IN MEMORIAM
Redactioneel Etcetera 182
Zoë Ghyselinck
In 1987 schreef de Franse cineast Eric Rohmer zijn eerste toneelstuk Le trio en mi-bémol. Hij was dan 67 jaar oud. Het voorbije seizoen werd het Trio in het Nederlands geënsceneerd door Jan Ritsema.
Het centrale thema van Rohmers films zou men in zijn algemeenheid kunnen omschrijven als het precaire en moeizame tot standkomen van het koppel (vaak treedt er een derde personage op dat dreigt de harmonie van het koppel te ontbinden maar uiteindelijk toch buitengesloten wordt). Rohmersfims staan gecatalogeerd als ‘praatfilms’: “Dans la vie, la plupart des moments intéressants sont ceux ou l’on parle”, zegt de maker zelf. De complexiteit van verhoudingen krijgt geen gestalte doorheen het expliciet tonen van gevoelens en emoties (zoals gebruikelijk in films over relaties), maar in de eerste plaats doorheen de taal die zich als het ware elliptisch verhoudt ten opzichte van die emoties en passies.
Het Trio is het verhaal van Paul (Josse De Pauw) en Adèle (Lineke Rijxman) die eens geliefden waren. Ze zijn dat niet meer, maar willen toch vrienden blijven. Zij heeft intussen andere verhoudingen en houdt hem daarvan op de hoogte. Hij geeft zijn commentaar op haar vriendjes. De liefde voor elkaar willen of durven zij niet uitspreken, hun vriendschap moeten zij steeds opnieuw bevestigen. Het Trio is een stuk over de ambigue retoriek en de complexe strategieën van twee mensen om in dat tussengebied tussen liefde en vriendschap stand te houden. Hetgeen tussen beiden niet uitgesproken wordt, dreigt hen volledig tegenover elkaar te isoleren. Er is uiteindelijk een derde term nodig om de kloof te dichten. Die derde term is de muziek van Mozart. Het is diens Trio in mi-bémol dat het onuitgesprokene toch uitspreekt en daarmee het misverstand opheft. Het lijkt alsof er voor Rohmer een soort van orde bestaat die mensen op het eerste gezicht niet anders kunnen dan ontkennen of zelf vertroebelen, maar die zich toch doorheen de emotionele chaos manifesteert.
Rohmer is erin geslaagd het gegeven van iedere psychologische anekdotiek te ontdoen. In haar toespitsing op het acteren en op een grote soberheid in de vormgeving doet de enscenering van Jan Ritsema alle recht aan Rohmers zuivere, haast transparante schriftuur die alle nadruk legt op de retoriek van de verleiding, het misverstand, het conflict. In voorstellingen als Het Heengaan en Wittgenstein ontwikkelde Ritsema een minimalistische theaterschriftuur. Minimalistisch niet in de betekenis van een beperkte woordenschat die herhaald wordt, maar in de betekenis van een uitgezuiverde bijna abstract te noemen grammatica. Abstract vanwege zijn warsheid van realisme, psychologie en anekdotiek. En tegelijk zeer concreet omwille van de fysieke aanwezigheid van de acteurs. Die geconcentreerde fysieke aanwezigheid creëert een “vertrouwelijkheid” tussen scène en zaal, een intimiteit van de acteur met zichzelf, met de medespeler en met het publiek. Vanuit die intimiteit bouwen Lineke Rijxman en Josse De Pauw een netwerk op van verdedigings- en aanvalsmechanismen, bewuste en onbewuste strategieën die ingezet, worden om tegelijk de eigen positie te behouden én op te geven om plaats te maken voor de ander. Achter dat netwerk dat hen dreigt te verstikken wordt een haast kinderlijke kwetsbaarheid zichtbaar. Maar zoals gezegd is er een derde term, de muziek van Mozart, die eveneens fysiek aanwezig is op de scène. Een drietal muzikanten, brengt Mozarts muziek live. De voorstelling opent trouwens met een volledige uitvoering van het Trio. De muzikanten worden expliciet in het spel betrokken. Die geslaagde integratie van muziek en spel geeft aan de enscenering een lichtheid en een speelsheid die ook Rohmers tekst eigen is.
Het Trio mist misschien iets van het radicaal provocerende van Het Heengaan en Wittgenstein, maar tegelijk slaagt Ritsema er ook in deze voorstelling in om acteurs vanuit een grote innerlijke concentratie een tekst te laten zeggen: acteur, tekst en personage in het teken van hun wederzijdse transparantie. Een kleine speeldoos. (Paul van Ostaijen).
Trio in mi-bémol
Produktie: Kaaitheater;
tekst: Eric Rohmer;
regie: Jan Ritsema;
vormgeving: Jan Joris Laraers;
met:Lineke Rijxman en Josse De Pauw;
muziek: Mozart;
muzikanten: Alexander van Dam, Jeroen Robbrecht, Tahashi Yamane;
vertaling: Jenny Tuin.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.
Wat is de toekomst van cultuurspreiding in Vlaanderen? De nieuwe Strategische Visienota Kunsten van minister Caroline Gennez wil expliciet meer inzetten op spreiding in landelijke gebieden en een breed bereik.
Moderator: Ciska Hoet. Panel: onder andere Wouter Hillaert (cultuurjournalist), Rolf Quaghebeur (kabinetsadviseur bij Minister van Cultuur Gennez)? Andere namen worden snel bekendgemaakt.