Centroamérica – Lagartijas Tiradas al Sol
Iedereen liegt
Floris Baeke
© Sigrid Vinks & Jan Decorte
Tijd voor een nieuwe rubriek! In ‘Eerste liefde’ vragen we theatermakers naar het kunstwerk waarmee het voor hen allemaal begon. We gaan van start met Sigrid Vinks over het mythische concert van David Bowie in Vorst Nationaal in 1976.
Welk kunstwerk heeft ervoor gezorgd dat je zelf kunstenaar geworden bent?
Het concert van David Bowie op 11 mei 1976 in Vorst Nationaal, ik was twintig.
Het zaallicht ging uit en je zag een projectie van ‘Un Chien Andolou’ (1929), een kortfilm van Luis Buñuel waarin iemands oogbal met een scheermes doormidden wordt gesneden. Dan hoorde je de intro van ‘Station to Station’, een enorme batterij wit neonlicht en daar stond David Bowie, mooier dan hij ooit geweest is, The Thin White Duke, met een indrukwekkende setlist . Dit was overrompelend, dit raakte je op plekken waarvan je zelfs niet wist dat ze bestonden. Dit was grote kunst binnen de context van een rockconcert.
Ik was daar samen met Jan (Decorte), we kenden elkaar pas, een stormachtige verliefdheid. Jan leek in die tijd ook op David Bowie, op dezelfde manier gekleed, zelfde klasse, bleek, intens, sharp as a knife. Toen voorvoelde ik: dit wordt de essentie van mijn leven, kunst maken, met deze man.
Het besef dat je binnen een bepaald medium, los van alle wetmatigheden en geplogenheden, iets kan creëren dat vernieuwend is, dat van diep komt, dat kunst is. In ons geval is die context theater. Ik heb nooit acteur of ‘theatermaker’ willen zijn, nooit willen werken voor het theater zoals het bestond (ik heb me ook nooit verwant gevoeld met die wereld). Het enige wat ik ooit gewild heb is kunst maken, samen met Jan. Grote liefde en grote kunst, voor minder ben ik nooit gegaan.

David Bowie, Station to Station Tour, 1976 © Jean-Luc via Flickr & Wikicommons
Herbekijk je het werk regelmatig of houd je liever vast aan de magie van de eerste keer?
Die Station to Station Tour was in 1976, het pre-digitale tijdperk. Ik denk dat er nauwelijks opnames zijn.
Heeft het werk ooit concreet een voorstelling geïnspireerd?
De enige keer dat we muziek van Bowie gebruikt hebben was in ‘Much Dance’, een voorstelling die we maakten in 2014 met Benny Claessens en Risto Kübar voor de Münchner Kammerspiele. Er was een moment waarin Jan van een klein stoeltje dood viel. Op Warszawa (een heel lang nummer uit Low 1977) sleepte ik zijn lichaam van de ene kant van de scène naar de andere. Johan Simons zei na de voorstelling dat hij zich nooit dichter bij de dood gevoeld had dan tijdens die scène.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.