Tosca – Jordan De Souza & Rafael R. Villalobos/De Munt
Een erotisch afleidingsmanoeuvre of Pasolini als rookgordijn
Lena Meyskens
© kurt van der elst
Een ensemble van engelen, drie zangers en drie muzikanten begeleiden een vrouw in haar rouwproces om haar overleden man. In The Grief of Red Granny, het eerste deel van een tweedelige opera, herwerkt dramaturg Gorges Ocloo, Pergelosi’s Stabat Mater tot een opmerkelijke voorstelling over rouwrituelen en de moeilijkheid om verdriet te bezweren.
Voor The Grief of Red Granny haalde Gorges Ocloo zijn mosterd bij zijn eigen rouwproces om zijn overleden oma en dat van koningin Elisabeth. Bij het overlijden van haar echtgenoot, koning Albert I, mocht Elisabeth volgens het protocol niet deelnemen aan de publieke begrafenis. Het verdriet en de pijn van haar verlies zijn zo immens dat de koningin zich een tijdlang isoleert. De thematiek die Ocloo aansnijdt is universeel: rouw is een moeilijk, lang en eenzaam proces van zichzelf hervinden in de afwezigheid van een geliefde. Als er een lichtpunt is aan het einde van de tunnel dan zijn het onze rites die helpen om verdriet en onze sterfelijkheid volledig te omarmen.
“De muzikale kruisbestuivingen resulteren in een opera vol verrassende wendingen, en met het soort uitbundige energie dat gebruikelijk is in Afrikaanse kerkgemeenschappen.”
Ocloo’s opera is een radicale herwerking van Pergolesi’s Stabat Mater, waarbij Ocloo kiest voor een uitgesproken hedendaagse uitvoering met een mengelmoes van muzikale invloeden. Zo brengt de Ocloo in zijn arrangementen klassiek in contact met de ongedwongenheid van reggae en de hevigheid van hard rock en metal. De kruisbestuivingen resulteren in een opera vol verrassende wendingen, en met het soort uitbundige energie dat gebruikelijk is in Afrikaanse kerkgemeenschappen. Het is duidelijk dat Ocloo allerminst geïnteresseerd is in een conventionele herwerking van Pergolesi’s werk en dat hij eerder zoekt naar een nieuwe vorm, met tentakels in Afrika en Europa. Verdienstelijk aan dit muzikaal experiment is dat het de emotionele lading van rouw ruimer maakt en op een spectrum plaats waar droefheid minder statisch aanvoelt dan in een meer klassieke bewerking van een werk als Stabat Mater.
Het rouwproces van de vrouw, gespeeld door Tine Joustra, speelt zich af in een mysterieuze ruïne bevolkt door zes muzikale engelen, drie muzikanten en drie zangers. De scèneografie prikkelt de verbeelding nog voordat de eerste zanglijnen en muzieknoten door de zaal weerkaatsen. Links staat een wit tweepersoonsbed. De blikvanger is de boom die uit het matras groeit en sterk afsteekt tegen de grijze kille muren van de ruïne. Ergens in het midden verbindt een bescheiden beekloop het slaapgedeelde met een knalroos toilet, een schommelstoel en wat lijkt op een geïmproviseerd graf.
Wanneer de protagoniste vanonder haar lakens komt en zich moeizaam uit bed tilt, zien we een vrouw in een zwart nachtkleed. Ze oogt verward, droof, en aanvankelijk ietwat geïrriteerd door de heisa van de engelen die nu eens zingend en dan eens dansend haar intense gevoelens uitbeelden en ritualiseren. De engelen leiden de plechtige ceremonie van het rouwprocess met liederen en onderlinge uitwisselingen, gesproken en gezongen in Latijn, Xhosa en Zulu. Het gezelschap schakelt moeiteloos van de ene taal naar de andere. De taalbarrière maakt het moeilijk om de betekenis van elke onderlinge woordenwisseling te bevatten, maar onderstreept de mystiek van hun gewijde missie om de protagoniste door haar rouw en verdriet te helpen.
“Hier waar verdriet bijna onoverkomelijk lijkt, kan het rouwproces ook transformatief zijn en sturen richting groei en nieuw leven. “
‘Ik weiger de lakens te verversen, zodat ik je geur nog kan ruiken,’ deelt de protagoniste. De rouwprocessie die Ocloo opvoert is er een van vallen en opstaan en toont hoe moeilijk het kan zijn om los te laten wanneer de overledene perceptibel is in kleine herinneringen en alledaagse voorwerpen. Rouwen gaat niet alleen om het gemis van een persoon, maar ook om het verlies van wie we waren toen onze geliefden nog leefden. Maar de ruïne van haar verdriet is ook een plaats van mogelijkheden zoals de levensboom in haar bed aanwijst. Hier waar verdriet bijna onoverkomelijk lijkt, kan het rouwproces ook transformatief zijn en sturen richting groei en nieuw leven. Wanneer de vrouw in de roze wc braakt, bevrijdt ze zichzelf van haar smart en kan ze als het ware herrijzen en opnieuw met beide voeten in het leven staan, in het hier en nu. De transformatie is bijna volledig wanneer de vrouw op een gegeven moment haar zwart nachtkleed inwisselt voor een spierwitte jurk.
The Grief of Red Granny ontdoet de ietwat negatieve connotatie die we aan rouw toeschrijven. De monoloog die Joustra brengt, schittert door de vele wendingen van haar gemoedstoestand. Er is ook plek voor intense uitdrukkingen van woede, verlatenheid, zelfverloochening en humor. Hoewel de ontknoping weinig afwijkt van andere verhalen over rouw, herinnert The Grief of Red Granny door de gewaagde uitvoering dat het oké is om door de bomen het bos niet meer te zien, stil te staan en de maalstroom aan gevoelens en gedachten te beleven zonder te oordelen.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.