© Johan Pijpops

Jan Dertaelen

Leestijd 3 — 6 minuten

Vier sterren – herman

Wanneer begint de tragedie?

‘Wat is hier aan de hand?’ gaat het door je heen, terwijl een woedende man loopt te tieren dat hij niet aan het spelen is. Als de vier makers van theatercollectief herman ergens goed in zijn, dan is het wel hun publiek telkens opnieuw op het verkeerde been zetten.

Dat begint al bij de opzet van deze voorstelling. Je denkt dat je een ticket voor een theaterstuk hebt gekocht, maar uiteindelijk krijg je een twee uur durende film voorgeschoteld. En toch is dit niet simpelweg een filmvertoning. Dit is wel degelijk theater: een voorstelling waarin vier acteurs op scène naar een documentaire over zichzelf zitten te kijken. Als er iets tekenend is voor ‘vier sterren’, dan is het wel die onophoudelijk knagende dubbelzinnigheid.

De vier makers van herman (op de affiche blinken hun ronkende namen: Kenneth Roland Cardon, Lois Lumonga Brochez, Milan Daniel K. Vandierendonck en Sara Dolores Hue Lâm) zijn in 2019 afgestudeerd en brengen met Vier sterren hun tweede voorstelling. Om hun toeschouwers ‘een intieme inkijk in hun bijzondere bestaan’ te bieden, hebben ze de camera ter hand genomen en elkaar een tijdlang op de voet gevolgd. We zien hen flaneren door het Antwerpse conservatorium en het Middelheimpark, poseren in een fotostudio en dronken ouwehoeren bij kaarslicht.

Veel artistieke arbeid wordt er niet verricht in hun dagelijks leven, gepalaverd over het eigen opgeblazen ego des te meer. Milan blijkt een pathologische leugenaar die zijn halve leven bij elkaar fantaseert, met liefdesverdriet in Kopenhagen en een gemankeerde carrière als beeldend kunstenaar. Kenneth experimenteert met het persona van Nick Cave en probeert hem zo goed als kan te imiteren, inclusief witte, openstaande hemden en achterovergekamd haar. In een brief aan Cave vraagt hij zich af of ‘Nick Cave een performance is?’ Gevolgd door de nog dwingendere vraag: ‘is wie ík ben een performance?’

Wat begint als een vermoeden krijgt steeds meer voet aan de grond: dit is geen onschuldig, spontaan gefilmd portret van vier jonge kunstenaars, maar een weloverwogen regie waarin vier personages langzaam ontmaskerd worden als aandachtsgeile, leugenachtige aanstellers. ‘Wanneer begint het spelen? Wanneer begint de tragedie?’ klinkt het. Deze autofictionele docu onderzoekt de dunne grens tussen waarheid en leugen, tussen jezelf zijn en acteren wie je zou willen zijn.

Identiteit blijkt een wankele constructie, onderhevig aan de compulsieve neiging om het beeld van jezelf te optimaliseren. De principes die we het hoogst in het vaandel voeren, worden in de praktijk het eerst van tafel geveegd. In een – op het eerste gezicht bloedernstige – getuigenis vertelt Sara over een van haar eerste ervaringen als professionele actrice. Het is een verhaal over seksisme, racisme en machtsmisbruik waaraan ze een vreselijke degout voor de theaterwereld heeft overgehouden. Ze is het beu om als Aziatisch lustobject gecast te worden. Niet veel later is ze er als eerste bij om tijdens een fotoshoot uit de kleren te gaan.

En zo zit deze voorstelling vol met op elkaar inhakende details en contradicties die blootleggen hoe de acteurs zichzelf tegenspreken en het beeld dat ze van zichzelf oproepen onderuit halen. Er ontstaat een intrigerende verdubbeling: je kijkt naar acteurs die spelen dat ze in het zogezegd echte leven voortdurend aan het spelen zijn. Je wordt er een beetje duizelig van, en dat is ook wat herman beoogt: het onpeilbare prisma openen waarin identiteit een wervelende constructie is.

Dat voortdurende doorprikken van de geloofwaardigheid werkt activerend. Als toeschouwer word je geprikkeld om alert en kritisch te kijken, niet alleen naar wat je te zien krijgt, maar ook naar jezelf. In hoeverre ben je zelf een constructie? Op welke manier (al dan niet onbewust) manipuleer je het beeld van jezelf? Zo zijn niet enkel deze vier, maar wij allemaal sterren in onze eigen film. Meer dan een nihilistisch afwijzen van iedere vorm van oprechtheid, wil deze voorstelling een kritiek zijn. De makers nemen niet enkel zichzelf op de korrel, ze halen meteen ook de theaterwereld, het identiteitsdebat en hun eigen publiek door de mangel.

Een geniaal inzicht kun je dit bezwaarlijk noemen, maar de manier waarop herman dit aanpakt is dan weer wel indrukwekkend. Vier sterren is grappig, slim, genant, intrigerend, confronterend, en meestal al die dingen tegelijkertijd. De sterkste momenten zijn die waarop je, tegen beter weten in, toch gaat twijfelen tussen geloof en ongeloof. Niet iedere scène weet op die slappe koord het evenwicht te bewaren, en soms had er beter geknipt of geschrapt kunnen worden. Maar het moet gezegd: deze film is een leuke, lichtjes verslavende rit.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#161

15.09.2020

14.12.2020

Jan Dertaelen