‘One 2 Life’ Tg Stan / Bernaded Dexters

Herman Asselberghs

Leestijd 18 — 21 minuten

Theatrical Correctness

De brieven van George Jackson, een zwarte gevangene die in 1971 door een bewaker werd doodgeschoten, vormen de basis van One 2 Life van Toneelspelersgezelschap Stan. De voorstelling werd gemaakt in East Oakland (USA), het epicentrum van de zwarte gemeenschap en ging daar ook in première. Herman Asselberghs, lid van ‘Gojim 5.1, bureau voor identiteitsonderzoek’, plaatst kanttekeningen bij de manier waarop Tg Stan het materiaal selecteert.

Uiteindelijk draait het allemaal om informatie. Maar dan niet zoals de futurologen met hun lofzang op ‘de informatiemaatschappij’ ons willen doen geloven. Het gaat erom welke gegevens waar en wanneer circuleren, wie ze de wereld instuurt en waarom, wie toegang tot die gegevens heeft of wie toegang ontzegd wordt. Terwijl dit land barst van onthullingen en geruchtenstromen (we schrijven november 1996), op gang gebracht door een misdadiger die veel te vroeg werd vrijgelaten, brengt tg stan een didactisch stuk over het Systeem op de planken. Over de fatale combinatie tussen politiek bewustzijn, zwart zijn en levenslang zitten in een Amerikaanse gevangenis. Kortom: over racisme binnen en buiten de muren, toen en nu, hier en ginder. Tg Stan informeert. Maar op selectieve wijze, zo blijkt.

A Black HIStory

Makes me wanna holler
The way they do my life
(Marvin Gaye)

1960. De Amerikaanse zwarte George Jackson is achttien en wordt beschuldigd van diefstal in een tankstation. De buit bedraagt $70 maar komt eigenlijk zijn vriend toe. Jackson bestuurde de ontsnappingswagen, maar omdat hij reeds een strafregister heeft voor twee gelijkaardige kruimeldiefstallen staat zijn advocaat erop om schuldig te pleiten in ruil voor een korte celstraf. Jackson stemt toe en wordt vervolgens veroordeeld tot een onbepaalde gevangenisstraf van minimum één jaar tot maximum levenslang. One to life. Elk jaar zal zijn zaak worden herbekeken. Maar elk jaar wordt zijn strafduur verlengd. Jackson brengt de volgende tien jaar in de gevangenis door (afwisselend in San Quentin en in Soledad, twee Californische gevangenissen), zeven en een half jaar ervan in eenzame opsluiting. De dief van de $70 wordt in ’63 vrijgelaten.

Januari 1970. Ondanks de raciale spanningen in Soledad opent de directie toch een nieuwe binnenkoer voor tien blanke en zeven zwarte gevangenen. Al vlug ontstaat een handgemeen en in het daaropvolgende tumult opent een bewaker-scherpschutter het vuur vanuit zijn toren: hij doodt drie zwarten en verwondt één blanke. Drie dagen later oordeelt een plaatselijke rechtbank’rechtmatige doodslag’ en reeds een half uur nadat het vonnis over de radio bekendraakt, slaan de zwarte gevangenen in Soledad aan het protesteren. Tijdens het oproer maakt een blanke bewaker een dodelijke val nadat hij over een reling wordt geduwd. Eén maand later worden George Jackson en twee zwarte medegevangenen beschuldigd van moord op de bewaker. Indien ze worden veroordeeld, wacht hen de doodstraf.

Augustus 1970. Niet lang vooraleer Jackson’s rechtszaak (eindelijk) een aanvang zal nemen, woont zijn jongere broer Jonathan de rechtszitting van een bevriende San Quentin-gevangene bij. Bij aanvang van de procedures beveelt de 17-jarige met het karabijn in de hand iedereen in de rechtszaal ‘to freeze’. Hij deelt wapens uit aan de beklaagde en aan twee getuigen-medegevangenen. Zij gijzelen de rechter, de openbare aanklager en drie juryleden en willen hen ruilen tegen de drie Soledad Brothers. Bij het verlaten van het gerechtsgebouw ontstaat een vuurgevecht waarin de rechter, twee gevangenen en Jonathan het leven laten. George schrijft over zijn broer: ‘He was free for a while. I guess that’s more than most of us can expect’.

Augustus 1971. George Jackson wordt in San Quentin door een bewaker doodgeschoten. De officiële versie luidt dat Jackson tijdens een opstand in de maximum security-vleugel van de gelegenheid zou gebruik hebben gemaakt om, met een revolver in de hand, een ontsnappingspoging te wagen. Het onderzoek achteraf trekt die uitleg in twijfel: Jackson’s beslissende rechtszaak zou immers twee dagen later van start gaan en hij was goed voorbereid en overtuigd van zijn kans op vrijspraak. Tijdens hetzelfde oproer worden drie blanke bewakers en twee blanke gevangenen gedood. Zes kleurlinggevangenen worden van de moorden beschuldigd. Niemand wordt beschuldigd van de moord op Jackson. Zijn twee kameraden-So-ledad Brothers worden zeven maanden later vrijgesproken van de moord op de blanke bewaker in januari ’70.

In het sociaal ontvlambare klimaat in de Verenigde Staten van de jaren ‘6o groeit de zaak van de Soledad Brothers (zeker na de dood van Jonathan Jackson) uit tot een politiek gebeuren van formaat. George Jackson’s advocate brengt een solidariteitscampagne op gang, niet in het minst via de boekuitgave van zijn brieven (incluis een voorwoord van Jean Genet). Jackson is tijdens zijn gevangenschap immers een uitgesproken en welbespraakt criticus geworden van het racisme binnen en buiten de gevangenismuren, van het Systeem tout court. Hij blijft onophoudelijk aan zijn lichamelijke conditie werken, leest en leert zoveel als mogelijk en houdt voortdurend contact met zijn familieleden via de (wel)sprekende brieven verzameld in het succesrijke boek Soledad Brothers. The Prison Letters of George Jackson.

Het brievenboek is het indrukwekkende relaas van een bewustwordingsproces: de adolescent die voor onbestemde tijd in de gevangenis belandt, groeit gestadig uit tot een kritische geest die zijn eigen situatie en die van zijn ras- en lotgenoten genadeloos analyseert. Ondanks de onoverbrugbare afstand tussen cel en wereld is zoals zo vele zwarte ontvoogdingsstrijden ook deze a family affair. Het traject van zelfvernietiging naar zelfdeterminatie verandert zijn relatie met zijn ouders grondig. Hun heropvoeding ligt in zijn handen en bij momenten moet zijn moeder het het zwaarst ontgelden. Zij moet immers leren inzien dat haar zoon niet wil opgroeien tot een brave jongen. Haar gehoorzaamheid en de door het christendom ingegeven vergevingsgezindheid van zoveel andere bourgeois-zwarten komt deze neger de strot uit.

Bovendien heeft zij haar geslacht sowieso niet mee. In deze wrede kapitalistische samenleving heerst toch het recht van de sterkste en laten we bijgevolg het denken beter over aan de man. Het mannetjesdier zorgt wel voor zijn kroost en voor het bestuur van de wereld zodat het wijfje zich kan beperken tot dat waar ze goed in is: de belangrijke en al voldoende zware taak van het opvoeden van de kinderen tot echte mannen. George in een brief (van 23 juli 1967) aan zijn vader: ‘Mother once told me that I had a complex that made me view the world as I do. In so many words she was telling me that I shouldn’t be complexed about being of the lowest social class or in our case caste. She was saying that I should be indifferent about being used and abused like a goat or milk cow or something. I understand her and all black women over here. Women like to be dominated, love being strong-armed, need an overseer to supplement their weakness. So how could she really understand my feelings on self-determination. For this reason we should never allow women to express any opinions on the subject, but just to sit, listen to us, and attempt to understand. It is for them to obey and aid us, not to attempt to think.’

Natuurlijk is Jackson ook niet mals voor zijn vader. Het anti-autoriteitsargument bezielt en bepaalt per definitie de hele sixties-omwenteling en in het rassenprobleem neemt de vaderfiguur een speciale plaats in. Het is hij die faalt om van zijn kinderen mondige burgers, nee strijdvaardige revolutionairen te maken. Met een ontroerende mengeling van medeleven en verwijt, van begrip en terechtwijzing, ontmaskert de zoon de (valse) ideologie achter de goedbedoelde vaderlijke bezorgdheid. Wanneer zijn bekommerde vader als reactie op de vehemente communistische vertogen van zijn zoon de cipiers waarschuwt voor diens ‘natuurlijke’ drang naar zelfvernietiging, krijgt hij in een brief (van juli 1965) de volle lading: ‘Now I have arrived at a state of awareness that (because of the education system) few Negroes reach in the U.S. In my concern for you, I try to share the benefits of my experience and my observations, but am rewarded by being called madman. Thank you for the vote of confidence you displaced in that letter to the warden. I’ll never forget it! All my younger life you betrayed me. Like I said, I could forgive. At first you may not have known any better, but over the last two years I’ve informed you of many things. I’ve given you my best and you have rejected me for my ennemies. With this last act, you have betrayed my bosom interested, even though I warned you not to say anything at all. I will never forgive you this. Should we live forever I’ll never trust you again. Your mind has failed you completely. To take sides against your son! You did it in ’58 and now again. There will not be a third time. The cost to me is too great. Father against son, brother against brother. This is truly detestable. You are a sick man.’

In de volgende brieven gaat het er weer wat vriendelijker aan toe en Jackson’s kijk op het vrouwelijk geslacht wordt wat milder (maar daarom niet minder conservatief) wanneer hij van in zijn cel verliefd wordt. Net zoals in de parcours die gerenommeerde tijdgenoten en strijdbroeders van Jackson (als Black Panthers Huey P. Newton, Bobby Seale en Eldridge Cleaver en natuurlijk gangmaker Malcolm X) hebben afgelegd, is het de reis zelf die telt en imponeert. Hun indrukwekkende persoonlijke transformatie, parallel aan een tijdsgewricht in spectaculaire transitie, maskeert in retrospectief vaak de starre en ronduit oppervlakkige misogyne, homofobe, separatistische, (zwart-)nationalistische en maoïstische standpunten die ze op sommige momenten innemen. Maar hun getuigenissen afdoen met de smalende bewering dat ze wel over die fase zullen heenkomen is natuurlijk de grootste en domste belediging aan het adres van deze historische figuren. Het moet daarom gezegd dat zij niet te beroerd zijn om op bedenkelijke inzichten terug te komen en dat de synthese aan het eind van hun verhaal (heel letterlijk dan in het geval van Jackson en Malcolm X) voor de toenmalige overheden al te bedreigend, ja zelfs gevaarlijk leek.

On Death Row

Zomer 1996, tg Stan maakt in Oakland, Californië een nieuwe voorstelling op basis van de schrijfsels van George Jackson. Het kan niet verbazen dat een theatergroep met belangstelling voor de problematiek van de zwarten in de Verenigde Staten ‘uiteindelijk’ belandt bij de ‘tekst’ van Jackson. Ondanks hun exposé van harde feiten zijn z’n brieven één en al tekst, meer nog, ze zijn één en al pure gedachte. Rapporten van denkprocédés, verslagen van hoe te denken in plaats van wat te moeten denken: in de cel heerst het dictaat van de geest en de onvoorwaardelijk gehoorzaamheid eraan. Natuurlijk is de zelfopvoeding van de gevangene eerst en vooral een strijd met en om boeken. Hij verslindt geschriften over geschiedenis, politieke theorie, filosofie en alles waar hij zijn handen kan opleggen. De leergierigheid wordt hem niet gemakkelijk gemaakt, vaak is het een echte lijdensweg om titels te bemachtigen en om zijn schrijfmachine te behouden.

De pesterijen, of liever de psychische en fysieke geweldplegingen, zijn geen detail in dit bestaan tussen vier muren. Net zoals het isolement zelf vormen ze een teken aan de wand. De bewijzen voor het berekende racisme van de blanke samenleving liggen het best voor het grijpen in de gesloten gemeenschap van veroordeelden. Zo wordt Jacksons verhaal het verhaal van menig zwarte in de VS, zo wordt het persoonlijke daadwerkelijk politiek. De parallellen dienen zich aan: het voortdurend afwachten, de grenzen van het geduld, de blijvende onzekerheid over de toekomst, het onophoudelijk overleven, de minderwaardige kwaliteit van het bestaan en de (ijdele) hoop op verandering; het lot van deze zwarte gevangene en dat van de hele zwarte bevolkingsgroep verschilt weinig gezien vanuit de verplichte staat van ascese. Hier ontstaat willens nillens het historisch besef. Ontzegd van de toekomst laten de lessen uit het verleden zich vlugger trekken. Terwijl buiten een omwenteling plaatsvindt waar hij geen deel aan heeft, pleit Jackson vanuit de status quo van de gevangenis voor een nog meer radicale verandering.

Gestolde materie

Vanuit de onbeweeglijkheid de revolutie prediken en de utopie aansnijden in snedige taal: tg Stan begeeft zich met One 2 Life zondermeer op vertrouwd terrein. Het gezelschap brengt een heldere lezing van Jackson’s brieven, een bloemlezing die meer is dan slechts een compilatie. De zuivere chronologie uit het boek maakt hier plaats voor een nieuwe rangschikking die evengoed een ijzeren logica van verzet en onmacht blootlegt. Het sterke spel van de drie acteurs levert ondanks déjà vu- effecten een gestroomlijnde voorstelling op, met feilloos oog voor ritme en tempo, in een sobere enscenering geheel in functie van de Idee. Maar de Idee in kwestie sucks, van hier tot ginder.

Het is genoeg geweten: One 2 Life is de sequel op Het is volle maan en het wordt aanzienlijk frisser, een Stan-voorstelling van vier jaar geleden. De Golfoorlog was toen de directe aanleiding voor een voorstelling over de onmacht van het individu, niet in het minst tegenover de leugens van de media en tegenover de macht van het getal. Een sequel betekent spelen met dezelfde ingrediënten, met zelf gemaakte conventies. In casu brengt deze tweede aflevering van een nieuw ‘genre’ meer van hetzelfde, maar dan een beetje anders (en daar is niks mis mee): monologen (toen één, nu twee en een half), brieven als basistekst (toen Büchner, nu Jackson), een geluidscollage (toen radioverslaggeving van de Golfoorlog, nu tv-toespraken ten tijde van de recente Amerikaanse presidentsverkiezingen), een minimaal decor (quasi hetzelfde). De directe aanleiding voor het maken van het stuk verschilt nog het meest. De newspeak van de oorlogspropagandamachine anno jaren ’90 heeft plaats geruimd voor een ander Amerikaans Armageddon: de problematiek van de gevangenissen in de Verenigde Staten aan het eind van deze eeuw. En die is niet min: almaar meer gedetineerden in een groeiend aantal, geprivatiseerde gevangenissen en het percentage zwarte jonge mannen ligt opvallend hoog.

Symbool in de strijd tegen de dubieuze belangenvermenging van rechtspraak en grootkapitaal ten tijde van Reagan, Bush & Clinton is Mumia Abu-Jamal. Deze journalist, voormalig Black Panther en medestander van de links-radicale beweging MOVE is wellicht de bekendste ter dood veroordeelde in de Verenigde Staten en de laatste jaren ook tg Stan-mascotte van dienst. Hij werd in 1982 beschuldigd van en veroordeeld voor de moord op een politie-officier. Sindsdien is hij de voorvechter in de strijd tegen racisme en politieke partijdigheid in het Amerikaanse rechtssysteem. Zijn verhaal heeft ondertussen nationale en internationale debatten rondom censuur en doodstraf aangezwengeld. Niet in het minst dankzij de recente boekuitgave van zijn gevangenisboeven, onder de titel Live from Death Row, waarin hij de brutaliteiten, vernederingen en wreedheden van het gevangenisbestaan haarfijn beschrijft en analyseert. Tg Stan voert actief actie voor de vrijspraak van Abu-Jamal en zorgde vorig jaar niet alleen voor de vertaling van zijn boek maar nam ook het initiatief voor onze eigen versie van de Black History Month (in februari aan zijn tweede editie toe).

Van de ene gevangene-brievenschrijver naar de andere, met een kwarteeuw tussen. En daar wringt het schoentje: One 2 Life hanteert de retoriek van de simpele extrapolatie. Wanneer hun gespeeld fragment uit een rechtszitting met Jackson rimpelloos overgaat in die van (Black Panther) Bobby Seale en dan in die van Abu-Jamal, wordt duidelijk hoe voor deze Stanners de Revolutieblijkbaar van alle tijden is. Hoegenaamd een vreemde a-historische opvatting voor een duidelijk marxistisch geïnspireerd gezelschap. De context van toen verschilt toch grondig van die van vandaag? Om maar één voorbeeld aan te raken: waren de sixties in essentie de problematiek van autoriteit, van ouders dus, dan zouden de nineties wel eens de problematiek van permissiviteit, en dus van het kind, kunnen zijn (de crisis van het schoolsysteem in de Verenigde Staten en hier duiden daar ook op). Voor deze Stanners is de revolutie blijkbaar ook van alle plaatsen: met gemak voegen zij tussen de black struggle ook een onafhankelijkheidsspeech van de (meer dan drie decennia geleden) vermoorde Kongolese Eerste Minister Patrice Lumumba en laten zij Subcommandante Marcos, (gewezen) bevelhebber van het Zapatistisch Nationale Bevrijdingsleger, de internationale van de hoop proclameren. Van het op één hoop smijten van revolutionairen gesproken! Tussen de Kongolees en de Mexicaan bestaan hemelsbrede en wezenlijke verschillen, al is het alleen maar de handige mediamanipulatie door Marcos himself.

Zoals deze Stanners selectief uit Jacksons brieven voorlezen – zijn seksisme en homofobie ontbreekt volledig in de voorstelling -, zo kiezen zij ook zorgvuldig uit het arsenaal aan beschikbare zwarte en andere revolutionairen. De verzameling die nu gepresenteerd wordt, schuilt veilig onder dezelfde (links-linkse) paraplu. Moeilijkere gevallen zitten niet in the picture. Naar aanleiding van de eerste Black History Month-van-bij-ons merkte Tom Paulus terecht reeds op in zijn editoriaal van AS 131: ‘Bij ons betekent Black History Month resoluut een trip naar het verleden, naar een voorbije geschiedenis die we kennen of menen te kennen. Black History wordt in deze context synoniem met al het onrecht in de wereld, en met de fierheid, met het gevoel van samenhorigheid van een collectief verzet. Unleash the Black Panthers, want zij zijn het met wie elke intellectueel zich generisch verwant voelt. We vieren Huey P. Newton, Malcolm X, Dr. Martin Luther King, James Baldwin, Amiri Baraka, John Coltrane, Chuck D.en Abu-Jamal, en doen voor het overige alsof O.J. Simpson, Johnny Cochran, Louis Farrakhan, Snoop Doggy Dog, Eazy E., 2Pac, Clarence Thomas, Mike Tysonen Michael Jackson niet bestaan. Te moeilijk, te ingewikkeld.’ Inderdaad, die staat van ontkenning levert nu een „nduidige hagiografie af die weinig verschilt van een doorsnee Hollywood bio-pic.

One 2 Life is gestolde materie. De tegenstellingen en dubbelzinnigheden van het actuele zwarte (en blanke) bestaan zijn er ver in te zoeken. Maar de actualiteit is weliswaar plaats van permanente verandering en daar krijgt het geijkte marxistisch dialectisch model van weleer, dat van George Jackson en deze Stanners, moeilijk vat op. Maar geen nood, dit tendentieuze argument wordt reeds in de voorstelling weerlegd met de wijze woorden van Jackson zelf: ‘People in certain circles like to forget it, and any reference to the period drawn from these circles such defensive epithets as “old-fashioned”, “simple old-style socialism” and “out of date”. But fashion doesn’t concern me, I’m after the facts…’. Feiten, dat is de bottom line, informatie dus. Tg Stan wil inlichten over wantoestanden, informeren over racisme. En terecht, want de ‘juiste’ informatie is in de vs én hier alsmaar moeilijker te krijgen. (Daarom is het des te spijtiger dat tg Stan zelf selectieve info bezorgt). Maar zij bestaat: zwarte cultural critics als Paul Gilroy, Bell Hooks, Greg Tate en Michel Wallace (om er maar een paar te noemen) hebben meer dan interessante ideeën geformuleerd op revolutionaire ideeën in de post-Black Panther-periode. En wie de retoriek van de gangsta rapper, kortom van de media, heeft leren lezen zonder reducerende vooroordelen tegenover commerciële produkten vindt natuurlijk (ook) info op de meest ongewone plaatsen. Bijvoorbeeld in de treurige lotgevallen van Tupac Shakur die niets minder zijn dan de update van het George Jackson-verhaal dat One 2 Life jammer genoeg niet maakt. Death Row is vandaag de dag niet toevallig de naam van het meest succesrijke platenlabel in handen van zwarten.

Just Another Black HIStory

They’re trying to say that I don’t care
But I woke up screamin’ fuck tha world
(2Pac)

September, 1996. In het universiteitsziekenhuis van Las Vegas sterft de zwarte rapper-acteur Tupac Amaru Shakur aan de gevolgen van schotwonden geïncasseerd tijdens een anonieme drive-by shooting zes dagen eerder. Shakur, beter bekend als 2Pac, is vijfentwintig. Op het moment van zijn dood heeft Shakurs vierde cd, All Eyez on Me, bijna drie miljoen exemplaren verkocht. Zijn vorige release, Me Against the World uit ’85, was goed voor twee miljoen verkochte exemplaren. Shakur speelde in drie films: Juice (’92), Poetic Justice (’93) en Above the Rim (’94). Net voor zijn dood beëindigt hij de opnames van twee nieuwe films die binnenkort in de zalen worden verwacht: Gridlock en Gang Related.

Op zijn albums getuigt 2Pac in detail over de ellende, de wanhoop en het geweld van het gettobestaan. Een leven waar hij maar al te veel van afweet als kind van een alleenstaande moeder, voortdurend verhuizend van de ene Noord-Amerikaanse binnenstad naar de andere. Zijn ouders, Garland en Afeni Shakur, waren allebei lid van de Black Panther Party toen ze mekaar in ’70 aan de Oostkust ontmoetten. Een jaar eerder waren Afeni en twintig andere Panthers beschuldigd van verschillende misdrijven, inclusief van het beramen van bomaanslagen op Newyorksepublieke plaatsen. Vrij op borg raakte ze zwanger van Garland terwijl ze ook een relatie had met een onbenullige gangster. Een maand voor de geboorte van haar zoon wordt Afeni vrijgesproken (nadat de zaak vijfentwintig maand heeft aangesleept). Het koppel gaat uit elkaar, Tupac ziet zijn vader maar heel af en toe tot aan zijn vijfde en verliest dan alle contact met hem tot Garland in ’92 zijn zoon opmerkt op de filmposter van Juice. In de tussentijdse periode leven moeder en zoon in tehuizen voor daklozen en bij vrienden en kennissen. Tupac leeft in de veronderstelling dat Legs zijn vader is en kijkt op naar de drugdealer en schurk die zijn moeder aan crack helpt verslaafd worden. Het ‘gezin’ verhuist naar Baltimore waar Tupac tot zijn eigen tevredenheid in de kunstacademie belandt. Maar wanneer zij naar Marin City, Californië verhuizen, verandert zijn leven drastisch. Legs is ondertussen aan de gevolgen van zijn verslaving gestorven en de verwarde adolescent begeeft zich voor de volgende vijfjaar aan het dealen en aan andere verlokkingen van het straatleven. De relatie met zijn moeder loopt geheel spaak. In ’89 keren de kansen opnieuw wanneer hij roadie en danser wordt bij de succesvolle rapgroep Digital Underground. Het duurt dan niet lang meer vooraleer zijn eigen solocarrière van de grond geraakt en hij uiteindelijk, verwijzend naar zijn strafregister, tot de scherpe conclusie komt dat ‘before I made a record, I never had a record.’

Want naargelang zijn carrière evolueert, komt hij inderdaad meer en meer in botsing met het gerecht. Sinds ’91 wordt hij acht keer gearresteerd en zit hij acht maanden in de gevangenis voor verkrachting, wordt hij gearresteerd voor het neerschieten van twee politie-agenten-in-burger (die zaak komt bij gebrek aan bewijzen nooit voor een jury) en loopt er een burgerlijke aanklacht tegen hem in verband met een onduidelijke schietpartij in zijn entourage waarbij een zesjarig jongetje per ongeluk het leven verliest. Op de koop toe sleept de weduwe van een vermoorde politieagent hem en zijn toenmalige platenfirma voor de rechter omdat de dader zou zijn geïnspireerd door 2Pac’s anti-politie statements op zijn eerste solo album, 2Pacalypse Now (toenmalige vice-president Dan Quale viseert datzelfde album in zijn strijd tegen de verloedering van de traditionele waarden in de ontspanningsindustrie). Tupac belichaamt gaandeweg de contradicties van de hiphop-cultuur midden jaren ’90. De vraag rijst wat deze angry young black man zo woedend maakt. Zijn de rechtszaken die tegen hem lopen terecht of wordt hij er ingeluisd zoals zijn advocaten de publieke opinie willen doen geloven? Is deze jonge zwarte man het symbool-slachtoffer van het systeem of is hij een individu dat alle controle heeft verloren? In een interview (in The Observer van juli ’96) laat 2Pac er alleszins geen misverstand over bestaan: ‘It’s going to happen. All the niggas who change the world die in violence. They don’t get to die like regular ways. Motherfuckers come to take their lives…’

Die stoere taal verraadt in feite dezelfde inzichten als die van de radicale zwarte activisten uit de jaren zestig, ware het niet dat 2Pac en vrienden er in wezen een heel verschillende ideologie op na houden. In zijn allerlaatste interview (voor Vibe magazine) zet hij de dingen nog op een rijtje: ‘I tried to see if it was, like a white thing. But everywhere I go with money, they let me in. Everywhere I go with none, they don’t let you in. Trust me. That’s all it is. It’s all about money. When you got money, you got power. I guarantee if people keep supportin’ me – just buyin’ my records, just goin’ to my concerts – I’ma keep givin’ money. Everytime I go platinum, I’m puttin’ money up for community centers. Everytime I go platinum, somebody’s gettin’ a big check. I feel like an elected official.’ Dat heftig sermoen kan tellen qua reduceren van politieke inzichten tot slogans op maat van de short-attention span van de MTV-kijker Maar tegelijkertijd imponeert het ook omwille van zijn onontkoombare autobiografische logica. Dit lijkt vervaarlijk op een volgende stap in een vertrouwde evolutie. Zelfs de internationale regenboogfractie van have-nots blijkt niet ver meer af wanneer de rapper aan zijn cynisch inzicht meteen een dreigende belofte toevoegt: ‘I represent five million fuckin’ sales. And no politician is even checkin’ for us. But by the next election I promise I’ll be sittin’ across from all the candidates. I promise you! I’ma be so far from where I am now in 4 years – God willin’ I’m alive – it’s on! I guarantee we will have our own political party. It won’t just be for blacks. It’s gon’ be for Mexicans, for Armenians, all you lost-tribe muthafuckas. We need to have our own political party ’cause we all have the same muthafuckin’ problems. We built this nation and we get none of the benefits.’

De energie is er en aan stijl geen gebrek, maar de feiten en dus de analyse ontbreken. Werden de gemoedswisselingen bij George Jackson nog willens nillens ingegeven door het psychodrama van zijn isolement, voor 2Pac is de tegenstelling a way of life. Zijn filosofie van de tegenspraak beheerst zijn muziek: hij hanteert het hele hard core rap palet – thugs, racisme, zwart-tegen-zwart geweld, opschepperij en vrouwen – maar dan op een ontspannen manier. Zijn donkere stem, dreigend over een relaxed beat en funky melodieën: dit zijn easy-listening berichten over de apocalyps. In een herdenkingsartikel in de recente Rolling Stone heten die vele contradicties juist de essentie van 2Pac: ‘What made this disconcerting mix especially notable was how credible it all seemed. Shakur could sing in respectful praise and defense of women, then turn around and deliver a harangue about “bitches” and “ho’s” – or could boast of his gangster prow-ness one moment, then condemn the same doomed mentality in another track – and you never doubted that he felt and meant every word he declaimed. Does that make him sound like a confused man? Yes – to say the least. But Shakur was also a man willing to own up to and examine his many contradictory inclinations, and I suspect that quality, more than any other, is what made him such a vital and empathetic voice for so many of his fans.’

En hij weet het zelf maar al te goed: ‘I’m at war with different things at different times. My own heart sometimes. There’s two niggas inside me. One wants to live in peace and the other won’t die unless he’s free. There’s Tupac the son of the Black Panther and Tupac the rider. Those are the two people inside of me. My mom and them envisioned this world for us to live in and strove to make that world. So I was raised off those ideals, to want those. But in my own Life I saw that that world was impossible to have. It’s a world in our head. It’s a world we think about at Christmas and Thanksgiving. I had to teach my mother how to live in this world like it is today. She taught me how to live in that world that we have to strive for. And for that I’m forever grateful. She put heaven in my heart.’

Pump Ya Fist, Y’all!

Het trieste verhaal van George Jackson, en niet dat van Shakur, is een Amerikaanse tragedie op maat van de Vlaamse theatermakers van vandaag. De nood aan het leggen van een (loop?)brug tussen podium en werkelijkheid blijkt hoog. In Etcetera 51 schreef theatermaker Jan Ritsema over de zin en onzin, waarde en onwaarde van het theater vandaag. Hij pleit voor een dringende en grondige vernieuwing van het theater, een vernieuwing die zich het best laat samenvatten met één zin uit zijn tekst: ‘Het wordt hoog tijd dat het toneel waar wordt.’ Ritsema wil niet meer weten van het onechte, van het doen-alsof, van de schijn, van de poppenkast. Hij wil een toneel dat mag worden aangeraakt. Zijn nieuw toneel zoekt de confrontatie met de werkelijkheid, niet omwille van de confrontatie zelf, maar ‘opdat er zo weinig mogelijk verhuld zou blijven’. Hij orakelt: ‘Weg met de illusie, de metaforen, de hyperbolen en de paradoxen. Opdat het toneel weer onthult.’

In datzelfde nummer van Etcetera staat een tekst van Marianne Van Kerkhovenwaarin zij zich buigt over de vraag of Stan, Dito’Dito, Maten en de Roovers al dan niet epigonen zijn van Maatschappij Discordia. Maar uiteindelijk komt zij uit bij dat wat al die theatermakers meer bezig houdt: een nieuw politiek theater. Deze gezelschappen verschillen weliswaar van elkaar, maar blijkbaar hebben ze één ding gemeen: hun vraag naar een nieuw maatschappelijk engagement van het actuele theater. Uit de jaren ’70 (de hoogdagen van het agitprop-toneel in onze contreien) herinnert Van Kerkhoven zich de stelling dat ‘het persoonlijke politiek is’ en dat wil ondermeer zeggen dat een politieke stellingname enkel geloofwaardig kan zijn wanneer zij uitgaat van een authentieke persoonlijke betrokkenheid bij de politieke problematiek. Met andere woorden, en zij geeft zelf dit voorbeeld: ‘de woede waaraan Frank Vercruyssen en Willy Thomas vorm gaven in hun voorstelling omtrent de Golfoorlog, Het is nieuwe maan en liet wordt aanzienlijk frisser, heeft enkel waarde én kracht omdat het een werkelijke woede is’. Zij besluit die bedenking met een retorische vraag: ‘Moeten we in het theater, zeker vandaag, niet op zoek gaan naar een reële ontroering, naar een wezenlijk geraakt worden?’

De sleutelideeën uit deze twee pleidooien zijn kristalhelder: het theater moet waar worden, het toneel moet onthullen, de theatermaker moet zowel bij zichzelf als bij het publiek werkelijke en wezenlijke gevoelens genereren. In een tijd waarin we, zoals theatermaker en -acteur Willy Thomas in zijn State of the Union-rede van het Theaterfestival ’95 formuleerde, ‘de realiteit voor fictie nemen en de fictie als norm voor onze eigen realiteit nemen’ lijkt die goedbedoelde bekommernis om de werkelijkheid toch niet echt te getuigen van realiteitszin. De uitgangspunten van beide betogen vallen misschien niet uit de lucht. Het theater, zo luidt de boutade, is tenslotte de plaats bij uitstek van de ongemedieerde beleving, van de lijfelijke aanwezigheid, van de onmiddellijkheid. Vanuit die optiek is het blijkbaar maar een kleine stap naar het probleemloos laten samenvallen van het theater met de werkelijkheid. Maar in een tijd waarin, volgens Dora Van Der Groen (en zij kan het weten) ‘slechts 3 procent van de bevolking naar het theater gaat’ lijkt het toch wat overroepen om de revelerende krachten van het toneel te gaan aanprijzen. Bovendien verschilt die wens naar onthulling in het theater niet veel van wat er in elke huiskamer gebeurt. Met andere woorden: wat in de besloten enclave van de theaterwereld als vernieuwing of als alternatief wordt gepresenteerd, is in feite al lang bon ton daarbuiten, in de échte wereld. Dezelfde reality-kick heeft ook de televisie al een hele tijd in haar macht, kijk gewoon even naar de eerste de beste dating-show. De roep om meer werkelijkheid op het podium verschilt niet zo veel van de roep om meer werkelijkheid op de beeldbuis. De tv-kijkers hebben de Power to the People-slogan uit One 2 Life al veel langer ernstig genomen: het volk heeft nota bene en masse de grootste tv-uitzending annex (anti-) politieke bijeenkomst van het afgelopen jaar georganiseerd. Maar dat was een blanke historie.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 18 — 21 minuten

#58

15.12.1996

14.03.1997

Herman Asselberghs

Herman Asselberghs maakt films waarin hij de grenszones bevraagt tussen woord en beeld, media en wereld, cinema en politiek.