© Nastia Krasinskaia

Leestijd 6 — 9 minuten

Visies voor het veld: Haider Al Timimi

Kunst zonder tanden

In Visies voor het veld vraagt Etcetera aan sleutelfiguren naar hun perspectief op de podiumkunsten van morgen, in aanloop naar de aanvraag voor werkingsmiddelen in december 2026. Wat loopt goed, wat moet dringend anders? Wat zouden ze veranderen als ze morgen een almachtige minister van cultuur waren, met onbeperkte middelen en bevoegdheden? Deze week: Haider Al Timimi, theatermaker, danser, performer, artistiek leider van Antigone in Kortrijk en medeoprichter van verschillende initiatieven voor jonge makers.

Ik heb een droom, of is het een nachtmerrie? Ik sta ineens helemaal vooraan. Niet vooraan als eerste in de rij voor een opening met lauwe wijn. Maar vooraan waar het asfalt nog warm is. Aan de barricade. Waar je de brandende rubber ruikt. Waar de matrakken het ritme bepalen. Met die rookbom tussen je benen en traangas dat maar niet wil oplossen. Waar je niet zeker weet of je hier hoort, maar ook niet meer terug kan.

Eerlijkheidshalve…ik heb daar nooit gestaan. Ik was een middenmens. Een beetje naar achter zelfs. Bij de ouders met hun kinderen op de schouders. Met een bord met te grote letters die niet helemaal passen. Met een lichte schaamte om te luid te zijn. Met urgentie, zeker, maar ook zin in koffie nadien. Ik zei: het is mijn kunst die de stem draagt. Ik maak, dus ik ben betrokken. Ik ben hier om samen te wandelen, samen te rouwen. Maar nu sta ik ineens vooraan. Waar de lucht dun is. En je ogen rood en wazig zijn.

Vooraan is geen concept. Vooraan is verantwoordelijkheid. Vooraan betekent dat er niets tussen jou en de klap zit. Je roept iets en schrikt van je eigen stem. Je doet het één keer, alles eruit, bijna zonder toestemming en daarna is er stilte. Geen antwoord. Geen echo. Je kijkt achterom. Er is amper reserve. Geen dagploeg die het overneemt. Geen goed uitgeruste brigade met mediaplan en crisiscommunicatie. Je bent de laatste stem die nog rechtop staat. Last man standing.

“Soms voelt het kunstenaarschap zo. Alsof we plots aan de barricade staan zonder dat we ons daarvoor hadden aangemeld. En terwijl wij hier, oog in oog met het waterkanon, staan, voelt het alsof de rest de trein naar de manifestatie heeft gemist.”

En misschien is dat het moment waarop iets verschuift. Omdat je plots beseft dat wat je altijd als metafoor zag, geen metafoor meer is. Dat vooraan staan niet langer iets is wat je kan delegeren aan je kunst. Dat het werk alleen niet meer volstaat. Soms voelt het kunstenaarschap zo. Alsof we plots aan de barricade staan zonder dat we ons daarvoor hadden aangemeld. En terwijl wij hier, oog in oog met het waterkanon, staan, voelt het alsof de rest de trein naar de manifestatie heeft gemist, alsof de politiek op het perron is blijven staan, om de dienstregeling te analyseren omdat men liever analyseert dan beweegt. Ze analyseren de slogans terwijl wij ze al roepen. Ze spreken over complexiteit terwijl achter de linie een uitroeiing plaatsvindt, zichtbaar, in hoge resolutie.

Inefficiëntie is geen fout meer, maar een houding: tijd winnen, woorden wegen, net lang genoeg wachten tot het momentum voorbij is. En ondertussen kijken we naar lichamen onder het puin. Stemmen die openlijk liegen. En toch geloofd worden. Niet ondanks de leugen. Soms dankzij. De media zoeken naar iemand die het ontkent. Voor de balans. Om het dan breed te citeren. En zo wordt wat zichtbaar is, wat onaanvaardbaar is, weer “complex”. Terwijl de doden al geteld zijn.

“We zien naast ons kunststudenten in de boeien geslagen worden. Nog maar net op zoek naar hun taal, nog niet wetend hoe hun stem klinkt en nog voor ze dat proces kunnen doorlopen, wordt er al iets anders van hen gevraagd: om urgent te zijn, om politiek te zijn.”

En in die ruimte tussen ontkenning en herhaling, tussen leugen en balans zijn wij beland. De kunsten. Niet omdat we helden zijn. Maar omdat we niet zijn weggelopen. Maar laat ons eerlijk zijn: dit is geen verdienste. Dit is een afwenteling. We zien naast ons kunststudenten in de boeien geslagen worden. Nog maar net op zoek naar hun taal, nog niet wetend hoe hun stem klinkt, nog bezig met vallen en opnieuw beginnen en nog voor ze dat proces kunnen doorlopen, wordt er al iets anders van hen gevraagd: om urgent te zijn, om politiek te zijn, om positie in te nemen. Er is amper tijd om te zoeken. Ze worden, net als wij, “minutemade” activisten. Niet omdat ze dat gekozen hebben, maar omdat de lelijkheid van de wereld achter hun hielen zit. En dus dragen ook zij dat gewicht.

En wij, met onze bromptons en fietshelmen. We schrijven dossiers die beoordeeld worden op consistentie, terwijl we spreken over urgentie. We tonen aan dat we financieel gezond zijn, duurzaam, professioneel. We beantwoorden vragen en schrijven verslagen over hoe we “dekoloniseren”. Terwijl de kolonisatie zich voltrekt voor onze ogen. We plakken stickers op onze laptops. “Fuck the bureaucracy.” En respecteren daarna het maximum aantal tekens.

“Misschien hebben de kunsten hun tanden verloren. Niet omdat ze oud zijn, maar omdat ze geleerd hebben om netjes te bijten. Beheerd risico.”

Misschien hebben de kunsten hun tanden verloren. Niet omdat ze oud zijn, maar omdat ze geleerd hebben om netjes te bijten. Beheerd risico. Urgentie zonder gevolg. Kritiek zonder namen. Op de Berlinale werd gezegd dat kunst en politiek gescheiden moeten blijven. Misschien. Maar wat als de politiek al lang heeft afgehaakt? Wat als het beleid al lang heeft gekozen voor de veilige kant? Dan is die scheiding geen principe meer. Dan is het een excuus.

En ondertussen verandert de werkelijkheid zelf. AI zal onze werkelijkheid niet alleen versnellen, maar ook vervormen: beelden, stemmen, verhalen, worden steeds minder betrouwbaar, representatie komt los van aanwezigheid, het echte moet zich bewijzen tegenover het gegenereerde. We staan hier dus niet alleen in een politieke strijd, maar in een strijd om wat nog echt is, wat nog van vlees en bloed is.

“Want de echte crisis is niet het geld. Niet de smaak. Niet de aandacht. Het is het geloof. Geloof dat kunst geen decor is voor een beleid, maar een kracht die dat beleid soms moet tegenspreken.”

En misschien is dat waarom deze plek nog bestaat. Omdat dit niet te renderen valt. Omdat het gebeurt in dezelfde lucht. Maar dat maakt deze plek ook kwetsbaar. De komende vijf jaar zijn geen administratieve oefening. Ze zijn een beproeving. Wat willen we belonen? Wie willen we beschermen? Wat mag kunst nog doen? Mag ze verstoren? Mag ze verliezen? Mag ze falen? Echte noodzaak is zelden netjes. Ze komt binnen met modder aan de schoenen. Ze breekt iets. Ze schaamt zich niet voor het ongemak dat ze veroorzaakt. Als het Kunstendecreet alleen stabiliteit beloont, krijgen we stabiliteit. Maar geen tanden. En zonder tanden is kunst decor.

Ik vrees dat we over vijf jaar zullen zeggen: we hebben alles goed beheerd. We hebben niemand verontrust. We hebben niemand wakker gemaakt. Maar ik droom ook iets anders. Dat we durven blijven staan waar we staan. Dat we niet wachten tot iemand anders roept. Dat het beleid ruimte laat voor het onverwachte, voor makers zonder netwerk, voor ideeën die niet passen in het raster, voor projecten die mislukken en toch noodzakelijk waren. Want de echte crisis is niet het geld. Niet de smaak. Niet de aandacht. Het is het geloof. Geloof dat kunst geen decor is voor een beleid, maar een kracht die dat beleid soms moet tegenspreken. Die soms moet zeggen: dit klopt niet. Die niet wacht op toestemming. Maar dit kan niet alleen. Want wie te ver doorloopt zonder dat iemand volgt, staat niet vooraan. Die staat alleen.

 


 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

toekomstvisioen
Leestijd 6 — 9 minuten

#181

15.12.2025

—

14.04.2026

Haider Al Timimi

Haider Al Timimi (1979, Bagdad) is een kunstenaar actief in theater, dans en performance. Hij is artistiek leider van Antigone in Kortrijk en medeoprichter van verschillende initiatieven voor jonge makers.

Geboren in Bagdad en opgegroeid in Gent begon hij met breakdance en hiphop. Hij werkte als danser en choreograaf bij Opera Ballet Vlaanderen en Rosas, en als acteur en performer bij onder meer Union Suspecte, Compagnie Cecilia, KVS, STAN, Walpurgis en BRONKS.

Binnen Union Suspecte ontwikkelde hij zijn eerste eigen werk. Zijn debuutvoorstelling Utopeace (2006) werd gevolgd door verdere projecten als maker en speler. In 2010 speelde hij in de film En waar de sterre bleef stille staan van Gust Van den Berghe, die werd geselecteerd voor de Quinzaine des Réalisateurs in Cannes.

In 2012 richtte hij samen met Brigitte Mys en Bart Capelle het gezelschap Kloppend Hert op. Producties van het gezelschap zijn onder meer Ich bin wie du (2012), Total Loss (2013), Bite the Hand that Feeds You (2014), Layla’s Fool (2015), Utopera (2017), Studio Sheherazade (2018) en Zero for Conduct (2019).

Daarnaast was hij medeoprichter van TransfoCollect (Brussel, 2012), Jong Gewei (Gent, 2017) en Magma (Kortrijk, 2020).

Sinds 2020 is hij artistiek leider van Antigone. Daar maakte hij onder meer De Barbaren (2020), dat tijdens de COVID-19-periode via Podium 19 in première ging, gevolgd door Kelly (2021), Feed Me Please: (Love, Hate & Everything in Between) (2022), Havoc (2023) en Wavelength (2026)

Naast zijn rol als artistiek leider blijft Haider ook actief als performer en danser buiten de muren van Antigone. Zo was hij te zien in Orphans (2020) en About Elly (2023) van STAN, en in de muziektheaterproductie Wij, de Verzonkenen (2019) van Walpurgis.

Dit artikel maakt deel uit van: Visies voor het veld

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!