Mirage – Damien Jalet / Kohei Nawa / Ballet du Grand Théâtre de Genève
Dansen in een nevel van glitter en luchtspiegelingen
Helen D’Haenens
Thuis © Eric Raeves
Thuis heet het stuk van Hugo Claus, maar geen enkel personage is het. Eigenlijk is iedereen elders te gast. Het echtpaar Theo en Monique Vandaele heeft zich met toekomstgericht opportunisme in een herenhuis ingekocht. Thuis voelen ze zich daar niet. Het huis is een maatje boven hun stand en bovendien is het ongemakkelijk wachten tot de 78-jarige eigenares, een hulpverslindende lastpak, het loodje legt. De zoon, die voor het eerst in drie jaar nog eens langsloopt met zijn vriendin, is er zelfs nooit eerder geweest.
Thuis? Niemand is hier thuis.
In deze verzwikte habitat brengt Claus een familiereünie tot stand. Als de uitgangspositie al verwrongen is, wat moet er dan wel niet gebeuren als de verwikkelingen goed en wel op gang komen? In dit stuk uit 1975 zet Claus die raderen met zichtbaar plezier in beweging en laat hij de familieleden elkaar vermalen, ’t Arsenaal en compagnie lodewijk/louis dachten er goed aan te doen dit stuk te ensceneren.
Het leven van deze personages wordt gehinderd door het verleden. Met de balast die ze meetorsen zou zelfs een gevorderde sherpa moeite hebben: een opeenstapeling van fouten, misverstanden, frustraties en niet-ingeloste verwachtingen. Dat is hanteerbaar zolang hun onverschilligheid hen uit elkaars buurt houdt. In dat geval komt er zelfs een korstje op de wonden. Maar nu ze opnieuw samen zijn en met volle geweld tegen elkaar aanschurken, gaan de wonden weer open. Is er dan niemand die in dit schuldig bestaan de absolutie kan geven?
Het lijdt weinig twijfel naar wie Claus’ sympathie uitgaat. De ouders hebben hun kroost geënterd met strengen van afhankelijkheid. Het misverstand tussen de twee generaties bestaat erin dat de ouders hopen dat er van die familiebanden nog iets intact is. De jongeren daarentegen komen als vlinders aangefladderd, strijken even neer en vliegen onbetrokken verder. Zou het kunnen dat Theo en Monique hun zoon benijden om zijn lichtvleugelige verliefdheid? Om het gemak waarmee hij zijn koffers pakt en zijn vrijheid tegemoet gaat?
In ’t Arsenaal heeft decorontwerper Timme Afschrift de last van het verleden vormgegeven. De speelvloer en de onproportioneel brede trap zijn gemaakt van zwartgebeitst hout. Volgens deze lezing is de leefwereld van de ouders neerslachtig en bedompt. Het bühnebeeld vertoont de teneerdrukkende zwaarte die klassieke Ibsen- of Strindbergvoorstellingen wel eens te beurt vallen. Het is abstract en symbolisch. De trap leidt nergens naartoe. Hoe graag de personages nog eens van grond zouden willen komen, veel verder dan de onderste trede geraken ze niet. Ignace Comelissen koos vijftien jaar geleden bij Theater Zuidpool voor een zoom sanseveria’s rond de speelvloer. Hij liet veeleer de kneuterige kant van Vlaanderen zien.
Na een paar decennia waarin Arne Sierens en Eric De Volder het ook over familierelaties, incest en schuld hebben gehad, valt op hoezeer dit stuk van Hugo Claus op psychologie en dialogennaturalisme drijft. Als in een cursus toegepaste Freud wordt hier een kleffe moeder-zoonverhouding geschetst maar ach wat, die zit natuurlijk in het hele oeuvre. Vader en zoon staan als kemphanen tegenover elkaar en belagen hetzelfde vrouwtje. Men kent elkaars ambities en zwaktes en is niet te beroerd daarop in te spelen. Moeder Monique pleegt emotionele chantage door haar lichamelijk verval toe te schrijven aan de geboorte van haar zoon. Diezelfde zoon koppelt zijn vader aan zijn lief, omdat hij weet dat die er in bed toch niet veel meer van bakt.
Wat nog meer frappeert, is dat Claus met gemak de technieken van het goedgeschreven stuk uitspeelt. Thuis is netjes opgebouwd volgens drie bedrijven, waardoor de tekst enigszins naar de categorie van het theatererfgoed neigt. De schrijver past met succes het procédé toe van de nieuwkomer die het bestaande evenwicht komt verstoren. De zoon komt binnen met zijn lief en de poppen gaan aan het dansen. Voorts amuseert de schrijver zich met verrassende plotwendingen. Als de vader eindelijk uitzicht krijgt op een nummertje geluk met zijn schoondochter, krijst de inwonende bomma moord en brand. Even later wordt de stiekeme vreugde verstoord door een beroerte van de vader. De trieste cohabitatie van Theo en Monique krijgt zo wel helemaal de doodssteek.
Met dit soort plotwendingen, waarbij de overspeler ontmaskerd wordt, zoekt Claus onmiskenbaar de hilariteit op. Het is een komisch element dat de schrijver hier met een zeker venijn hanteert, omdat het de oudere, conservatievere generatie met de billen bloot zet. De vraag is of een hedendaags regisseur nog veel boodschap heeft aan dit soort afrekening tussen de generaties, waarbij de jongere op de tradities inbeukt en zijn vrijheid opeist. In een samenleving als de onze, waar nog amper wat te bevechten valt, lijkt het een weinig pertinent thema. Is dat de reden waarom Yves De Pauw in zijn regie wel kiest voor een vlot komisch spel, maar de wrangheid en het venijn achterwege laat? Vooral de travestierol van Jos Geens, als oudere dementerende dame, mikt nadrukkelijk op een komisch effect.
Op andere punten, waar men dat minder zou verwachten, gaat de regie dan weer gedwee mee in de symboliek van Claus. Van bij het begin eigent de moeder zich de modieuzere pumps van haar toekomstige schoondochter toe en werpt zich zo op als haar belaagster en zelfs plaatsvervangster. De schoondochter lijkt dat in een aanslepende bui van bijziendheid niet eens op te merken. Deze metafoor leidt meermaals tot artificiële scènes, die haaks staan op de voor de rest vloeiende en natuurlijke dialogen. Nog een andere scène, waarin moeder en zoon samen een acapellaatje Stabat Mater ten gehore brengen, is bijzonder symbolisch en ongeloofwaardig. Daar lijkt de regie te respectvol gebleven te zijn voor het origineel.
Thuis van ’t Arsenaal en compagnie lodelijk/louis is geënsceneerd als een tijdsdocument uit de jaren ’70. Een immense lichtkorf met ribbelglas behoort onmiskenbaar tot het design van die tijd, en de muzikale interventies (‘Some girls’ van Racey, wie had ooit gedacht dat we die nog eens zouden horen?) eveneens. Daarmee werpt deze voorstelling het stuk terug in de tijd en brengen de makers het niet dichter bij ons. Ik vermoed dat daarin de verklaring schuilt voor het feit dat ik me weinig aangesproken voelde. Behoorlijk samenspel ten spijt, kon deze voorstelling immers niet verhullen dat dit niet het beste stuk van Claus is en dat Thuis de tekenen des tijds vertoont.
Thuis is op reis tot 30 april en speelt opnieuw in ’t Arsenaal van 14 tot 17 april.
www.tarsenaal.be
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.