‘Tout sur le bruit’ (Le Grand Magasin)

Dirk Verstockt

Leestijd 4 — 7 minuten

 Tout sur le Bruit

Le Grand Magasin, Gent

Wat gebeurt er wanneer Jean Ray Benoit ontmoet ? Wat gebeurt er wanneer opéra amateur de Lustige Kapoentjes ontmoet ? Wat gebeurt er wanneer Brits flegma tegen de Franse tweelingbroers van Cowboy Henk oploopt ? En de bruiteur het nodige ontregelde lawaai verschaft ?

Dan ontstaat er mogelijk een produktie als Tout sur le Bruit. En daarvoor tekent Grand Magasin. De kern van dit ‘grote kinderen’-gezelschap bestaat uit Pascale Murtin en François Hiffler, met Parijs als thuisbasis. Beiden kregen hun opleiding aan de Mudra-school te Brussel, begin jaren tachtig, en werkten er mee aan de dansvoorstelling Tips met Pierre Droulers, Steve Lacy en Steve Potts. Ze creëren nog een paar choreografieën om zich dan definitief op theaterwerk te storten. Grand Magasin produceert ongeveer twee produkties per jaar. In 1985 brengen ze Midi (Kabuki gaulois) uit en in 1986 La vie de Paolo Uccello (perspective cavalière) Met deze laatste produktie worden ze geselecteerd voor het Festival du Jeune Théâtre te Liège en vanaf dan worden zij regelmatig geprogrammeerd door het Théâtre 140 te Brussel en het CC Sart-Tilman. Een groot deel van hun produkties maken zij in opdracht, o.a. voor het festival van Avignon en het festival van Saint-Denis. Ze doorkruisen Frankrijk van Noord naar Zuid en blijven overal wel een poos werken aan één of andere produktie. Ze werken in uiteenlopende locaties : van kunstgalerijen tot droge rivierbeddingen. Inspiratiebronnen : Kafka, Sneeuwitje en de zeven dwergen, Monteverdi, Blauwbaard, Nigeriaanse sprookjes, biografieën van Renaissancekunstenaars,… De critici vallen voor hun werk en zijn het over één aspect eens : niet te klasseren. Vlaanderen negeert hen vooralsnog.

Daar is nu verandering in gekomen en wel door Grand Magasin te programmeren op het Hik & Tic-festival van Oud Huis Stekelbees. Eerder was deze verbluffende produktie te zien in Théâtre 140, na een passage op editie 1989 van het festival van Avignon, waar zij de chou-chous van het publiek bleken te zijn.

Tout sur le bruit is gebaseerd op een avontuur van Harry Dickson, geesteskind van Jean Ray (a.k.a. Raymond De Kremer 1887-1964), schrijver van o.a. Vlaamse Filmpjes en Amerikaans geïnspireerde pulp-dedectiveverhalen. In dit avontuur bindt Dickson de strijd aan met Ie Roi de Minuit, maar dat is niet meer dan een aanleiding om een bevreemdend, very british (tenminste, hoe Grand Magasin die term invult) én grappig spektakel op te zetten dat gekenmerkt wordt door de prominente rol van geluid (een zeer breed scala) en een scènebeeld dat even helder is als de ligne claire van de Hergé-school. De vier acteurs treden aan in kostuums die uit Britse upperclass– series zijn gesneden, m.n. kamerjasjes en public school-uniformpjes. De bruiteur gaat gekleed als een Bobby. Een aantal zetstukken – een trap van twaalf treden, een losstaande deur, een clubzetel en enkele piëdestallen met vaas en voetbal – vormen de basis van het decor. Strak lineair, over de breedte van de scène, niets wordt schuin geplaatst of in ‘zachte’ lijnen, wat ook geldt voor de opstelling van de acteurs in elke scène én hun strakke neutrale gelaatsuitdrukkingen. Dwars en recht, helder. Tegengestelde kleuren, van knalgeel tot donkerbruin, creëren een heel harmonisch geheel en dat wordt nog eens mooi uitgelicht. De vier acteurs zetten zingend de alsmaar vreemdere toon van de voorstelling: de handeling wordt verdeeld over de acteurs die steeds van rol wisselen, scènes worden telkens op een andere manier hernomen. Stilering als norm. Alles wat refereert aan een ‘gewoon’ handelingspatroon wordt gewist en op een iets andere manier getoond. Stills en stripposes worden aangenomen : na een gevecht (dat men niet vecht) liggen de slachtoffers in allerlei hoeken op een hoopje. De ‘tekst’ wordt gedeeltelijk gezongen : tv-feuilleton-tunes, serenades, Big-Ben-melodieën, recitatieven en aria’s, maar ook daarmee wordt de vloer aangeveegd. Het grappige ontstaat, en toch weer net anders dan klassiek, door de manipulatie van voorwerpen buiten hun normale context, woorden die een heel andere betekenis meekrijgen, handelingen die geretardeerd van geluid worden voorzien, de bizarre motoriek en bewegingspatronen (soms als minuscule divertimenti uitgewerkt) enz. Geen van die gags zijn ooit gratuit, ze zitten muurvast ingebeiteld in de eigen orde van de voorstelling.

Ze verwijzen steevast naar iets dat al geweest is of nog moet komen, en altijd tongue in cheek (bv. Pascale Murtin strooit rattenvergif uit een doos met een gigantisch zwart doodshoofd erop. Even later trekt ze een kostschoolvestje aan en als borstschildje, jawel, een identiek zwart doodshoofdje. Met dat soort details zit de hele voorstelling vol.) Alles wat gebeurt of aangezet wordt, wordt becommentarieerd door de bruiteur die ervoor zorgt dat deuren piepend openen, massa’s sleutels omdraaien, honden blaffen, inbrekersmateriaal aangegeven wordt ( “Passe-moi les ouïstitis” (= fijne lopers). Een bende dopsleutels wordt in een hels geratel tegen de grond gegooid. “Maladroit”.), ratten piepen, donderslagen, revolverschoten,… In een heel strak en gezet tempo, dat geen ogenblik stokt, en een accurate uitvoering, rijgen zij de onderdelen aan elkaar, toveren hun universum tevoorschijn, als een intelligent kinderclubje. Elk van de vier is dwingend aanwezig, alleen al door hun markante verschijning, maar Christophe Salengro (deel van de groep sinds 1988, in 1986-87 danste hij Codex van Philippe Decouflé o.a. in DeSingel.) spant wel de kroon : bijna twee meter lang, smal en een hoofd dat gesierd wordt door de krachtigste flaporen van deze gewesten. Voeg daar nog een lijzige stem en een ‘gestoorde’ motoriek aan toe en een onweerstaanbare Monsieur Dupont voor de jaren 90 is geboren. (Voor de liefhebbers : hij is een fractie van een seconde te zien in de She drives me crazy-clip van Fine Young Cannibals.)

En toch raak ik, ondanks al het materiaal, niet bij de kern van deze produktie. Misschien is die niet te vatten, en valt er alleen te beschrijven. Misschien kan een laatste voorbeeld aantonen hoe bizar Grand Magasin de werkelijkheid tot een nieuwe weet te toveren. Het parket ‘stapt’ ter plaatse af “et inspecta l’endroit méticuleusement.” Ze meten de tijd die een ingedrukte plasticbal nodig heeft om weer zijn oorspronkelijke vorm aan te nemen, punten de snelheid waarmee een rol behangpapier zich weer vanzelf opdraait of meten de afstand die diezelfde rol papier aflegt om opgedraaid te raken. De simpelste waanzin.

Tout sur le bruit, een bijna mathematisch opgebouwde voorstelling die feilloos in elkaar grijpt, feilloos wordt uitgevoerd door het meer dan hechte ensemble Grand Magasin, een unieke en niet te catalogeren ondersoort. Wie niet gezien heeft, is weg ! De volgende !

Tout sur le bruit

Gezelschap Grand Magasin;

opéra d’amateur naar Jean Ray;

acteurs Pascale Murtin, François Hiffler, Etienne Chary, Christophe Salengro;

bruiteur Patrick Martinache

Gezien in Nieuwpoorttheater te Gent, 6 februari 1990

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#29

15.03.1990

14.06.1990

Dirk Verstockt