigheid van buitenaards leven in een onmetelijk heelal. Een ander voorbeeld vinden we in recent onderzoek naar zelfbewustzijn. In samenwerking met hersenwetenschappers onderzocht neurofilosoof Thomas Metzinger neurologische data van onder meer mediterende zenboeddhisten, patiënten met locked-insyndroom, fantoompijnen, lucide dromen en hallucinogene drugservaringen. Metzinger kwam tot de conclusie dat er niet zoiets is als een ‘zelf’. In zijn boek Being No One (2004) vergelijkt hij ons brein met een lege bioscoop, of een vluchtsimulator zonder piloot. Onze hersenen projecteren een avatar in ons brein waarmee we ons identificeren. Net als de Westworld-robot Bernard hallucineren we ons een ‘ik’. Maar eigenlijk is er niemand thuis.

Deze weird en eerie verhalen die tot ons komen via zowel de fictie als de wetenschap bevragen de grenzen van menselijke kennis in een onvatbare wereld. Menselijke emoties worden beantwoord met een stilte, met een onverschillig schouderophalen van een amorele kosmos. Een koude, onderhuidse chaos ondergraaft het fragiele weefsel der mensheid. Wij, de personages in deze verhalen, stoten op iets (of niets) wat dwingt tot nederigheid. Het menselijk brein botst op zijn limieten. You know nothing, Jon Snow.

Als een computer creatiever blijkt dan de mens, dan klopt mijn beeld van de mens niet. Als elk object bestaat uit elementaire deeltjes waarvan de status onzeker is, dan is mijn conceptie van al wat mij omringt verkeerd. Als mijn eigen brein een lege bioscoop is, waar ben ik dan? De realiteit manifesteert zich als iets onvoorstelbaars en ik ben weerloos. Mijn pupillen geven niet thuis. Mijn gedachten breken.

5.

Wanneer Voyager 1 in 1980 voorbij de ijsringen rond Saturnus scheert, blijkt tot eenieders verbazing alle apparatuur nog te werken – ook de camera die ons de eerste gedetailleerde planetenfoto’s opleverde. Dat brengt Carl Sagan, die op dat moment nog steeds wacht op buitenaards antwoord, op een idee: wat als de camera nu eens werd omgedraaid om een foto te nemen van de aarde? De NASA is in eerste instantie nogal weigerachtig: de aarde is te ver weg om noemenswaardige details op te leveren. Maar Sagan zet door, argumenterend dat het een uniek perspectief op onze plaats in het universum zou opleveren.Tien jaar later krijgt hij zijn zin: op Valentijnsdag 1990 wordt een van de meest iconische beelden in de geschiedenis geschoten, met een camera die aan de rand van ons zonnestelsel zweeft, zowat 6 miljard kilometer verwijderd van de plek waar hij werd geconstrueerd. Op de foto is de aarde een miniscuul blauw stipje, kleiner dan een pixel, hangend in een oneindig zwart. De bevreemdende selfie wordt Pale Blue Dot gedoopt en zou niet misstaan als cover voor The Call of Cthulhu: ‘We live on a placid island of ignorance in the midst of black seas of infinity, and it was not meant that we should voyage far.’

Pale Blue Dot

Sf-schrijver J.G. Ballard was niet geïnteresseerd in outer space. ‘Science fiction is out there: we are living in it’, zei hij in een interview met Penthouse in 1968. Al voor de digitale revolutie zag hij sciencefiction als iets wat zich steeds meer van de boekenkast naar het dagelijks leven verplaatste met de opkomst van onder meer popmuziek, televisie, Hollywoodfilms, massaconsumptie, publiciteit en psychedelica. Het waren niet zozeer die fenomenen zelf die Ballard fascineerden, als wel de bevreemdende psychosociale effecten ervan op ons reptielenbrein. ‘I am interested in the vast cosmology of inner space.’ Inderdaad: de weird en de eerie van de ‘Shadow- haunted Outside’ lopen door tot in onze zenuwbanen, dat inwendige landschap van angsten en dromen, die mysterieuze, onontwarbare chaos van onze eigen motieven en emoties.

“Al voor de digitale revolutie zag J.G. Ballard sciencefiction als iets wat zich steeds meer van de boekenkast naar het dagelijks leven verplaatste.”

Terwijl ik naar de Pale Blue Dot-foto staar, drink ik mijn kop koffie en verwens ik de goal van Umtiti, die zopas mijn jongensdroom aan flarden heeft gekopt. Ik vraag me af hoe het met mijn zoontje gaat op scoutskamp, ik mis hem. Mijn koffie, de halve finale van het WK voetbal, mijn gemis, en de bleek-blauwe stip. De clash tussen Chuck Berry’s ‘Johnny B. Goode’ en de ijsringen rond Saturnus. Al deze werelden samen, verstrengeld in een Möbiusring. Dit ben ik en dit ben ik niet, ik doe dit en ik doe dit niet, ik ben hier en ik ben hier niet. Vreemd. Vandaag zet Voyager 1 haar reis verder. Tegen alle verwachtingen in is ze nog steeds in contact met Cape Canaveral terwijl ze aan een snelheid van 55.000 kilometer per uur door de ruimte klieft. Voyager 1 is het eerste door mensen gemaakte object dat het zonnestelsel heeft verlaten. De sonde met de gouden plaat bevindt zich nu in het intergalactische plasma, de leegte tussen twee sterrenstelsels. Over 44.000 jaar pas bereikt ze een nieuwe ster. Maar we moeten niet verder naar aliens zoeken. We zijn hier al.

 

Ballard, J.G. (2012). Extreme Metaphors. Interviews with J.G. Ballard 1967-2008. Londen: Fourth Estate.

Fisher, Mark (2016). The Weird and the Eerie. Londen: Repeater Books.

Lovecraft, H.P. (2016). The Classic Horror Stories. Oxford: Oxford University Press.

Metzinger, Thomas (2004). Being No One. The Self-Model Theory of Subjectivity. Cambridge, Massachusetts: The MIT Press.

Voyager 1 is te volgen op: https://voyager. jpl.nasa.gov/

De Voyager Golden Record is integraal te bekijken en te beluisteren op YouTube: www.youtube.com/watchv=ROMKbthmyOU

De eerste twee seizoenen van WestWorld zijn te bekijken op Telenet Play More.

Meer over AlphaGo: https://www.quantamagazine.org/artificial-intelligence-learns-to-learn-entirely-on-its-own-20171018/

Er verscheen zopas een documentaire op Netflix over de wedstrijd AlphaGo vs. Sedol: AlphaGo.

essay
Leestijd 13 — 16 minuten

Thomas Ryckewaert

Thomas Ryckewaert is acteur en theatermaker. Deze tekst is het eerste deel van zijn meerjarige project Move 37. Het volgende luik, een lecture-performance, gaat in première op 16 februari 2019 in deSingel.

essay