Bruno Todeschini, Emmanuelle Devos in ‘Unspoken’ © Kris Dewitte

Leestijd 6 — 9 minuten

Unspoken

Fien Troch

De mooiste scène uit Unspoken, de nieuwe film van Fien Troch, speelt zich af op een feestje. Dat is vreemd, want verder is de film eerder schaars bevolkt met niet veel meer dan de hoofdpersonages Grace en Bruno en af en toe wat tegenspelers. Het feestje lijkt een breuk, een plotse schaalvergroting in een film die rond de relatie tussen twee personages draait. Maar al snel verdwijnt dat feestje naar de achtergrond: de camera focust op de gezichten van Grace en Bruno, de achtergrond wordt wazig en onscherp en de camera pant van haar gezicht naar het zijne en omgekeerd. Het lijkt alsof de context, ja de wereld verdwenen is, alsof alleen hun relatie er nog toe doet.

Het is de meest opvallende, maar lang niet enige keer dat cameraman Frank van den Eeden in Unspoken virtuoos met de onscherpte van de achtergrond speelt. In een andere scène zie je een deur op de achtergrond scherp; die wordt wazig en dan komt close het gezicht van actrice Emmanuelle Devos in beeld. Weer lijkt ze van de werkelijkheid afgescheiden te worden, verdiept in haar eigen verdriet en isolement. Het is prachtig camerawerk; het plaatst de personages op een afstand van de realiteit, als iconen die een eigen aura bewonen los van de werkelijkheid. Voeg daar een nadruk op close-ups en medium shots bij en de film krijgt een beklemmende dichtheid tegenover de personages. Slechts de laatste shot van de film is een extreme long shot die toelaat om terug te ademen, om los te komen uit de verstikkende wereld van de film.

Even opmerkelijk als het camerawerk in Unspoken is de minimalistische klankband. Op het feestje schalt Be my baby van The Ronettes uit de luidsprekers. Ook dat is een uitzondering, want elders hoor je niet veel meer dan stilte of een onheilspellend geluid van neerdruppelend water (mogelijk te maken met een scheur in het plafond, een al te evident symbool voor de gebroken relatie tussen de twee hoofdpersonages). Slechts op enkele schaarse momenten krijg je muziek te horen: stukjes pianomuziek die in verband gebracht worden met het verdwenen kind van Grace en Bruno. Met die paar flarden muziek wordt als het ware de aanwezigheid van Lisa, het verdwenen meisje, opgeroepen. Alweer mooi gedaan.

Hetzelfde kan gezegd worden van de manier waarop het verhaal in flarden, als een puzzel, verteld wordt (vader Ludo Troch zorgde voor de montage). Langzaam kom je erachter dat Grace en Bruno samen horen. En waarom hij maar niet naar huis komt, wat de rol van het vier jaar eerder verdwenen kind is en hoe die verdwijning hun relatie heeft ondermijnd. De een zou dit hoofdstuk van hun leven graag afsluiten, de ander wil liever in hoop verder leven. Emmanuelle Devos en Bruno Todeschini leveren opmerkelijke acteerprestaties in de hoofdrollen. En dat kan niet gemakkelijk geweest zijn, want ze kregen niet veel om mee te werken. Wie het verhaaltje reconstrueert dat in flarden verteld wordt, merkt dat het flinterdun is. En dat zijn ook de personages zelf, die ook op psychologisch vlak iconen lijken: ‘de treurende vrouw’, ‘de echtgenoot op de dool’.

Waar er enige verdere karakterisering is, is die erg clichématig. Bruno is belastinginspecteur en maakt alle clichésituaties mee (tot en met een dame die zich begint uit te kleden) die je bij dat beroep kan bedenken. Ik heb niets tegen gemeenplaatsen, ze hadden hier voor de (broodnodige) komische noot kunnen zorgen. Maar de relativerende, bevrijdende lach ontbreekt volkomen in Unspoken. De enige lach in de film is wreed en ongepast: wanneer Grace haar buurman onder een omgevallen boekenkast vindt, barst ze in lachen uit.

Het is vreemd dat een film die zijn beelden en klankband door middel van extreme contrasten opbouwt, van een troosteloze monotonie is op het vlak van het scenario. Veel karakterontwikkeling of dramatische situaties zijn er niet in Unspoken: het is een statische film die slechts in beweging blijft doordat het verhaal slechts bij stukjes en beetjes wordt vrijgegeven. Er is nauwelijks psychologische uitwerking van de personages. Bij gebrek aan dramatische situaties vervalt men noodgedwongen in clichés: in het niets rinkelende telefoons, lange stiltes, de vrouw die ’s avonds eenzaam wacht aan het venster, de beruchte barst in het plafond.

Het gevolg is dat het gebrek aan contact tussen de hoofdpersonages overslaat naar de relatie tussen film en publiek. Deze film die over emoties, ja sterke emoties gaat, voelt zelf koud en emotieloos aan, als een formele oefening zonder diepgang, een kille staalkaart van filmisch kunnen, een gortdroog visitekaartje voor Fien Troch en haar medewerkers. Allicht heeft dat met een gebrek aan maturiteit te maken: Troch is amper dertig en dit is (na Een ander zijn geluk) nog maar haar tweede film.

Maar misschien is er nog iets anders aan de hand en schuilt er achter het lege formalisme van Unspoken een structureel probleem van de Vlaamse film. Zoals elke bureaucratische instelling wil het Vlaams Audiovisueel Fonds (zonder de steun waarvan een film produceren in Vlaanderen bijna onmogelijk is) zich indekken tegen elke mogelijke kritiek van buitenaf. Het onderscheidt drie soorten films1: commerciële films à la Loft, waarvan het succes in tickets en harde euro’s boekhoudkundig te berekenen is, publieksfilms, die het wat minder goed doen maar die bestemd zijn – ik citeer – ‘voor het fideliseren van het lokale publiek en het in stand houden van de eigen markt’, en ten slotte ‘eigenzinnige’ films, waarvan het succes af te meten is aan het aantal uitnodigingen, en liefst prijzen, op buitenlandse festivals. Fien Troch kreeg eerder dit jaar de Vlaamse cultuurprijs voor film. Haar film werd geselecteerd voor de filmfestivals van Toronto, San Sebastian, Gent, Palm Springs en Rotterdam. Op het filmfestival van Torino werd hij geselecteerd door artistiek directeur en regisseur Nanni Moretti. Emmanuelle Devos won er de prijs voor beste actrice. Opdracht volbracht dus.

Wat echter niemand bij het VAF schijnt op te merken, is dat er in die driedeling een nogal essentiële categorie ontbreekt: goede films. Films die niet op maat van het publiek gemaakt zijn, die niet ‘de instandhouding van de eigen markt’ als hoofdbekommernis hebben en die evenmin bedoeld zijn als visitekaartje voor het festivalcircuit. Films die gemaakt zijn omdat de maker ze wilde, ja móést maken. Omdat hij of zij iets te zeggen heeft. En niet – of niet alleen – omdat men een spannende thriller, mooie beelden of een opmerkelijke klankband wilde realiseren.

‘Goede films’ bestaan echter niet in het wereldje van het VAF. Het wil/durft het begrip niet eens hanteren – wegens niet kwantificeerbaar en dus onverdedigbaar in economische termen. Het gevolg is dat men er in Vlaanderen vandaag alleen nog naar streeft om films te maken die ‘scoren’. Wat Loft en Unspoken – les extrêmes se touchent – met veel lege bravoure doen.

Marc Holthof

Unspoken van Fien Troch met Emmanuelle Devos, Bruno Todeschini, Chloé Henry e.a.

1Zie § 3.2 van de prioriteitennota over fictiefilms: www.vaf.be/fileadmin/media/fictie_prioriteitennota_01.pdf.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#117

01.06.2009

—

31.08.2009

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!