Leestijd 5 — 8 minuten

The Wake – The Living and the Dead Ensemble

The Living and The Dead Ensemble is een collectief van kunstenaars, spelers en dichters uit Haïti, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Het Kunstenfestivaldesarts zag zich genoodzaakt om hun live voorstelling te annuleren. Gelukkig bood de online versie toch enigszins toegang tot het werk. The Wake is een absolute vorminhoudelijke triomf. 

De videoregistratie bestaat uit drie delen. In de korte proloog die ’s nachts buiten werd gefilmd staan de tien performers bij een vuur (dé belangrijkste metaforische rode draad doorheen het hele werk). Daarna volgt de eigenlijke voorstelling die zich gedurende drie kwartier ontvouwt op een spaarzaam belicht theaterpodium zonder decor. Tenslotte zien we een tiental minuten los aan elkaar gemonteerde videobeelden. Die laatste werden buiten geschoten, in het volle daglicht, en worden aangekondigd met de titel Fragments d’un film à venir. Het werk twijfelt tussen dag en nacht, leven en dood; slapen, waken en ontwaken. 

Verhalenketting, herdenking, rouwritueel, protestmars

Het middendeel – de voorstelling zelf – roept de vraag op hoe een publiek er zich in een theaterzaal toe zou kunnen verhouden omdat de handcamera in de filmversie zo’n belangrijke speler is. Zij is voortdurend in beweging, zoomt in en uit, draait en danst mee. De performers breken af en toe de vierde wand door recht in de lens te kijken. Je krijgt het gevoel als individu aan dit vloeiende, zich continu herschikkende gebeuren te participeren, zelfs al zijn de verhalen die de tien verweven natuurlijk niet van jou. Het is moeilijk om zich The Wake voor te stellen binnen een frontale theatersetting, met een grote groep toeschouwers op afstand van dit ‘samenzijn’ (veeleer dan ‘voorstelling’), dat zowel verhalenketting, herdenking, rouwritueel als protestmars is. 

Het werk laat twee ijkpunten van de Haïtiaanse geschiedenis met elkaar resoneren. Eerst is er de verwoestende aardbeving van 12 januari 2010. Die kostte meer dan 230.000 inwoners het leven; 310.000 waren gewond; 1,5 miljoen Haïtianen werden op slag dakloos, ruwweg 10% van de totale bevolking. The Living and the Dead Ensemble zou The Wake in januari vorig jaar opvoeren in de hoofdstad Port-au-Prince, rond de tiende verjaardag van de ramp, maar de voorstellingsreeks werd om onduidelijke redenen afgelast. 

De tien kunstenaars herdenken daarnaast ook iets wat nog veel dieper in de tijd ligt, de Haïtiaanse revolutie van 1791-1804 én haar voorlopers. Dit kantelmoment van wereldhistorisch belang wordt vandaag nog steeds niet voldoende als dusdanig erkend. De slavenopstand maakte van Haïti het eerste onafhankelijke land in Latijns-Amerika en het eerste postkoloniale zwarte land ter wereld. De opvatting dat het voornamelijk de Franse revolutie was die de tot slaaf gemaakten op ideeën had gebracht, veronachtzaamt de voorgeschiedenis van de revolte. In The Wake incarneert één van de performers op een bepaald ogenblik François Mackandal, een Vodou-priester die van 1751 tot 1757 aanvallen leidde tegen plantagehouders en uiteindelijk op de brandstapel terechtkwam. De opstandelingen hielden zich schuil in bossen aan de rand van de plantages. Dat beeld van de mangrove-aan-de-rand-van-de-plantage staat centraal in het bredere denken van Olivier Marboeuf rondom dekolonisering vandaag.1 Marboeuf is niet alleen een van de performers van The Wake, maar tegelijk ook regisseur samen met Louis Henderson.

De voorstelling begint met ritmische stemmen en voeten die mee schuifelen op de maat, tussen stappen en dansen in. Ronde, warmkleurige lichtbundels belichten een deel van het podium, terwijl de rest van de omgeving in totale duisternis is gedrenkt. De tien performers dragen kartonnen borden, waardoor de situatie een protestmars suggereert. Het ritmische stemwerk switcht naar een krachtige zang: je herkent de melodie van het strijdlied Bella Ciao, dat wordt gezongen in een taal die je niet begrijpt. De hele voorstelling is trouwens meertalig. Het Frans begrijp je nog en wordt bovendien boventiteld in het Engels, maar daarnaast passeren ook Haïtiaans en Creools de revue, talen die je niet machtig bent. Dat deze passages zonder vertaling blijven, leest als een bewuste politiek-esthetische keuze voor een specifiek soort ontoegankelijkheid, een specifieke opaciteit: de ene koloniale ‘wereldtaal’ kan je nog met behulp van de andere vertalen; de kaarten liggen anders wanneer het om talen van verdrukte bevolkingen gaat, zo lijken de makers te suggereren.

Spiraalwerk

Naast geschiedenissen koppelt de voorstelling ook disciplines aan elkaar: poëzie, storytelling, dans, rap, slam, (samen)zang en theater. Ze doet dit op een manier die schatplichtig is aan ‘la Spirale’, een literair compositieprincipe dat de chaos van het leven probeert te benaderen en dat van belang is in het werk van de Haïtiaanse schrijver Frankétienne: 

“Het spiraalwerk is voortdurend in beweging. Dit verklaart ten dele de reeks breuken in de ontwikkeling van de tekst. Bovendien is het niet nodig het werk op te bouwen vanuit een precies onderwerp. Schrijven wordt zo een echt avontuur, dat van een multipolaire vertelling waarin elk woord een trigger kan zijn, een kern die klaar is om uiteen te vallen en andere verbale entiteiten te doen ontstaan. De spiraal is in die zin een open werk, dat nooit af is. Ze vormt een poging om de werkelijkheid in al haar verscheidenheid te vatten.”2 

In The Wake uit dit spiraalprincipe zich nog meer in de performance zelf dan in het tekstmateriaal, waaronder fragmenten uit Frankétienne’s toneelstuk Melovivi. De ene handeling vloeit telkens uit de andere voort; een situatie geeft aanleiding tot een andere. Soms lijkt het wel alsof er één stem is die (parallel met de camera) migreert van lichaam naar lichaam en onderweg van timbre, expressievorm en vertelstandpunt wisselt. De zang van één performer lokt regelmatig een unisono antwoord uit van de rest van de groep, die zich op dat ogenblik kortstondig transformeert tot een koor. Herhaling speelt ook een belangrijke compositorische rol. Zo keert een bepaalde troostrijke samenzang een paar keer terug als vorminhoudelijk thema, net als de mooie bewegingssculptuur van een man die voorovergebogen en rug op rug een andere man draagt. Het open en onaffe karakter van het spiraalwerk zit hem onder meer in de losse coda Fragments d’un film à venir, maar ook in de expliciete uitnodiging aan de toeschouwer aan het eind van de voorstelling om nu zelf iets te vertellen: “En jullie, die naar ons hebben zitten kijken en naar onze verhalen van vuur hebben geluisterd, ik ben er bijna zeker van dat elk van jullie ook een verhaal heeft. Willen jullie het met ons delen?” Deze vraag om wederkerigheid en uitwisseling blijft natuurlijk noodgedwongen onbeantwoord, als een open einde. 

Verhalen van vuur

In de gedichten, gezangen, verhalen en bewegingen keert het beeld van het vuur voortdurend terug, maar telkens anders. Rond de performer die even in de huid van priester-verzetsstrijder Mackandal kruipt, kringelt nog een andere man die de vlammen van de brandstapel uitbeeldt, en in die hoedanigheid zelf ook spreekt. Dingen kunnen stem krijgen in The Wake, net als de slapenden en de doden. Vuur is een nietsontziende, vernielende kracht. In de voorstelling drukt ze zowel de koloniale agressie en het legitieme tegengeweld van de onderdrukten uit, als de woeste kracht van natuurrampen, zoals de aardbeving van 2010. Wanneer een performer de enorme bosbranden in Australië en het Amazonewoud aanhaalt, raakt The Wake ook aan de bredere ecologische catastrofe, de diepgaande, antropogene mutatie van natuur en klimaat. Het valt te vermoeden dat Marboeuf en co. in plaats van het Antropoceen liever enkele van de minder courante, alternatieve termen gebruiken om ons uitzonderlijke (natuur)historische tijdvak te omschrijven. Woorden als Capitalocene of, nog beter, Plantationocene brengen de mutatie in verband met een maatschappelijk systeem, dat steunt op wereldomspannende onrechtvaardigheden en deze tegelijk voortdurend reproduceert. 

Vuur staat ook voor warmte en samenzijn. Het is datgene waar men zich vaak rond verzamelt wanneer het koud en donker wordt, datgene wat eindeloze verhalenkettingen kan doen ontstaan. Rondom vuur worden herinneringen opgehaald, banden gesmeed, doen ooggetuigen verslag, en speculeert men over de toekomst. Het samenzijn biedt troost en geeft kracht om verder te gaan. Omwille van al die verschillende manifestaties van het vuur blijft alles in het universum dat The Wake oproept, continu in beweging: kwaadheid slaat om in verzet, verzet in desillusie en vermoeidheid, vermoeidheid in slaap, slapen in wakker worden, wakker worden in terug opstaan, opstaan in opstand. Enzovoort. Deze voorstelling ‘bijwonen’, zelfs in haar online versie, is een zinderende ervaring, omwille van al het bovenstaande maar ook – en tot slot – vanwege haar bijzondere invulling van virtuositeit. Wanneer ze spreken, zingen, neuriën, rappen, bewegen, dansen en spelen laten de performers geen verblindende, bovenmenselijke kwaliteiten zien. Niemand in deze groep blinkt echt uit. Sterker nog: uitblinken lijkt er hier niet toe te doen, net zoals het er niet toe doet wanneer je met anderen samen rond een vuur zit en een lied of een verhaal deelt. De menselijke virtuositeit van The Wake schuilt in de compositie, en die tilt de hele groep op. 

1https://oliviermarboeuf.files.wordpress.com/2019/05/variations_decoloniales_fr_.pdf 2https://www.potomitan.info/kauss/spiralisme.php (eigen vertaling, ed.)

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#163

15.03.2021

31.05.2021

Sébastien Hendrickx

Sébastien Hendrickx is lid van de kleine redactie van Etcetera, schrijft over podiumkunsten en beeldende kunst, doceert in het KASK en en werkt als dramaturg en podiumkunstenaar.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!