Leestijd 5 — 8 minuten

Une Station Service

Théâtre de la Salamandre, Tourcoing

Rijsel-Tourcoing : een gebied tegen de Belgische grens aan, dat theatraal bestreken wordt door het Théâtre de la Salamandre, zonder enige twijfel één van de interessantste Franse gezelschappen van dit moment. Bij La Salamandre valt telkens de totale inzet van alle betrokken medewerkers op. Dit gezelschap kan zich de luxe permitteren om slechts twee voorstellingen per jaar te brengen, maar de afgeleverde produkten stralen dan ook telkens een heel bijzondere kwaliteit uit. Dat is allemaal te danken.aan het talent van de twee huisregisseurs Alain Milianti en Gildas Bourdet.

Bourdet is een veelzijdig iemand, die nu voor de tweede maal een toneeltekst heeft geschreven. Bourdet is voor zowel Le Saperleau als voor Une Station Service uitgegaan van de typische Franse komedie, maar telkens heeft hij deze traditionele vorm volledig doorbroken en naar zijn hand gezet. Le Saperleau was een lange stijloefening in het spelen met een zelfbedachte taal. Voor Une Station Service is hij dichter bij de boulevardkomedie gebleven: op een bepaalde plek ontmoeten een reeks wat buitenissige mensen elkaar. Er zijn geheimen, er zijn misverstanden, er zijn komplotten. Maar deze vertelstof dient enkel als een functioneel raam: door de invulling krijgt alles een heel andere, diepere betekenis.

Vooreerst bepaalt de keuze van de plek in grote mate het klimaat van de voorstelling: Bourdet koos een garage die niet meer rendeert omdat de weg afgesneden werd voor de aanleg van een vliegveld. Meteen staan we voor een situatie vol bittere connotaties : een vergane welstand, de concurrentie tussen verschillende symbolen van de maatschappelijke vooruitgang (auto tegen vliegtuig), levens die plotseling nutteloos worden.

Daarnaast heeft Bourdet een familie gekozen, waarbij de echtgenoot, jaren geleden, onverwachts beslist heeft om het huis te verlaten en zich te gaan uitleven in de schilderkunst. Twee principes staan tegenover elkaar: de praktische moeder tegenover de onverantwoordelijke vader. Daartussen staan de kinderen. Ieder van hen zal in zijn eigen leven moeten kiezen tussen de verantwoordelijkheid en het frisse leven. Bourdet heeft de actie van het stuk geplaatst op het ogenblik dat de vader, als een oude man, terugkeert en zijn kinderen dwingt tot een keuze tussen beide principes. Het gaat dus onder meer over de pijn van de liefde, over de keuze tussen twee regimes (het ernstige matriarchaat of het speelse patriarchaat). Wanneer alles is uitgewoed (in een reeks emotionele, pijnlijke en toch komische conflicten) besluit de moeder om de garage definitief te verkopen. Plots klinkt er een andere belangrijke toneelecho uit de tekst op: dit is een hedendaagse Kersentuin. Het boulevardtheater laat zich heerlijk kruisen met Tsjechov.

Bourdet staat zelf in voor de regie. Hier herkent men zijn karakteristieke stijl: het decor is pijnlijk realistisch : er zijn zelfs boomwortels die het asfalten wegdek openduwen. Een vliegtuig stijgt ‘werkelijk’ in de verte op: het is een realistische illusie die alles te maken heeft met het magische van het theater, want de wonderlijke perfectie speelt in op een kinderlijke vreugde aan de verrassing.

In dat landschap plaatst Bourdet zeer precies omlijnde figuren: ieder karakter drukt in elk detail van zijn kledij of zijn kapsel zijn sociale functie uit. Deze verschillen worden zo sterk beklemtoond dat een gewone conversatie vanzelf een grote innerlijke spanning krijgt: het zijn steeds verschillende universums die met elkaar in botsing treden. Maar de mimesis wordt net wat geweld aangedaan, zodat het realistische gebaar uitvergroot wordt en betekenisdragend wordt. Het ‘nadoen’ leidt steeds tot een ‘laten zien’. Bourdet bereikt dit effect door van zijn acteurs een sterke lichamelijke inzet te vergen. De teksten worden gezegd alsof ieders leven er van afhangt, de scène wordt opgeladen met conflictueuze energie-en. Dat leidt tot prachtige ruziescènes, tot een spectaculair gevecht. Bourdets methode toont haar eigen limieten bij het begin van het laatste bedrijf, wanneer iedereen wat ongemakkelijk zit te wachten. Deze onbestemde, energieloze onzekerheid kunnen deze acteurs niet spelen (voor één enkel moment kunnen ze eens naar jonge Vlaamse collega’s kijken, de ware virtuozen van de onwennigheid — bijna hun enige specialiteit).

Naar La Salamandre gaan kijken is steeds een feest, omdat men er een vrij kleine groep acteurs aan het werk ziet, die, van produktie tot produktie, zich fysiek volledig veranderen. Hier staat men voor een theater waarbij men plezier heeft in het componeren van een rol. In deze opvoering b.v. herkent men Marief Guittier eerst niet, ook al speelt ze nu al jaren de hoofdrol in elke produktie. Wie dacht dat Jean-Yves Berteloot het typevoorbeeld was van de macho-acteur (cf. Les Bas-Fonds), ontdekt dat hij hier de verpersoonlijkte onzekere rijkeluiszoon is. In deze Une Station Service moet er echter één acteur genoemd worden : Michel Raskine. Tot nu toe heeft hij steeds heel verzorgde tweedeplan-rollen gespeeld. In de rol van het achterlijke kind Tut-tut levert hij echter een uitzonderlijke prestatie: hier treedt een acteur volledig buiten zichzelf. Raskine heeft een hele aberrante motoriek ontwikkeld. Op zichzelf is dat niet zo moeilijk, want het behoort tot het wezen van de toneelspeler dat hij zoiets graag doet. Maar Raskine gaat een hele stap verder: zijn schijnbaar ongecontroleerde gebaren kan hij een avond lang dramaturgisch betekenisvol inpassen in de evolutie van de andere personages. Het is een constant verblijdende vorm van acteren.

Dat Une Station Service zulk een bevredigende voorstelling is geworden heeft veel te maken met de persoonlijke stijl van de regisseur. Als de KVS b.v. het onzalige initiatief zou nemen dit stuk te spelen, zou het zonder veel moeite en lompheid kunnen gedegradeerd worden tot een fletse klucht. De aanpak van Bourdet reveleert echter welke diepere lagen in de materie verweven zijn. De toon van de opvoering is echter wel Frans, zodat het stuk toch nog een typisch Zuiderse lichtheid heeft. Ik stel me voor dat deze tekst bij iemand als Sam Bogaerts nog een heel andere, meer wanhopige toonaard zou krijgen. Uit Une Station Service is dus alles nog niet gehaald, wat alleen bewijst dat we voor een interessante tekst staan. Maar wat La Salamandre ervan gemaakt heeft, is van een zeldzame kwaliteit.

Une Station Service

acteur en regie : Gildas Bourdet ;

decor : Daniel Authouart ;

kostuums : Françoise Chevalier;

acteurs: Jean-Yves Berteloot, Marianne Epin, Cécile Espérou, Janine Godinas, Marief Guittier, Gil Lagay, Guy Perrot, Dominique Pinon, Michel Raskine, Christian Ruche.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#11

15.06.1985

—

14.09.1985

Johan Thielemans

Johan Thielemans stond mee aan de wieg van Etcetera. Hij doceerde aan de tolkenschool Gent en is nu gastprofessor theatergeschiedenis aan het Conservatorium van Antwerpen. Hij schreef boeken over Hugo Claus en Gerard Mortier, creëerde twee operalibretto’s en maakte uitzendingen over Amerikaanse cultuur voor Radio 3. Hij was ook voorzitter van de Theatercommissie en van de Raad voor Kunsten.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!