Rudi Van Vlaenderen

Leestijd 6 — 9 minuten

Vaclav Havel

Eind 1979 werd Rudi Van Vlaenderen gevraagd mee te werken met AIDA, een initiatief ter verdediging van onderdrukte kunstenaars, dat werd opgericht in oktober van dat jaar door o.a. Ariane Mnouchkine, Patrice Chereau, Yves Montand, Claude Lelouche, Claude Roy en waarvan het Belgische luik bestuurd werd door de kunstschilder Jef Van Hoof. Zij werkten ook voor de huidige president van Tsjechoslowakije.

“Waarom een vereniging speciaal ter verdediging van onderdrukte kunstenaars ? Zijn onderdrukte kunstenaars beklagenswaardiger dan onderdrukte bakkers, onderwijzers of fabrieksarbeiders ? Neen, beklagenswaardiger zijn ze niet, maar door de aard van hun bezigheden komen ze politiek en maatschappelijk gezien eerder in aanmerking om onderdrukt te worden. Kunst heeft de neiging het maatschappelijke gebeuren te reflecteren en kritisch te begeleiden. Er zijn situaties waarin zo’n kritische reflectie de kunstenaar niet in dank wordt afgenomen. De marge waarbinnen hij of zij kan bewegen is dan bijzonder smal. Een stapje teveel naar rechts of naar links kan fatale gevolgen hebben. Als kunstenaars hun ogen en oren dichtstoppen voor de realiteit om hen heen, als kunstenaars niet meer open willen staan voor indrukken uit hun omgeving kan gebeuren wat Breytenbach als volgt omschrijft: “…De kunstenaar die zijn ogen sluit voor de dagelijkse onrechtvaardigheden en onmenselijkheden zal dit ongetwijfeld ook doen wanneer hij schrijft en schildert. Zijn werk zal schraal worden.” (citaat uit de AIDA-folder)

Jarenlang was ik bezig geweest met het programmeren en spelen van sociaal geëngageerde toneelschrijvers, die dus uiteraard met de overheid in conflict lagen. Ook nu zou ik meewerken. “Maar wie is eigenlijk Havel,” vroeg ik me af. Geboren in 1936, behorend tot een welgestelde familie, wier eigendommen door de staat waren geconfisqueerd, kwam hij dus niet in aanmerking voor hogere studies. Hij studeerde wel voor chemisch laborant. Na zijn militaire dienst werkte hij als toneeltechnicus in verschillende Praagse theaters en werd dramaturg van het Balustrade Theater dat in Tsjechoslowakije het avant-garde repertoire vertegenwoordigde. Zo kon hij ondertussen toch studeren aan de Academie voor Dramatische Kunst.

Hij schreef Het geheugensteuntje (1959), Het Tuinfeest (1963), De Dienstnota (1965), Poetsoek (1968), allemaal absurde Ionesco-achtige toneelstukken, volgens Martin Esslin een volmaakte samensmelting van Kafka en Hasek. In het Westen worden zijn stukken zeer gewaardeerd door West-Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Zweden, Finland, Nederland en Vlaanderen.

Terwijl de meeste Vlaamse kamertonelen zich vooral lieten leiden door het theaterleven in Frankrijk, Engeland en Duitsland, ging Wilfried De Langhe van het voorstadtheater Vertikaal op zoek naar toneelschrijvers uit minder gekende taalgebieden. Op die manier ontdekte hij de absurde toneelstukken van Vaclav Havel en speelde in 1967 Het Tuinfeest en in 1970 Poetsoek. Het maatschappelijke systeem in de Oostbloklanden zorgde ervoor dat het absurde weldra harde werkelijkheid werd, en zo evolueerde Havel als vanzelfsprekend naar een naturalistische stijl in zijn zogenaamde ‘protest-stukken’, waarvan Largo Desolato (in Brussel gespeeld in 1987 door het Publiekstheater uit Amsterdam in regie van Peter De Baan) het eindpunt is.

Charta 77

Wat was er ondertussen met Vaclav Havel gebeurd ? Werd hij geduld tot de Praagse Lente van 1968, na de inval van de Warschau-pacttroepen werd hij uit het theaterleven verdreven. Publicatieverbod volgde. Toestemming voor opvoering werd geweigerd.

Noodgedwongen zocht hij werk als knecht in een bierbrouwerij. Daar haalde hij de inspiratie voor Audiëntie en Vernissage dat in Oostenrijk gecreëerd werd. Opvoeringen in West-Duitsland en de publicatie van de tekst in Theater Heute zorgden ervoor dat deze schetsen ook elders (bij ons door het Nationaal Jeugdtheater-Gent in 1978) op het toneel werden gebracht.

Inmiddels tekende Havel het manifest Charta 77. Zijn succes in het buitenland en zijn onvermoeibaar verzet in eigen land zijn de redenen waarom hij af en toe wordt aangehouden en gevangen gezet. Hij werd ook lid van VONS (comité ter verdediging van onrechtmatig vervolgde burgers). De lafheid van zijn collega’s die alleen belust zijn op bijval en roem, kloeg hij aan in zijn eenakter Protest. In mei 1979 werd hij opnieuw opgesloten en in oktober tot een straf van viereneenhalf jaar gevangenis veroordeeld. Diezelfde maand werd AIDA opgericht. In december reeds organiseerde men solidariteitsvoorstellingen in Parijs. Op 19 december (op de vooravond van het proces in beroep) voerde AIDA voor meer dan 800 aanwezigen een wedersamenstelling van het eerste proces op. Later werd het door de West-Duitse televisie verfilmd en uitgezonden door het Oostenrijkse het, dat ook het Tsjechoslowaaks grondgebied bestrijkt. Aan alle AIDA-afdelingen werd gevraagd de aandacht van het publiek te vestigen op de moeilijkheden van Havel.

In december 1979 speelde ik nog steeds de brouwer in Audiëntie en ik beloofde voortaan voor iedere voorstelling volgende tekst voor te lezen :

“Wij kunnen wel luidkeels de vrijheid eisen van een kunstenaar in Rusland of Argentinië, maar jullie tirannen, lachen om ons. Want jullie hebben geen gehoor voor rechten die men opeist, slechts voor wat men met geweld kan afdwingen. Wij zullen de spreekbuis zijn van de roependen. Wij zullen hun tekeningen namaken en hun woorden onophoudelijk herhalen. Het proces dat jullie in de doofpot wilden stoppen heeft onze grenzen bereikt. Het werd koortsachtig vertaald en door acteurs vertolkt. Gedaan. Geen gesloten deuren meer. Nutteloos zullen jullie zeggen. Dat zwakke gefladder van vleugels zal jullie de prooi niet doen lossen. Jullie zullen niet toegeven en wij zullen niet ontmoedigd worden.

Ah ! Denkt dat vooral niet. Wij weten maar al te goed dat een staat die nooit toegeeft, die zijn eigen kunstenaars gijzelt, zoals een vulgaire terrorist, meer en meer last heeft om zijn eigen burgers onder de knoet te houden. Over dit alles zullen we getuigen met onze eigen middelen: het theater, film, zang en schilderkunst. En in de hele wereld zullen we dat doen. Bespottelijk zeggen jullie, want jullie zijn niet bevreesd voor clowns of schrijvelaars. Neen ? Maar als kunstenaars dan toch maar een te verwaarlozen groep zijn, die niet au sérieux genomen worden waarom zijn jullie dan bang voor jullie eigen kunstenaars ? Waarom worden ze opgesloten ? ”

Aan de toeschouwers werden postkaarten verkocht die dan werden opgestuurd naar het Ministerie van Cultuur in Praag. De autoriteiten zaten met die vele postzakken wel verveeld en verzochten de vrouw van Havel ervoor te zorgen dat die actie werd gestaakt. Maar we bleven doorgaan. De overheid provoceren in eigen land of erbuiten, dat hadden we al vaker gedaan. Nochtans was niet iedereen in het Westen akkoord met deze protestactie. De BRT bijvoorbeeld. De afdeling Drama wou in de jaren zeventig Poetsoek uitzenden op de televisie in een regie van Jean-Pierre De Decker. Maar de Tsjechoslowaakse autoriteiten bemoeiden zich met de uitzendrechten. Er bestond toen een goede verstandhouding tussen Brussel en Praag. De Praagse televisie dreigde de uitwisseling van regisseurs op te schorten als de ‘parodie’ van Vaclav Havel werd uitgezonden. De BRT zwichtte en stopte de opnamen in de kelder, waar ze nu nog altijd ongemonteerd vertoeven. Pijnlijk.

Brieven aan Olga

AIDA zorgde ervoor dat het officiële zwijgen werd doorbroken. En ook dat Havel gespeeld werd. Hij leefde immers van zijn buitenlandse auteursrechten. In Parijs werd het plan opgevat om een Nacht voor Havel te organiseren tijdens het Theaterfestival in Avignon in juli 1982. Alle toneelschrijvers werden uitgenodigd om een korte eenakter te schrijven, waarin Vanek (de nieuwe Schweyk) het hoofdpersonage zou zijn. Vanek is immers Havel zelf. AIDA ontving op die manier teksten van Samuel Beckett (Katastrofe), Victor Haim, Arthur Miller, Pavel Kohout en Pavel Landowski. De eenakter van deze twee landgenoten Le Silence est la pire des Réponses werd in Avignon gespeeld door het Brussels Kamertoneel.

De voorstellingen begonnen om 21.00 u (tijdstip waarop de lichten doofden in de gevangenis van Pilsen) en eindigden bij zonsopgang te 04.00 u ‘s morgens. Een nachtwake. Havel was op de hoogte en stuurde later een bedankingsbrief via zijn vrouw Olga.

Brieven mocht hij schrijven. Het potlood werd hem telkens na het schrijven van een brief afgenomen, uit vrees dat hij ook ‘literatuur’ zou bedrijven. En dat mocht niet. Een meubelmaker kon in de gevangenis toch ook geen stoel of tafel maken, een leraar lesgeven ! Dus een auteur mocht niet schrijven. Daarom zocht Havel zijn heil in de vele brieven aan zijn vrouw Olga.

In 1983 – na een zware ziekte – werd Havel voortijdig vrijgelaten maar voortaan dagelijks door de geheime politie bespied. De door de VPRO uitgezonden reportages over deze periode blijven indrukwekkende getuigen. Buitenlandse theaters en televisiestations bleven zijn werken programmeren. (Het Antwerps Fakkeltheater speelde in 83-84 De Dienstnota)

In 1986 ontving hij de Erasmusprijs (nadat zijn vriend P. Kohout ervoor had gezorgd dat hem ook de Oostenrijkse Staatsprijs voor toneel werd uitgereikt) maar de Nederlandse regering vond het nodig de bedankingsrede van Havel te censureren. Gelukkig hoefde Havel deze vorm van censuur in het vrije Westen zelf niet mee te maken. Hij durfde immers niet naar Amsterdam komen, uit vrees geen terugreisvisum te krijgen, zoals Kohout was overkomen. Meer dan eens werd hem trouwens door de autoriteiten gesuggereerd uit te wijken, b.v. naar de Verenigde Staten. Havel bleef. Geloof en hoop sterkten hem.

Pen & geweer

Maar wat nu, mijnheer de president? Reeds verklaart de schrijver Ivan Klimadat Havel het theater heeft misbruikt om aan politiek te doen, dat hij meer politicus dan kunstenaar is. Echter, verklaarde Brecht niet dat men soms de pen moet neerleggen en naar het geweer grijpen, omdat op dat ogenblik het geweer belangrijker is. Wordt Havel nu in 1990 door zijn landgenoten afgeschreven ? Is zijn rol uitgespeeld ? Zullen ook daar post-modernisten elke vorm van sociaal engagement in de kunst belachelijk maken ? Dan is het tijd om u te herscholen, mijnheer de president. Geen absurde stukken meer, geen proteststukken meer, het zal in elke geval anders moeten dan voorheen…

Zoniet behoort u reeds tot de geschiedenis.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#29

15.03.1990

14.06.1990

Rudi Van Vlaenderen