William Forsythe, ‘Limbs Theorem’ / Dominik Metzos

Herman Asselberghs

Leestijd 6 — 9 minuten

Video als grensganger

Video is een medium dat zich bij uitstek aan de grens met andere ophoudt. Herman Asselberghs over Il combattimento di Tancredi e Clorinda en The Mind Machine of Dr.Forsyth.  

Il combattimento

De wat bouwvallige bovenkamers van het Antwerpse Koninklijke Paleis vormen het gedroomde decor voor Il combattimento di Tancredi e Clorinda. Ana Torfs en Els Opsomer noemen hun installatie zelf ‘een interpretatie met foto en video’ van het gelijknamige hoogtepunt uit het achtste madrigaalboek van de barokcomponist Monteverdi. Een boeiende ‘uitvoering’ op het snijpunt van fotografie, video én schilderkunst. De eerste uitvoering van Monteverdi’s Il combattimento di Tancredi e Clorinda dateert uit 1624. Het werd tijdens het carnaval in aanwezigheid van de Venetiaanse adel gespeeld ‘per passatempo di veglia’. Het dreef alle luisteraars tot tranen en medelijden. Dat mag niet verwonderen: dit werkstuk is zowat het prototype van wat de componist ‘de oorlogsstijl’ noemt en een veelbetekenend overgangswerk tussen het verdwijnende madrigaal en het toenmalige nieuwe medium opera. Bedoeld als een korte episode temidden van zuiver gezongen stukken vergt deze compositie bovendien acteerwerk op maat van kamermuziekdimensies. Het libretto — gebaseerd op een tekst van Torquatto Tasso — reserveert de belangrijkste plaats voor de verteller. Zijn commentaar wisselt bijtijds af met de dialogen van de twee karakters in het verhaal, Tancredi en Clorinda.

Het verhaal is er een van grote gevoelens: liefde en dood, oorlog en geloof. De Christelijke ridder Tancredi daagt een mysterieuze Muselmaanse tegenstander uit tot een duel dat deze laatste het leven zal kosten. Slechts wanneer Tancredi, op vraag van zijn anonieme stervende vijand, toestemt om het slachtoffer vooralsnog te dopen, blijkt het om Clorinda te gaan. Zij is de krijgster uit het andere kamp waarvan Tancredi zielsveel houdt en die hij nu in zijn armen moet zien sterven. Maar ondanks de laaiende passies is Il combattimento di Tancredi e Corinda niet meteen een meeslepend werk, zoals bijvoorbeeld Bachs Erbarme Dich en Purcells The Plaint dat wel zijn. Monteverdi’s compositie ontroert veeleer door de gesofisticeerde eenvoud waarmee hij de hartstochten van zijn woedende stijl voornamelijk in de natuur van de stem weet om te zetten.

Ana Torfs heeft met haar video-installatie die esthetiek ter harte genomen en geradicaliseerd. Zij laat de kijk(st)er/luisteraar(ster) bijna letterlijk aan de lippen van de zangers hangen. Haar Il combattimento di Tancredi e Corinda is een stijlvolle triptiek: in de neo-classicistische spiegelzaal van het Koninklijke Paleis hangen tegen een robuuste wand drie grote rechthoekige videoschermen ingelijst in vergulde kaders. Drie close-ups van de gezichten van de zangers; de verteller frontaal in het midden, Tancredi in profiel links, Clorinda in profiel rechts. Het is een eenvoudige ingreep die onverwacht complexe relaties installeert. De blikken van de tragische verliefden kunnen elkaar nooit vinden zonder die van de verteller ertussen. Zijn fatale geschiedenis houdt ze voor altijd van elkaar gescheiden. Zijn fysionomie vertolkt de woede.

Ana Torfs schrijft zelf in het al even sobere, verzorgde programmaboek: ‘Opera herleid tot de minimale handelingen die zich op een zingend gelaat aftekenen, tot de extreme nabijheid van het zingende gelaat dat nooit zichtbaar is in de operaruimte.’ Haar speciale aandacht voor zowel de eigenheid van film als voor de emotionele zeggingskracht van een menselijk gezicht heeft de filmmaakster voordien al in haar videowerk met Jurgen Persijn (Akorova-Baugniet over de danseres Akarova en Mozart-Repetities rondom het dansgezelschap Rosas) op overtuigende wijze tentoongespreid. Dit keer heeft ze die voorliefdes uitgepuurd tot een herleiding van een operastuk die geen vereenvoudiging of beperking is. De strengheid van deze spaarzame interpretatie van Il combattimento di Tancredi e Clorinda maakt een veelheid aan rijke emoties en inspirerende denkpistes los die andere meer theatrale uitvoeringen paradoxaal genoeg vaak moeten missen.

Wie bij de bewerking van een opera videobeelden gaat inkaderen in een lijst formuleert willens nillens een reflectie over enkele media. Het elektronisch medium hoort ontegensprekelijk in deze eeuw thuis, maar wanneer ingelijst en opgehangen als een schilderij van weleer refereert het toch aan de negentiende eeuwse (portretfotografie en aan de schilderkunst. Die welkome spanning tussen oud en nieuw verraadt zichzelf nog het best in de rode museumkoord die de video-schilderijen van de kijk(st)er/ luisteraar(ster) scheidt. Wat is hier de lang vergane kunstvorm? Is het de schilderkunst, de fotografie, de opera of reeds de film/ videokunst die tot museumkunst is verworden?

Die ironische afstand die bewondering en ontroering niet in de weg staat, is ook terug te vinden in Els Opsomers foto-interpretatie van Monteverdi’s stuk. Haar zwart-wit fotoreeks fungeert als anti-chambre voor de video-installatie. Ook zij speelt een spel met afstand en nabijheid: de kijk(st)er wordt uitgenodigd om met behulp van een lichtschakelaar de foto’s die in bakken aan de muur hangen te doen oplichten. Il combattimento di Tancredi e Clorinda heet in handen van deze jonge fotografe een contemplatief parcours doorheen het geweld en de kitsch van de jacht. Haar interpretatie is geen opvoering maar een hertaling van de strijd der liefde die dit operastuk en deze installatie beheerst. Het wandelen langs Els Opsomers stilstaande en verstilde beelden blijkt bovendien een mooie spiegeling van het ingetogen zitten kijken en luisteren naar de wrede, bewegende videobeelden van Ana Torfs.

The Mind Machine

ALIEN

Het science fiction genre exploreert moeiteloos vreemde beschavingen op onnoembare planeten in sterrenstelsels lichtjaren ver van onze aarde verwijderd. Op zoek naar de fictie van de utopie radicaliseert zij de bevindingen van de huidige wetenschappen. Dolgedraaide wetenschappers, verlichte architecten en al te menselijke cosmonauten doorkruisen in dienst van geavanceerde technologieën de onbestemde ruimte van de toekomst. Maar science fiction praat natuurlijk altijd over het hier en nu. Haar universum toont deze wereld zoals hedendaagse architecten als Peter Eisenman, Bernard Tschumi of Zaha Hadid hun ontwerpen demonstreren: als een schaalmodel dat geen nabootsing is. Als een fata morgana van het huidige dystopia.

Astrofysicus Stephen Hawking heeft alleszins dat vanuit zijn rolstoel aangetoond: de verste reis die iemand maken kan, is een inwaartse. De onmetelijke afstanden van het heelal kunnen niet optornen tegen de dichtheid van het menselijke brein. Ook de Alien-filmtrilogie deelt die opvatting. Elke film begint en eindigt met de slaap, zoals het een droom betaamt. Twee keer wordt de kijker de donkere zaal uitgestuurd, ontwakend uit een beklemmende nachtmerrie waarin onuitspreekbare mutanten uit de verste uithoeken van hoofdpersonage Ripleys onderbewustzijn lijken te ontspringen. De derde keer wordt dat vermoeden bevestigd, de diagnose is onmiskenbaar en onomkeerbaar positief: de koortsige, zieke Ripley draagt het monster in zich. Het heeft vermoedelijk toegeslagen in de slaapcocon tijdens hypersleep, tussen twee dromen, twee films in.

LIMBS THEOREM

De Oostenrijkse filmmaker Peter Kubelka maakt in 1960 een klankloze film slechts bestaande uit de ritmische opeenvolging van zwarte en witte beelden. De bruuske overgangen van licht naar donker, geïnspireerd door een zonsondergang over een weidse Afrikaanse vlakte, induceren een trance. De abstractie neigt naar gewelddadigheid: de gewichtloze impact van een planeet die eerst tegen de einder lijkt op te botsen en dan achter de evenaar verdwijnt.

William Forsyths voorstelling Limbs Theorem koestert diezelfde brutaliteit. Het grootse architectonisch ontwerp van de bühne suggereert een poort naar een andere wereld. Geïnspireerd door het werk van architect Daniël Liebeskind en onmiskenbaar een ontwerp van de jaren negentig, heeft deze mastodont van een decor veel weg van een terminal van een ruimtestation opgetrokken in de new brutalism-stijl. Die bouwstijl maakte in Mexico City furore en diende daar als achtergrond voor Totall Recall, een SF-film met Arnold Schwarzenegger over een man wiens geest gestolen wordt, waarop hij naar Mars trekt om zijn brein terug te vinden en daar uiteindelijk ontdekt dat zijn avonturen slechts de hersenspinsels van zijn eigen fantasie blijken.

De gave elegantie van het lichtspel en de haarzuivere elektronische klanklandschappen van Forsyths creatie maken de toneelruimte terzelfdertijd massief en ijl, onstoffelijk en tastbaar, sacraal en heidens. Het hellend vlak in het midden van de speelruimte tolt rond met een vervaarlijke sierlijkheid. De dansers die deze elegante moordmachine moeten ontwijken, zijn geen individuen maar mens-machines. Zij presteren het onmogelijke: hun timing voor de uitvoering van de choreografie is bovenmenselijk, hun bewegingen onmenselijk. Hun ledematen hanterend als protheses, misbruiken zij hun lichaam evenzeer als ze het gebruiken. Zij prediken de erotiek van het nieuwe lichaam. Enkel de modellen op de foto’s van Helmut Newton kunnen wedijveren met Forsyths obsceniteit: deze voorstelling wil schaamteloos alles en iedereen verleiden. Of is dit hi-tech spel der zinnen slechts een luchtspiegeling in het hoofd van de man die in het midden van het podium onbeweeglijk op een stoel zit? Vormt Limbs Theorem de blauwdruk van zijn innerlijke wereld?

THE MIND MACHINE OF DR. FORSYTH.

Een donkere ruimte. Zeven hoge stalen constructies verdeeld over de duisternis. Aan de basis telkens een oplichtend scherm: een glasplaat met een videobeeld onder. The Mind Machine of Dr.Forsyth is een installatie van Anne Quirynen, An-Marie Lambrechts en Peter Missotten, tot stand gekomen met de dansers van William Forsyths Frankfurt Ballett. Wie de donkere ruimte penetreert, wandelt doorheen een collectie van elektronische droombeelden. Dit is geen stapelplaats waarin een oppervlakkige classificatiewoede heerst, maar wel een innerlijke ruimte waarin minutieuze concepten en delicate emoties onophoudelijk verglijden. Want tot welke wereld behoren deze kronkelende lichamen die zichzelf gretig laten bekijken als onder een microscoop? Maken zij deel uit van een imaginair museum, spelen zij een rol in een tweedimensionaal dansstuk of onderwerpen zij zich aan een onderzoek in een onwerelds laboratorium? Is dit een gallerij of een decor waarin de bezoekers worden uitgenodigd om te verwijlen bij de mogelijkheden van de menselijke anatomie? Quirynen, Lambrechts en Missotten houden het midden tussen schilders, beeldhouwers, architecten en videasten. Hun installatie is noch duplicaat noch reconstructie van een dansvoorstelling, maar een gewichtloze maquette van het brein van choreograaf William Forsyth.

The Mind Machine of Dr. Forsyth toont hoe het onderscheid tussen de verschillende kunsten kunnen vervagen. Hoe fictie en wetenschap een kruisbestuiving kan aangaan. De objectieve observatie geïnjecteerd met poëtische sensualiteit. Want het uitgangspunt van deze met heel veel zorg uitgevoerde, zinnelijke architectonische constructie is het ontastbare wezen van het kijken: het nabeeld dat heel even op ons netvlies blijft zitten wanneer we naar de dingen zien. In de woorden van de makers: ‘We vereenvoudigen de rol van de camera tot die van een wetenschappelijk registratie-apparaat. Als een microscoop registreert hij geduldig elke beweging, elk spoor, elk contact. Zijn kader is — naast de zwaartekracht — de enige, absolute beperking voor de danser. Die botst hierdoor op zijn eigen fysiek. (…) De danser laat bij zijn beweging binnen het kader sporen, vegen en krassen na, die op hun beurt de basis worden van een volgende beweging.’ Archeologie en antropologie ineen dus. In dit spel van licht en donker verwisselen dat wat rest en dat wat vervluchtigt, aan- en afwezigheid, verschijning en verdwijning voortdurend van plaats. Pure science fiction: een boodschap van gene zijde voor en over deze wereld.

 

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#43

15.11.1993

14.02.1994

Herman Asselberghs

recensie