Rudi Laermans

Leestijd 3 — 6 minuten

Vilém Flusser, ‘communicoloog’

In de figuur en het werk van Vilém Flusser (1920-1991) is de twintigste eeuw tot een project voor de eenentwintigste eeuw uitgekristalliseerd. Zijn leven werd door de nazistische barbarij getekend, zijn werk door de nieuwe media en technologie die na WO II in snel tempo van de wereld een dorp maakten. De eerste zullen we nooit volledig begrijpen, de tweede doordringt nu al een tijdje onze levens. Dat besef is nog bezig te rijpen, ook bijvoorbeeld in de universitaire wereld (de mediatheorie is goed een dozijn jaar oud).

In 1939 vlucht de Praagse jood Vilém Flusser tezamen met Edith Barth, zijn latere vrouw, over Londen naar Rio de Janeiro. Zijn vader wordt in 1940 in Buchenwald vermoord, zijn moeder en zuster worden twee jaar later in Auschwitz vergast. In Brazilië werkt Flusser een tijdlang in een exportfirma van zijn schoonvader, vervolgens leidt hij in Sao Paulo met wisselend succes een zelfopgerichte fabriek van radio’s en transformatoren. Het is niet echt Flussers levensdoel, daarvoor is hij te contemplatief ingesteld. ‘Dat betekende dat men overdag zaken deed en ‘s nachts filosofeerde’, zo heet het in de autobiografie Bodenlos.

Eind jaren vijftig begint Flusser te schrijven, maar zijn stukken worden een tijdlang systematisch afgewezen. In 1961 keert het tij. Flusser krijgt bijval in academische kring, daarnaast ontpopt hij zich tot een gewaardeerd columnist en essayist. Die tweespalt –ze kenmerkt bijvoorbeeld ook de carrière van een Umberto Eco– zal gedurende een tiental jaar Flussers werk stempelen. Ook zonder diploma is hij welkom als hoogleraar communicatietheorie aan de universiteit van Sao Paulo. Hij vindt meteen zijn eigen vakgebied uit, de ‘communicologie’ (het is tevens de titel van een van zijn boeken). De nieuwe discipline situeert zich op het kruispunt van filosofie en maatschappijtheorie, fenomenologie en speculatie. Ondertussen blijft Flusser in hoog tempo in kranten en tijdschriften publiceren. Het maakt hem tot een cultfiguur binnen de underground van Sao Paulo en intellectueel Brazilië. Langzamerhand komt ook de buitenlandse receptie van zijn werk op gang, al wordt Flusser pas aan het eind van zijn leven enigszins spraakmakend.

Eind jaren zestig zit de kunstminnende Flusser regelmatig in Europa, onder meer als lid van het bestuur van de Biënnale van Sao Paulo. In 1972 keert hij na een Europese reis niet naar zijn tweede vaderland terug. Flusser is het academisch leven beu en verdraagt niet langer de politieke censuur in het autoritair geleide Brazilië. Hij vestigt zich in Zuid-Frankrijk en begint zijn ideeën tot boeken te ordenen. Flusser schrijft afwisselend in het Portugees, het Duits, het Engels en het Frans, soms mengt hij die talen in een schrijfproject zelfs vrolijk door elkaar. Tussendoor doceert hij gastcolleges aan de universiteiten van Marseille-Luminy en Aix-en-Provence, in de resterende tijd pleegt hij tijdschriftstukken.

Vanaf midden jaren zeventig begint Flusser zich voor technische media te interesseren. Het korte maar krachtige Für eine Philosophie der Fotografie, verschenen in 1983, luidt het begin van de Duitstalige receptie in. In goed tachtig bladzijden verplicht Flusser het denken over fotografie tot een paradigmaswitch. Wie een foto wil begrijpen, aldus Flusser, moet zich op het standpunt van het apparaat stellen. Want toestel en programmatuur zijn het eigenlijke onderwerp van iedere foto: wat je ziet, is één gerealiseerde technische mogelijkheid.

Met de fotografie begon tevens het ‘universum van de technische beelden’. Onder die titel publiceerde Flusser een essayboek waarin onze technische en mediale omgeving de opmaat voor een nieuwe kijk op mens en maatschappij vormt. In het hier gedeeltelijk vertaalde essay ‘Digitale schijn’, opgenomen in de bundel Medienkultur, maakt Flusser een analoge denkbeweging. De werkelijkheid laat zich vangen in nullen en enen, dus waarom niet ook de mens als een combinatie van partikels denken? En zoals een digitaal beeld altijd te hermaken is, zo ook de posthumanistische mens. Hij of zij is een virtueel wezen, een toekomstgericht veld van mogelijkheden – een project en geen subject.

‘Digitale schijn’ dateert van 1991. November dat jaar overlijdt Flusser bij een verkeersongeval nabij de Duits-Tsjechische grens. In zijn geboortestad Praag had hij zijn eerste en enige lezing in het Duits gehouden. Bij zijn onverwachte dood was één boek bijna afgewerkt, een ander wachtte op voltooiing. Beide manuscripten verschenen tezamen postuum onder de titel Vom Subjekt zum Projekt/Menschwerdung. ‘Digitale schijn’ laat zich lezen als een samenvatting van de gedachten die Flusser in zijn filosofische nalatenschap ontvouwt.

In de kleine kring van mediatheoretici is Vilém Flusser ondertussen een beroemdheid, daarbuiten wordt hij nog altijd weinig gelezen. Ten onrechte, want Flusser is het soort denker die een breder publiek verdient. Zijn springerige schriftuur maakt hem tot een essayist pur sang, iemand met een nooit opdrogende mogelijkheidszin. Flusser lezen, dat is meegezogen worden door een eindeloze staccatobeweging van gedachten. Ieder essay van Flusser belichaamt zijn filosofisch credo: wees niet jezelf maar wordt onophoudelijk een ander(e).

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#82

15.06.2002

14.09.2002

Rudi Laermans

Rudi Laermans is gewoon hoogleraar sociale theorie aan de KU Leuven en is tevens actief als essayist.