Liv Laveyne

Leestijd 5 — 8 minuten

Van alle markten thuis

‘Als je kunt zingen is het kunst, als je kunt dansen is het kunst, als je kunt acteren is het kunst, maar kun je ze alledrie dan is het industrie.’ Met deze strijdkreet beklom de misnoegde musical-sector die verstoken blijft van structurele subsidies eind augustus het podium op de Antwerpse Grote Markt tijdens de Cultuurmarkt.

Ik kreeg zowaar compassie: dan ben je van alle markten thuis maar niet thuis op alle markten. Wat kan een woordspel soms wreed noodlottig zijn. Musicalster en parttime BV Jan Schepens droeg een T-shirt met het opschrift ‘I (hartje) musical’. Doch dat was niet het enige waar hij van hield, zo kon ik afleiden van het bolle buikje van zijn vrouwtje Katja Retsin. Ook hij was van alle markten thuis. Als ik niet beter wist, dan was Schepens de nieuwe Da Vinei. U weet wel, die homo universalis die het van-alle-markten-thuis-zijn tot kunst heeft verheven. Meer nog, was Leonardo in onze tijd geboren, dan zat hij vast ook in het Swingpaleis en bij Katja op schoot. Of bij Jan. Wie zou de snoeper ongelijk kunnen geven?

Vlamingen, we zijn als marktkramers geboren en zo gaan we ook weer dood. Hoe anders valt het succes van zoiets als een Cultuurmarkt te verklaren, die gratis proeversbeurs die gesneden brood is voor cultuurparticiperende Bourgondiërs: vier sneetjes theater, een plakje dans en 100 gram muziek en mag het ook iets meer zijn? Na de maaltijd kon het publiek met een vol buikje en een plastic tasje foldertjes voldaan naar huis. Maar niet vooraleer Musical United Vlaanderen -zo had die multidisciplinaire meute zich voor de gelegenheid gedoopt- een pantomime had opgevoerd. Een gezongen rollenspel was dat waarin ze op lichtelijk satirische wijze Anciaux en Van Grembergen vertolkten. Ja ja, ook van die markt zijn musicalmensen thuis. En passant werd België nog maar eens een ‘apenland’ genoemd. Dat een kunstenbeleid geen Belgische maar Vlaamse aangelegenheid is en dat de term ‘apenland’ me extreemrechtse oprispingen bezorgt te na gelaten, moest ik mijn zingende én dansende én acterende medemens ergens wel gelijk geven.

Op 18 april 2002 had toenmalig minister van cultuur Anciaux immers gesteld dat hij een kwalitatief hoogstaand musicalplatform wou creëren. Maar eer de praktijk dat goede voornemen staafde, stopte Bert ermee. Hij werd opgevolgd door Van Grembergen, die meer dan Bert een zwak had voor ballet (Anciaux op de cultuurmarkt dit jaar: ‘Had het aan mij gelegen, dan had ik het ballet laten privatiseren; het is musical geworden.’). Van Grembergen besliste om de musicalafdeling van het Ballet van Vlaanderen op te doeken en apart daarvan één musicalgezelschap structureel te laten subsidiëren. Dossiers werden geschreven maar in tussentijd werd het nieuwe kunstendecreet gefinaliseerd. Anciaux had intussen de fakkel weer overgenomen en besliste in juni 2005 dat de aanvragen tot structurele subsidiëring nutteloos waren: ‘Musical behoort niet tot het kunstendecreet maar wel tot het toekomstplan van de culturele industrieën.’

Culturele industrie: het toverwoord was gevallen. Falderie Faldera Faldehopsasa! Minister Anciaux was in de winter van 2004 immers op reis geweest naar Canada. Daar had hij inspiratie opgedaan, niet in het beren schieten voor een bonten muts, maar in de praktijk van de culturele industrie die aldaar floreert. ‘Het is te gek dat we nu vaak initiatieven niet ondersteunen omdat ze wel eens winst zouden kunnen maken’, zei Bert tegen het journaille dat hij meetroonde door Montréal zoals generaties gelukzoekers uit de Westhoek en in den oorlog door Canadese soldaten bezwangerde deernes hem hadden voorgedaan. Anciaux’ opmerking klonk warempel als gezonde Vlaamse ondernemersmentaliteit. Risicovolle culturele initiatieven die tot nog toe niet gesteund werden vanwege hun commerciële karakter zouden via de oprichting van een culturele investeringsmaatschappij (naar het voorbeeld van het Canadese Sodec) ondersteund kunnen worden. Filmmakers, modeontwerpers, platenfirma’s, boekhandelaars, striptekenaars of comedians zouden zo op een financiële tegemoetkoming kunnen rekenen. Een mooi idee zowaar, maar niet volgens de musicalsector, die zich van het kastje naar de muur gestuurd voelde. Met alle Canadezen maar niet met den deze, vonden zij. Bij de uitreiking van de Vlaamse Musicalprijzen eind september nodigde initiatiefnemer Guy van Vliet Anciaux uit als eregast voor de uitreiking van volgend jaar. ‘Hij mag dan hier op het podium vertellen dat hij er effectief in geslaagd is om via de culturele industrieën hetzelfde effect te bereiken als via de subsidies’, aldus Van Vliet.

Niettemin moet het gezegd: Anciaux houdt de vinger aan de pols. Aandelen in de kunst: het is tegenwoordig in. De Amerikaan Chris Kondek bracht in de Gentse Vooruit een performance waarbij met de opbrengst van de ticketverkoop live op de beurs werd gespeeld, kunstliefhebbers konden bij Wim Del-voye obligaties stront kopen. Het was trouwens opmerkelijk hoe enige gefundeerde kritiek op de marketing van kunst in beide gevallen afwezig was. Geld stinkt niet langer, sommige kunst des te meer.

Gelukkig zijn cultuurministers creatiever. ‘Ik wil mijn legislatuur zo creatief mogelijk invullen,’ zei Anciaux tijdens zijn Canadees werkbezoek, alsof hij plasticine worstjes ging draaien. Na de grootste Belg, de beste Belg en de slimste Belg: de creatiefste Belg. Dat hadden we nog niet gehad. Is het u trouwens ook opgevallen dat veel ‘slimste mensen’ komieken zijn: Bert Kruismans en Wouter Deprez scoorden hoog bij meester Eric van Looy (voor wie het vergeten zou zijn: een filmmaker die wellicht ook zelve op de culturele industriepot kan gaan zitten mocht de teeveediarree hem teveel worden). Een mogelijke verklaring is dat comedians nu eenmaal van alle markten thuis zijn. Overdag werken ze op een radio- of tv-redactie of staan ze voor de klas. ‘s Avonds kruipen ze achter de microfoon op café. Geen wonder dat hun kennisspectrum zich uitstrekt van ‘Wat weet u over Agusta?’ tot ‘Hoe heet het derde kind van prinses Mathilde?’ De homo universalis ontstaat niet zelden uit broodnood.

In het kader van een aandeel in de kunst oordeelde ook de VRT dat er meer cultuur op de Vlaamse buis te zien moet zijn. Daartoe werd onder meer een cultuurcel binnen de nieuwsdienst opgericht. Op zich is dit een bijzonder nobel streven, ware het niet dat bij de eerste aanzet reeds de kunst tot kneusje werd herleid. Leading ladies van dienst zijn immers Martine Tanghe, een alternatieve vorm van prepensioenregeling, en Greet Op De Beeck, ‘overgeplaatst’ na haar affaire met een minister. Tot daar aan toe, ik heb vertrouwen in die vrouwen.

Al lijkt de cultuurverslaggeving vooralsnog alsof zoeven in het redactielokaal Trivial Pursuit werd gespeeld. Met als gevolg vijf minuten reportages die weinig meer tot doel hebben dan de algemene kunstkennis van de Vlaming te testen. Kies een bruin kaartje: wie is Vlaanderens vliegende professor? Panamarenko. Wie greep wel Emmanuelle maar naast Nobel? Hugo Claus. Dit gamma wordt aangevuld met triviale feiten, liefst kunstzinnige items met een opmerkelijk kunstloos gehalte. Zo waren de huwelijksfeesten van het Festival van Vlaanderen bij voorbaat een schot in de roos. Recensenten zijn in dit alles bedreigde diersoorten, door de media-industrie verdreven naar het bos. Ik herinner mij een meeting enkele jaren geleden waarin werd gesteld dat Studio Brussel ‘minder badinerend’ behoorde te zijn.

Intussen vindt de culturele meerwaar-dezoeker soelaas bij NED 3. (Dat is tot 2008, want dan draait de Nederlandse overheid de geldkraan dicht voor de openbare omroep NPS). In ‘NPS Arena’ mag nog eens drie uur doorgeboomd worden over cultuur. Sommigen onder u zullen dit programma wellicht ‘badinerend’ noemen, maar voor een niet-sportliefhebber is het wielercommen-taar dat ook (De vrouw van god-weet-welke Italiaanse eporenner wiens naam eindigt op -i heeft haar kapsel geblondeerd). Zingeving zit altijd in the eye of the beholder.

Misschien moet de VRT nieuwsdienst een voorbeeld nemen aan Leo Bassi: bekend tv-figuur in Spanje, circusclown van geboorte, stand-up comedian, kortom ook een homo universalis, maar dan wel één die een flinke draai geeft aan de format ‘Het leven zoals het is…’ Met zijn Bassibus brengt hij toeschouwers direct naar de nieuwsbron om hen hun eigen ongefilterde mening te laten vormen. Zo viel hij onder meer binnen bij een copieus diner tussen politici. In het voorjaar gaat hij na wat er overgebleven is van de obscure katholieke vereniging Opus Dei. Samen met de kijkers gaat hij seminaries bijwonen en zien welke hooggeplaatsten eraan gelinkt zijn. Wie weet vangen we nog eens een glimp op van Fabiola. U kijkt toch ook?

column
Leestijd 5 — 8 minuten

#99

15.12.2005

14.03.2006

Liv Laveyne

column